|
spiegel: Levend in aandachtigheid
Over aandachtigheid
Staan we wel eens stil bij het feit dat alle goeie raad die ons wordt aangereikt of die we onszelf opleggen zich situeert in een 'straks' of 'morgen'. Goeie raad is niet bedoeld om het verleden te veranderen. Dat is voorbij, alle goeie voornemens die ook daar aan vooraf gingen ten spijt.
Allerhande cursussen en opleidingen kiezen we nauwkeurig uit om onze toekomst te kunnen aansluiten op de verwachting die ik vandaag koester. Want wat ik morgen wil 'zijn', moet ik vandaag voorbereiden, zo stellen we. Dit maakt dat talloze handelingen die we vandaag uitvoeren, gevoed worden door het beeld dat we ergens binnen onze hersenen koesteren. Maar wordt daardoor de belevingskans van wat zich nu aandient niet telkens een beetje overschaduwd door de 'verlangende ik'? Omgekeerd kan een onprettig beeld naar morgen toe onze stemming vandaag drastisch beïnvloeden. Op die manier wordt onze dag van vandaag voortdurend ingekleurd door de belofte of de dreiging naar morgen toe.
Zodoende wordt ons biologisch lichaam met al zijn capaciteiten en zintuigen een weg opgestuurd die aan de directe beleving van het moment voorbijgaat.
Voelen we onze gezondheid, onze kracht, ons welbehagen nu of morgen? Schuilt aandachtigheid in beloftes en beelden of zit het in het geestelijk moment zelf?
De reflecties van de aandachtigheid-spiegel horen u ook nu te beroeren en niet morgen. Want vandaag is uw dag. En daarbinnen is 'morgen' onbestaande. Net zomin u vandaag het eten opwarmt om het morgen te verorberen.
Terug
De wil tot vrijheid en de onmacht om het te bewerkstelligen
In dit hoofdstuk wil ik de ongerichtheid van ons bestaan nader toelichten. Want hoewel we het idee koesteren de touwtjes in handen te hebben, zijn er dagelijks tal van herkenbare gebeurtenissen die aangeven dat dit alleen maar een illusie kan zijn. Wie een einde wil maken aan zijn psychische spanningen zal die illusie moeten doorprikken. Die zal heel het idee van een vrije wil moeten herzien. Deze noodzaak werd al duizenden jaren geleden verkondigd. Maar vooral in onze Westerse cultuur werd daar weinig mee gedaan. "Niet mijn wil maar uw wil geschiedde", was een aanwijzing van formaat dat de mens zich maar beter schikt naar de wetten die in moeder natuur zelf besloten liggen. Maar dat was niet naar de zin van het dominante gedachtegoed dat reeds in de Grieks-Romeinse periode heerste. Homerus liet als eerste blijken dat hij de giftige werking van het bewustzijn doorzag. De Odysseus is één grote aanwijzing waartoe de mens zichzelf zal moeten aanzetten om van dit doodlopend pad af te stappen. Hij beschreef ongetwijfeld zijn eigen levenstocht en het daaruit ontsproten inzicht.
Als we bemerken dat alles aan verandering onderhevig is en een continue stabiliteit onbestaande is, dan moet op zijn minst de mogelijkheid tot verandering daartoe bestaan. Als met de tijd de zon zal uitdoven dan is er een energetisch spel aanwezig die dat toelaat. Als ik geen 80 jaar kan wakker blijven, maar elke avond moe mijn bed moet opzoeken, dan betekent dat niet minder dan dat er iets in mij gebeurt dat daartoe aanzet. Vanuit een steeds meer opgedreven en verfijnder wetenschappelijk onderzoek weten we de plaatsen te vinden binnen onze hersenen die daarbij energetisch veranderen. Daar kan dan wel wat aan gemanipuleerd worden, maar de vraag naar het waarom en hoe van al dat energetisch veranderlijke blijft onbeantwoord voor ons liggen. De 'big bang'-theorie is vanuit ons best menselijk vermogen uitgedokterd maar blijft gekoppeld aan de vraag wat er dan vóórdien was. Waarom al deze vragen nooit zullen kunnen beantwoord worden zal ik verder trachten te verduidelijken. Dit 'duiden' is bovendien ook alles wat er gedaan kan worden. Dat inzicht draagt veel schoonheid in zich, maar kan niet tot bezit gemaakt worden in de vorm van kennis. Het is zoals je op een wandeling een mooie bloem langs de weg opmerkt. Je kijkt er even vol verwondering naar en vervolgt daarna je weg. En ook al denk je even later niet meer aan die schoonheid van die bloem omdat er nu andere dingen op je pad liggen, de bloem is niet plots verdwenen. Ze vraagt niet om blijvend schoon bevonden te worden. Haar geur is er voor diegene die er zich naar richt. En ze wordt niet minder bloem als iedereen er achteloos voorbij loopt.
Vanuit de ervaring dat alles verandert kunnen we nu op pad. Opdat de oerknal tot stand kon komen, opdat mijn relatie tot een breuk kon komen, opdat ik mijn knie stootte aan de tafel, opdat ik zodadelijk kan rechtstaan uit mijn stoel, opdat ik dit allemaal nog maar kan overdenken, opdat ik kan komen te sterven,... moet er op zijn minst iets zijn dat altijd die mogelijkheid tot beweging (verandering) in zich draagt.
Om dit te verduidelijken zal ik een beeld aanreiken dat enige houvast biedt. Neem een elektriciteitskabel met een verdeelstekker eraan. Zolang er niets wordt op aangesloten blijkt er niets te bewegen. Maar sluit ik daar een stofzuiger, een radio, een mixer op aan dan komen plots de dingen tot uiting. Binnen die kabel moet er dus een potentie aanwezig zijn die zodra voorwerpen er mee in aanraking komen zich manifesteren via bepaalde 'bewegingen'. Die spanning binnen die draad is voor niemand direct waarneembaar, laat staan tot bezit te maken. We hebben wel geleerd hoe we die spanning kunnen kanaliseren en richten. Maar we zijn afhankelijk van de energetische mogelijkheden die binnen deze kosmisch 'draad' liggen. We 'knutselen' wat met al die energie die in de potentie van de draad liggen maar blijven er zelf totaal afhankelijk van. Haal de stekker uit het stopcontact en alles valt stil. De duizenden ingenieurs, verkopers en gebruikers die het apparaat tot beweging aanzetten zijn zonder die voorhanden spanning machteloos in hun opzet. Bovendien zijn we zelf ook een manifestatie van de alom aanwezige spanning. Neem de biologische spanning weg uit het menselijk lichaam en hij zou als een pudding in elkaar zakken. Helaas blijkt dat die voorhanden zijnde energie ernstig bedreigd wordt als we de voorspellingen van de depressiegolf mogen geloven. Futloosheid kenmerkt de depressieve mens. De weerstand (weerbaarheid) is eruit waardoor de actie verdwijnt. Om uit die krachteloosheid op te staan én te voorkomen dat die telkens terugkomt, zal elke mens zijn eigen spanningskracht terug moeten ont-dekken. Als ik het woord ontdekken zo opsplits dan doe ik dat om aan te geven dat de spanning zelf nooit verdwenen is. Daardoor komt het dat de geest werkzaam blijft, je geheugen niet totaal wegvalt en je lichaamsfuncties blijven doorgaan, ook al is er op al die vlakken een verzwakking voelbaar. De spanning komt echter geen geestelijke weerstand meer tegen. Die weerstand komt enkel tot stand vanuit een eigen-zinnige ingesteldheid. Wie zijn eigen leven te lang richting geeft buiten de nodige dagdagelijkse alertheid om, laat de altijd aanwezige geestesspanning toe zichzelf te blokkeren. Dan krijg je vroeg of laat te maken met overspanning en dan slaan de stoppen door. Dit doorslaan van de stoppen is wat er gebeurt zodra men in burn-out, depressie of psychose verzinkt.
De wetenschap die zich met de kleinste waarneembare deeltjes bezighouden (de kwantumfysica), hebben die deeltjes nooit zelf rechtstreeks waargenomen. Ze moeten telkens iets bedenken waarbij die deeltjes een spoor achterlaten dat dan onderzocht kan worden. En afhankelijk van de manier waarop ze iets onderzoek wordt de aard van het spoor bloot te liggen. Met andere woorden: zelf op dat subatomaire niveau komt de spanning tot uiting, afhankelijk van wie of wat je ermee in contact brengt. Op elk niveau in de kosmos (de aarde inbegrepen) komt er pas iets tot stand vanuit de mogelijkheden die spanning biedt.
In dit licht van deze potentiële spanning moet je mijn duiding van aandachtigheid zien. Zoals eerder vermeld, doel ik daar mee op het 'mogelijke'. Het is zoals bij die elektriciteitsdraad die geen weet heeft voor wat hij gebruikt kan worden maar onvoorwaardelijk de energie zal leveren aan wat er op zijn weg komt te liggen (erop aangesloten wordt). Net zo is dat met een aandachtige geest. Die heeft geen enkele weet waartoe hij kan gebruikt worden maar komt altijd tot uiting zodra hij met iets in aanraking komt.
Zo kan het ineenklikken van de mannelijke en vrouwelijke chromosomen enkel maar doordat er vanuit een spanning die aantrekkingskracht heerst. Een subtiel verschil maakt dat twee verschillende soorten niet tot nakomelingen komen. Vanuit deze natuurlijke wetmatigheid zal er geen mensaap of hondmuis geboren worden. Er is niemand die dat spel van samensmelten en afstoten bewust aan het coördineren is. Het gebeurt buiten elke wil om. Maar op dit subtiele niveau moet er niet veel voorvallen (wat wil zeggen dat er andere energieën in het spel betrokken worden) of het ineenklikken grijpt anders plaats. Of helemaal niet. Vanuit dit spel van aantrekken en afstoten zijn de soorten ontstaan. Tevens geeft dit aan dat wanneer de energie binnen de eicel of zaadcel niet juist ligt, het niet tot een bevruchting kan komen. Wat ook kan gebeuren is dat het wel tot een bevruchting komt maar dat vanuit een te hoge of lage spanning er toch een verandering tijdens de groei optreedt. We noemen dat dan 'afwijkingen'. Het overleven van een soort hangt dus volledig af of de spanning/energie voldoende krachtige aanrakingspunten bezit. Zo is het ook in relaties tussen mensen. Het klikt of het klikt niet. En wat schijnbaar op het eerst zicht klikt wordt door de tijd ontmaskert als onvoldoende biologische aantrekking (waaronder ook het psychische aspect valt). Dieren paren daarom bijna uitsluitend op het ogenblik dat de natuur zelf vol energie komt te liggen. De mens heeft die natuurlijke neiging al lang langs zich neer gelegd. De reden daartoe moet in dit schrijven niet uit de doeken gedaan worden. De logica spreekt voor zichzelf. Niets blijkt bij nader inzien zo logisch dan het spel van spanning zelf.
Op dit punt aangekomen moet het kosmisch spel van energievastheid benadrukt worden. Energie kan als het ware samenklonteren zodat er een samenspel van ingewikkelde factoren ontstaat. Het menselijk lichaam is een gevolg van miljarden jaren van spel door spanning en energie. Toch gaat dit proces niet oneindig door en komt er vroeg of laat een einde aan. Het bewustzijn van de mens speelt binnen die toegestane marge zijn spel maar heeft uiteindelijk niets standvastig in de pap te brokken.Want zo blijkt: alles is vergankelijk en blijkt terug te vallen in een voorafgaande energietoestand, die op zijn beurt weer tot iets anders 'gedwongen' wordt. De mens is een voorbeeld van een welbepaalde energievastheid. Maar ook de tafel, de zandkorrel, ons bewustzijn, de wolk aan de hemel, de zon,... . Op zijn minst kent alles wat we waarnemen een tijdelijke energievastheid. Dit spel van toenemende en afnemende vastheid is continu aanwezig en manifesteert zich onophoudelijk. Spanning weet zelf niet waarin het tot uiting zal komen. Dat zie je bijvoorbeeld zeer duidelijk bij iemand die vol opgekropte spanning zit. De eerste de beste gelegenheid die zich voordoet komt die tot uiting. Het bijzondere van spanning is dat het altijd klaar staat om ingezet te worden. Zijn potentiële kracht is overal en altijd aanwezig. Maar we zien ze enkel wanneer er zich iets manifesteert. Wat wij als mensen op deze aarde bijvoorbeeld al allemaal verwezenlijkt hebben kan enkel maar vanuit een voortdurend aanwezig spanningsveld. Met welke doelgerichtheid we ons op dit spanningsnetwerk aansluiten is een heel andere vraag. Een niet onbelangrijke overigens. Want zowel een Hitler of een Bush als een Gandhi, een Boeddha of een Christus maakten gebruik van één en dezelfde aanwezige inwendige spanning.
De aarde op zich is in wezen een vrij stabiele energievastheid als je het vanuit de menselijke ervaring bekijkt. Net genoeg om de fauna en flora die erop leeft een continuïteit te verzekeren. De juiste afstand tot de zon, de juiste draaisnelheid om zijn as en tal van andere factoren hebben gemaakt dat er leven mogelijk werd zoals wij dat nu kennen. Om tot de noodzakelijke dampkring te komen heeft een ontelbaar aantal spanningsvelden zich verweven tot een bepaalde energetische stabiliteit. Maar onderzoek heeft al lang uitgewezen dat spanning zich manifesteert in golven. In de voor ons zichtbare materie zie je dat in het fenomeen van ademhaling, hartslag, waak- en slaaptoestand, temperatuurwisselingen op aarde, aanpassingen binnen fauna en flora,... . Zowel op micro-, meso- als macroniveau is dit proces gaande. En dit allicht tot in de eeuwigheid. En waar golven zijn is iets in beweging. Dat manifesteert zich in de zee, bij radiogolven, in de microgolf, in het lichtspectrum tot in de meest kleine microscopische deeltjes van atomen, quarks en wat nog te ontdekken valt. Je moet eens, als je de kans zich voordoet, eens kijken naar pas uitgekomen spinnetjes. Die kleine pootjes bewegen razendsnel en in alles wat ze doen herken je het spin-zijn. Wanneer je zulk een klein natuurwonder aanschouwt (het kan ook een bloem of iets dergelijks zijn), dan moet je dit hoofdstuk eens voor de geest halen en het inzicht laten werken dat je dit allemaal kunt aanschouwen en beleven dankzij dezelfde oerspanning waarmee dat kleine tere spinnetje, plantje, mugje, muisje,... tot leven kwam. En als je het dan toch achteloos 'vernietigd' of eraan voorbijloopt, bevraag jezelf dan maar eens met welk soort energie je je leven aan het vorm geven bent. Dat kan dan een pijnlijke ontdekking worden. Maar zo gaat dat nu eenmaal als je onoplettend van spanning gebruikt maakt. Wie zijn vingers achteloos in het stopcontact steekt, ontdekt ook het één en ander.
Terug
Het levenstempo
- Onlangs belde een vriend me op met de opmerking dat de website er veel te eenvoudig uitziet. Wat meer bewegende beelden, wat muziek erbij en een kleurrijkere achtergrond zou nog veel meer bezoekers aantrekken. Ik antwoordde hem dat ik niet teveel tijd en energie wil steken in zulke dingen. Geen probleem zij hij, dat doe ik wel graag in jou plaats. Hij beschikte blijkbaar over heel wat ervaring betreffende webdesign en wilde mij helpen deze tijdrovende zaken op zich te nemen. Ik bedankte hem uiteindelijk voor het aanbod maar wees het toch af. --
Zou een meerwaarde in mijn leven kunnen afhangen van het uit handen laten nemen van de dagdagelijkse rompslomp? Als ik een fantastisch ogende site bekom door toedoen van een ander, zou dat bijdragen tot mijn innerlijke kracht van 'heel-zijn'? Indien ik een huishoudster betaal om mijn was, strijk en/of kuis te doen, brengt mij dat dan dichter bij: vrij-zijn van innerlijke spanningen?
Zoveel verwachtingen en plannen, afspraken, verplichtingen... maar ik krijg ze niet verwerkt binnen het eigen dagelijks biologisch bestaan. Ik maak dan maar een onderscheid tussen waardevolle dagtaken en taken die niet zoveel genot inhouden. Het eerste plak ik het etiket "verantwoordelijkheid" op, het tweede: "moet nu eenmaal gebeuren". Die laatste taken geven we maar al te graag uit handen, want minderwaardig. En dan maar met de illusie in zee gaan dat we een zinvol en waarachtig leven aan het leiden zijn.
Waarom kiezen we zo vaak voor levensomstandigheden waarbij we onszelf zo afhankelijk maken van dingen en mensen die buiten onszelf liggen? Geen tijd om eigenhandig het te grote huis te poetsen?, de vaat met de hand te doen?, de kinderen zelf van en naar school te brengen? en 's avonds de volle aandacht aan de kinderen en de levenspartner te schenken? Wat willen we dan allemaal binnen die 24u van de dag proppen? Alles lijkt te worden gecomprimeerd tot een dagcode die we elke ochtend op 'aan' zetten om tegen middernacht met veel moeite 'uit' te zetten.
Moet ik mensen eerst 'lokken' met een uiterlijk zeer aantrekkelijke site om ze dan te ontvangen in een te groot huis dat eigenlijk van de bank is en dat niet door mezelf onderhouden kan worden. De ruimte voor het eigen innerlijk welbehagen wordt steeds meer ingevuld door toedoen van hulp buitenaf.
Op onze kinderen jammeren we voortdurend indien ze geen tijd maken voor het opruimen van hun kamer of het weghangen van hun jas. We wrijven ze voortdurend onder de neus dat ze de dingen eerst moeten afwerken terwijl wij die afwerking voortdurend uitbesteden aan anderen.
En dan verontwaardigd rondlopen en klagen dat de dingen over ons heengroeien. Dat dit elke cultuur blijkt te overvallen die de blik voortdurend naar het 'morgen' richt zal niet toevallig zijn, zo lijkt mij.
