|
spiegel: Het depressieve (ik-)bewustzijn
Over spanning
Nog nooit heeft de mens zoveel onderscheid aangebracht binnen het psychisch onbehagen. Voor elke gril bestaat er stilaan wel een categorie, een naam en natuurlijk ook een pil. Waar is de tijd dat men het allemaal onder één noemer bracht: overspannen. En eigenlijk dekte dat woord alles. Want welke term of begrip je op een psychisch conflict ook plakt, er is telkens iets gaande binnen de levensspanning van het individu. En om die spanning terug op een leefbaar biologische/psychisch niveau te krijgen moet je niet komen aandraven met een specifiek programma, behandeling of medicijn van buitenuit, maar moet een zoektocht opgestart worden naar de plaats waar het innerlijk contact verbroken werd. Dan komt de kracht van zelfregulatie weer tot uiting. En pas dan bloeit de mens.
Terug
De gids
Of we een menselijke gemoedstoestand nu aanduiden als psychose, depressiviteit, verslaving, burn-out, hoog-sensitief of gelijk welk andere psychische spanning, ze zijn allemaal terug te brengen tot één spanningsveld: het beeld naar morgen toe, tegenover de beleving van wat zich nu op dit ogenblik voordoet.
Om dit inzicht daadwerkelijk toe te laten binnen de eigen leefwereld hebben de meeste mensen een duwtje nodig. Dat kan vanuit een dramatische gebeurtenis tot stand komen, maar ook door toedoen van een ervaren gids. Die gids moet daarbij niet blindelings vertrouwd worden, maar daarentegen stevig aan de tand gevoeld worden opdat die aangepord wordt het beste van zichzelf in volle aandachtigheid te schenken.
De cliënt en de consulent hebben elkaar nodig om die aandachtige aanwezigheid te doen opbloeien. Want het heeft geen enkele zin alleen boven te komen en daar te moeten wachten op de anderen.
Terug
Depressie en de illusie van een 'ik'
Over depressiviteit schrijven, nadenken en discussiëren, blijkt al bij al niet zo moeilijk te zijn. Artikels, boeken en websites zien dagdagelijks het levenslicht. En die toekomende stroom informatie en wetenschappelijke kennis blijkt alleen maar toe te nemen. Iedereen heeft zo zijn idee erover - al dan niet vanuit ervaring of 'geleerdheid' onderbouwd. Al deze mensen zijn op de één of ander manier bewust bezig met het fenomeen 'depressie'. Maar depressie laat zich uiteindelijk niet zo snel kaderen of eenduidig benoemen zoals sommigen deskundigen ons willen doen geloven. Vragen opwerpen in de zin van: is ADHD, autisme, HSP, dyslexie, CVS,... gerelateerd aan depressie (en wat is daarbij oorzaak en wat gevolg?) is als het smijten van een knuppel in het hoenderhok. Iedereen stuift aanvankelijk uit elkaar om even later zich'het ding' toe te eigenen. Het komen aandraven met oplossingen is deze mens niet vreemd.
Maar de enige vraag die naar de wortel reikt is: "Wie of wat ligt aan de basis van al dat vernuftig samengesteld gedachtegoed, en wat is de echtheid ervan?" Wat heeft het zin om een appelboom te planten vanuit het sterke verlangen dat die ons volle en sappige vruchten zal schenken, maar de grond van waaruit hij zich moet oprichten te negeren! We weten dit allemaal wel, maar toch blijven we ons strak fixeren op het beeld van de aangename vrucht. (In de tijd van het Oude Testament werd op deze gefragmenteerde kijk reeds gewezen (zondeval). Maar veel waarde hebben we er blijkbaar niet aan gehecht. Het beeld van een heerlijke 'morgen' blijft belangrijker. De grond waaruit de dingen opbloeien boeit hem amper.)
Wat gebeurt er nu eigenlijk met als die 'weetjes' van een groep die rond depressiviteit werkt en die samengebracht worden? Het verwordt heel snel tot een film, die wel emotioneel en echt aanvoelt, maar die uiteindelijk binnen de mens zelf niet in staat blijkt echtheid in de dingen te leggen. Mocht dat wel zo zijn, dan zou de wereld al heel lang een paradijs moeten zijn. Want aan wijsheden die vanuit ons denken worden geconstrueerd is er een overvloed. Over de kwalitatieve aard van dit menselijk denkvermogen valt al veel minder op de borst te kloppen. Daar blijkt schaarste alom.
Wie ook ter wereld de pretentie heeft enig zicht te hebben op depressiviteit, zal vooreerst de drijfveer die tot die pretentie leidt moeten onderzoeken. En dan zal pretentie moeten plaats maken voor aandachtige overgave.
Wie deze bovengenoemde vraagstelling - die naar de bron van onze psychische conflicten verwijst - uit de weg gaat, blijft bijgevolg constructies opzetten zonder enige fundamentele standvastigheid. Bovendien gaat men al te gemakkelijk deze eigen constructie als waarachtig beschouwen. Het is zoals bij een film waarbij al de afzonderlijke beeldjes het lichaam toch tot emotie kan bewegen. Als het maar echt lijkt en herkenbaar is.
Dit gebrekkig onderzoek naar de eigen drijfveren - naar de zin van de eigen existentie - zet deze mens aan tot een handelen dat de natuurlijke veerkracht vér te boven gaat. Door er dan maar op te wijzen dat er maatschappelijk iets moet veranderen, geven we blijk aan ons onvermogen de eigen chaos in de ogen te kijken.
De maatschappij is volledig door toedoen van de mens tot stand gekomen. En onverminderd zijn we bezig die verder te construeren vanuit het eigen gedachtegoed. Het is dus een onweerlegbaar dagelijks feit: de maatschappij is ons gedachtegoed. Geen enkele andere levensvorm heeft daartoe bijgedragen. We hebben ze er allemaal wel ingeplaatst. De maatschappij staat dus niet los van ons. De verantwoordelijkheid afschuiven op de sociale, maatschappelijk en economische structuren is louter een gevolg van het niet durven beleven van diezelfde chaos in het innerlijke van ieder van ons. Wie denkt dat hij hier buiten staat werpe de eerste steen.
"Niet hier maar daar ligt de bron van alle ellende." "Niet ik maar zij zijn de oorzaak." Vanuit deze opsplitsing komt er nooit een einde aan de psychische conflicten waaronder de huidige mens dreigt te worden verplet. De bal wordt enkel maar van het ene kamp in het andere geduwd. En dit natuurlijk met de nodige wetenschappelijke verantwoording en ingepakt met tal van erkende diploma's.
Zonder enige uitzondering is elke depressie een gevolg van dit gefragmenteerd denken. Vanuit deze fragmentatie ontstaat altijd het beeld dat een 'ik' aan de basis ligt van wat er gebeurd. Van daaruit is het natuurlijk ook niet moeilijk om eigen problemen op een ander (een 'hij/zij') af te schuiven. Want enkel vanuit een 'ik' kan tegen iemand anders gezegd worden dan het zus of zo moet. Opvoeding is daarbij een hachelijke onderneming waar maar al te vaak het aangename op de 'ik'-rekening wordt geboekt, en alle oorzaken van vervelende gevoelens op een 'hun'-rekening. Schijnbaar kan dat als je de dingen opsplitst. Schizofrenie geeft bijvoorbeeld goed aan hoe zo'n illusie tot stand komt.