Terug
De creatieve mens
De natuur is wonderbaarlijk mooi. Het herbergt de meest ingewikkelde processen en laat bovendien een voortdurende verandering toe. Al wat de mens creëert is daarentegen statisch en krijgt enkel maar het idee 'te leven' vanuit zijn eigen dromerij of door er terug de natuurlijke wetmatigheden aan te koppelen. Wat hij telkens schept is binnen de natuur nietszeggend en onbetekenend. Hij is verplicht er zelf een zin in te leggen. En als hij iets schept dat 'levendigheid' in zich draagt, heeft hij altijd een grote hoeveelheid reeds natuurlijke componenten moeten inlassen. Hij heeft dan uiteindelijk enkel maar wat gerommeld en verschoven binnen de natuur zelf. Dat is dan allemaal wel te promoten als eigen creativiteit, maar resulteert meestal in een statisch object of gebruiksvoorwerp. Het ontwerpen en uitdokteren van de bal die gebruikt wordt voor een wereldbeker voetbal is zonder meer een gevolg van enige creativiteit binnen het bewustzijn. Maar het product - hier een bal - heeft geen enkele functie en is een zinloos object zolang de mens er niet tegenaan schopt.
Deze creativiteit en onderzoeksdrang van de mens is te wijten aan een realiteitsconflict dat veroorzaakt wordt vanuit de werking van een bewustzijn. Binnen onze soort zijn er al enkelen geweest die dit trauma hebben herkend en het hebben herleid tot een aanvaardbaar ding. Het zijn juist zij die tonen tot wat een aandachtig mens in staat is. De mens zijn creatief wetenschappelijk, economisch en sociaal handelen kan enkel maar ontstaan indien er energie voorhanden is om tot die handelingen aan te zetten en ze uit te voeren. Energie komt voort vanuit spanning. Maar indien een energie vanuit een onnatuurlijk concept/spanning wordt opgewekt, houdt het altijd een grote dreiging in. Nucleaire energie is daar een voorbeeld van. Voor het overleven binnen een ecosysteem als de aarde is dit een geforceerd energieniveau en juist daardoor zo schadelijk. Maar ook psychologische spanning moet daaronder gerekend worden. Indien ons geestesvermogen in een spanning wordt geduwd die veroorzaakt wordt door de confrontatie van het hier en nu met een gisteren of morgen, komt er wel veel energie tevoorschijn, maar is ze onverteerbaar voor een lichaam dat zich totaal heeft moeten uitrusten naar een feitelijke 'nu-omgeving' toe. Verandering kan maar plaatsvinden indien er een minimum energie aanwezig is. Een kind evolueert in zijn aanpassings- en leerproces omdat op regelmatige tijdstippen de opgehoopte energie hem tot nieuwe processen dwingt. De meeste leerprocessen binnen onze school zijn gedwongen processen die zich richten buiten de tijd en daarom richten ze op een moeilijk herkenbare wijze schade aan. Deze kennis haalt het kind definitief uit het noodzakelijke contact met het hier en nu. Het zal zijn verdere leven altijd richten op iets dat buiten hem ligt. Hij geraakt gewend aan dit soort energieleverancier en verslaving treedt op. Het is zoals het verslaafd geraken aan suikers vanaf de kindertijd: het levert energie, maar is in wezen tegen het lichaam gericht. Het feit dat dit ras het zo lang uithoudt geeft blijk aan de 'levenswil' van ons natuurlijk lichaam. Maar dat neemt niet weg dat die verkeerde energiebron de mens al diep heeft aangetast. De talloze lichamelijke kwalen en al de psychische trauma's die deze soort overvallen, wijzen hier onmiskenbaar op.
Terug
De kracht van eigenzinnigheid
Variëteit fascineert mij. Wat is de stuwende kracht om zoveel variëteit te veroorzaken binnen fauna en flora? Terwijl alles al altijd onderhevig is geweest aan dezelfde natuurwetten zijn er miljoenen variaties ontstaan en komen er dagelijks nog duizenden bij. Die vraag lijkt misschien op het eerste gezicht niet echt heel boeiend. Maar vanuit de drie bespiegelingen die volgen wordt duidelijk dat we hier met een fundamenteel levensproces te maken hebben waar de gezondheid en het welbevinden van elke mens van afhangt.
We gaan doorgaans wel akkoord met de stelling: variëteit is noodzakelijk voor het voortbestaan van het leven. Maar wat is noodzakelijk voor variëteit? Wat is de voedingsbodem ervan? Onderzoek je deze vraag dan liggen de volgende dingen op je weg:
- Variëteit duidt op de eigenheid van iets. Eigenheid brengt variëteit. Elk gezin met meerdere kinderen zal dit volmondig beamen.
- De kwalificatie van die eigenheid (belangijk-onbelangrijk; goed-kwaad; groot-klein; arm-rijk; lief-kwaad;.) is totaal onbelangrijk voor het voortbestaan van variëteit op zich. Variëteit is blijkbaar niet gericht tot iets. De mug en de olifant: ze zijn beiden een feit, maar maken zich niet druk om hun onderlinge verschil. En geen enkele hond is bewust bezig met het sleutelen aan het gedrag van een andere hond om zijn ras veilig te stellen. De ene bijt erop los en de andere is zo mak als iets.
- Het menselijk vermogen tot kennis nemen van die diversiteit leidt tot manipulatie. Manipulatie ontstaat vanuit een drijfveer tot beheersen. En wie wil beheersen moet de dingen binnen een gekend kader plaatsen, anders valt er niets te beginnen. Deze beweging van beheersen zal altijd de ongerichte kracht van variëteit afremmen.
De mens is gebaat bij diversiteit. Hij is uit die eigen-zinnigheid van het natuurproces geëvolueerd. Het is dan maar al te waarschijnlijk dat die eigenzinnige kracht ten ene male deel van hem blijft uitmaken. Bijgevolg zal elke situatie die de mens ontwikkelt waar die eigenzinnigheid wordt aangetast, als bedreigend worden ervaren. We beleven deze weerstand voortdurend in dagdagelijkse situaties. Vooral binnen opvoeding en onderwijs reageren de jongeren krachtig tegenover die verdrukking van psychische ruimte. Men wordt opstandig, apathisch of neurotisch. Hoe dan ook, een geest die in zijn eigenzinnigheid gesmoord wordt kan een soort ernstig bedreigen.
Eigenzinnigheid draagt ondertussen een zekere negatieve klank in zich. Dat komt allicht omdat de weerstand die ontstaat zodra aan die noodzakelijke ruimte tot eigenzinnigheid geraakt wordt, niet als prettig ervaren wordt door de beleidspersonen (ouders, leerkrachten, regeerders, zaakvoerders,..) Men houdt niet van het opstandige kind. Wanneer jongeren of volwassenen niet in de pas lopen worden rechten en plichten te pas en te onpas bovengehaald om het laken toch maar naar zich toe te trekken.
Wie dit noodzakelijk biologisch mechanisme van eigenzinnigheid, variëteit of diversiteit inziet, weet onmiddellijk dat bijvoorbeeld alle vormen van depressiviteit een natuurlijk signaal zijn dat erop wijst dat de sociale en maatschappelijke structuratie de mens in zijn kern bedreigt.
Variëteit heeft een belangrijk kenmerk: het brengt variëteit voort net zoals leven leven voortbrengt. Dat komt omdat de veranderlijke materie geen specifiek doel voor ogen heeft en zich aldus binnen dit rijke aanbod van verscheidenheid naar willekeurige kanten ontwikkelt (zie gissen en missen bij opgroeiende baby's). De creativiteit van de mens volgt dezelfde wetmatigheid. We voelen geen opgelegd doel van 'hogerhand', maar zitten wel ingebed in de vorm 'leven' en gaan dus met wat voor handen is en wat we tegenkomen op onze levensweg tal van relaties aan.
De mogelijkheid van manipulatie (zie punt 3 hierboven) plaatst ons niet buiten het natuurlijke proces ( het vloeit immers voort uit de evolutie en vormt op zich een variëteit) maar vormt wel een kentering in het zelfsturend proces van variëteit. Er zijn duidelijk aanwijzingen dat die kentering levensvernietigend is. Of anders gezegd: daar waar de ontplooiing van verscheidenheid wordt gesmoord, wordt de overlevingskans van het geheel bedreigd.
Vele wetenschappelijke studies tonen aan dat een te eenzijdig gericht gebruik binnen dit ecosysteem niet ongestraft zal blijven. Maar om in deze gestructureerdheid van het huidige leven (en in zijn gerichtheid tot controle) een leven te leiden overeenkomstig met de energetische kwaliteit van leven, is de echtheid van de enkeling het enige antwoord op de vraag: hoe moet ik leven? Wie fauna en flora bekijkt, merkt op dat het een hoge uitzondering vormt wanneer één soort zich ongebreideld kan vermenigvuldigen. Het is het zelfsturend mechanisme van eigenheid dat dat voorkomt. Eigenheid kan niet tot manipulatie komen. Daarvoor is het té eigen!! Zodra een dier begiftigd wordt met teveel bewustzijn, verlaat hij ongemerkt dit zelfregulerende pad. Het begint dan vooral wat buiten hem ligt te reguleren. De tocht wordt dan een ware strijd om controle.
Terug
Ont-dekken
Met het ont-dekken van uw persoonlijkheid wordt bedoeld dat wat u denkt te zijn (te kunnen ondernemen of te bekomen), niet langer uw werkelijke natuurlijke staat zal toe-dekken. Het masker (uw voorgehouden persoonlijkheid) wordt hierbij afgeworpen waarbij voor het eerst de werkelijke omgeving u daadwerkelijk kan toekomen en beroeren. Dit is geen spectaculaire gebeurtenis maar gewoon de natuurlijke staat van zijn. Het gevolg is slechts één ding: u valt vanzelf terug in uw eigen biologische ordening. Dat vraagt geen enkele inspanning. Het gebeurt gewoon, buiten uw weten om. Het is zoals een inzicht dat plots verschijnt. Noch van het tijdstip, noch de plaats en intensiteit werd u op voorhand op de hoogte gebracht. s'Morgens staat u op en het maakt deel van u uit. Bijgevolg wordt het deelnemende lichaam als vanzelf weer uiterst sensitief binnen zijn ± 80-jarige deelname. Voor het eerst is er van actieve deelname spraken. En waar dat uiteindelijk zou kunnen toe leiden, maakt niets uit. De dirigent is weggelopen want het toneelstuk is ten einde gekomen. U moet niemand meer behagen en alle aandacht kan weer gewoon naar uzelf.
Natuurlijkheid is ongerept en ongericht. De mens daarentegen die wel wil richten en de dingen in de hand wil houden, ziet zichzelf onmiddellijk weer terug geplaatst in een wereld van verdriet, ongenoegen, spanning, en gelijk welke vorm van psychische kwelling.
U hoeft dit alles niet zomaar te geloven. Want als u dit wel zou doen, wordt mijn en uw werk van 'ont-dekker' wéér eens een stukje extra bemoeilijkt. Penetreer liever uw eigen geest, uw eigen gekendheid met een niet aflatende nieuwsgierigheid, opdat het tot een totaal nieuw leven zou leiden. De natuur laat niets anders toe. Het haalt zijn gratie vanuit het steeds omverwerpen van relatieve stabiliteit en geveinsde zekerheden. De pijn en het leed die we als mens ervaren komt enkel voort vanuit de betrachting aan die ongerichtheid en veranderlijkheid van de natuur te ontlopen.
Laten we de proef eens op de som nemen. Wat wort er binnen uw denken teweeggebracht nu u deze zin leest? Misschien niets. U neemt dan gewoon de zin waar en verder blijft elke storende gedachte weg. En het leven vervolgt gewoon zijn gang. Maar velen zullen zich al wat geërgerd hebben aan de dt-fout in het woord 'wort'. Terwijl die fout niets aan de eerlijkheid en duidelijkheid van dat specifieke moment afdeed, kwam er toch een zekere emotie op. Dat kon enkel maar ontstaan omdat er bestendigheid ligt in de afspraak van schijfwijze. Het opgekomen ongenoegen kon enkel maar ontstaan vanuit het belang dat aan die bestendigheid (afspraak en toepassen van regels) wordt gelegd. Aan die bestendigheid hecht u grote waarde, want daardoor krijgt uw persoonlijkheid zelf ook bestendigheid en waarde. Dat is het verbond dat gesloten werd. Wie zich daarbij de moeite getroost de eigen emoties eens nader te onderzoeken zal telkens op één of ander verbond stuittten. Dat kan financiëel, opvoedkundig, relationeel, beroepsmatig,... betekend zijn. Het heeft bovendien geen enkele zin om de regels alsnog te veranderen (of zoals de politiekers doen: nieuwe wetten te maken). Ze brengen alleen maar meer nieuwe hoop voort, bovenop de oude. Daarbij wordt enkel het ene masker bovenop het andere geplaatst of er wordt aan het bestaande masker een andere kleur gegeven. Het 'belang-hechten-aan' dient daarentegen geheel op te branden.
Bij dit alles heeft het weinig zin u uitsluitend met mooie woorden of spitsvondige uitspaken te overdonderen. Ik zou alleen maar meer verlangen creëren door een nieuwe ontsnappingsweg aan te reiken. En wat de therapeutische markt daarbij aanbiedt, is van uiterst bedenkelijk allooi. Dat weet u ondertussen zelf. Ik bied u geen enkel handvat aan van één of andere therapievorm. Deze wereld is stilaan in een uitzichtloze situatie aan het belanden vanwege al dat opgedrongen geloof waarbij men u voorhoudt tot een nieuwe persoonlijkheid te moeten komen. Of nog erger: tot een hoger bewustzijn of iets dergelijks. Aan al die pogingen loopt de natuurlijkheid van het leven gewoon voorbij. En de verlangende in u voelt dat keer op keer, telkens wanneer men zich weer liet verleiden aan iets te hechten. Het verlangen sleurt u na een kort moment van genot en hoopgevende emotionaliteit steeds weer door het slijk van pijn en verdriet. Al uw energie gaat dan op aan het proberen die modderpoel van zorgen en spanningen te ontlopen.
Het is alsof u aan de bushalte staat en zo snel mogelijk ergens naar toe wilt. U ziet de bus naderen en het vervult u van blijdschap. Maar de bus rijdt u gewoon voorbij. Verontwaardigd kijkt u uit naar de volgende bus. Maar u hebt niet door dat deze (levens)bussen niet zullen stoppen, welke ook uw politieke kleur is of welke gezonde voedingsstoffen u ook tot u neemt. Het is geen fout binnen de mechaniek van die levensbussen - het is gewoon de aard van de continuïteit van het leven zelf. Hoe groot uw verwachting en hoop daar aan de bushalte ook zijn, er is geen enkele bestemming waar u naartoe gebracht zult worden. Het leven raast aan u voorbij, terwijl kommer en kwel het enige is waar u met bezig bent. Terwijl het leven volop in beweging is , staat u ter plaatse te trappelen. Een nogal zielige bedoening, niet? De stroom van het leven voelen is met die onbestemdheid van de stroom meegaan. En dat vraagt enkel maar een flexibele en krachtige geest die zich niet laat intimideren door een opdringerig bewustzijn.
Terug
* * *
De duistere kant van kwaadheid.
Kwaadheid is onlosmakend verbonden met onmacht. Situaties die boven het eigen beeld uitstijgen en die zich niet lijken te koppelen aan onze wil en verwachting, brengen altijd een zekere onrust binnenin. Deze situaties wijzen dit ik-gevoel op zijn eigen onmacht. En dat wordt niet zomaar aanvaard. Dit verzet tegen deze ongerichtheid wordt door mensen aangeduid als kwaadheid en brengt veel leed teweeg - zowel bij anderen als bij zichzelf.
Reeds als kind proberen we die onmacht te ontlopen en ze buiten onszelf te plaatsen. Het loopt tegen de stoel aan en zegt: 'stomme stoel' en geeft er een flinke stamp tegen. Iedereen heeft dit als kind op zulk een wijze beleefd. Duik maar eens in je persoonlijk archief - voorbeelden legio.
Later, als volwassenen, zijn we nog steeds heel bedrijvig bezig om al onze beleefde onmacht een zekere zin te geven buiten ons. Stoelen zijn dan niet meer de schuldigen, maar wel de hond, de partner, de politieker, de baas op het werk, het eigen kind,...- en afhankelijk van de sociale positie waarin men terecht kwam kunnen ook hele naties of culturen de schuld krijgen. De schop tegen de stoel worden dan kogels en bommen. Ook binnen een simpele discussie kunnen woorden als middel aangewend worden om de de beleefde onmacht in de schoenen van de ander te leggen. De andere krijgt schuld. Je geeft hem/haar de schuld.
Maar als je eens grondig en met voldoende lef en moed op dit 'schuld-geven' ingaat, dan kom je altijd tot het punt dat die schuld een lege doos is. Je kan niet precies omvatten wat de inhoud van die schuld is. Je zou de oerknal de 'uiteindelijke' schuld moeten geven.
Met andere woorden: kwaadheid kan je niet van je afschudden door de schuld bij anderen te leggen. Wat niet te omschrijven is, kan je ook niet plaatsen - laat staan weggeven. Kwaadheid en onschuld kan je met geen mogelijkheid buiten jezelf plaatsen. Dat blijkt een onmogelijkheid die we tekens beleven zodra we dat idee toch hanteren. Uiteindelijk zal onderkend moeten worden dat onze beleefde kwaadheid onlosmakend verbonden is met onwetendheid. Die onwetendheid bestaat erin dat je je eigen macht, je eigen wil als waarachtig en als een vermogen (een eigendom) beschouwt- standvastig in de tijd. Maar hoe je je pijlen van kwaadheid ook richt, op anderen, op één of ander voorwerp of op jezelf - deze pijlen raken noch schip noch wal en dwalen rond totdat ze zich tegen jezelf richten. Uiteindelijk ben je al je pijlen kwijt zonder enig blijvend resultaat en wordt het gevoel van onmacht alleen maar groter. De pijlen hebben dan toch een bestemming gevonden: de ik-zekerheid.
En net zolang er ikjes overblijven die er vanuit gaan dat er wel degelijk iets moet getroffen worden buiten hunzelf, zolang zal kwaadheid, angst, woede en lijden deel uitmaken van deze wereld. De wereld met al zijn materie en structuren moet niet begrepen worden. Het Zelf moet begrepen worden. Jezelf kennen in al zijn wezenlijkheid is de wereld kennen.
Een goed leven bereik je niet vanuit één of andere techniek (of die zich nu wetenschappelijk of politiek noemt maakt daarbij niet uit) maar vanuit inzicht in het Zelf. Deze boodschap is alles behalve nieuw en deed reeds duizenden jaren geleden de ronde: Ken Jezelf.
terug
* * *
Maandag 19/03, 17u56.
Ik voel al enige ogenblikken de aandrang om nog wat neer te typen en op de site te plaatsen. En zoals de eerste zin het al aangeeft: er zou een 'ik' zijn die dat aanvoelt. Op deze manier lijkt het erop dat er eerst een 'ik' is en daarna het gevoel om te willen typen. Bovendien lijkt het erop dat er ook een ikje is dat deze bevraging of filosofische overweging opstart.
Ok. Het lijkt allemaal echt zo te zijn. Maar hoe weet dit ikje wat er komen gaat? Weet dit ikje welke woorden het gaat typen? Is er enige voorkennis betreffende de filosofische bevraging omtrent deze 'ikjes'?
Ik (?) zet een val op. "Meneer Luc Teuwen", zo spreek ik mezelf aan, "vertel me eens wat er binnen 3 minuten op het scherm zal neergeschreven worden!". En even, heel even is het totale leegte. Heel even is er dat Niets... totale stilte. Maar dan, plots uit dit Niets dagen allerhande mogelijkheden op. Waar komen die in godsnaam vandaan?, vraag ik mezelf af. Eerst kende ik ze totaal niet en nu is er een idee over wat er misschien zou kunnen komen. (Ondertussen zijn de 3 minuten al lang verstreken en blijkt het totaal iets anders te zijn dan wat ik voorspeld had.)
Wat een mysterie, niet? Als ik met de grootst mogelijke inspanning nog niet eens kan bepalen wat er binnen enkele minuten (zelfs seconden) in me opkomt, wie of wat pretendeer ik dan te zijn? Blijkbaar ben ik dát wat niet weet wat er gaat gedacht worden, maar het daarentegen toch waarneemt indien er zich iets aandient.
Op dit paradoxaal gegeven heb ik vroeger lange tijd zitten kauwen. Ik wilde er kost wat kost een uitleg voor vinden. Ik wilde het kunnen begrijpen. Waarom? Omdat dit organisme niet van mysteries houdt? Omdat ik niet kan verdragen dat ik een speelbal ben van het lot, en dus niets zou kunnen doen aan de mindere ogenblikken binnen mijn bestaan? Tal van antwoorden zouden hier kunnen opgeplakt worden.
Maar laten we ons niet opzadelen met teveel vragen. Ze zouden er enkel maar voor zorgen dat die eerste paradox niet verder onderzocht wordt. Hou het bij die ene vraag (vette tekst). En kijk wie er zich in het nauw gedreven voelt. En ga dan maar eens leuk stoeien met de vraag: waarom voelen de ikjes zich in het nauw gedreven?
Neem het serieus op. Het antwoord op al je lijden ligt op de bodem van zulk een vraag.
* * *
terug
Geen uitzicht zonder inzicht.
Stel: je hebt een rekenkundig probleem op te lossen waar heel veel van je toekomstig geluk van afhangt, maar je hebt geen inzicht in de wijze waarop de berekeningen zich horen te voltrekken. Neem als simpel voorbeeld de rekensom 5 + 5 x 10 = … . Als er hierbij geen inzicht ontstaat dat vooreerst de optelling hoort uitgevoerd te worden (dus 5 + 5) en dan pas de vermenigvuldiging (10 x 10) dan bekom je een heel andere uitkomst. De uitvoering van de juiste bewerkingen resulteert in 100. Wie eerst de vermenigvuldiging maakt komt op 55 uit. Een heel verschil dus.
Stel verder eens even voor dat dit rekensommetje betrekking heeft op het aantal verdiepen van een appartementsgebouw dat je op een bestaande fundering wil bouwen.
Wie als bouwheer geen inzicht heeft van hoe de vork in de steel zit, zal zijn eigen bouwwerk keer op keer zien instorten. Hoe je als bouwheer je verdiepen ook uitbouwt, de fundering houdt het niet en telkens opnieuw zal wat je er ook optrekt bouwvallig zijn en uiteindelijk instuiken. Bovendien krijgt je geen vat op het probleem, want het inzicht ontbreekt. En of je die appartementen nu ecologisch of met de recentste technologische materialen optrekt maakt daarbij niets uit. Je eigen onwetendheid botst met de werkelijkheid, met welk argument je die onwetendheid ook opsmukt.
Net zo gaat dat op indien je niet tot inzicht komt in het appartementsgebouw dat er werd opgetrokken onder de naam ‘ik' t.o.v. de fundering zijnde de werkelijkheid. Ontzettend veel mensen komen steeds tot de vaststelling dat hun persoonlijk optrekje vol met barsten en scheuren komt te zitten. Emotionele schommelingen zoals angst, woede, verdriet, machteloosheid en jaloezie zijn daar de duidelijkste aanwijzing toe. Allerhande, aan de psyche gerelateerde – cursussen, opleidingen en geloofsovertuigingen, moeten het persoonlijk bouwwerk telkens opnieuw opkalefateren. Een eindeloos verhaal voor hen die zich niet verdiepen in het inzicht in wie ze werkelijk zijn.
Het zich onvoorwaardelijk verdiepen in die ene vraag: ‘wie ben ik', brengt je na verloop van tijd terug op de begane grond. En dan wordt er gewoon gezien dat het gekoesterde optrekje nooit deugde. Je maakt niet langer deel uit van het onstabiele bouwsel. De knowhow van de architecten (je dierbare omgeving) wordt vanuit die gezonde twijfel ontrafeld. Het levensplan dat ze jou verkochten wordt doorzien en blijkt de beloftes nooit te kunnen hardmaken. Het betekent het einde van het persoonlijk fundamentalisme. Moeiteloos heeft de passie tot inzicht in je wezenlijke aard je gebracht bij het fundamentalisme van het Zijn. En die blijkt een bijzondere en onuitputtelijke schoonheid te bezitten. Emotionaliteit heeft de baan geruimd voor een alomtegenwoordige sensitiviteit. De greep op de eigen architect komt losser te zitten en er komt ruimte om gelijk wat in ontvangst te nemen.En de onmiddellijke wijsheid van het lichaam mag dat weer ten volle verkondigen. Obstakels zijn verdwenen. De rivier van het leven stroomt weer. De gekoesterde vrede bloeit weer ten volle.
* * *
terug
Vertrouwen in de Gids.
Het verbaast me telkens opnieuw hoe vluchtig men met bepaalde levenssituaties omspringt. Mensen die hier om een begeleiding vragen blijken meestal langzaam aan in hun situatie verzeild te zijn geraakt. Als er dan gevraagd wordt waarom hun organisme dat in godsnaam heeft toegestaan, worden de schouders opgehaald. Schouders die bovendien steeds meer last krijgen van spanning. Dit onderzoek blijkt nooit veel bijval gekend te hebben. Wordt er soms iets bedreigd?
Miljarden cellen werken ononderbroken samen binnen tal van lichamelijke structuren en netwerken. Met een enorme precisie en standvastigheid wordt het metabolisme gevrijwaard van levensbedreigende excessen. Op zich een groot wonder. Een mysterie van eerste orde.
En toch blijkt er bij steeds meer mensen dat het eigen organisme zich een toestand aanmeet die niet lekker aanvoelt. Hoe kan dat nu binnensluipen in een organisme dat reeds zo lang op een feilloze manier zichzelf in stand hield op een aangename manier. Waar ging het mis?
De medische wetenschap heeft het bij het zoeken naar een antwoord vooral gemunt op het biologisch lichaam. Een tekort of een teveel aan welbepaalde chemische stoffen zijn volgens hen de oorzaak van de malaise. ‘Blame the body', lijken ze te zeggen. En ze lijken nog gelijk te hebben ook want verandering van chemische samenstelling brengt verandering in de belevingswereld van de patiënt. Ook hier laat de eigenheid van het lichaam toe tot aanpassingen te komen. Slaapmiddelen blijken de geestesactiviteit te verminderen. Antidepressiva brengt afvlakking in de emotionele schommelingen, maagklachten worden verholpen met tabletjes. En ga zo maar door. Apothekers worden steeds maar grotere magazijnen van chemische preparaten.
Maar ook tal van nevenwerkingen laat deze, op overlevingsdrang gecoördineerde lichaamsenergie, toe. Waarom kunnen die opkomen?Als we nu al die biologische acties en reacties op een rijtje zetten dan blijkt het lichaam enkel maar een soort levende reageerbuis te zijn. Steek je er voedsel in, dan beginnen tal processen te lopen. Reik het een uitspraak aan en tal van gedachten rispen op. Wonden genezen zonder dat je er voortdurend moet aan denken. En hoe meer het lichaam impulsen te verwerken krijgt, hoe meer deze processen een sterk elektromagnetisch veld teweegbrengen. En het is dat veld wat ervaren wordt als persoonlijkheid en het geeft je het gevoel van een welbepaalde plaats in te nemen op een welbepaalde tijd. Net zolang dit elektromagnetisch veld voldoende energie bezit.
Maar bij nader onderzoek blijkt je nergens een creator van die activiteiten te kunnen vinden. Vreemd! Wie leidt uiteindelijk dan deze biologische verschijning? Wat een fantastische vraag, niet?! Dit is nu zulk een vraag die, wanneer die ter harte wordt genomen en met voldoende moed en oprechtheid tot op de bodem wordt onderzocht, leidt tot die gezochte innerlijke rust. Want wie dit onderzoek verricht komt onvermijdelijk uit bij het inzicht dat er nooit iemand is geweest die deze verschijningsvorm stuurt. Maar laat me er maar direct aan toevoegen dat het een zeer bedreigend onderzoek is. Want hoe feitelijk de waarheid van het niet bestaan van een ‘ik'ook aangetoond wordt door de Gids/therapeut/Goeroe, we zijn verknocht aan onze identiteit.
Laat me hieraan nog een vraagje toevoegen, dat je op weg kan helpen eens een onderzoek op te starten omtrent jou overtuiging over een vrije wil te beschikken: “Indien je niet opgezet bent met je lichamelijke of psychische problemen, waarom laat je die dan toe? Waarom slaag je er bovendien niet in ze op te ruimen op een manier zoals je zelf zou willen?”
Zulke vragen richten de pijlen zondermeer op het eigen ‘ik'. En dat wordt door de meesten als hoogst vervelend aangevoeld. De gemakkelijkste oplossing die dan voor de hand ligt is deze pijlen van richting te veranderen, en op anderen richten. Dan wordt de partner, de maatschappij of gelijk welke omstandigheid geviseerd. De eigen persoonlijkheid blijft dan netjes buiten het gezichts-/onderzoeksveld.
Daarom stuwt een bekwame therapeut-mens het onderzoek steeds terug op de eigen persoon met al zijn aannames en overtuigingen. En ook al wordt deze werkwijze zelden in dank aangenomen, de oprechte Gids kent de weg en wijkt hier niet van af. Hij heeft dezelfde weg ooit afgelegd en kent de obstakels en de opstandigheid die ermee gepaard gaan. Hij leidt de zoeker onvoorwaardelijk naar vrijheid, opborrelend vanuit het verkregen inzicht is de werkelijkheid.
* * *
terug
Wonderlijke aandachtigheid.
Er zit een heel bijzonder verschil tussen ver-wondering en be-wondering. Bij het eerste blijf je aanschouwer van het wonder; bij het tweede plaats je het op een voetstuk. Het eerste is oordeelloos, het tweede brengt onderscheid en dus verdeeldheid.
Wie die opengesperde blauwe ogen van baby's aanschouwt staat oog in oog te staan met aandachtigheid. Het is aanwezigheid zonder ver-wacht-ing. Dit jonge kind wacht inderdaad nergens op. Het staat open voor alles. Het pluisje op het deken interesseert het evenveel dan het technisch vernuftig uitgedokterde speeltje. Dit kind is één en al verwondering. Het gaat totaal op in het wonder van tegenwoordigheid. De identiteit van iemand die naar iets kijkt en het interpreteert is er nog niet. Er is nog geen gevecht gaande tussen ik-verlangens en werkelijkheid. Er is alleen maar die Zijns-heid, trillend van levendigheid en kwetsbaarheid.
Als volwassenen, met al onze interpretaties van de werkelijkheid, staan we er amper bij stil, maar de meest ongelofelijke biologische processen spelen zich juist af in dit eerste levensstadium van ego-loosheid. Vanuit niets doemen de eerste woordjes op en worden de eerste stapjes gezet. Dat zou ons moeten verwonderen. Dat zou ons de spiegel moeten voorhouden van onze oerstaat: ontplooiing vanuit niet-kennendheid.
Maar er is ons een andere spiegel voorgehouden, nietwaar. Kennis van goed en kwaad werd al snel de leidraad binnen ons leven. Wat dan doorging voor het goede werd beloond - want bracht genot - en het slechte werd afgedaan als ongezond, gevaarlijk, ziekelijk of belachelijk. Het ene werd bewonderd en het andere verguist en diende vermeden te worden. Deze vervormende spiegel wordt generatie na generatie doorgegeven. De pijn van de ene generatie wordt getemperd ten koste van de vrije ontplooiing van de volgende generatie. Maar hoe je dit gegeven ook interpreteert, het blijft evenzeer een biologische en natuurlijke beweging van het leven zelf. Als Gods wegen ondoorgrondelijk zijn, wel dan is dit zo'n weg. Een weg die we als mens willens nillens te gaan hebben. We kunnen die weg verfoeien, maar daardoor geven we alleen maar blijk van het bestaan en begaan van deze weg. Het is geen weg om te bewonderen, noch één om verguizen. De weg ‘is' en wordt vanuit jou bestaan bewandeld. Hij kent geen enkele gerichtheid en van zijn bestemming weet niemand iets af. Dat kan hoogstens de verwondering opwekken. Bovendien brengt dat ons tegelijkertijd ook tot het hoogste punt: liefde. Liefde voor de Open Wandeling, aanschouwd met Open Ogen.
* * *
terug
De ketens van het denken.
Het alomtegenwoordige denkproces omvat een heel bijzonder gegeven. Het is uitsluitend gericht op standvastigheid, op consolideren en structureren. Dat zie je overal om je heen gebeuren en komt tot uiting in elke periode van de geschiedenis. Elke groeiende cultuur bracht steeds geraffineerdere structuren en technologische snufjes voort. Kijk naar onze bouwwerken, naar de medische toestellen, naar de communicatietechnologie en vervoersystemen. De beweging tot verbetering en opbouw van standvastigheid kwam overal tot uiting en blijft tot op de dag van vandaag de drive van dit wezen. Elke gedachte is gericht op stabiliteit. Dat kan op gebied van materie of technologie zijn maar ook op het vlak van geluk en emotionaliteit. We hebben er alles voor over om een stabiele onsterfelijkheid te bemachtigen. Alles is gericht op blijvend genotgevoel.
Maar waarom ontstaat er binnen de steeds veranderlijke natuur, waar vergankelijkheid even evident is als geboorte, een mechanisme (ons denkproces) dat zich richt op stabiliteit? Is dat geen tegenspraak binnen de natuurlijke/biologische werkelijkheid? Om dit te kunnen begrijpen moet allereerst het verband gezien worden met het geheugen. Denkprocessen kunnen enkel opkomen indien er geheugen aanwezig is. Gelijk welk denkproces heeft die tijdelijke standvastige bouwstenen van het geheugen nodig. Niemand kan iets zinnigs over vrede zeggen indien hij geen enkele kennis heeft betreffende conflictsituaties en vredigheid. Wat hier op dit scherm verschijnt kan enkel maar begrepen worden indien er bepaalde woord- en zinconcepten opgeslagen liggen in je brein. Noch een dier, noch een baby haalt hier informatie uit, terwijl ze beiden biologisch perfect functioneren. Maar kennis, zijnde de activering van het geheugen, kan enkel maar bestaan uit bouwstenen die met het verleden te maken hebben. Dat is immers de hele inhoud en betekenis van een geheugen. Het slaat altijd op ‘gisteren' – het slaat ‘gisteren' op. Het bezit absoluut niets wat nog niet gekend is of ervaren werd. Het geheugen met zijn daaraan verbonden denkactiviteit ontrekt zich hierdoor aan de werkelijkheid van het ogenblikkelijke moment. Dit ogenblikkelijke moment bezit ten allen tijde een welbepaalde onstandvastigheid en ongerichtheid – wat herkend wordt vanuit de vergankelijkheid der dingen. Dit in tegenstelling dus tot de inhoud van het denkproces dat steunt op stabiele gegevens. Er zit dus een spanningsveld tussen die twee, zijnde het stabiele beeld omtrent het oude en de veranderlijke ervaring van het nu. Dit spanningsveld ervaren we als mens als verlangen, als hoop of als verwachting. Er komen dan doelstellingen tot stand, nauwkeurig samengesteld met de bouwstenen die het geheugen omvat. Zodra deze doelstellingen gehaald worden, treedt er ontspanning op en komen we als vanzelf terug in die vredige, onvoorwaardelijke ruimte van Zijn. Deze beweging van spanning naar ontspanning gaat dikwijls gepaard met een emotioneel gevoel. Deze emotie is niets minder dan de denkspanning die zich ontlaadt. Het beeld moet niet langer opgehouden worden want de werkelijkheid heeft het ‘ingewilligd'. Het komt tot uiting. Het is eruit en bezet geen enkele innerlijke ruimte meer. Dit kunnen krachtige emotionele belevingen zijn zoals we die bijvoorbeeld zien bij sportmensen die scoren, bij de geboorte van een baby of bij het kijken naar filmbeelden. Maar ook in omgekeerde richting kan een verwachting die terug in beweging wordt gezet sterke emotionaliteit teweeg brengen. Kwaadheid, agressie en verdriet zijn daar bijvoorbeeld een uiting van. Maar ook deze ‘inwilliging' binnen de nu-beleving wordt telkens genadeloos opgeslagen in het geheugen - wat op zijn beurt weer een verwachting tot stand brengt om alleen maar de leuke emoties te hebben. En zoals iedereen wel weet gaat dit plaatje binnen het feitelijke leven zo niet op. De dingen om ons heen zijn er vanuit de dualiteit. Die tweepoligheid van het leven is een noodzakelijkheid wil het tot stand kunnen komen. Waar de ene pool zich manifesteert, is de andere - nog niet gemanifesteerde pool - niet herkenbaar, maar wel potentieel aanwezig. Het eenduidig denken brengt dus onherroepelijk de illusie tot stand dat er je kunt kiezen voor één pool. Maar dat zou letterlijk het einde van het leven betekenen.