Toch , zo zal men hier tegenin brengen, beleven we onszelf binnenin (ziekten en gevoelens) en beleven we de dingen rondom ons. Dat kan geen illusie zijn. En als dan de vraag gesteld wordt wie het dan wel is die dat allemaal ervaart, is het antwoord altijd: 'ik'. Als vanzelfsprekend is het dan ook een 'ik' waar het beleefde lijden (depressie) komt in te liggen. Het moge duidelijk zijn dat de zoektocht naar een oplossing voor de opkomende depressiegolf start en stopt bij het ont-dekken van dit 'ik'.
Depressiviteit is de ervaring van de pijnlijke illusie van de 'ik-persoonlijkheid'. Deze 'ik-beleving' stond aan de basis van al hun doen en handelen. De zin van een 'ik' heeft dus een stevige knauw gekregen. Het is voor deze mensen komen te blijken dat een 'ik' - hoe zorgvuldig opgebouwd en met liefde geconstrueerd het ook mag zijn - niet aan de werkelijkheid van het leven zelf kan voldoen. Dit 'niets' vertrouwen zal aanvankelijk veel moed en een minimum veiligheid vragen.
Die knauw komt daarbij niet van de maatschappij zelf maar vanuit de biologische natuurlijkheid. Depressiviteit is een kans om het 'ik' niet langer boven deze biologische natuurlijkheid te verheffen. Het zal dus van het allergrootste belang zijn voor de psychische hulpverleners (consulenten, therapeuten, psychologen, psychiaters) om de depressieve mens geen nieuwe illusie (een opgepoetst 'ikje') aan te reiken. Deze mensen staan op het punt heel wat ballast te moeten afgooien. Je moet nu eenmaal bereid zijn te verliezen om de strijd te kunnen winnen. Daarbij kan niemand de strijd winnen. Wees dus niemand.
Terug
Het experiment tegen al wat went
Dé periode van de mens waarbij het experimenteren hoogtij viert is de periode dat hij jonger is dan 3 jaar. Hoe meer hij van daaruit voortschrijdt in de tijd, hoe minder hij zich op zijn gemak voelt om de ongerichtheid die in elk experiment aanwezig is toe te laten. Hij verzekert zich op alle mogelijke wijzen en de toekomst moet zo goed mogelijk gekend zijn. Het 'gissen en missen' is niet echt een goede vriend van de bewust handelende mens. Tijdens onze eerste levensjaren is er nog geen spraken van een 'storend' bewustzijn. Op zijn eigenzinnig tempo onderzoekt het kind al wat op zijn weg komt. En meer dan wat basisbehoeften om zijn voorraad energie min of meer stabiel te houden, vraagt het niet. Het is dus louter aan een eigen natuurlijk vermogen (aandachtigheid) te danken dat het zich verder ontplooit. Het is zich immers nog van niets bewust en kan van buitenaf onmogelijk tot leren/evolueren gebracht worden. Het is zijn eigen proces dat de touwtjes in handen heeft. Al wat het op zijn weg vindt krijgt zijn aandacht. Deze eigenheid op zich is al wonderbaarlijk, vind ik.
Het belang van dit natuurlijk fenomeen van 'trial and error', wordt schromelijk onderschat. Terwijl een baby eerder overgeleverd is aan dit proces, kan de bewuste mens zich in dit proces 'storten' en bovendien toch de nodige veiligheid inbouwen. En hij doet dat ook regelmatig. Alle grote uitvindingen kennen hun ontstaan vanuit het experiment. De gemeenschappelijke noemer van de grootste uitvinders was het bezitten van een aandachtige, energierijke en een verwonderde geest.
Hier komt een belangrijke sleutel boven te liggen die voor mensen met een existentieel dipje (depressie) de gesloten deur kan openen. Zij die het levensritme en de eisen van het sociale maatschappelijke leven niet meer aankunnen worden vanuit hun biologische kern aangespoord tot verandering. Maar een zeker bewustzijn boezemt hun angst in en blijkt elke verandering te willen tegengaan. Zich doelbewust overgeven aan zelf gecreëerde veranderingen binnen het eigen, standvastige levenspatroon, is een doeltreffende vorm van experimenteren. "Experimenteren om de vaste denkpatronen te doen keren".
Een experimenterende geest is gedwongen tot oplettendheid. Want je wilt natuurlijk wel weten wat het allemaal teweegbrengt bij jezelf. Wat is het gevoel dat vrij komt indien ik in een winkel stap waar ik anders nooit kom? Wat wordt de wereld aangedaan indien ik het overwerk nu eens laat liggen tot morgen? Op welk moment precies gaat mijn gelijkmoedigheid de mist in wanneer ik mijn dominante ouder(s) opzoek? Wat gebeurt er wezenlijk wanneer ik nu eens 'nee' zeg, bij situaties waar ik altijd met tegenzin 'ja' zei?
De kracht van het experimenteren ligt niet in het resultaat, maar wél in de aandachtigheid waarin men terecht komt om waar te nemen wát er binnenin mezelf (denkpatronen die opgestart worden, gevoelens die vrijkomen) gebeurt. Aanschouwen zonder te willen bijsturen, is daarbij de voornaamste boodschap.
Hierop aansluitend zou ik het ongetwijfeld over de kracht van het filosoferen moeten hebben. Want een onderzoekende, bevragende geest voorkomt het vastgeroest geraken aan denkbeelden en overtuigingen. Experimenteren en filosoferen gaan hand in hand. In een ander artikel kom ik hier nog uitgebreider op terug.
Terug
De krachteloze geest
Wanneer ik -rijdende op de snelweg - de gsm-masten passeer, verwondert het me keer op keer dat de golven die van daaruit mijn mobiele telefoon bereiken niet te zien, te voelen of op gelijk welk vlak te ervaren zijn. Bovendien heeft nog niemand ze direct kunnen waarnemen. Pas als die golven op een 'receptor' stuitten die erop afgestemd is, worden ze opgemerkt en omgezet tot iets wat voor de mens hoorbaar/voelbaar is.
Zo geschiedt het grotendeels ook met onze geest. Op zich valt daar niets van te voelen, maar zodra die in contact komen met daartoe afgestemde hersenreceptoren gaat er een wereld open en komt de mens tot actie. Wat we bijgevolg aanduiden met 'depressiviteit' duidt enkel op de gevolgen die tot uiting komen zodra verzwakte geestesgolven via de sensitieve hersenstructuren opgevangen worden. Een geest die niet vanuit zijn volle capaciteit werkzaam is leidt dus ongetwijfeld tot een gebrekkige ontvangst binnenin de menselijke hersenen. Op deze manier gesteld heeft het iets onschuldigs. Niets is minder waar. Ons hele doen en laten drijft op de brandstof die de geest ons te bieden heeft. Een krachteloze geest heeft een enorme impact op het welbevinden van de totale mens.
Vooral de medici, de farmacie, de psychologie en de wetenschap in het algemeen zijn genoodzaakt zich te richten op de gevolgen van een krachteloze geest. Ze zijn genoodzaakt zich te richten op de plaats waar de geest tot waarneembare biologische feiten komt. En dat ze resultaat boeken is daarbij ongetwijfeld een aantoonbaar feit. Daar het lichaam in voortdurend contact staat met de geest spreekt het vanzelf dat er biologische veranderingsprocessen waarneembaar zijn die natuurlijk op hun beurt weer andere lichaamsfuncties zullen beïnvloeden. Die biologische processen (bijvoorbeeld de neurontransmissie) aanpassen, brengt ontegensprekelijk in de daaropvolgende keten van processen verandering. En uit onderzoek blijkt dat dit in vele gevallen kan leiden tot een opschorten van vervelende gevoelsstemmingen.
Maar hoe goed doordacht die medicinale beïnvloeding ook is, de aangetaste geest blijft buiten schot. Het is als het wissen van de sporen van het konijn dat je groentetuin kaal vreet. Daardoor verdwijnt het konijn nog niet. Zodra je de moestuin de rug toekeert komt het konijn terug.
En zo gaat het ook met anti-depressiva. Gebruik je het, dan kan het een gunstig effect hebben (bijwerkingen niet nagesproken). Maar zodra je ermee stopt, komt de te geselen kat weer uit de mouw. Aan heel dit proces is bovendien niets abnormaals te bespeuren. Het lichaam op zich reageert op de chemische prikkels die het toegediend krijgt. Die zijn waarneembaar en geven een inzicht op hoe onze biologische processen op elkaar inspelen. Valt de chemische prikkel weg, gaat het lichaam terug over in de eerdere staat.
Maar dit blijkt maar een stuk van het verhaal. De nauwe samenwerking tussen lichaam en geest maakt dat een langdurige lichamelijke beïnvloeding van buitenaf blijvende gevolgen kan hebben binnen de hersenstructuren. En dan mag de geest nog terug in zijn oorspronkelijk aangeboren kracht komen, de receptoren zijn nu definitief beschadigd.
Wil je je als individu niet aan zulke gevolgen bloot stellen, dan komt het erop aan de geest in zijn volledige kracht te laten. De levensgeest is op zich onveranderlijk maar kan in zijn kracht aangetast worden. Zo blijft de motor van een auto wel dezelfde, maar als hij maar op de helft van de cilinders kan draaien breng je jezelf in talloze manoeuvres in gevaar.
Wie werkelijk geïnteresseerd is om een einde te maken aan zijn innerlijke conflicten en spanningen zal zich ook volledig moeten toeleggen op die volle kracht van de geest. Een goedfunctionerende geest pakt de bron aan van gelijk welke psychologisch ongemak. Want zulk een geest bezit de flexibiliteit om de grillen binnen de natuur op het moment zelf het hoofd te bieden. Die laat zich niet in met een zorgelijk bewustzijn naar morgen toe en laat zich ook niet drijven op het beeld van gisteren. Die treuzelt niet maar handelt. Die laat angst en verdriet geen wortel schieten.
Terug
Globalisering
Globalisering komt in wezen hierop neer dat men toegang krijgt tot technologische en economische processen die voordien nog niet verworven waren. Globalisering maakt dat evolutieprocessen door allerhande gemeenschappen kunnen overgeslagen worden. Maar dit niet ondergaan van het eigen evolutieproces met zijn specifiek biologisch tempo maakt dat die gemeenschap ook wordt opgezadeld met een onverwerkbare hoeveelheid spanningen en conflicten. En dat dat tot geestelijke en maatschappelijke misvormingen kan leiden, zien we in tal van landen die ooit bezet zijn geweest door een ander cultuur of landen die economische en maatschappelijk een injectie krijgen van buitenuit.
Tot zelfs binnen een gezin kan het idee van 'iedereen evenveel kansen en rechten' tot heel veel frustratie leiden. Geen enkel individu zal zich gelukkig weten indien hij een tempo wordt opgelegd dat niet het zijne is. Een individu vanuit zijn kracht te laten evolueren vraagt niet zozeer om een doordachte begeleiding naar gelijk waardigheid maar veeleer om ruimte en afstand. Maar dan moet je dat 'alleen-staan' als individu (ouder) of als gemeenschap kunnen verdragen. Het opzet van globalisering staats haaks tegenover de kracht van de verscheidenheid binnen het leven.
Mijn eigen kinderen blijken totaal anders in de wereld te staan. Niet dat ze innerlijk zodanig verschillen, maar ze leveren elk hun eigen gewroet om zich staande te houden binnen hun eigen belevingswereld. Toch hebben ze een gelijkaardig opvoeding en schoolcultuur achter de rug. Om hun eigenheid (hun eigen-zinnigheid) te respecteren moet ik als ouder daar toch in de eerste plaats vanaf blijven. Zodra ik daar mijn moraal, mijn mensvisie, mijn overtuigingen ga aanbrengen, misken ik de levenskracht van de individualiteit. Dan wordt het mijn levensvisie tegenover de hunne. En hun afhankelijkheid maakt dat het steeds dezelfde partij (volwassene) is die het eigen gelijk over de andere uitspreidt.
Landen worden gedwongen tot een democratisch regime in ruil voor financiële bijstand. Maar moet de ethiek die aan het democratisch gedachtegoed verbonden is niet van binnenuit komen i.p.v. van buitenaf? Een land is maar zo democratisch als dat zijn burgers de democratie innerlijk aanvoelen en beleven. Voorwaarden en sancties zijn middelen die de vrijheid tot zelfrealisatie beperken en bedreigen. Dat wekt alleen maar reactie op waardoor men altijd in de strijd betrokken geraakt i.p.v. in een eigen ontwikkeling.
**
terug
HSP
Meer en meer geraken de termen HSP, Indigo-kinderen, Nieuwetijds-kinderen ingeburgerd. HSP gebruik ik in deze reflectie als kader waarbinnen alle andere zijnstoestanden van hoge sensitiviteit vallen. HSP staat immers voor Hoge Sensitieve Personen en dekt allicht de ganse lading.
Het is mijn 'vaste' overtuiging dat het aantal mensen die kampen met te sterke emotionele schommelingen ook vanuit de HSP-wereld nog schromelijk onderschat worden. Zij die met deze zogenaamde hoge gevoeligheid moeten vechten om te overleven, vormen het topje van de sociaal-maatschappelijke gecreëerde ijsberg.
Dat ik emotionaliteit al onmiddellijk koppel aan HSP heeft een uiterst belangrijke reden. Het is immers in het belang van elke zoekende mens (dus ook de HSP-ers) dat er een duidelijk onderscheid gemaakt wordt tussen de emotionele geest en de sensitieve geest (in andere reflecties wordt dit uitgebreider toegelicht).
Net zoals depressiviteit is HSP geen ziekte maar wel een duidelijk signaal aan de eigen soort. En dat signaal is vooral vanwege het opkomend kwantitatief aspect verontrustend. Het is daarom uiterst zinvol én noodzakelijk dat de HSP-ers naar buiten komen en aan de alarmbel trekken. In wezen doen zij dit als vanzelf, net zoals een lichaam dat met onnatuurlijkheid geconfronteerd wordt de weerstand automatisch opdrijft.
Dit maatschappelijk fenomeen (als ik dat zo mag uitdrukken) van opstandigheid zou niet gesmoord mogen worden, want het houdt de beleidsmakers de spiegel voor betreffende hun eigen drijfveren.
Maar het is al te gemakkelijk -en bovendien schadelijk- de bal in het andere kamp te leggen zonder hem eerst zelf te hebben doorgrond. Men kan niet in het eigen oog kijken. Daarvoor heeft men een spiegelend oppervlak nodig. Ook HSPers zullen -willen ze niet in hun eigen onmacht blijven rondzwalpen- grondig en onbevooroordeeld in de spiegels des levens moeten kijken. Men zal zich bij dat 'kijken naar' regelmatig moeten laten bijstaan door mensen buiten het eigen kamp. Niet alleen duidelijkheid voorop, maar ook objectiviteit.