Ons denken wordt op zijn beurt constant geconfronteerd met die dualiteit. Onherroepelijk! Het denkvermogen zelf bestaat immers dankzij die dualiteit. Zoals alles trouwens wat gekend wordt. Het is daarom ten allen tijde een vergeefse poging (een illusie) te hopen dat je één kant van de pool kunt wegmoffelen. Vanuit deze betrachting ontstaan bijgevolg wat we kennen als psychisch/emotioneel lijden.
Wie tot inzicht komt in dit noodzakelijk levensspel heeft het grote voordeel dat hij die illusies niet langer voor echt aanziet. Men ziet dan de illusie als illusie en leeft er mee. Dan wordt het leven veel minder zwaar om te dragen. Het wordt lichter als het licht op de denkillusie schijnt.
* * *
terug
Leef!
Vervreemden van je ware Zelf leidt niet tot opstandigheid zoals men meestal denkt, maar wel tot passiviteit. Opstandigheid is immers een teken dat er duidelijk nog ervaren wordt dat er iets mis is. En die ervaring kan maar tot stand komen indien er nog voldoende connecties zijn met de eigen aard. Van vervreemding is hier dus geen spraken. Passiviteit is een heel ander paar mouwen. Dat is niet persé hetzelfde als nietsdoenerei. Hij/zij die zich van s'morgens tot s'avonds uitslooft kan volledig in de ban zijn van passiviteit. In zulke gevallen ontbreekt de alertheid om te beseffen dat men de eigen biologische existentie voortijdig aan het opbranden is. Men raast voort, verliest totaal de kijk op het geheel en plaats zichzelf op die eenzame plek in het middelpunt. Dan kom je als vanzelfsprekend alleen te staan. Je doet dan nog wel van alles, maar het kent geen enkel verband meer met het geheel waarbinnen geleefd wordt. Ten overstaan van die totaliteit ben je een eenzaat en je handelingen zijn krachteloos. Dat vormt die passiviteit waarop ik doel. Veel van die uitsloverij en veeldoenerei komt tot stand vanuit de veilige positie van slaaf-spelen. Het is immers veel gemakkelijker en vraagt minder verantwoordelijkheid om zich in de situatie van maatschappelijke slaaf te wentelen dan om de kritische nek uit te steken. Verantwoordelijkheid opnemen voor de eigen existentie vraagt immers heel wat moed en is bovendien gevaarlijk voor het eigen aanzien.
Velen veronderstellen dan ook dat depressievelingen en mensen die te kampen hebben met burn-out of CVS passief zijn. Ze zijn niet meer actief en laten het hoofd soms letterlijk hangen. Dat is het beeld dat deze groep opgespeld krijgt. Maar niets is minder waar. Lichamelijk kan het lichaam dan wel uitgeteld zijn, innerlijk laait het vuur nog hoog op. Maar die opstandigheid toont zich niet naar de buitenwereld toe omdat het lichaam al zijn energie reeds ingezet en opgebruikt heeft. Men is uitgeblust, heeft niet de juiste woorden gekend, niet de juiste wegen bewandeld, niet de juiste connecties gehad en is uiteindelijk verdwaald geraakt in het netwerk die onze dominante cultuur voorhoudt.
Terwijl heel onze maatschappij zich richt op veiligheid en zekerheid vraagt het inderdaad veel moed om gevaarlijk – zijnde opstandig - te leven. Dat wil zeggen: leven op het scherp van de snee - niet wetende waar men uitkomt. Dat wil zeggen: zich kritisch opstellen en de verantwoordelijkheid totaal bij zichzelf leggen. Maar wie is daartoe bereid? Binnen onze kapitalistische wedloop kan je immers ook verantwoordelijkheid afkopen. Dat valt veel minder op en is minder bedreigend. Ondertussen staan een gigantisch aantal specialisten klaar om tegen betaling oplossingen aan te bieden. Die vindt je rijkelijk zowel binnen de wellnessmarkt als binnen de geneeskunde in het algemeen.
Dit maatschappelijke fel bevochten veld opgaan betekent dat je zult moeten gaan ontmijnen. Wil het hele levensveld terug beschikbaar én 'aanvoeld' worden, dan zal er meer nodig zijn dan zich enkel op de netjes afgebakende wegen begeven. Mocht dit soort veiligheid tot geluk leiden dan zou onze cultuur al ruimschoots tot het engelendom behoren. Niets is minder waar.
Elk moment gaan dood en leven gezamenlijk op pad. Ze zijn onafscheidelijk want hebben elkaar nodig; zijn van elkaar afhankelijk en scheppen elkaar. Deze wonderbaarlijke en mysterieuze levenstrilling beleven vraagt moed om de dualiteit (leven – dood) recht in de ogen te kijken. Dan moet je bereid zijn elke zekerheid op elk moment af te geven. Het leven tolereert deze mens zonder enige voorwaarde. Het wordt tijd dat de mens het leven tolereert en er niet langer met een wijde bocht omheen loopt.
* * *
terug
Als het kind spreekt, luister dan.
Iedere mens die op deze aarde rondloopt, kent de ervaring van een innerlijk gevoel dat waarheid weet te scheiden van onwaarheid. Het zijn die dingen die diep vanuit je buik beleefd worden en via een zeker gevoel tot uiting komen. Het is een weten buiten elke intellectuele kennis om. Het is een direct inzicht zonder enige notie van de bron zelf waaruit dit ‘weten' ontspringt. Ben je spreekvaardig, dan zal dat gevoel verder tot uiting worden gebracht via taal. Ben je eerder een introvert type, dan zal het veeleer via woordloos handelen zijn uitweg zoeken. Maar hoe dan ook, ergens spreekt je innerlijke stem, je ongeschonden kind-zijn. Dikwijls staat dat gevoel zelfs lijnrecht t.o.v. elke schoolse of wetenschappelijke kennis. Het is geen waarheid van iemand specifiek. Neen, het is waarheid die totaal op zichzelf staat. Het eigen lichaam trilt dan van passie en diepe vreugde. Het is een gevoel van onvoorwaardelijke liefde voor leven op zich. Iets vibreert met de energie die in het leven zelf schuilt, ongeacht welke interpretaties en moralistische codes er vanuit het verstand opgeplakt werden.
Maar hoe snel werden we er niet op gewezen de ratio boven dit innerlijke natuurlijke weten te plaatsen. Niets was nog langer jouw tempo maar veeleer het tempo van de pedagogische, moraliserende, kapitalistisch geknede geest. De verantwoording aan jezelf werd afgenomen en je moest je richten naar hún wetten; wetten en veronderstellingen die ‘zij' voor jou hadden uitgemaakt. Zij wisten, jij wist niets en je kon maar beter goed opletten en volgzaam luisteren wilde je, wat zij hun liefde noemen, niet verliezen.
En pas wanneer er meer ruimte kwam tussen jou en die moraalridders kwam er enig gevoel bovendrijven van een diep gemis. Die oerstem van je wezenlijke Zijn – je innerlijke kind – werd weer gehoord en vroeg om erkenning. Enkel om erkenning. Die pure staat van natuurlijke biologische aanwezigheid werd ondanks alle verdrukking nooit gesmoord. De vlam van het leven is immers steeds daar wanneer jij er bent. Je eigen manifesterende leven getuigt daarvan.
Het leven kent maar één leidraad. En dat is precies dit innerlijke eerlijke ‘kind-gevoel'. Het is geen draad die ergens naartoe loopt. Het is de draad van het leven zelf. Die draad is leven. Die draad verlaten, hem doorknippen staat gelijk met uit het leven stappen. En ook al is dit vroeg of laat het onvermijdelijke feit van ons biologische bestaan, voor dit innerlijke kind vormt dat geen enkel probleem. Want diep in dat buikgevoel heerst geen enkele angst. Angst is iets vanuit het hoofd, het intellect. Daar heerst de wereld van vergelijken, afmeten, verwachtingen en dies meer. Daar heerst woede, wrok en wedijver. Daar wordt alles beslist in functie van onderscheid en aangebrachte categorieën. Het is het slachtveld waar de meeste mensen vertoeven omdat ze de draad binnenin dit leven uit het oog zijn verloren. Niet dat ze dit bewust hebben gedaan. Absoluut niet. Het oorspronkelijke kind-weten werd enkel bedolven onder een hoofd-weten. Kennis en zijn wetenschappelijke dogma's werd verheven boven alles. De vergankelijkheid der dingen werd hoe langer hoe ondragelijker binnen de wereld van het lineaire denken. Het Descartiaanse bolwerk staat tot op de dag van vandaag nog stevig op zijn grondvesten.
Ik kan de lezer alleen maar aanraden om het onderzoek naar je eigen stem, je eigen biologisch energetisch weten aan te vangen en onverwijld op stap te gaan. En laat je gerust de weg wijzen door hen die je innerlijke gevoel bevestigen en het stimuleren. Ontplooit het (innerlijke) kind zich niet vooral vanuit ‘samen-spelen'?
* * *
terug
Aandachtig overleven.
Waarom vind ik aandachtigheid zo belangrijk? En wat houdt dat dan in? Laten we daar eens langzaam op in gaan want het is de moeite waard.
Zodra het verschil gekend wordt tussen aandachtigheid en concentratie wordt het een en ander onmiddellijk duidelijk. Hoewel deze beide woorden op een totaal andere geestesgesteldheid duiden worden ze vaak door elkaar gebruikt. In wezen zijn ze elkaars tegengestelden. Ze sluiten elkaar uit. Waar concentratie heerst, is geen aandachtigheid. En omgekeerd. Dit vraagt om een verklaring.
Wanneer bijvoorbeeld een leraar het kind vraagt om zich te concentreren op zijn oefening, dan zit daar telkens een – al dan niet – verborgen agenda achter. Tezamen met de belofte dat die concentratie ergens toe leidt (het vinden van de oplossing, een mooier schrift, een goedkeurende blik,…) wordt het concentreren in minder of meerder mate gedreven vanuit angst. In dit geval met de leerling is de verborgen kant van de boodschap immers: “Indien je je niet concentreert zal het je niet lukken/zal je ‘er' niet komen”. De activiteit wordt gedreven vanuit een zekere dwang.
Vele wetenschappers concentreren zich op hun werk, niet zozeer vanuit een passie, maar vanuit de hoge verdiensten en bijbehorende premies die daaraan gekoppeld zijn. Ook naam en faam zijn belangrijk om de geldkraan open te houden. Vanuit deze druk worden er niet zelden vele overuren geklopt en krijgen een heel deel van de dagdagelijkse aspecten (gezin, hobby's, vakantie) van een sociaal leven geen plaats. Men is zo gefocust op een duidelijk en waarneembaar resultaat dat de blik zich verengt en alle energie zich bundelt en gericht wordt op het specifieke item. Bij tal van andere beroepsbezigheden geldt dit trouwens.
Wie deze eigenschappen van concentratie op een rijtje zet (gerichtheid, specialisatie, angst, verwachting, beloning, verloning, eenzijdigheid) dan voelt al snel aan dat in onze huidige maatschappij concentratie weelderig moet tieren. Daar zijn immers dramatisch veel voorbeelden van te vinden. Concentratie brengt immers energetisch een sterk onevenwicht teweeg binnen het lichaam. De aanwezige dualiteit (- en +) wordt sterk opgevoerd. Dat maakt dat delen van het lichaam over minder energie beschikken om het biologische functioneren te handhaven. Vermoeidheid en fysieke klachten zijn daar het gevolg van. Het lichaam wordt immers bij wijze van spreken uit zijn gewone doen gehaald. Wordt de natuurlijke innerlijke balans langdurig genegeerd, dan kan het tot chronische aandoeningen leiden. In feite zijn al onze welvaartsziekten een gevolg van een energetische onbalans, veroorzaakt door een eenzijdige gerichtheid vanuit het denken.
Aandachtigheid daarentegen richt zich naar niets. Het is een staat die een openheid kent voor alles wat zich aandient. Het betekent ontvankelijkheid voor wat Is. Concentratie laat zich sturen vanuit gedachten en geconditioneerde gedachtepatronen. Het denken is daar bijzonder dominant aanwezig, waarbij het ganse zenuwstelsel zwaar belast wordt. Aandachtigheid daarentegen is daar waar gedachten zich juist niet zo dominant manifesteren. Binnen die openheid bloeit interesse op. Er is passie, aanwezigheid en openheid voor het zich manifesterende. Het energetische spel tussen fauna en flora, zijnde de werkelijkheid, kan zich ongestoord voltrekken. Dat is heel anders dan bij concentratie waar men zich van de hele werkelijkheid afsluit om zich op één ding te richten. Dit brengt wel een specifieke welvaart en technologie voort, maar brengt ook een breuk teweeg met de omgeving.
Stel een klasje voor waar de leerkracht een biologieles geeft over de vlieg. Hij heeft tekeningen en dia's bij. Hij tekent alles zorgvuldig op het bord en ondertussen deelt een leerling een bundeltje uit over dit onderwerp. Maar een van de leerlingen is ‘afgeleid'. Op zijn bank loopt al heel de tijd een vlieg over en weer. Heel zijn aandacht wordt getrokken naar die vlieg. Hij is benomen met wat zich daar wezenlijk afspeelt. De vlieg wordt in al zijn facetten opgenomen. Maar dan roept plots de leraar: “Gert! Let eens op, jongen. Hier is de les. Concentreer je even op datgene waarover we het hier vertellen”.
Zie je het immense verschil tussen concentratie en aandachtigheid! Het een is gericht op kennis vergaren en inprenten opdat je het later kunt reproduceren. Het andere betekent aanwezig zijn voor wat er zich vanuit de werkelijkheid toont. Op de keper beschouwt hebben we het hier over een verschil tussen vrede en conflict; tussen overgave en weerstand; tussen relatie en afgescheidenheid. Gert stond totaal in relatie met een vlieg. Maar vanuit de onwetendheid van de leerkracht moest Gert contact maken met papier, bord, lijnen, tekeningen en de wensen van de leraar. Aandachtigheid wordt opgeofferd voor concentratie en denken.
Denk nu niet dat dit voorbeeld zo onschuldig is. Het vormt de bron voor maatschappelijke ongevoeligheid. Het duwt hele culturen in een onderlinge oorlog. Zo het kleine, zo het grote. Hoe ongeloofwaardig het op dit moment ook is, ons vermogen tot denken, inprenten, onthouden, en voorspellen tast ons biologische bestaan aan. De vermaterialisering, met al zijn interessante technologische ontwikkelingen is op zich een natuurlijk proces in de evolutie binnen dit stukje kosmos. Maar het luidt onoverkomelijk ook de evolutie van verval (dematerialisering) in. Dit natuurlijk proces van verval trachten te ontlopen, duwt de geest in een proces van uitpluizen, bestuderen, concepten, ideologieën en toekomstbeelden. Allemaal vormen van concentratie. Dit natuurlijke proces van verval aanvaarden en ermee contact maken, duwt de geest daarentegen nergens in. Het laat openheid en ruimte. Ruimte tot wat? Tot alles wat zich ook maar aandient. Er worden geen voorwaarden gesteld. Het voorafgaande (denk)proces wordt niet als bepalend meegenomen in het nieuwe. Het Nu wordt daarbij niet aangetast of bezoedeld met wat was. Zulk een geest is dus ook niet benomen met wat zich morgen allemaal zou kunnen (moeten) afspelen.
Wat kan er verder over aandachtigheid gezegd worden? Eigenlijk niets. Elke beschrijving ervan is een gevolg van concentratie. Je vormt immers een concept, een beeld. En daarmee zou je dan trachten te vertellen wat aandachtigheid is, wat het zou kunnen doen enzovoort. Aandachtigheid kan niet gegrepen of begrepen worden. Het houdt immers Niets in. Het is eerder de beweging van loslaten. Het is als lucht waardoor de vogel kan vliegen. Maar de lucht zelf houdt de vogel niet gevangen. Er blijft van zijn vlucht niets over dan lucht. Net als voorheen.
Wie mij als existentieel gids wat kent, weet dat ik nergens op aanstuur. Geen medicatie, geen nieuwe ideeën, geen ander concept. Er is geen slecht om van weg te lopen en geen goed om naartoe te gaan. Er is steeds dit Aanwezige Zijn. Wat daarbij tot uiting komt maakt absoluut niets uit. Je kunt je dus totaal geven aan wat zich aandient. Of dat nu pijn, verdriet, vreugde of genot is maakt niets uit. Weet dat je net als Gert één bent met het moment. Trillend van nieuwsgierigheid, onschuldig tot in hart en nieren. Laat je niets wijsmaken. De leraar staat niet voor u. Hij zit in jou.
* * *
terug
Leven vanuit de buik.