Ik leg hier enkele bespiegelingen voor naar alle HSPers toe. In al het doornemen van lectuur omtrent deze identiteit; vanuit enkele intieme en vriendschappelijke relaties met gevoelige personen staat hetvolgende me zeer duidelijk voor ogen: ieder wezen, begiftigd met een zekere mate van bewustzijn kent periodes van overgevoeligheid. Men wordt er als vanzelf bij wijlen ingezogen. Velen geraken daar - vanuit een natuurlijk zelfregulerend mechanisme - weer uit. Maar sommigen niet. De reden dat men er niet meer uitgeraakt heeft alles te maken met de ingewortelde energie van psychologische afhankelijkheid. En deze vorm van afhankelijkheid is een geweldig destructieve kracht, want tegennatuurlijk. Het verwonderde mij aanvankelijk dat ik deze kijk op dit HSP-aspect niet terugvond bij Elaine Aron, de opkomende autoriteit rond dit sociaal(?) aspect. Maar ook zij heeft niet de mogelijkheid om vanuit het eigen bewustzijn de eigen drijfveren direct te aanschouwen. Dit is biologisch immers onmogelijk. Geen kwaad woord over Aron, maar toch wil ik naast haar mening mijn eigen beknopte visie op tafel leggen. Twee ogen geven een veel beter zicht in de diepte dan één enkel.
- HSPers hebben niet zozeer te leren omgaan met hun sensitiviteit maar hebben de wortel van hun emotionaliteit te doorgronden. (Dit geldt trouwens voor alle mensen.) Wie ooit vanuit een energetische omgeving moest opgroeien die onvoldoende eigen-zinnigheid toeliet (heeft niets met koppigheid te maken!!), zal zich proberen staande te houden - binnen deze egocentrisch gerichte maatschappij - door zich aan een zelf gecreëerd beeld vast te houden. Het is hun enige psychologische overlevingskans! (Welk soort persoonlijkheidsbeeld doet er daarbij niet eens toe). Hier vormt zich dan al meteen het grote probleem rond afhankelijkheid. De afhankelijk die we ons als mens aanmeten ten overstaan van onze baas, onze vriend(in) of het kapitalistische systeem, verschilt in het niets van de afhankelijkheid van ideeën, geloof of verwachtingen. Beiden worden gevoeld vanuit een belangrijke psychische activiteit. Afhankelijkheid brengt onmacht voort - een gevoel waar HSPers voortdurend mee te kampen hebben. En terecht, want het is een natuurlijke reactie op een onnatuurlijke situatie. HSPers hebben gelukkig hun biologische gevoeligheid nog niet weten in te ruilen tegen gezag, dominantie en onverschilligheid. Even terugkomend op het energetisch veld waarvan spraken: aanstaande vaders en moeders die zichzelf al fel ondergedompeld weten in psychologische afhankelijkheid dragen dit energetisch potentieel (waarbinnen angst de grootste boosdoener is) reeds in hun zaadcellen en/of eicel. Dat is een biologische wetmatigheid die we tevens terugvinden in erfelijkheidsoverdracht. De angst, de gerichtheid en de onmacht die vanuit afhankelijkheid voeding krijgt werkt verlammend voor de mens en wordt hoe langer hoe meer genetisch doorgegeven.
- HSPers zijn genoodzaakt de tocht van ont-dekken helemaal door te maken. En dit keer aan hun tempo. Zonder enige begeleiding van een betrouwbare gids lijkt het mij een uiterst moeizame weg. Want het kan niet de bedoeling zijn van het ene beeld te vervangen door een ander. Wil men daarbij tot die oerkracht van eigen-zinnigheid komen, dan zal vooral een begeleider/vriend(in) die elk gevormd beeld (en beelden die zich voortdurend willen nestelen) weet te doorprikken, een enorme hulp kunnen betekenen. Als dan uiteindelijk de begeleiding zelf doorprikt wordt, komt aan deze moeizame tocht een einde en wordt men eigen gids. Dan leeft men voor de eerste keer 'direct' en krijgt de eigen-aardigheid vanzelf zin.
**
terug
Natuurlijkheid voorbij de denker.
Ons denkvermogen creëert iets heel eigenaardig. Het heeft het voortdurend over een tweeheid: geest en lichaam en vermeldt tegelijkertijd dat ze één zijn. Dat is op het eerste zicht een bizarre situatie. En een paradox als de deze moet je met onverbloemde vragen te lijf gaan, wil je op zijn verborgen waarheid zicht krijgen. Zo is een flink penetrerende vraag: heeft het lichaam de denker nodig of is het de denker die het lichaam nodig heeft? Wie was er het eerst: de denker of het lichaam?
Het is een simpel feit dat het lichaam er was vooraleer de denker op de proppen kwam. Elke sensatie vanuit het aanwezige lichaam was er reeds vooraleer de denker opstond. Kijk maar eens naar de eerste de beste baby en je weet wat er bedoeld wordt. Al die sensaties komen en verdwijnen op een meest natuurlijke wijze en duren niet langer dan de natuurlijke haalbaarheid van die sensatie zelf. Maar de denker gaat met die natuurlijke duur van de sensaties aan de haal. Hij probeert ze naar zijn hand te zetten. Maar daar slaagt de denker nooit of te nimmer in. Het enige wat zich van daaruit manifesteert is een beleefd conflict binnen de natuurlijkheid van het lichaam zelf. Alle pogingen die we vanuit dit psychologisch, spiritueel of etnisch gedachtegoed proberen te ondernemen, zijn daarom gedoemd om te mislukken. Ze zwengelen daarentegen het conflict alleen maar aan. Indien we terugkijken op de evolutionaire weg die deze menselijke levensvorm al heeft afgelegd dan kan er alleen maar vanuit gegaan worden dat dit biologische-energetisch lichaam over een enorme wijsheid en een bijzonder aanpassingsvermogen moet beschikken. En dit proces heeft zich al die tijd voltrokken buiten elke intellectuele denker om. Die kwam pas veel later op de proppen.
Wat we nu beleven is de betrachting deze wijsheid van het lichaam te richten. Fijne sensaties trachten we te verlengen en de vervelende gaan we vermijden. En het enige dat het lichaam daarbij ervaart is meer pijn en spanning. De illusie van de vrije keuze is in feite de ervaring van pijn zelf. Het enige wat uiteindelijk in je bezit komt is pijn, verdrietervaring, angst en onmachtbeleving. Deze pijnbeleving (verdriet, lijden,…) bestaat niet in één of andere gedachte of psychologisch/spiritueel niveau maar enkel op lichamelijk niveau. Het lichaam draagt dit, gaat ermee aan de slag zoals het dat al miljoenen jaren heeft gedaan. En het zal dat doen zolang het eigen zenuwstelsel niet overbelast wordt.
Hoe dan ook, het lichaam is de oorsprong van je werkelijke ervaring en dus kun jij met je gedachten de problemen niet oplossen. Het lichaam is de verwerker; is datgene dat met de dingen aan de slag kan. De denker heeft enkel hoop, verwachtingen en verlangens. Het lichaam beschikt over het Nu, met al de aanwezige factoren.