Het moet ongetwijfeld een bijzondere gebeurtenis zijn voor een baby en haar moeder wanneer bij de geboorte de navelstreng wordt doorgeknipt. Plots staat dit levende ‘iets' op eigen benen. Vanaf dat ogenblik is het volledig afhankelijk van de eigen biologische existentie. Alles draait voortaan vanuit dit kind zijn intrinsieke wijsheid en kunnen. Dit gehele lichaam draait voortaan louter op en vanuit zichzelf. Het heeft alles meegekregen om zichzelf staande te houden. Het kan ademen, zijn bloed stroomt op eigen kracht rond, het opgenomen voedsel wordt eigenhandig verteerd en alle daarbij vrijgekomen stoffen komen met een ongelooflijke en mysterieuze precisie op een juiste plaats te liggen. Wat een wonderbaarlijk iets!! De totale verantwoordelijkheid ligt daarbij binnen dit kind zelf besloten. Nooit of te nimmer kan het terug in die veilige baarmoeder waar de verantwoordelijkheid nog bij de moeder lag.
Maar de hersenen van dit wezentje zijn daarentegen nog in volle ontwikkeling. Die structuren groeien verder aan een bijzonder snel tempo. Het is als een spons die alles opzuigt vanuit de omgeving. Het beschikt niet over de mogelijkheid te beslissen wat het opneemt en wat niet. Zo is dit ook met het onschuldige brein in ontwikkeling. Niets kan het uitsluiten vanuit een voorhanden zijnde ‘weten'. Psychologisch wordt het voorzien van informatie voornamelijk vanuit de buitenwereld. Dit onschuldige, in totale openheid verkerende brein, krijgt echter een hoop prikkels op te nemen die betrekking hebben op beter/slechter, goed/kwaad, slim/dom en jij t.o.v. zij. Deze gebeurtenissen vanuit dit contact met de omgeving kan het kind niet afwenden. Voortaan leeft het immers in relatie met al die anderen. Het heeft tijdens die groeifase nog geen enkel idee van goed of kwaad. Dát vormt juist zijn onschuld, niet? Daarmee kwam het aan de startlijn van het leven. Maar langzaam sluit het net zich en komt de onschuld ten val. Het neemt immers noodgedwongen deze moralistisch getinte beelden stelselmatig op. Het heeft tijdens die eerste levensfase daar geen enkele beslissingskracht in. Generatie na generatie kan dit doorgeefluik bediend worden. Van omgeving naar kind – kind groeit – kind wordt op zijn beurt omgeving voor ander kind. Enzovoort.
Langzaam aan vervreemd dus dit jonge bruisende wezen van zijn eigen vrijheid. Hoe langer hoe meer leeft dit kind naar het beeld van die anderen. Het was een noodgedwongen situatie want het was totaal afhankelijk van hun bijzijn en ondersteuning. Het hecht zich aan hún zienswijze, aan hún voorwaarden, aan hún wetten. Op dat ogenblik is het onmogelijk voor dit kind om te zien dat het overgrote deel van die informatie gestoeld is op emotionaliteit. Onder al die richtlijnen en sturing ligt het smeulende vuur van angst.
Maar laten we dit gegeven eens vanuit de andere richting bekijken. Stel dat heel dit proces tussen de openheid van het brein en de inkomende informatie van de omgeving een natuurlijk gegeven zou zijn. Zou er dan ooit enige vorm van psychologische spanning kunnen ontstaan? Dat zou simpelweg onmogelijk zijn. Er zou immers nergens een reden voor kunnen opdagen. Alles loopt immers vanuit deze veronderstelling op een natuurlijke en evenwichtige wijze. Maar het is een simpel feit. Psychisch onbehagen, innerlijke pijn en rusteloosheid bestaan wel degelijk bij heel veel mensen. Voor hen is er wel degelijk iets dat niet klopt. Maar wat? Wat is die innerlijke spanning die zovelen voelen en meedragen doorheen hun dagen?
En dan begint de grote zoektocht. Dan vangt die bijzondere tocht aan op zoek naar iets dat men niet meer beleeft, zijnde: LEVEN VANUIT ONSCHULD! De spanning die men voelt en resulteert in de beweging van ‘het zoeken', duidt ontegensprekelijk op een diep gemis van die oorspronkelijke staat van Zijn. Men komt daarbij op het punt te staan van zijn tweede geboorte. Een geboorte waarbij ditmaal de psychologische navelstreng moet doorgeknipt worden. Het draait hierbij niet om op eigen benen te staan, maar om op eigen weten te leven. Dit betekent ronduit het einde van elke psychologische afhankelijkheid. Het is het afwerpen van elk gezag van buitenaf. Het is totaal berusten in de onuitputtelijke mogelijkheid van het eigen brein. En dat boezemt angst in. Heel veel angst. Je staat voor de eerste keer oog in oog met een onmetelijke leegte. Het is het ‘domein' van je eigen eindeloze geest. En je weet dit. Dit diepe weten heeft je nooit echt verlaten. Die waarheid was altijd al daar, waar je ook heenging en welke relaties je ook aanging. En nu klopt ze aan je deur. En je bent bang. Geen enkele ingestudeerde en aangebrachte kennis kan je nu helpen. Ook dat besef je heel diep vanbinnen. Je voelt je hart kloppen. Je voelt dat het innerlijke kind weer even aandacht krijgt. En het roept om gehoord te worden. Het roept om eindelijk ten volle vertrouwd te worden. Het roept om eenvoudig te mogen Zijn, om er te mogen bijhoren. Meer vraagt die innerlijke stem niet.
Dus, voor welke stem ga ‘jij' het opnemen? Welke stem is te vertrouwen? Die van het Zelf of die van ‘hen'? Een tip: laat ze beiden voluit spreken en zichzelf bewijzen. Aanhoor ze en wees alert op hoe het aanvoelt. Voel vanuit de plaats van waaruit jou eigen onschuld werd geboren: de buik. Oordeel niet langer vanuit het volgestouwde hoofd met al de aangebrachte beelden. Laat jou buik spreken. Herken de stem in het hoofd die meent te weten wat de buik moet voelen. Ontloop voor een keer die val. Voel intens en met volle aandacht. Wees aanwezig in dat Nu-gevoel. Er is geen realistischere plek te vinden dan daar.
En als je je dan afvraagt wat Luc Teuwen als gids/therapeut kan doen dan is het enige antwoord: de aandacht vestigen op die stem. Het is het eigen innerlijke kind dat tot het jouwe spreekt. En die trilling kan een wereld van verschil maken. Daar heeft het hoofd van Luc Teuwen niets mee te maken. Maar wees bewust dat geen enkel ander hoofd jou nog zal bekoren. Hoofden zullen zich van je afwenden. En ook al voelt dat pijnlijk aan, het helpt jou ten volle in het vertrouwen in je Zelf.
* * *
terug
Wat is het nut van inzicht?
Iedereen zal wel aanvaarden dat inzicht op materieel en technologisch vlak allerhande voordelen kent. Indien ik een lekke band krijg met de auto is het handig over het inzicht te beschikken hoe de krik werkt. Inzicht in de werking van het lichaam heeft al heel wat levens gered en ziektes genezen. Maar heeft dit soort inzicht, dat elke dag wordt aangelengd met nieuwe ontdekkingen, de mens dichter gebracht bij die zo verlangde innerlijke vredigheid? Is het ooit voorbij het punt gekomen van een tijdelijke oprisping van genot of ‘praktisch-zijn'? Het innemen van een pil tegen depressie is praktisch. Maar leidt deze praktische handeling ook tot innerlijk welbehagen? Ons louter richten op dit soort menselijk vermogen maakt het leven blijkbaar niet volledig. Er ontbreekt kennelijk iets. Anders zou u niet eens geneigd zijn de teksten op deze website te verkennen. Er is een leegte die voortdurend vraagt om ingevuld te worden. Het kenmerkt ons als zoeker.
U raadt het al: het ontbrekende stuk komt natuurlijk vanuit innerlijk inzicht.
Het inzicht waarover ik het vooreerst had gaat eigenlijk over praktische kennis. En hoewel het je onhandig maakt indien je er onvoldoende over beschikt, maakt het je op zich niet ongelukkig. Dat ligt heel anders zodra innerlijk inzicht ontbreekt. Als aanvulling op praktisch inzicht - dat zich enkel richt op steeds een verhoogde functionaliteit, brengt innerlijk inzicht acceptatie van ‘wat is' teweeg. Het verwerpt dus geen enkele verworven technologie. Het zorgt daarentegen voor een heel belangrijke buffer binnen de extreme gevoeligheid van het zenuwstelsel. Inzicht in jezelf, gestuurd vanuit oprechte vragen, maakt dat de voortdurend opgebouwde illusie omtrent jou leven doorprikt wordt. Dan valt het masker af. Daarbij is het niet onbelangrijk even stil te staan bij het gegeven dat dit masker vooral bestaat uit verwachting, beloftes en voorwaarden. Allemaal tijdsgebonden aspecten, dus. Allemaal betrekking hebbende op ‘morgen'. Het leidt vooral tot een zwaar belast brein omdat het die toekomstbeelden voortdurend in stand moet houden. Een veel te groot deel van de aanwezige energie gaat dan op naar het ondersteunen van die beelden. Of die beelden betrekking hebben op de toekomst of het verleden maakt daarbij niet uit. Ze slorpen allebei energie op om die beelden blijvend te houden. En zo put dit mechanisme het lichaam langzaam aan uit, want steeds meer beelden worden opgenomen.
Inzicht maakt uiteindelijk die energie terug vrij die al die tijd aangewend werd om de eigen onzekerheid te bedwingen. Inzicht brengt immers aan het licht dat tal van die beelden geen enkele waarde toevoegen aan je huidige leven.
Je totale vermogen tot het laten stromen van energie wordt vanuit dit in-stand-houden op aanzienlijke wijze geblokkeerd. Ze vormen als het ware rotsen in je energiestroom. Ze zijn (als beeld) voortdurend aanwezig en slorpen veel aandacht op. Je leeft bijgevolg met een ondermaats gevoel. Je als mens ‘heel' voelen betekent immers dat de totaal aanwezige energie stroomt en op alle plaatsen terecht kan komen. Het betekent dat jou totale energie kan ingezet worden om in contact te staan met de omringende veranderlijke werkelijkheid. Energie die zich noodgedwongen ophoudt in de vorm van beelden kan daarbij niet aangewend worden.
Het klinkt allemaal simpel en doenbaar als je het zo hoort, maar het blijkt allemaal niet zo vanzelfsprekend te zijn. De reden daartoe is op zich heel duidelijk. Als de geest wordt aangeraden om zich naar innerlijk inzicht te richten, dan vraagt het onmiddellijk ook om een duidelijk doel. Het heeft een eindpunt nodig waarop het het denken kan richten. En zo beland je, nog voor je goed en wel op weg bent, weer in je energieverslindende wereld van beelden, doelen en verlangens. Voortdurend zoek je in het labyrint van kennis. En vanuit je ongeduld stort je je veel te snel op één of ander hoopgevend beeld. Deze levenssleutels zijn dus niet zo onschuldig als ze op het eerste zicht lijken. Daarom dat ze vaak zo vaag en paradoxaal overkomen. Ze bieden nooit een netjes afgebakend einddoel. Je geven je geen handvat om jezelf aan op te trekken. Ze laten je in feite in een hoogst mogelijke nieuwsgierigheid. Want als het beeld niet klaar is, gaat de geest op ontdekking uit. Hij wil weten. Hij is totaal gericht op vredigheid. Waarheid zuigt als het ware alles naar zich toe. En die beweging ervaren wij als ‘zoeken'. Uiteindelijk zal het die vredigheid bereiken zodra het inzicht daagt dat er niets te weten valt om tot die vredigheid te komen. Het zal tot de ontdekking komen dat juist het niet weten de totale stroom van innerlijke energie onderhoudt. En zo stoot je tot die diepe waarheid die Socrates en tal van zijn tijdgenoten destijds ook te beurt viel: Beseffen dat je (energetische) gezondheid vooral te danken is aan ‘niet-weten'. Wat een inzicht!
* * *
terug
Juiste vragen.
Stel je valt in een put. De eerste reactie daar beneden zal zijn: hoe geraak ik hier uit! Maar deze vraag op zich leidt niet tot enige oplossing. Het is eerder een uitroep van angst en benauwdheid. Het zal echter niet lang duren vooraleer je veel zinnigere vragen zult stellen. Vrij snel zul je op onderzoek uitgaan naar de situatie zelf. Je zult je aandacht niet langer meer richten op daarboven maar op wat zich daar beneden afspeelt. Al je vragen hebben betrekking op wat daar beneden de situatie is. Wat is daar voorhanden? Liggen er dingen waarmee je jezelf uit die put kunt tillen? Ben je gewond? Enzovoort.
Op die momenten heeft het geen zin om na te gaan wat je allemaal aan het missen bent daarboven. Het dient tot niets wanneer je begint te kniezen en boos bent op diegene die die put gegraven heeft. Je hebt je hele aandacht te richten op het feitelijk moment waarbinnen je jezelf nu bevindt. En dat is die put. En daar kun je niet eeuwig blijven. Ook dat besef is iets dat daar voorhanden is.
Steeds meer mensen sukkelen dezer dagen in een psychologische put. Zonder het zelf gewild te hebben vallen ze ten prooi aan een zekere uitzichtloosheid, aan voortdurende twijfel, onzekerheid en minderwaardigheid. Tegelijkertijd zijn er steeds meer mensen die met oplossingen komen aandraven. Zovele goed bedoelde intenties zijn gericht om uit die psychische dip te geraken. Alles is gericht op een mogelijke bevrijding. Men richt zich daarbij voortdurend op een betere toekomst. Men is voortdurend gefocust op een positief uitzicht. Bij elke nieuwe belofte, of die nu van een sjamaan of een wetenschapper komt, laait het vuur van hoop weer hoog op. Maar wat brengt het uiteindelijk? Mensen willen al zo lang vrede. Wilt niet iedereen een rustig en menselijk bestaan? We willen allemaal een waardig en gelukkig leven, niet?. Zovele oprechte verlangens. Zovele hoopgevende beelden. Maar wat brengt het voort? Tot wat hebben al deze verlangens en toekomstgerichte vragen al geleid?
Ons brein, onze hersenen, onze geest dank zijn bestaan vanuit problematische omstandigheden. Ze zijn een gevolg van een zekere biologische evolutie. Ze hebben alle turbulenties van een kosmische wetmatigheid overleefd en geven blijk van een bijzonder aanpassingsvermogen. Dat kon alleen maar doordat het contact met de heersende omstandigheden volledig was. Geen dromerei naar morgen toe. Dan had onze soort het bijltje er al lang moeten bij neerleggen. Dromen spatten immers uit elkaar zodra de realiteit weer op de voorgrond treedt. Daarom is het van belang onze vragen te richten op wat zich manifesteert. En in feite zijn het dan ook geen vragen meer. Het is verwondering tout court. De persoon die in de put gevallen is zal op zoek gaan naar zijn omringende realiteit. Die houdt zich niet al te lang op met het bevrijdende beeld: “Had ik hier nu maar een lange ladder”. Neen. Even kan dat spelen, maar al snel gaat die over naar de orde van het moment zelf. Dan wordt het contact gelegd met wat ‘is'. Vanuit dit directe contact met de werkelijkheid heeft elk bestaand iets zijn eigen evolutie ondergaan. Net zoals elke boreling vanuit dit directe contact tot ongelooflijke aanpassingen en leerprocessen komt. Oorspronkelijk wist het nog van niets. Overleven heeft niets te maken met praktische toekomstbeelden maar met onmiddellijkheid. Met realiteit en contact maken. Het heeft alles te maken met ‘in relatie staan met'. Om ons vermogen tot denken bij die feitelijke processen te behouden, is het belangrijk om de juiste vragen te stellen. En dat zijn vragen die gericht zijn op de feitelijke situatie. Depressies en innerlijke spanningen los je niet op met allerhande beloftes en voorwendsels. Ze vragen daarentegen om aandacht. Aandacht op het feitelijke voorhanden zijnde. Het is de enige manier waarop evolutie steunt. Als er een oplossing is, zal die altijd door de deur van het NU tot stand komen. Op de bodem van elke put ligt de grond van waaruit je kunt opstaan.
* * *
terug
Over minderwaardigheid.
Wanneer je jongeren hun doen en laten beschouwt dan valt het meteen op dat ze onderling voortdurend in een egostrijd zitten. Die strijd wordt niet alleen op psychologisch vlak gevoerd maar ook op materialistisch vlak. Natuurlijk gaat dit ook op voor volwassenen. Alleen de wijze waarop en de middelen verschillen daarbij.
Maar waarom vindt men het zo belangrijk voldoende op de voorgrond te staan? Waarom willen we absoluut iets te betekenen hebben en willen we gezien en gewaardeerd worden? Schaamt jouw gezicht, jouw hart, jouw lever, jouw longen, jouw zenuwstelsel zich voor die andere hun biologie? Natuurlijk niet, zult u zeggen. Die kunnen niet denken en vergelijken. En om dat laatste schijnt het allemaal te draaien: vergeleken worden met iemand anders.
Baby's kennen geen minderwaardigheid. En toch verschillen ze allemaal van elkaar. Geen twee baby's zijn identiek. Minderwaardigheid ontpopt zich pas als het zelfbewustzijn begint op te komen. Die twee gaan blijkbaar hand in hand. En in die wereld begint alles steeds krachtiger te draaien rond de ‘ikjes'. Iedereen lijkt daar een persoonlijkheid te hebben waarbij je bovendien een welbepaalde plaats binnen de gemeenschap gaat innemen. Er ontstaat een onderverdeling in goed en slecht, voornaam en onbenullig. En dat is pijnlijk voor die persoonlijkheden die gedomineerd worden door de anderen. Je kan gepest worden, uitgesloten worden, de vuile werkjes toegestopt krijgen of gewoonweg beschouwd worden als minderwaardig.
Maar heeft iemand gekozen voor zijn eigen biologische energetisch functioneren? Heb jij gekozen voor de aanleg om mager of dik te worden? Werd er jou vooreerst de keuze voorgelegd of je introvert of extrovert wou zijn? Neen toch! Je bent wat je bent. Maar binnen de fictieve wereld van de egootjes en de ikjes kun je door de ander te beschimpen blijkbaar opklimmen. En dat levert niet zelden een zekere zelfbevrediging die het biologische lichaam als aangenaam ervaart. Op deze fictieve ladder wordt flink wat gevochten en gewrongen. Soms met de vuisten maar meestal met de ellebogen. Het is een gekke bedoening. Vooreerst wordt men in de illusie van een ‘iemand-zijn'gezogen. Dat brengt een hoop wedijver en spanning teweeg. En vervolgens staat alles in het teken om die spanning op te heffen.
Dat deze strijd (herovering van die oorspronkelijke Eenheidsrust) die, op hoger niveau ontaard in moord, oorlog en verdrukking, zijn oorsprong kent bij een persoonsillusie wordt door weinigen onderkend. Het idee dat er een persoonlijkheid kan geïdentificeerd worden met wat lichamelijk beleefd wordt is binnen onze cultuur stevig ingelepeld en laat zich niet zomaar ongedaan maken. De ballon kan zichzelf niet doorprikken.
Zodra je echter begint door te hebben dat gelijk welke energiebundel (mens, dier, ding, gedachten,…) niets anders kan doen dan zichzelf ontrollen en potentieel uiten, vervalt elk onderscheid tussen meer en minder waard ook meteen. Dan valt de energie die uit dit verschil tussen jij en ik ontstond tezamen met de talloze mensonwaardige conflicten die daaruit ontstonden gewoon weg. Er is immers geen voedingsbodem meer. Die zogenaamde ‘iemand' is er niet meer.
Maar dit doorzien vraagt in de eerste plaats een aandachtig en respectvol onderzoek. Geen enkele vooringenomenheid zal je tot bij dit inzicht brengen.
* * *
terug
Ik denk dus ik ben niet.
Hoe dominanter het ego, hoe moeilijker men het heeft met steeds terugkerende vragen. Niet dat een dominant iemand geen vragen stelt. Neen. Soms stellen ze er zelfs meer dan gelijk wie. Maar hun vragen blijken vooral gericht op controle. Men is gericht op het oplossen van een probleem dat zich stelt. In alle oprechtheid willen ook zij van deze wereld een aangename plaats maken om in te leven. Ook zij zijn, net als alle anderen, voortdurend op zoek naar innerlijke vredigheid. De vraag die dan opkomt is: wanneer deze wereld met al zijn maatschappelijke, sociale en economische problematiek niet voldoende aangenaam is, van waaruit is dan deze situatie ontstaan? Als wij mensen gericht zijn op vrede, harmonie en geluk, zouden wij toch geen activiteiten ontplooien die dat zouden tegenwerken, niet? Als vanzelf zou de aarde een steeds vredigere plek moeten worden. Is het dan wel geoorloofd de oorzaak hiervan te leggen bij de onwillendheid van sommigen? Dat deze mens – dominant of niet - verkwistend en vervuilend is, kan niemand langer ontkennen. Hij verdeelt de rijkdom niet gelijkmatig, onderdrukt en vermoordt zijn eigen soortgenoten. Maar hoe dan ook, zijn biologische drijfveer blijft onherroepelijk het bereiken van evenwichtigheid. Geen enkel organisme zoekt bewust onrust of pijn op om te overleven. Dit menselijk organisme herbergt dus een tragische tegenstelling. Die komt erop neer dat hij vrijheid zoekt vanuit beheersing. En het orgaan dat daar bijzonder toe geschikt lijkt is het brein. Door onze dierlijke evolutie heen heeft het een dominante plaats ingenomen tussen alle andere organen. Belevingen worden opgeslagen en komen dan te pas en te onpas weer op de voorgrond. Deze beweging kan aangeduid worden met ‘het denken'. Onderzoek heeft aangetoond dat een mens zo'n 30.000 tot 40.000 gedachten produceert per etmaal. Die voorgrond wordt dus volledig benomen door allerhande beelden. En op de achtergrond… tja daar vertoeft het heden. Als daarbij dan nog de illusie heerst dat we onze uiteindelijke gelukkigheid te danken zullen hebben aan deze denkprocessen wordt elk denkvrij Nu-moment niet langer beleefd. Zorgen en hoop dekken het systematisch af. Hoewel we menen heel modern te zijn leven we eigenlijk heel oubollig. Want de kennis die ons drijft is opgebouwd uit opgeslagen geheugenenergie. En dat is altijd het ‘gisteren'. En ‘gisteren' valt nooit samen met ‘nu'.
In een cultuur die zo gericht is op beloning en tijdsverloop is geketend aan deze denkprocessen.
Het menszijn wordt hoe langer hoe meer iets vreemd binnen het gekende.
* * *
terug
Inzicht in zicht.
Het evolutionair proces van deze aarde en zijn levende wezens is er een van brutaliteit en catastrofale gebeurtenissen. Genadeloos vervolgt dit zonnestelsel zijn weg. Diersoorten verdwijnen, anderen ontstaan. Waarom zij het zo? Het enige antwoord dat ik daarop kan geven is: waarom niet! Mocht deze aarde gebouwd zijn op atomen en elektronen met een geweten dan zouden onze maatschappijen er wel anders hebben uitgezien, vermoed ik. Maar atomen en elektronen en hun energie zijn duidelijk niet uit op een welbepaald ethisch handelen. Vanuit hun energetische lading kan zowel huiselijke warmte ontstaan als atoombommen. Er worden pijnstillers ontwikkelt, maar ook chemische wapens. Op de weide van het leven bloeit zowel waarachtigheid als bedrog. Wie naar een groter bewustzijn streeft kan enkel maar uitkomen bij meer inzicht in zowel het genot als de ellende! De sleutel tot geluk blijkt dezelfde sleutel te zijn waarmee verdriet en pijn tot leven komt.
Wanneer we kijken naar onze zintuigen dan hebben ze allemaal één kenmerk gemeen. Ze worden geprikkeld door iets van buitenuit. Het is duidelijk niet omgekeerd. Het zien naar een film verandert de film niet. Het horen van de vogel verandert zijn geluid niet. Het voelen van de warmte van de zon doet ze niet harder schijnen. Onze zintuigen ontvangen enkel het energetisch spel dat speelt met zichzelf. Er wordt gezien en ook wel eens begrepen. Maar verder kan waarheid en werkelijkheid niet komen. Op de tonen van het leven wordt er gedanst - onweerstaanbaar. Geen enkel soort lied, componist of installatie doet afbreuk van de intensiteit van de dans. Het draait allemaal om de dans zelf, niet om de danser. Energie en manifestatie zijn voor eeuwig met elkaar verbonden. Binnen dat verbond zit geen enkele persoonlijkheid.
Ook wie dit spel niet accepteert in zijn totaliteit zal nog steeds geconfronteerd worden met onverbrekelijke heelheid. Bij elke toon van beheersing komt de dans van angst tot leven. Enkel de vooronderstelde danser heeft daar last van. De vraag stelt zich dan ook of er überhaupt wel problemen bestaan. Kan de wereld van manifestaties (waaronder de menselijke verschijning) beschuldigd worden van iets? Draait niet elke beschuldiging op de vooronderstelling van een gebrekkige manifestatie – bijvoorbeeld van een ‘verkeerde' gedachte? Maar hoe kan een manifestatie gebrekkigheid vertonen? Wijst niet elke manifestatie op zijn eigen energetische volledigheid. Juist zijn uitingsvorm is een uiting van totaliteit.
Het leven heeft geen enkel hulpmiddel of meester nodig. Het moet niet bijgestuurd worden. Het nodigt alleen maar uit om gezien te worden. Wie meer wilt komt alleen maar een ‘zichzelf' tegen. En dat is in wezen een synoniem voor angst.
* * *
terug
Over misleiding.
Stel je plant een reis te voet door een land met bergen en dalen. Je laat je daarbij informeren door iemand die beweert de route te kennen die je het meest te bieden heeft. Hij beweert namelijk fantastische plaatsen te kennen die zeker moeten worden aangedaan. Hij beweert ook alle problemen te kennen die je maar beter kunt vermijden. En zo ga je op stap. Maar voortdurend merk je dat de route niet klopt en dat het je een hoop energie kost om weer een comfortabel pad te vinden.
En zo vergaat het ook velen onder ons, niet?. We volgen wegen die ons aangepraat zijn en die amper beantwoorden aan het eigen ritme. We zijn voortdurend met het vooruitzicht bezig ergens iets te zullen bereiken, te zullen vinden, te zullen bezitten,.. . Bang om niet met de grote verhalen ‘thuis' te kunnen komen steken we het overgrote deel van onze energie in de verwerkelijking (vermaterialisering) van die veelbelovende ideeën en spitsvondige gedachten. Steeds gericht op het grote ik-verhaal staat het denken in de weg om het nu-verhaal te beleven. En het arme lichaam, dat met zo weinig tevreden is, wordt al te vaak beroofd van zijn energie vanuit aangebrachte illusies en het dient veeleer de schimmen.. Een nu-verhaal kun je bovendien niet delen. Je kunt het niet bijhouden en meenemen naar de eindbestemming. Het rolt zich immers af daar waar Jij bent. Geen herinnering neem je mee en op de vraag hoe je reis verliep kun je alleen maar antwoorden met de beleefde tevredenheid van het ogenblik zelf.
Voortdurend wordt onze ziel – onze bezieling- misleidt door de gedachten. De ogenblikkelijkheid blijkt telkens door de filter van het brein te worden geperst vooraleer het aan de poort van de ziel aanklopt. Verminkt door allerlei concepten en misleidende beloftes moet het vooralsnog het masker afleggen. En dat doet pijn. De ziel blijkt immers in geen enkel verhaal geïnteresseerd te zijn. Ze vraagt jou niet waarom je niet een goed en volgzaam mens was. Neen. Aan de poorten van jouw Thuis wordt er gevraagd waarom je niet jezelf was.
* * *
terug
Het hier nu maals.
Tijdens een satsang of consultatie vraag ik de mensen wel eens om eventjes – één seconde maar – uit het Nu te zijn. Ik word dan door sommigen stomverbaasd aangekeken. Het leek zulk een simpele opdracht. Als ik dan vraag hoe ze het geprobeerd hebben om te doen zeggen ze iets in de aard van “Denken aan iets wat ik straks zou gaan doen.”. Dan vraag ik natuurlijk: “En op welk ogenblik verscheen dan dat ‘denken aan straks'? Dan wordt er vrij snel ingezien dat dat allemaal enkel maar kan verschijnen in het hier en nu. Geen millimeter, geen milliseconde geraken we voorbij dit Nu-zijn. Er is gewoonweg geen straks-zijn of gisteren-zijn. Er is geen hiernamaals. Er is enkel maar het hiernumaals.
Waar zouden we dus in godsnaam naartoe kunnen werken? Valt er wel iets te bereiken indien er nooit die beleving plaatsvindt van die toekomst? Het beeld van morgen is een Nu-beeld, een Nu-beleving. Natuurlijk komen gedachten aan een ‘toekomst' voortdurend op. Wie naar de winkel moet gaan, heeft die winkel in gedachte en kan het beeld hebben van wat er allemaal zal gekocht worden. Maar hoe je dit ook draait of keert, het blijven gedachten die nu verschijnen.
Zelfs het beeld dat je van jezelf hebt heeft deze Nu-heid absoluut nodig. Beeld en Nu-heid vallen gewoonweg samen. Onoverkomelijk. Wanneer je een boom aanschouwt, er een naam aan geeft of er één of andere gevoel bij opkomt, beleef je vanuit die ervaring slechts Nu-heid. Wat zich ook manifesteert, het verwijst naar het simpele en onvoorwaardelijke Zijn, onlosmakend besloten in het ogenblikkelijke 'er-zijn'. Ook al zou je werkelijk in staat zijn de hele wereld te veranderen in een paradijs of een hel, het zou niets afdoen of toevoegen aan jouw essentie – zijnde aan-wezig-heid.
Ik raad je aan dit te onderzoeken vanuit je eigen dagdagelijkse belevingen. Misschien kom je tot het inzicht dat overgave aan de werkelijkheid van het ogenblik zelf, de enige weg is om het fenomeen ‘lijden' geen ruimte te geven binnen de tijdelijke Nu-verschijning van het menselijke bestaan. Neem alles wat op jouw weg komt met open armen aan. Want het is de stille ‘gids', de liefdevolle verwijzing, die jou thuis kan brengen.
* * *
terug
Los van lijden.
We beoordelen en veroordelen onze medemens vaak aan de hand van wat hij zegt. En als iemand ons woorden toeroept die ons niet bevallen, dan voelen we opstandigheid in ons lichaam. Het lijkt erop dat woorden (en ook gedachten) heel wat impact kunnen hebben. Politiek, filosofie, opvoeding en onderwijs lijken daar allemaal gebruik van te maken. De talloze etnische/godsdienstige conflicten lijken te ontspruiten vanuit de inhoud die woorden creëren.
Woorden zijn echter machteloos en zijn helemaal onderworpen aan het ego dat aan je kleeft. Maar zolang dit niet doorzien wordt blijft het ego natuurlijk in het zadel en werpt er lekker nog wat gedachten tegenaan.
Stel, je vertelt je partner dat je een experiment gaat uitvoeren. Je vraagt of hij/zij er klaar voor is en als dat zo blijkt te zijn roep je bijvoorbeeld: “Je bent een stomme trut.” of “ Je bent de grootste lomperik die ik me maar kan voorstellen.” Resultaat: men vraagt zich onmiddellijk af waar dit hele gedoe goed voor is. Er is verwondering, maar geen kwaadheid of gekwetstheid. Roep diezelfde woorden tegen een boom, een konijn of een baby en er gebeurt zelfs niets wezenlijks. Toch waren het diezelfde woorden. Roep daarentegen eens tegen de eerste de beste voorbijganger: “Stomme idioot.” Voor het zelfde geld heb je flink wat heibel en misschien een flink pak slaag bovenop. Krachtige woorden? Neen. Wel een krachtig ego waartegen die woorden stootten.
Juist omdat heel ons doen en laten vanuit een ego-overtuiging en een ik-gevoel beleefd wordt, krijgt ook alles een eigendomsgevoel en dus ook een zekere standvastigheid. Zo zijn er uitlatingen en gedachten die het ego doen groeien, en andere die het in het harnas jagen of doen wegkwijnen. Maar woorden blijken plots iets te kunnen doen verschijnen wat ervoor niet aanwezig was. Bizar, maar niemand stelt daar echt vragen over. Wat we alszijnde van onszelf beschouwen, komt vanuit het 'Niets'.
Wat zijn dan goede gedachten, zou je jezelf kunnen afvragen. Het antwoord kan alleen maar zijn dat er nooit of te nimmer zoiets zal bestaan als goede of slechte gedachten. Goed of slecht, in welke context ook gebruikt, is een illusie die enkel binnen de ik-illusie stand houdt.Maak ze tot eigendom en je hebt gegarandeerd problemen. Het is als konijnen die je van jouw akker wilt weghouden. Eindeloos steek je er tijd in om te beletten dat ze jouw groenten opvreten. Pas als de akker niet de jouwe is, is er ook geen spanningsveld binnen de eigen geest. Er zijn dan konijnen, er is de akker en er is honger die gestild wordt. Maar geen 'mijn'. Het lijkt een absurd voorbeeld, gezien de alomtegenwoordigheid van eigendommen. Niemand zal dezer dagen zijn hele hebben en houden te grabbel gooien. Maar naast de positie van eigenaar kom je even gemakkelijk terecht in de positie van het konijn. Als het inzicht in deze ik-illusie zich dan niet manifesteert, zal de droom - die jij echt leven noemt - je nog steeds alle kanten kunnen opwerpen. Dit maal zit je echter in een nachtmerrie met een zogenaamde boer die jou het leven zuur maakt.
En dan komt natuurlijk weer die grote vraag opdoemen: “Wat moet of kan er dan gedaan worden wanneer woorden of gedachten je weer eens naar beneden halen?” Het antwoord is ongelooflijk simpel. Kijk ernaar. Kijk ernaar, zoals je er nog nooit naar gekeken hebt. En blijf eraf! Blijf kijken. Kijk zonder te willen bezitten of veranderen. Blijf van het eigendomsrecht af. Blijf met lege handen achter. En kijk wat er op zijn beurt dan weer gebeurt. Wees gerust. Het leven zal heus niet stilvallen.
* * *
Feest van licht.
Nu de dagen weer lengen, krijgt alles weer die bijzondere energie. Vanaf de nazomer trok alles zich terug om op krachten te komen. Er was ingetogenheid en afscherming. Maar vanaf Kerstmis duwt het lengende licht ons nieuw leven toe. Niets zal terugkeren als het oude. Het zullen niet de appels van vorig jaar zijn die uit de knoppen komen. Het hele levensspel wordt anders geschikt – ook al blijven de spelregels min of meer hetzelfde. Het wordt een nieuwe dans. Er dienen zich nieuwe uitdagingen aan. Nieuwe wijn zal worden geschonken.
Het bijzonder mooie van dit licht is dat het onvoorwaardelijk schijnt. Er is geen bloemkoollicht dat niet voor de tomaten bestemd is. Er is geen specifiek licht dat enkel voor de spreeuwen bestemd is maar niet voor de merels. Licht bevat het hele pakket waar ieders dorst gelest kan worden. Zelfs de wetenschapper die dit licht opdeelt in tal van golven en specifieke eigenschappen kan dat enkel maar doen omdat hijzelf het licht tot voedsel neemt. Geen licht, geen verschijning mens, geen wetenschapper. Zo simpel liggen de zaken.
Licht kun je niet vinden. Het vindt jou. Je kunt het niet pakken. Het pakt jou. Je kunt het niet toe-eigenen. Het is onpersoonlijk. Alles kan het bevatten, terwijl het zelf niet te vatten is. Het maakt zichzelf kenbaar doorheen de wereld van het gekende, van gedachten tot bomen, bergen, huizen en levende wezens. Proeven met licht kunnen zich kenbaar maken omdat licht overal is. Elk obstakel, elke vertraging van energie wordt moeiteloos verlicht. Een aberratie wordt een feit en toont bijgevolg het bestaan van dit licht. Lost de aberratie zich op, trilt alles weer in zijn oorspronkelijkheid – het ongekende, het ongeziene. Zie de pijn vanuit dit licht en het wordt anders beleefd – minder persoonsgebonden.