De conclusie is simpel, maar onacceptabel voor de denker: de denker zelf kan niets doen. Hij is totaal machteloos want bestaat bij gratie van het lichaam. Bovendien bestaat dit lichaam op zijn beurt bij gratie van het kosmische mogelijke – ook wel Eenheid genoemd. Maar om deze denker bij zijn lurven te nemen moeten we het niet eens zo ver zoeken. Het is al een hele opgave naar deze illusoire denker te willen kijken; hem/haar te onderzoeken.
Dat dit zo moeilijk is te onderkennen komt uit het simpele feit dat je dit onderzoek maar enkel vanuit het denken kunt plegen. Je hebt geen enkel ander instrument ter beschikking dat je zodanig vertrouwt. Dat is hetgeen de zwaar geconditioneerde geest voortbrengt: de wijsheid van de denker overheerst de intelligentie van het lichaam. Dat dit een regelrechte afstraffing wordt is reeds lang merkbaar. En ook voelbaar vanuit de lichamelijke wijsheid en zijn symptomen.
De grootste doorbraak die iemand werkelijk kan bereiken is het doordringende besef dat de denker absoluut niet in de mogelijkheid is om wat dan ook op te lossen als het gaat om vredigheid en geluk. Hij/zij kan auto's ontwikkelen, huizen bouwen, atoomkernen ontdekken, cursussen opstarten of een tekst als deze schrijven… maar geen innerlijke vrede ontwikkelen. Voor dat laatste is het denken compleet ontoereikend. Hoe meer het naar oplossingen zoekt, hoe meer miserie, wanhoop, kwaadheid en verdriet het lichaam ondervindt.
Een dierbare vriend of vriendin is daarom enkel diegene die jou elke illusie van die mogelijkheid vriendelijk maar kordaat ontneemt. Bij nader inzien is het natuurlijk logisch dat zulke personen ook het minst gemakkelijk worden herkend. De zoekende denker bedient zich immers van de verkeerde sleutel, maar ziet dat in eerste instantie niet. Hij beseft allerminst dat vrijheid voorbij elke ervaring ligt; voorbij elke lange baard, voorbij elk diploma, voorbij elke lieve persoonlijkheid, voorbij elk uitgesproken of geschreven woord.
Valt dit nu allemaal te begrijpen. Neen. De gezochte waarheid begrijpt niets. Wie zegt dat hij het begrepen heeft, staat nog altijd voor de gesloten deur met de verkeerde sleutel in zijn handen. Begrijpen is immers het domein van het denken en zijn denker. Waarheid daarentegen is totaal egoloos, doelloos, verwachtings-loos en tijdloos. Waarheid bevat zowel de Hitler-energie als de Kristus-energie. Geen van beiden vielen ook maar één moment buiten de waarheid. Ze kwamen eruit voort en ze verdwenen er weer in. Vervelende gedachte voor de denker die zich enkel maar kan bedienen vanuit concepten zoals goed/slecht.
Dus wat moet er gedaan worden? Absoluut niets. Geen enkele gedachtebeweging brengt je ergens naartoe. Zie dat klaar en duidelijk in en alle pijnlijke illusies vallen van je af. Dan ben enkel de werkelijkheid die de wijsheid van het lichaam uitstraalt. Zie in dat je totaal hulpeloos bent, totaal machteloos. Pas dan zul je vrij zijn van de ketens die je aan het verleden binden. Pas dan ben je niet langer de speelbal van je eigen conflictveroorzakende denken maar wel de speelbal die drijft op de immense zee van het leven zelf. Een tocht die nergens naartoe gaat en geen enkele belofte bevat. En dit wonderbaarlijke mysterie mag je elke dag beleven, ondanks de denker. Je hebt al heel je leven gedacht dat je moeite moest doen, dat je gehoorzaam moest zijn, begripvol en lief en dat je vanuit inspanning tot rust zou komen. Daarentegen wordt alles jou geschonken, al altijd en zonder enige aarzeling of verwachting. Maar dat besef valt je pas ten deel zodra de denker doorzien en transparant wordt.
* * *
terug
Wat is geluk?
Wie niet op de één of andere manier verlangt en op zoek is naar blijvend geluk mag deze website onmiddellijk verlaten. Echter, diep vanbinnen weet je als bezoeker dat je hier op bezoek bent juist vanuit die ‘drive'. Ik durf zelfs te beweren dat al ons doen en laten gericht is op geluksgevoel. Dat vredige gevoel dat aan geluksgevoel gekoppeld is blijkt immers bij nader onderzoek de kern uit te maken van ons ware wezen. Dat geluksgevoel overvalt ons regelmatig. We verlangen naar iets – wat een voorwerp of een activiteit kan zijn, en als het ingelost wordt vallen we vanzelf in dat geluksgevoel. Op deze manier lijkt het er op dat het geluksgevoel afhankelijk is van het object of de doelstelling zélf, maar dat blijkt maar schijn te zijn. De vredigheid die je zocht binnen voorwerpen en dergelijke, was immers nooit weg maar komt te voorschijn, nu je verlangens en zijn denkprocessen overbodig zijn geworden. Het beoogde doel werd immers bereikt. Het verlangen werd bevredigd, en wat overblijft is wat je ervaart als geluksgevoel/vredigheid/blijdschap.
Dat geluk echter niet afhankelijk is van een welbepaald ding valt simpel aan te tonen. In je kindertijd namelijk, was je gelukkig met bepaalde dingen die je nu – zovele jaren later – absoluut niet meer gelukkig zouden maken. Dingen die je gelukkig maakte in je pubertijd lijken nu eerder banaal of laten je onverschillig. Voorwerpen op zich hebben dus niets met geluk te maken anders zou het enkel een kwestie zijn van het speelgoedautootjes of je poppen steeds bij jou te hebben. Zo werkt dat duidelijk niet. Geluk zit niet in voorwerpen. Dat is duidelijk.
Dan moet het wel in de geest zitten zou je denken. Maar ook dat blijkt niet zo te zijn. Onze geest met al zijn denken en voelen is altijd aanwezig. We beschikken er continu over. We zouden bijgevolg – als geluk vanuit onze geest (met al zijn psychologische processen) voortkomt, continu over geluk moeten kunnen beschikken. Denken aan geluk zou het dan moeten bewerkstelligen, zelfs zonder enige inmenging van het fysieke lichaam zelf. Het moet niet gezegd worden, maar ook dat blijkt niet zo te zijn. Was het maar zo. Weten dat je eigenlijk gelukkig zou moeten zijn is absoluut niet datgene wat het geluk onmiddellijk aanbrengt.
Maar waar huist dan geluk wél? Waar komt dat dan in godsnaam vandaan? Wat is zijn oorsprong? Telkens als we een verlangen ingelost weten, is het er wel degelijk. En het blijkt niets met voorwerpen of geestesprocessen van doen te hebben.
Geluk kent blijkbaar geen oorzaak of oorsprong. Het is er. Alleen wordt het veel intenser beleefd zodra de geest en zijn verlangende geestesactiviteit stil zijn. En die worden eventjes vanzelf stil zodra het verlangen ophoudt. En dat zijn die ogenblikken dat we krijgen waar we naar uitkeken. Dan is het hele denkproces dat in functie stond van het verlangen totaal overbodig geworden. Het heeft geen enkele bestaansreden meer want het verlangen werd ingelost. Het is zoals bij wolken die voor de zon drijven. Zodra wolken even oplossen komt de zon te voorschijn. Maar die zon was nooit weggeweest. Nu is ze er alleen maar veel duidelijker. Het oplossen van het 'wolkprobleem' heeft de zon niet harder doen schijnen. Maar als je gelooft dat de wolken de zon telkens een stukje uitdoven en je bijgevolg in de koude terecht komt, dan ben je door dit tekort aan inzicht een emotioneel kruidvat. Elke wolk grijpt je bij je keel. Je onwetendheid omtrent het altijd aanwezige (hier de zon) maakt dat je altijd in de val trapt van je eigen illusies. En dat blijft eeuwig doorgaan zolang je door die illusie niet heenprikt.