Als het licht toeneemt, lossen obstakels zich op. Wat zich terugtrok bloeit weer op. Niets gaat daarbij verloren. Licht speelt zichzelf tot kenbaarheid – en lost zichzelf telkens weer op. In een eindeloze zee van verschijningsvormen zijn we als mens slechts een uitingsvorm van Licht. Dát beseffen betekent het oplossen van jezelf als verschijning of concept. De zwaarte gaat eruit en je beleeft verlichting. Elke beweging, elke gedachte, elke emotie is slechts een tijdelijke val vanuit het licht. Wat er ook beleefd wordt, welke vreugde of pijn die val bewerkstelligt, weet dat de moeder ervan steeds daar is. Neem genoegen met de eigen vorm en het te bewandelen pad. Alles is gericht vanuit en op de Eenheid van licht. Aanschouw het blad, de aarde, de vogel en het eigen lichaam als een wonderbaarlijke dans. Slechts uniek in zijn vertoning, maar verbonden met alles.
Zalig lichtfeest!
* * *
terug
Vlo in eigen pels.
Het aantal cursussen en opleidingen dat zich tegenwoordig aandient is gigantisch. Blijkbaar valt er nog veel te sleutelen aan het verschijnsel mens. Een cursus of iets dergelijks volgen, staat gelijk aan de overtuiging dat je meer kunt worden dan dat je nu bent. De begeleider is ervan overtuigd dat de bijkomende informatie zal bijdragen tot meer inzicht en/of meer geluksgevoel. Het heeft een bepaalde ‘nutwaarde'. Natuurlijk is het interessant en kan het handig zijn om zich bij te scholen als het om technologie gaat. Wie een handleiding leest van zijn nieuwe stofzuiger, auto of Tv-scherm zal alleen maar gebaat zijn met het bekomen inzicht daaromtrent. Een computercursus kan je heel wat tijd en ontgoocheling besparen. Je verwachting dat de bediening ervan vlotter zal lopen na het bekomen van bijkomende informatie zal naar alle waarschijnlijkheid ook ingelost worden.
Heel anders is het echter bij verwachtingen die betrekking hebben op een blijvend welzijnsbeleven/geluksgevoel. De nieuwe tools van de nieuwste GSM helemaal onder de knie hebben, geeft ongetwijfeld een zeker genotgevoel maar zal al snel wegsmelten zodra je een sms'je ontvangt dat je partner het voor bekeken houdt. Tal van cursussen beloven je meer stabiliteit, een hoger of groter bewustzijn, meer zelfvertrouwen enzovoort. Tot dat de volgende gebeurtenis in je leven weer alle opgebouwde structuur en zekerheden van tafel veegt. Er moet maar iemand langskomen die jouw waardigheid ondermijnd en je bent weer helemaal terug bij af. Herken je dit?
Verwachtingen en hoop zijn inherent aan de menselijke beleving. Zo ook de steeds veranderlijke natuur. Onze geest maakt de meest onvoorziene wendingen en gedachten wisselen elkaar voortdurend af. Maar dit ‘jij' is voortdurend op zoek naar stabiliteit. Het zoekt naar oplossingen voor elk beleefd probleem en gaat daarbij voortdurend shoppen. De gezondheidsmarkt heeft daarbij veel in de aanbieding. De inkt vloeit rijkelijk. Uitgevers en alternatieve weldoeners doen gouden zaken. Yes, they can!
En maar zoeken binnen de dualiteit! En maar kneden, veranderen, bijschaven en uitvinden. Met zoveel in de aanbieding én zoveel innerlijke onrust kent de zapcultuur een hoge vlucht. En dat zal nog een heel tijdje doorgaan, vermoed ik. De materie laat zich eindeloos bijsleutelen. Altijd zal er de mogelijkheid zijn van nieuwe dingen in de etalage uit te stallen. Zoekers genoeg. En dus ook tal van hulpverleners met hun waren. Vraag en aanbod.
Dat we naar die innerlijke stabiele rust zoeken is echter onoverkomelijk. Wie overtuigd werd dat je nog vanalles moet worden vooraleer je de veilige haven bereikt en ‘iemand' bent, wordt onvermijdelijk opgezadeld met een innerlijke spanning. De energie die daarbij voorhanden komt gaat integraal naar het bereiken van ont-spanning. Zo zit energie nu eenmaal in elkaar. Ook onze levensenergie. En zo zijn veruit de meeste mensen die een zekere minderwaardigheid werd ‘aangepraat' eindeloos op zoek naar oplossingen binnen de wereld met zijn verschijnselen – cursussen en opleidingen inbegrepen. Wat er echter niet wordt opgelost is de oorzaak van dit blijvend geloof in onvolmaaktheid, namelijk de ik-illusie. Gek toch. Daar waar niets zich definitief oplost, zijnde de wereld van materie, zoeken we voortdurend. En waar de illusie heerst blijven we maar al te zeer weg. We vlooien liever in andermans pels dan in de eigen vacht.
Om kort door de bocht te gaan wil ik verwijzen naar het feit dat onvoorwaardelijke aandachtigheid het enige terrein is waar het ‘ik' geen wortel kan schieten. Het kan even duren vooraleer deze ‘ik'-beleving daarbij uitgebloeid geraakt. Maar het resultaat is onvermijdelijk. De werkelijke kleur en geur van leven komt daarbij terug in de herinnering.
Mindfulness blijkt dit te beogen. Hoewel dit ook in een vorm van een cursus/training wordt aangeboden, trekt het voortdurend de kaart van de enige stabiliteit die er is: het Zijn. Ook hier speelt de contradictie tussen verwachting en ogenblikkelijkheid. Maar het geniet wat mij betreft de voorkeur omdat je onder begeleiding steeds weer teruggebracht wordt naar het enige terrein waar je je helemaal thuisvoelt, namelijk het ogenblik zelf. Bedenk dat je nog nooit ergens anders hebt vertoefd.
* * *
terug
Met het lef van een kind.
Toen ik een groep toekomstige leerkrachten over ‘ervaring' uithoorde, waren ze het er unaniem over eens dat zij nog te jong waren om te weten wat ik als veertiger als wijsheid bezit. Toen ik hun daarop antwoordde dat ze niet te jong waren maar reeds te oud, bleef het even stil. Hun blik kruiste de mijne en ze zagen ongetwijfeld dat ik het meende. Het trok zondermeer hun aandacht. Hadden ze immers hun hele leven al niet moeten aanhoren dat je naar een volwaardige persoon en een maatschappelijke deelnemer toe moet groeien? En nu komt er iemand vertellen dat ze reeds te oud zijn. Natuurlijk groeit het aantal weetjes, exacte kennis, vocabulaire en bankrekening (alhoewel?!) voortdurend aan. Maar daar hebben we het hier niet over. We zijn immers niet op zoek naar geluk dat even vergankelijk is dan heel de wereld van de materie. Op dat terrein worden we immers voortdurend misleid. Neen, ieder van ons is als vanzelfsprekend op zoek naar het blijvende liefdesgevoel binnen de totaliteit van het leven. Naar iets dat door niemand of niets kan afgenomen worden. Het gaat hier dus over tijdloze wijsheid. Wijsheid die de frisheid van elk nu-moment draagt, die altijd aanwezig is en aan geen enkele voorwaarde gebonden is. Het is de onmiddellijke taal van het lichaam, van reeds miljoenen jaren ‘buik-weten'. Diezelfde wijsheid die maakt dat het kind kan groeien, in de(zelfde) buik van de moeder. Over buikgevoel gesproken! Wijsheid die alleen maar vertrouwd moet worden, wat het leven ook brengt. Wijsheid die alles aan-wijst en niets uitsluit. Het is de ‘open-mind' die onvoorwaardelijk deelneemt zonder ook maar iets tot bezit te maken. Het is zoals het hart zelf: het ontvangt en geeft tegelijkertijd weer door, zonder ook maar één levenscel voor zich te houden.
Het is het hart van het kind, dat zich door de jaren heen vanuit zijn eigen intuïtieve levenskracht diep heeft moeten terugtrekken uit de wereld van voorwaarden, normen, uitsluiting, goed en slecht,… . Dicht bij zijn bron, diep in de buik van zowel de man als de vrouw wacht het tot…. tot zijn kwetsbaarheid niet meer als zwakte afgedaan wordt maar als kracht herkend wordt. Het wacht tot het weer dat vertrouwen krijgt dat het in die eerste periode had. Het volwassen denken, door angst voortgedreven staat er te weinig bij stil dat dit innerlijke kind steeds onvoorwaardelijk leeft naar zijn evenbeeld en drager toe. Het houdt veel meer van ons dan wij van hem/haar. Het schenkt ons al z'n vertrouwen. Waarom wantrouwen we dit kind in onszelf en in anderen zo? Is de uitgedokterde weg van het volwassen hoofd dan zo succesvol?
Vol naïeve onschuld ‘bruist' het het leven tegemoet. Gretig omarmt het alles en reageert terstond. Het staat in een diepe relatie tot de werkelijkheid die op haar beurt dit kind omarmd.
Dit kind heeft lef. Het draagt immers geen enkel concept, imago, ego of welk bezit dat het kan verliezen. Niets heeft het als eigendom. Eindeloos schenkt het Liefde. Daarom is ook de moederliefde natuurlijkerwijze onvoorwaardelijk. Daarom zou ook de liefde van de man naar de draagster van het leven toe, steeds onvoorwaardelijk moeten zijn. En omgekeerd. Want ook de man draagt zijn eigen kind in zich. Maar dan moeten we wel vertrouwen hebben in die stem - een innerlijke stem, zo eerlijk en natuurlijk dat ze je nooit bedriegt – ook al neemt het leven wel eens een onverwachtse wending.
Zo. Het kind in mij heeft gesproken. Hopelijk ontmoet het het kind in jou. Dan laait immers passie en waarachtigheid hoog op. Dan wordt er al spelend geleerd én geassimileerd. Het leven moet je niet maken. Je moet het smaken!
* * *
terug
De loop der dingen.
Binnen onze wereld van eten, winkelen, auto rijden, leren, oefenen, ouder worden enzovoort, lijkt het er sterk op dat er een beweging is van het ene moment naar het andere, van het ene voorwerp naar het andere, van de ene gedachte naar een andere gedachte. Hoe sterk we de wereld ook uitvergroten en onze blik werpen in de kosmos, alles lijkt voortdurend in beweging. Atomen en quarks komen en gaan, sterren die we aan de hemel als stippen waarnemen zijn in werkelijkheid reeds lang verdwenen. Nu lees je deze mail en worden er allerhande gedachten en gevoelens opgewekt totdat de telefoon gaat en die hele resem gedachten en gevoelens als sneeuw voor de zon verdwijnen. Weg! Waar naartoe? De volgende stroom gevoelens en beelden maken reeds hun opwachting. Je valt van de ene ervaring in de andere – van de mail naar tante Anja, van tante Anja naar de afwas, van de afwas naar de winkel, van de winkel naar de duim die je gisteren bezeerd hebt... . Vaak zijn daar ook gedachten bij over morgen, volgende week, je pensioen... . En vaak geven we daar meer aandacht aan dan de ervaringen en gedachten die betrekking hebben met het nu-moment. Ons geheugen steekt overal de kop op en wipt onvermoeibaar van het ene opgeslagen item naar het andere. Zo lijkt het erop dat er een toekomst is, die op ons afkomt en die we via welbepaalde inspanningen nog eens netjes kunnen bijsturen ook.
Alles binnen het leven stroomt. Geen mens die daar nog aan twijfelt. Niets blijft hetzelfde en telkens als een bepaalde stroming aan banden wordt gelegd, wordt je daar netjes van verwittigd. Het zaakje dreigt immers te overstromen. Gevoelens en gedachten kenmerken zowat de meest beleefde stroming binnen onze wereld. De zijn snel, draaien en keren alsof het een lieve lust is, en zijn niet onder controle te houden. Alhoewel, we hebben reeds vroeg geleerd dat wel te betrachten. Sommige gevoelens en hun bijhorende daden horen niet thuis in het levensproces, zo wordt ons voortdurend aangeleerd. En we beschikken over een bijzonder iets om onszelf helemaal aan banden te leggen, namelijk beeldvorming.
Stel de kat van de buren heeft al je goudvissen uit je vijver gegraaid. Zodra je dat opmerkt overvalt je een bijzondere sterke emotie. Aan die emotie koppel je onmiddellijk het beeld van de kat van de buren. Je plaatst het geheel in één slag onder dezelfde noemer. De kat van de buren en het ellendig gevoel krijgen een stevige binding. In plaats van dat die gevoelens hun eigen weg vervolgen – wat uiteindelijk oplossen betekent, blijven ze je nu netjes overal achtervolgen daar het gekoppelde beeld stevig in je geheugen zit. Dat had je trouwens daarvoor ook reeds gedaan – alleen in omgekeerde (iets leukere) zin. Je vijver met alle uitgebouwde attributen –vissen incluis- gaf je een voldaan gevoel. Jouw gevoel werd gekoppeld aan het idee, het beeld, de gedachte van volmaaktheid en persoonlijk geluk. Je moest maar aan je vijver denken en je knapte weer helemaal op. Als het beeld dan verstoord wordt, wordt je gevoel verstoord. En dat gevoel stroomt niet lekker weg, daar het aan een halstarrig beeld is geketend. Dus wat betreft de lege vijver, zat je al met een serieuze conflictsituatie. Die spanning koppelt zich aan de kat en dat geheel koppelt zich nog eens aan de buren die hun kat maar beter moeten bijhouden. En dat treintje kan zich vaak lekker doorkoppelen. En als er dan op een bepaald moment iemand in jou straat komt wonen, met hond en kat inbegrepen, zorgt het geheugen onmiddellijk voor de herinnering. En dat beeld klikt onmiddellijk weer dat gevoel aan. “Godverdomme, dat ze hun kattezootje maar bij hun houden.” In de vijver zwemmen ondertussen weer een hoop bijzondere goudvisjes rond.
Zonder meer wordt je slachtoffer van je eigen gedachten. Meer nog, jouw gevoelens geef je netjes in handen van je nieuwe overburen. Zij weten van niets. Ze doen gewoon hun ding. En jij denkt dat je dat ook doet, maar vergeet dat maar. Ondertussen heeft de koppeling met de buren jou al naar de doe-het-zelver doen rijden om een net te kopen. Ze hebben jou hele dag bepaald waarbij jij je net over die vijver spande. Je buren ‘bepalen' mee heel het uitzicht van je tuin. ‘Een net over een vijver, wie komt daar nou bij'. Diep vanbinnen weet je dat er iets niet klopt maar daar je geen zicht heb op het mechanisme laadt de innerlijke spanning zich netjes op. s' Avonds ben je een wrak want dat netje aanspannen viel wel effe tegen. En het lijkt net een volière voor vliegende vissen. In feite lijkt het nergens op, maar ja, wat wil je met zulke buren. In het uitstapje, de volgende ochtend met je vrouw, heb je al lang geen zin meer. Ook dat laat je bepalen door die overburen die je – nog even vermelden- nog niet eens kent. Allemaal de schuld van de stomme buren met hun idiote kat. Je hebt nog niet door dat die hele meute acties en reacties begonnen was bij een puur natuurlijk stromend proces van de cellen van de kat die aangaven dat het tijd werd om iets te gaan verorberen. En waarom zou ze uren zitten wachten voor een of ander veldmuisje in de weide verderop als er bij de buren om het hoekje vis ligt voor het grijpen? Netjes samengepakt in enkele kubieke meter water. En vooral goed zichtbaar dankzij de uitstekend werkende pomp. Die vangt ze met haar ogen dicht. Natuur en directheid gaan hand in hand.
Maar ook in omgekeerde zin beduvelen we onszelf voortdurend. En weer is het die koppeling van beeld en gevoel dat ons parten speelt. Stel je buurvrouw pendelt en heeft al verscheidene lichamelijke problemen bij je uitgependeld, met behoorlijk goed resultaat. Op een dag sta je s'ochtends op met geweldige darmkrampen die dagen blijken aan te houden. Het beeld van de kundige buurvrouw, dat stevig gekoppelt werd aan wonderbaarlijk juiste diagnoses (en dus ook genezing) komt tevoorschijn en je volgt na een volgende pendelsessie zonder enig wantrouwen haar advies op. Enkele dagen later lig je in de kliniek, vanwege een verkeerde lichamelijke reactie op het uitgependelde medicament. Gevolg: blijvende inefficiëntie van de een van de nieren. Een verhaal dat bij zijn haren getrokken is denk je allicht. Vergeet het maar. Mijn nicht is voor haar leven getekend vanwege zulk een blindelings vertrouwen.
Och, allicht moet ik het zo ver nog niet gaan zoeken. Overschouw even onze eigen Katholieke godsdienst en je weet tot wat de koppeling van emoties en beelden kan leiden. En dan voel ik mijn vingers weer tintelen om het over onderwijs en opvoeding te hebben. Maar daarover heb ik ondertussen mijn gedachten al eens uitgeschreven, zowel in de teksten op deze site als in het boek “Dood van een therapeut” en dat binnenkort uitkomt.
Je zou dus kunnen stellen dat het erop aan komt het leven niet teveel te laten richten vanuit beeldvorming. Emoties en gevoelens zouden voortdurend moeten kunnen stromen, net zoals alle andere dingen in de waarneembare wereld. Niet koppelen aan goed en kwaad, beter slechter of dergelijke nonsens. Elk verzet is zinloos en beklemtoond alleen maar een nieuwe koppeling tussen negatieve emoties en het beeld van een of andere uitweg.