Wie die passie voor waarheid wel voedt, komt vroeg of laat altijd bij zijn ware Zijn uit. En dan is geluk je onvervreemdbaar. Je beseft dan dat je het al altijd bent geweest en dat je er nooit kunt uitvallen.
Het enige dat gevraagd wordt is een oprecht onderzoek in te stellen naar dat wat Is. En neem de bereidheid aan wanneer een onvoorwaardelijke, liefdevolle gids jou pad kruist. De rest komt vanzelf.
* * *
terug
Verscheidenheid in Eenheid.
Ik heb twee kinderen, Jorrit en Jolien. Ze zijn door hetzelfde moederlichaam gevoed, zijn in dezelfde kliniek geboren, hebben hetzelfde huis bewoond en hebben dezelfde opvoeding gehad. Toch zijn het twee héél verschillende individuen. Ieder bewandelt een eigen pad, op een hoogst eigenzinnige wijze. Als ik als vader daar even bij stilsta, kan ik niet anders dan toegeven dat het niet mijn wil is die hun heeft gemaakt wie ze nu zijn. Ook al hebben ze beiden dezelfde vader- en moederenergie gekend, ze ondergaan zelf een specifieke ontplooiing los van alle ouderverlangens.
Ongetwijfeld is er een zekere biologische (genetische) overdracht geweest van lichaam tot lichaam. Dat valt niet te ontkennen. Maar de beweegredenen van hun papa of mama hebben weinig overdracht bewerkstelligd. Lichamen worden geboren, lopen breuken en ziekten op, takelen langzaam af om tenslotte te verzaken aan die specifieke energievastheid. Maar iets binnen de mens zijn bestaan blijft onaantastbaar. Want iedereen kent dat gevoel van er te Zijn, vanuit welke lichamelijke staat dat ook moge zijn. Ook al stoppen ze je in een gevangenis, lijdt je aan kanker, of lig je op je sterfbed – er is altijd een zekere gevoel van Ik Ben. En het werpt enkel maar het gevoel van onmacht op indien je die bestendigheid wil aanwijzen of benoemen. Het is een mysterie dat zich blijkbaar niet laat pakken vanuit begrippen, wetenschappelijk onderzoek of religiositeit. Alle zoekers, in welke tijd ze ook leefden en in welke kringen ze ook vertoefden, kwamen – op dit punt aangekomen - tot stilstand. Alle kennis van de wereld brengt je tot daar, maar niet verder. De rest is kennisloos. Elke houvast ontbreekt vanaf dat punt. Je staat oog in oog met de eigen beperktheid van je biologische bestaan en de daaraan verbonden psychologische manifestatie.
In het aanschouwen van dit mysterie binnen mijn eigen kinderen ontdekte ik het eigen mysterie. In het kijken naar mijn kinderen, keek ik naar mezelf. In het beleven van hun onmacht, beleefde ik de eigen onmacht. In het aanschouwen van hun vreugde, voelde ik de eigen vreugde. Hun verdriet was mijn verdriet. Hun zoeken verschilde in het niets met het mijne. Ik keek voortdurend naar iets wat ikzelf was. En dit is nog steeds zo. Ook al wordt het onderscheid gemaakt tussen ik en zij, er blijkt slechts een beweging te bestaan.
Dit inzicht maakt elke illusie een afzonderlijke identiteit te zijn met de grond gelijk. Het brengt ook die totale onvoorwaardelijke acceptatie voort voor hun bestaan. Er ontluikt terug die bijzondere staat van nieuwsgierigheid. Mysterie aanschouwt mysterie. En dit mysterie komt tot uiting in de onverwoestbare verscheidenheid die onze zintuigen ons geheugen schenken. Een verscheidenheid binnen chemische structuren, fauna en flora maar ook binnen de verschijnende wereld van gedachten. Verscheidenheid van een Jorrit, een Jolien en een Luc. Enkel zij die dit mysterie niet aankunnen, zullen zich moeten vastklampen aan de vergankelijkheid van die verscheidenheid zelf. Eindeloos wordt dan getracht die verscheidenheid te kneden tot Eenheid – niet beseffende dat die Eenheid steeds aanwezig was.
* * *
terug
Innerlijke orde.
Niet alleen in ons dagdagelijkse leven is een zekere orde noodzakelijk, maar ook in de eigen geest hoort orde thuis. Wie het huis niet opruimt krijgt vroeg of laat te maken met een toestand die irritatie oproept. Dat kan eigen irritatie zijn omdat dingen niet terug gevonden worden maar ook de irritatie t.o.v. anderen die zich aan onze eigen wanorde storen. Ouders storen zich voortdurend aan de wanorde van hun kinderen die hun kleren laten rondslingeren. En kinderen storen zich mateloos aan de commentaar die ze daarop steeds te horen krijgen. Uiteindelijk begint de irritatie te irriteren – en dit langs de twee kanten.
Maar als dit nader wordt onderzocht blijkt het allemaal zijn oorsprong te kennen in de geest. Ons dagdagelijks denken en voelen is vooral gericht op het zelfbewustzijn, zijnde het ego; de persoonlijkheid. Dit zelfbewustzijn is gestoeld op onderscheid zijnde ik t.o.v. jij en de waarden die daaraan toegekend worden. Het gevoel van minderwaardigheid wordt daarbij het sterkst beleefd. In feite bevindt de geest zich hierdoor in een voortdurende staat van conflict. Zijn hele werking focust zich immers rond het toedekken van die minderwaardigheid. Wie de moed heeft een ernstig onderzoek in te stellen naar de eigen drijfveren, zal dit mechanisme in heel zijn doen en laten herkennen.
Deze eenzijdige gerichtheid van de ego-geest brengt onrust die via het organisme wordt beleefd. Dat kan van simpele zenuwachtigheid gaan tot het volledig overbelasten van het zenuwstelsel met degeneratieziekten als gevolg. De eindeloze creativiteit die de huidige mens aan de dag legt (wetenschappelijke en technologische ontdekkingen, amusementsvormen, cursussen allerhande, mode ontwerpen, de eindeloze stromingen binnen de hulpverlening…) heeft slechts de schijn van een open en creatieve geest. Uiteindelijk vormen ze slechts een toedekken van de angst weg te zinken in nietsheid; in betekenisloosheid; in waardeloosheid. De brandstof is telkens angst.