Maar er is één beeld dat je zo hardnekkig is ingelepeld en wat je zonder verwijl voortdurend had te slikken. Dat is het beeld dat er iemand in dat lichaam zou zitten. Er zit volgens jouw nabije medemensen een zeker ‘ikje' binnen je fysieke verschijning. Iets dat aan het stuurwiel staat van handelen en gedachten. Het staat zo op de voorgrond dat gelijk welke beleving onmiddellijk gelinkt wordt met dit ik-beeld. En de spanning die daaruit lichamelijk wordt opgebouwd moet er natuurlijk op een of andere manier uit. Een tijdje kan dat ergens in een of ander orgaan opgeslagen worden (de funktie van organen is immers opnemen en afgeven). Maar te veel is te veel. En vroeg of laat staat die veer op springen en wordt dat intens beleefd. Niet meer of minder dan een waarschuwing van de natuur. Dank je wel, zou je dan horen te zeggen. Niets is minder waar. Die waarschuwing wordt onmiddellijk gekoppeld aan een volgend beeld, wat we dan een welbepaalde ziekte noemen zoals darmklachten, oorontsteking, maagpijn, buikpijn, multiple sclerose, kanker... . Het aantal etiketten en beelden is ondertussen eindeloos. Zowel de onderwijspsychologie als de geneeskunde staan ondertussen bol van de normen, etiketten en aanbevelingen. En maar de werkelijkheid van de dualiteit koppelen aan een of andere doenertje. Brengt natuurlijk veel spanning voort en dus ook veel vermaterialisering met bijbehorende ‘vertechnologisering'. Wel, dan voel je op je klompen aankomen, daar komt vroeg of laat heibel van. En nog geen klein beetje. Heb je al eens een absces gehad dat zich niet wil geven? Dan weet je zo ongeveer waar we het hier over hebben. Kwestie van je nog maar eens met een beeld en koppeling op te zadelen ;-).
En waar zit dan de gouden raad van nonkel Luc? Wel, zoek eerst uit waar die Luc (of gelijk welke persoon) zit? Bestaat die wel? Moet je dat niet eindeloos belichten om door en door doordrongen te worden van de illusie ervan? En vergeet uiteindelijk niet naast het belichten van andersmans schaduw, vooral je eigen schaduw niet. Op geen enkele andere wijze zal de koppeling: gevoel-beeld zich ontkoppelen. Maar misschien ben je al lang verslaafd aan emoties en wil je dat beeld in feite niet kwijt. De rotszooi van negatieve emoties pak je er telkens maar bij. Het is precies hetzelfde als verslaafd zijn aan drugs, alcohol, sigaretten, seks, suiker... . Hoewel ze je zo vaak in een misselijke toestand brengen, wil je ze voor geen geld missen - economische krisis of niet.
Een ware gids (of de realiteit die langskomt) slaat je vaak flink rond de oren. Eerder maakt de illusie zich niet los. Jij verliest altijd in de nabijheid van een ‘verlichte'. Elke schaduw is afhankelijk van zijn de lichtbron.
De relatie aangaan met zo (n)iemand is als een open wonde laten verzorgen. Daar sta je niet direct voor te springen hoewel het Liefde is dat handelt. Enkel de deur van de weldoener met zijn hoopvolle beelden worden platgelopen. De ene emotie lijkt de ander aan te trekken.
Het is een aandoenlijk schouwspel, dualiteit in al zijn uitingen. Maar in plaats dat je oude dag er een is van wijsheid en gelukzaligheid zit de kans er dik in dat het er een wordt van eenzaamheid, wrok, onmacht en spijt. En vaak zijn de lichamelijke klachten amper te overzien.
* * *
Terug
De dingen aandacht schenken.
Liefde is wat mij betreft hetzelfde als aandachtigheid. Wie aandacht schenkt aan iets zegt in feite dat het in zijn totaliteit welkom is. Aandacht schenken aan de dingen vraagt je geen enkele moeite. Het is immers egoloos en dus vrij van enige ik-Jij spanning. Aandachtigheid heeft bovendien niets met tijd of ruimte te maken. De aandacht voor de vogel hier op aarde is dezelfde als de aandacht die de astronaut op de maan schenkt aan de stoffige bodem. De vogel is niet hetzelfde als de zandkorrels op de maan, maar aandachtigheid wel. Aandacht brengt je ook nergens naartoe. Het wilt op zich ook nergens naartoe. Aandacht grijpt altijd plaats in het nu-moment. Aandachtigheid belooft je niets. Daarvoor moet je bij je eigen conclusies wezen. Die staan bol van de verwachtingen, voornemens en natuurlijk ook angsten. Daar staan verleden en toekomst voorop – hoewel nog niemand die ooit gezien of tegengekomen heeft. Vraag het maar eens aan gelijk wie: kun je me een beetje van de toekomst laten zien? Wat je dan ook te zien krijgt, je krijgt een nu-moment voorgeschoteld in de vorm van een verhaaltje of beeld.
Maar werden we niet systematisch aangeleerd om die aandachtigheid (de nu-beleving—er is trouwens geen andere beleving) weg te moffelen onder een dikke laag denk- en praatwerk? Mensen die bijvoorbeeld op pensioen gaan, lopen een veel grotere kans in een depressie te vallen dan toen ze nog hard aan het werken, uitvinden, vergaderen, plannen en uitrekenen waren. Als dat na een 60-tal jaren geen optie meer is, worden ze plots met datgene geconfronteerd waar ze nooit veel aandacht aan had geschonken, namelijke hun gevoelens. (Nu ja, ze hadden er wel noodgedwongen mee bezig geweest, maar enkel vanuit het wegduwen of doen oplossen.) Als een duivel uit een doosje springt het dan te voorschijn en het zijn voor velen totaal vreemde gewaarwordingen waar er geen enkel antwoord op past. En wegvluchten wordt al een pak moeilijker. Hebben ze nog een partner dan kan die misschien nog als bliksemafleider dienst doen. Twintig keer met de hond gaan wandelen voelt ook niet echt ontspannen aan. Heb je een moestuin, dan is dat misschien wel de plek waar je kan in wegvluchten. Bob Vansant, de spraakmakende depressietherapeut, vertelde me dat hij jaren lang beleiding gaf aan bankbedienden die voor hun nakend pensioen stonden. Zegt genoeg.
Of wat allicht nog veel herkenbaarder is, zijn de vakantiegenoegens. Nou ja, genoegens?
Eindelijk breekt de langverwachte vakantieperiode aan. En je bent nog maar aangekomen of je neus begint al te snotteren, je krijgt keelpijn en je moet nog voor je alles hebt geïnstalleerd de apotheker in. Het deksel is van de ketel en de spanning ontlaadt zich. Het lichaam zegt: eindelijk. Je hoofd denk: ellendig. En tegen dat je lichaam zich op natuurlijke wijze van de opgesloten spanning heeft kunnen ontdoen (ook wel ontgiften genoemd) , kan je weer aan het werk. Hupsaké, en de hele cirque begint van voor af aan. De routine krijgt lekker weer zijn beloop.
Er is een hemels groot verschil tussen aandachtigheid en concentratie. Daar waar aandachtigheid niets uitsluit en open staat voor alles verengt concentratie de hele zaak. Daardoor sluit het heel veel uit en sluit men zichzelf af van de steeds aanwezige heelheid. Aandacht lijkt soms veel op concentratie. Maar dat is op zich een illusie. Neem bijvoorbeeld dat er een documentaire op televisie loopt waar je heel geboeid naar aan het kijken bent. Je gaat totaal op in de beelden. Buitenstaanders zouden kunnen menen dat je heel geconcentreerd aan het kijken bent. Maar in feite ben je op dat ogenblik totaal Eén met het gebeuren. Er is geen persoon die iets moet begrijpen, bekomen of onthouden. Er is gewoon totaal Zien. Concentratie zou je eigenlijk kunnen zien als aandachtigheid waarin een ik-verhaal binnengeslopen is. Als ik naar de documentaire kijk omdat ik er iets uit nodig heb voor mijn lezing de volgende dag, of ik moet er examen over afleggen, dan wordt het iets totaal anders. Dan is het concentratie. Het is doelgericht, vraagt inspanning en brengt vaak stress of verhoogde spanning teweeg. Vaak zit er ook angst onder want o wee als ze je dan durven te storen. Dan ben je direct met mij akkoord dat er spanning in zat.
Aandachtigheid is Liefde, zei ik al. Geloof dat niet zomaar. Ga het na. In een dag zitten vele momenten van aandachtigheid. Het ‘verschuift' enkel met de regelmaat op de achtergrond omdat één of ander ‘ikje' weer even de kop op steekt. Die shift kun je dus voortdurend herkennen. Je kunt jezelf als het ware erop betrappen. Je zult steeds meer merken dat de vredigheid die aan aandachtigheid gebonden is, van een heel andere orde is dan die kortstondige voldoeningen vanuit concentratie.
* * *
terug
Wees een licht voor je Zelf.
De uiteenzettingen over opvoeding, onderwijs, psychotherapie en hulpverleningstechnieken zijn dezer dagen niet meer te tellen. Bovendien blijken velen zodanig wetenschappelijk onderbouwd te zijn, dat geen mens twijfelt aan hun waarden. De ‘sky' is de ‘limit' en ze beloven stuk voor stuk beterschap. Haarfijn wordt het hele mechanisme van psychisch lijden uit de doeken gedaan. Wat wil een lijdende nog meer! Hoe dan ook, elke nieuwe belofte doet hen weer eens op pad gaan, vaak gepaard met een leeglopende bankrekening.
Neurologie is daarbij ‘hot' dezer dagen. Je moet die uiteenzettingen over dendrieten, synapsen, neurotransmitters, hormonen en verder heel het hersenmechanisme maar eens aanhoren. Onlangs heb ik daar nog een verkorte versie van op mijn bord gekregen. Ik voel me dan telkens als een vreemde in de loge van de mensverbeteraars. Gelukkigheid blijkt enkel een zaak te zijn van het bedwingen, controleren en herstellen van foute genen, zenuwen en hormonen. Hierbij moet ik onmiddellijk toevoegen dat ik geen enkele twijfel heb aan de impact die kan bewerkstelligd wordt vanuit deze heren en dames hun knip-, plak- en snijwerk. Maar impact lost nog niet het diepe innerlijke verlangen van gelukkigheid in. Onze Westerse burger voelt dat elke dag aan den lijve.
Maar er ontgaat deze wetenschappers enkele dingen.
Ten eerste is er de vaststelling dat er vanuit hun onderzoek en het daaruit voortvloeiend handelen alleen maar meer vragen, symptomen en ziektes bijkomen. Elke draak die onthoofd wordt, brengt alleen maar meer draakjes voort, zo blijkt. Het officiële handboek van de psychiatrie (DSM 4) wordt met elke nieuwe uitgave telkens ook vele bladzijden dikker. Het omgekeerde zou veel logischer zijn, niet? In plaats van zich daarover eens diep te bevragen en de eigen uitgangspunten eens grondig uit te klaren, wordt men enkel maar vastberadener in het geloof dat symptoombestrijding dé oplossing biedt. Daarom nog niet nu, maar zeker binnen afzienbare tijd. En deze hoop blijkt belangrijk te zijn opdat het onderzoek financiëel niet vast komt te lopen. Hoopvolle resultaten zullen daarom eindeloos in onze ogen gestrooid worden. Er groeit heel wat onkruid op de akkers die bemest worden vanuit angst.
Ten tweede wordt er vanuit psychologische hoek veel over de persoon en zijn persoonlijkheid verteld, alsof het iets tastbaar, identificeerbaar en meetbaar is – maar het dat duidelijk niet is. Een subject (vaak aangeduid met ik, jij, het ego, de persoonlijkheid...) kan natuurlijk niet bepaald laat staan onderzocht worden. Want dan zou het geen subject zijn maar object.
Ten derde zijn velen onder hen blind voor het feit dat hun bevindingen in meer Oosters gelegen werelddelen al lang gekend waren buiten elke hoogtechnologische ondersteuning om. Deze volkeren ontliepen daardoor niet de ongerichtheid van de natuurelementen, maar ze werden amper gekweld door het psychisch spanningsveld waaronder de Westerling en zijn gevormde samenleving zo zwaar gebukt gaan. Dat zou op zijn minst de interesse moeten wekken van deze heren en dames. Maar niets is minder waar. Dit mystieke karakter dat aan deze ‘Oosterse' bevindingen kleeft, wordt door deze wetenschappers vaak afgedaan als toeval, placebo of magie. Maar steeds meer mensen voelen zich niet begrepen door deze op de ratio drijvende weten -schappers. Meer en meer mensen keren zich dan ook af van dit verwachtingscheppend verhaal en voelen meer voor het directe eigen innerlijke verhaal. De kloof tussen deze twee visies is ondertussen immens groot aan het worden. En toch hebben deze twee bronnen van informatie meer baat bij samenwerking dan met ontkenning.
Tussen deze twee strekkingen blijkt er dus een fundamentele knoop te bestaan waardoor het onmogelijk blijkt om Thuis te komen bij zichzelf. En dat is het diepgewortelde geloof dat er persoonsgebonden bewustzijn bestaat dat via de inspanning van een persoon – zijnde zichzelf of iemand anders tot een groter geluk kan komen.
Deze mens is helemaal in de aangebrachte illusie opgegaan dat hij de schaduw die aan het bestaan kleeft, kan manipuleren tot gelukkigheid. Velen hebben nog steeds niet door dat zij niet het voorwerp zelf zijn waar de schaduw bijhoort, maar wel het licht zelf. Het fijn afstellen van het voorwerp brengt dus geen enkele oplossing voor het verwijderen van de schaduw. Die verandert telkens netjes mee.
Stel voor dat je het licht zelf bent, waarin een ver-schijnsel zich manifesteert. Zie je dan telkens niet enkel het verschijnsel zélf! Nooit kan jouw licht enige schaduw omvatten. Die wordt enkel maar beleefd en als echt aanzien vanuit het standpunt van het verschijnsel zelf. Maar werd juist dat niet ingeprent in ons brein. Hebben we niet geleerd dit lichaam te aanzien voor ons ware zelf. De vershijnselen veranderen constant. Dat inzicht hebben we doorheen de tijd moeizaam eigen gemaakt. Het is een belangrijke eerste stap, zou je kunnen zeggen. De tweede stap zou kunnen zijn dat je totaal doorziet dat jij niet in dat verschijnsel huist (en het aanstuurt) maar dat dit verschijnsel zich vertoont aan jou – zijnde het licht.
Tijdens de Hier-en-Nu dialogen laat ik de aanwezigen hier letterlijk mee kennismaken. Dat gebeurt blijkbaar vanzelf. Luc is niet het verschijnsel, maar datgene dat belicht. Dat is voor Luc poepsimpel, want gelijk wat er verschijnt op die vrijdagavonden, het verwijst steeds en eindeloos naar zichzelf. Zichzelf vinden doe je dus niet door te zoeken naar het juiste verschijnsel, dat beleefd wordt als genotsvol (suggoraat voor Liefde). Zichzelf vinden gebeurt wanneer ook de illusie ten volle belicht wordt. Geen schaduw houdt daar stand. En het verschijnsel ‘herkent' zichzelf alleen maar als licht en niet langer als organisator, kneder, hoper, verlanger... . Dit Zelf heeft niets van doen met dit ‘ik-verhaal'. Het verschijnt enkel net als alle andere verschijnsels. En als er licht op wordt geworpen, is er van een schaduwzijde (wat de ikjes telkens bleven beleven als innerlijke spanning) geen sprake meer. Ik-belichting heeft ik-verlichting tot gevolg. Dan floreert het verschijnsel (dat dan gemakshalve nog steeds wordt aangeduid met ‘ik') onbeladen en in volle intensiteit.
* * *
terug
Overgave
Wanneer je de grootsheid van de natuur aanschouwt in al zijn variëteit, speelsheid en onschuld, aanschouw je in werkelijkheid een enkel fenomeen nl kwetsbaarheid. Een paar atoombommen en alles is weg. Miljarden jaren van evolutie kan in één seconde totaal vernietigd worden. We vergeten daarbij maar al te vaak dat we ooit als baby/kind zelf die totale kwetsbaarheid uitmaakten. De openheid van de geest was toen nog fenomenaal. Alles kon men er instoppen. Alles kon men je wijsmaken. Moeiteloos kon de omgeving zijn concepten, ongenoegens en frustraties aan dit prille leven ‘schenken'. En zo werden we destijds allemaal (de een al meer dan de andere) overladen met een gevoel van schuld, onkunde, onvolledigheid enzovoort. Die geest werd bovendien al heel vroeg overtuigd met de idee dat hij aan een ‘iemand', een persoon, een ik gekoppeld is. Vanaf een jaar of drie heeft het idee dan al flink postgevat dat het jouw geest is. En als vanzelfsprekend volgde daar dan ook uit dat de opborrelende ideeën, beelden en gedachten werden aangemaakt en gestuurd door deze ‘iemand'. Het gevolg is natuurlijk dat er vanaf dan altijd die zogenaamde persoonlijkheid is die kan aangesproken worden wanneer de ongerichte speelsheid van het leven een ‘iemand anders' niet goed uitkomt. En zo belanden we in een Trojaanse patstelling waarbij om de beurt de ene partij het laken lijkt naar zich toe te kunnen trekken. Eindeloos gaat deze strijd door. En daar komt pas een einde aan zodra een Odysseusbewustzijn (of noem het een Kristusbewustzijn, een Boeddhabewustzijn...) oplicht. Zodra het begint te dagen dat deze ego-strijd een nooit eindigende strijd is, wordt de liefde voor wat Is, in al zijn acceptatie en onvoorwaardelijkheid je in de schoot geworpen. Geen seconde eerder.
Kijk naar je ikjes, zoals je naar de opkomende en de ondergaande zon kijkt. Aanschouw ze zoals je de dwarrelende ‘eigenzinnige' sneeuwvlokken aanschouwt. Kijken heeft geen eigenaar, geen doel en geen verlangen. Kijk daarom om de vreugde van het kijken zelf. Geen schaduw die je nog beklijft.
* * *
terug
|