Enkel een zorgeloze geest is een vrije geest en in staat in relatie te leven met de dualiteit van het leven zelf. In overeenstemming leven met deze alledaagse werkelijkheid van geboorte en vergankelijkheid vraagt een geest die zich niet laat inkapselen met allerhande normen of ethische codes die vanuit de beperktheid van de ego-angst opborrelen. Enkel zulk een geest brengt orde teweeg omdat ze orde zélf is. Een vrije en ordelijke maatschappij vraagt in de eerste plaats een vrije en ordelijke geest. Dat is een geest die zich niet laat vastpinnen aan verleden en toekomst. Die identificeert zich niet langer met de beperktheid der dingen maar accepteert ze wél. Die werkt af wat er aan de orde is binnen deze dualiteitbeleving maar laat zich er niet door beperken. Heel de natuur werkt zo. De natuur – waar we zelfs tenslotte een product van zijn – handelt vanuit onmiddellijkheid en laat zich totaal niet in met enig onderscheid van goed of slecht. Natuurlijkheid wordt dat genoemd.
De ego-geest zit daarentegen gevangen in zijn eigen illusie ergens naartoe te moeten evolueren. Hij prijst het idee van de vrije wil waarmee je als individu je eigen lot in handen kunt nemen en bijgevolg de (eigen) natuur kunt sturen. Uiteindelijk is dit een pervers idee. Het is oorzaak van zoveel leed en brengt zoveel strijd teweeg t.o.v. de ongerichtheid binnen het levensproces zelf.
Het is daarom noodzakelijk zélf het onderzoek te plegen naar de identificaties die zich ingenesteld hebben. Ga niet op zoek naar vrede en gerechtigheid, orde en discipline vooraleer je je huidige toestand recht in de ogen hebt gekeken. Anders verlaat je je enkel maar op een idee van schoonheid en liefde. En dat is geen liefde. Liefde zit tenslotte in de totale acceptatie van wat is. Begin daar het onderzoek, want daar wordt het leven gekend.
* * *
terug
Communicatie vanuit vrede.
We hebben het allemaal wel eens aan den lijve ondervonden: met iets op de maag blijven zitten brengt innerlijke onrust teweeg. Ook de hart-, gal- en leverenergie ondervinden het ongemak bij gebrekkige communicatie. Uitspraken als ‘dingen niet aan je hart laten komen', ‘je gal spuwen' of ‘iets op je lever hebben liggen' wijzen allemaal op gebrekkigheid binnen communicatie met de omgeving. Iets blijft hangen binnen het innerlijke milieu, dat steeds krachtiger begint te woekeren. Je hebt wel een idee omtrent die ergernissen, maar mist het vermogen om het op een aannemelijke manier te uiten. Het verspreidt zich als een langzaam gif en komt oftewel ten einde raad tot een woede-uitbarsting, oftewel verteert het het eigen lichaam. In beide gevallen komt het niet tot een diepgaande oplossing en halverwege het leven beginnen lichaamsonderdelen inadequaat te functioneren tot totale aftakeling toe.
Met iets blijven zitten werpt een schaduw over al je verdere handelingen. Het mat de geest af en verkleurt zijn observaties. Dat merk je het best op lichamelijk niveau wanneer je bijvoorbeeld buikpijn of hoofdpijn hebt. Al wat je doet verloopt in een mindere stemming. Alles krijgt een zekere zwaarte mee.
Het is echter een totale misvatting dat je via allerhande communicatietechnieken deze problemen kunt oplossen. Tijdelijk brengen ze wel wat verlichting, maar op termijn blijkt het spanningsveld weer toe te nemen vanuit een andere situatie. Technieken zijn conclusies ten overstaan van het verleden en missen bij gevolg het directe contact met het Nu-moment. Daarom dat die technieken telkens tot in den treuren toe moeten bijgeschaafd worden. Ze staan niet in contact met de feitelijkheid. Ze hollen ze eindeloos achterna.
Het vraagt daarentegen inzicht in de eigen drijfveren, de eigen levenswandel, de eigen denkprocessen opdat die innerlijke vrijheid kan opbloeien. Het begint dus altijd met communicatie met het Zelf; naar binnen toe dus. Da's een richting waarbij niemand ons kan helpen. Het begint en eindigt met de vraag: ben ik wel wat het ego mij voorhoudt? Wie dat echter niet aandurft zal de innerlijke rust altijd blijven zoeken vanuit het overtuigen van de ander. Die probeert de andere in het eigen kamp te lokken om het eigen ego-gevoel te vrijwaren van ontmaskering en om het verder aan te dikken.
Wie nalaat eerst kennis op te doen omtrent zichzelf zal steeds zijn toevlucht nemen tot verworven kennis. Die beargumenteert vanuit wat geleerd werd op school, universiteit, vanuit kranten en tijdschriften of het dagdagelijkse nieuws van buurvrouw/man tot Internet. Maar niets komt daarbij vanuit de eigen ziel, vanuit het eigen weten. De verlangde vredigheid, die zich enkel ophoudt binnen ‘onmiddellijkheid', komt nooit aan bod. Onmogelijk! Geluk zoeken in verworvenheden zoals kennis en materie is geweld aanbrengen in het eigen leven. De vredigheid die in elke ogenblik aanwezig is wordt daarbij niet opgemerkt. Je zadelt de oorspronkelijke openheid van geest op met een draaikolk van gedachten en je piekert je langzaam de afgrond in. Of je klampt je hele bestaan vast aan de wand van oppervlakkige kennis tot de uitputting opdaagt. Wat weten we daadwerkelijk over gezondheid binnen voeding, opvoeding, milieu en geest? Wat weet je daar meer over dan wat professoren, psychologen, pedagogen, dokters, wetenschappers en filosofen je hebben voorgekauwd? Neem die vraag ter harte en merk dat het stuk voor stuk aannames en conclusies zijn. Anderen hebben het voor jou onderzocht en in begrijpelijke taal aangeboden. Fastfood voor het ego. Het slikt alles direct in. Als het maar beantwoordt aan de reeds aanwezige voorkeur.
Wanneer je eenmaal door hebt dat je absoluut niets te bewijzen hebt, dat je nergens naartoe hoeft te evolueren, dat het gevoel van minderwaardigheid enkel maar gebaseerd is op een halsstarrig en misleidend geloof, stimuleert communicatie de wereldvrede. Innerlijke vrede leidt altijd tot maatschappelijke vrede. In alle andere gevallen is ze destructief en gewelddadig.
* * *
terug
Leef!
Leven doe je niet op een welbepaalde manier. Dat zou hoogstens een welbepaalde interpretatie zijn die je aan wat zich voordoet geeft. Je kleeft hoogstens een etiket op iets. En het etiket is niet het ding zelf naar waar het verwijst. Leven kun je niet richten. Je kunt het niet te pakken krijgen en er vorm aan geven. Is er ooit een jij geweest die heeft bepaald welk geslacht je zou krijgen, welke huidskleur je wilde aannemen, of je klein of groot zou worden? Niets van dat alles wist jij vooraleer het zich manifesteerde. Zelfs de wetenschapper die de ontdekking doet waarmee vorm en kleur zou kunnen gegeven worden aan organismen, zal nergens de oorsprong van die ontdekking vinden. We zijn ons hoogstens bewust van wat het leven bracht en welke unieke vorm het verder tot ontplooiing brengt.
En toch blijven zovelen de illusie koesteren leiding te kunnen geven aan hun leven. Terwijl niemand van hen een antwoord kan geven op de vraag: “wat is dan die ‘Jij' die dat allemaal vormt” blijven ze hun eigen doenerschap koesteren. Staan ze er wel stil bij dat ze zich daarmee boven het leven zelf plaatsen? Want, wie richting denkt te kunnen geven aan zijn eigen leven (en aan dat van anderen) geeft aan dat hij/zij het leven zelf in handen heeft. Maar telkens opnieuw houdt dit leven ons de spiegel voor: wie met antwoorden en concepten de ongerichtheid van het leven wil kneden naar eigen hand zal de ontgoocheling niet ontlopen. Die wordt de toegang tot vredigheid ontzegd. In het najagen van het onmogelijke en onbestaande, wordt het contact met ‘Zijnheid' gemist. Is ons leven niet uitsluitend Tegenwoordigheid? Bevinden jou gedachten, jou bedenkingen, jou handelingen, jou pijn- en vreugdegewaarwordingen zich niet in Tegenwoordigheid? Waar zouden ze zich anders kunnen bevinden. Jou gedachten aan gisteren of morgen zijn slechts nu-gedachten. Ze manifesteren zich nu. Er is nooit een Jij te bespeuren die die gedachten zag aankomen, laat staan dat ze door een ‘jij' werden gefabriceerd en ineengeknutseld. Elke gedachte, elke beweging is een kosmisch geschenk. En er is niemand die dat geschenk kan claimen. Het kan je op elk ogenblik ‘afgenomen' worden. Het leven geeft en neemt vanuit die alomtegenwoordigheid. En al wat je werkelijk weet is dat jij er bewust van bent. De kosmos schenkt en jou bestaan baadt zich erin. En van dat alles ben jij Bewust. Betreffende dat alles is er simpelweg Bewustzijn. Wij zijn Bewustheid. Nergens is er een zogenaamde ‘jij' die ergens naartoe moet, niets hoef je voor te bereiden, niets moet je tot bezit maken, niets hoef je dus af te schermen. Kan het eenvoudiger? Kan het liefdevoller? Kan het volmaakter? Het enige wat gebeurt is wat gebeurt. Dat wordt door ons verstand leven genoemd. Waar wacht je dus op? Leef en beleef met je biologische tegenwoordigheid dit kosmische wonderbaarlijke spel.
* * *
terug
De kosmische agenda.
Is het u al opgevallen dat op de momenten dat u zich heel en al gelukkig voelt, u niet met prangende vragen zit. Meer nog. U hebt ook totaal geen behoefte aan antwoorden. Op zulke ogenblikken is er slechts het besef van er te zijn. Geen toekomst staat je voor ogen en geen verleden lijkt te hebben bestaan. Je ziet dat moment niet aankomen en je kan het niet omarmen om het mee te nemen voor de rest van de tijd. Hoe meer je ernaar verlangt hoe verder het zich van je af beweegt. Het is niet aanwijsbaar en elke verwijzing ernaar is nietszeggend. Je hebt er totaal geen vallabele verklaring voor. Op zulke ogenblikken sta je volledig alleen. Een mysterieus moment, waar geen enkel denken aankan.
Geluk lijkt niet te zitten in de beweging van vraag naar antwoord, maar juist daar waar vraag en antwoord niets van doen hebben. Het is de plaats van het ogenblik. Het is zoals het woord aangeeft: een werkelijke blik vanuit de ogen en niet vanuit ons denken. Deze gelukkigheid kan zich overal voordoen. Je hoeft er echt niet voor op vakantie of naar een Boeddhistische tempel te gaan. Het heeft niets te doen met een morgen of gisteren. Het kent geen tijd of plaats.
Wat daarentegen wél tijd en plaats kent en er innig mee verbonden is, is ons denken. Elke gedachte vloeit voort uit wat het geheugen bevat. Elke gedachte waarvan jij beweert dat je hem zelf samenstelt is in wezen een uiterst subtiel onthechten van opgeslagen hersenenergie. Het is uitsluitend die beweging die we ervaren als denken. Er is enkel maar bewustzijn van dit denken. Er is geen samensteller mogelijk. Miljarden factoren kunnen de aanzet vormen tot dit onthechten - zeg maar openbaren. (Een mooi woord vind ik dat: ‘open-baren'. Het verwijst naar een klaar staan voor wederopname.)
Het kan niet anders of het is deze doorlopende stroom van geheugenonthechting die ons egogevoel voortbrengt. Het is als een spons die zich voortdurend aandikt met water en tegelijkertijd dit water loslaat. De spons vormt daarbij een bijzonder krachtig en dicht energetisch veld. Het lijkt daardoor een vaste en stabiele vorm te hebben. Maar schijn bedriegt. Het is zo levendig en beweeglijk als iets.
Zo gaat dat ook bij ons ego. Het lijkt sterk en standvastig, omringd en gevormd vanuit miljoenen processen van opnemen en loslaten. Maar de werkelijkheid laat meermaals zien dat het ego geen enkele aanspraak kan maken op echtheid en stabiliteit. Onze emotionele schommelingen zijn daar het duidelijkste bewijs van. Wat wij denken te zijn is de beweging van opname en afgave. Het is een simpel gevolg van de onmacht van het geheugen alles voor zich te houden. Niets binnen het leven ademt in zonder uit de ademen. Zo zit de hartstag van de kosmos nu eenmaal in elkaar. Enkel het ego houdt er een heel andere agenda op na..
* * *
terug
Wat ben jij?
Socrates – de humanistische Griekse filosoof/wijsgeer – zei ooit: “Het leven dat niet onderzocht wordt, is het leven niet waard”. Wel, het lijkt er dan toch sterk op dat we de goede weg opgaan, zou je denken. Is immers deze wetenschappelijk georiënteerde maatschappij niet volop bezig alles te onderzoeken wat met leven te maken heeft!? De wetenschap strekt zich ondertussen uit van sterrenkunde tot de elementaire deeltjes. Cultuur volgt sindsdien gedwee dit wetenschappelijke pad.
Maar Socrates had het natuurlijk niet over dit soort onderzoek. Het leven dat elke mens aangaat en onderzocht kan worden bevindt zich immers niet buiten jou. Deze hedendaagse wetenschapper onderzoekt alles maar kent de wetenschapper zelf niet. Zijn eigen drijfveer doet er blijkbaar niet toe. Voor de filosofische tocht naar zijn eigen diepe roerselen heeft hij geen tijd. Het is allicht ook te bedreigend en levert geen directe materiële winst op.
Maar hoe je het ook draait of keert, deze wetenschappers zien, horen, denken, voelen en concluderen enkel wat binnen hun eigen biologische existentie gezien, gehoord, gedacht, gevoeld en geconcludeerd wordt. Hoop, liefde, genegenheid, woede, wrok en angst bevinden zich geen millimeter buiten ieders zijnservaring. Het maakt daarbij zelfs niet uit of je pastoor, leerkracht, directeur, bakker of wetenschapper bent. Het kan niet anders of alles draait enkel om die continue ervaring van Zijn. Niets is wezenlijker dan deze beleving van te bestaan. En die beleving is wat jij belichaamt. Dankzij dit energetische lichaam beleef jij alles wat er te beleven valt.
Meer recent in onze geschiedenis is het de psychiater Jung die iets gelijkaardigs zei: “ Uiteindelijk zijn we alleen maar iets waard vanwege het wezenlijke dat we belichamen, en als we dat niet belichamen is het leven verspild”.
Als we de nakende energiecrisis in ogenschouw nemen, waarbij we dreigen zonder olie - met al zijn afgeleide producten - te vallen, dan zie je de contradictie heel scherp tussen het onderzoek van de buitenwereld en dat van de binnenwereld. Het is de tegenstelling tussen welvaart en welzijn; tussen hebben en zijn. Socrates wist als geen ander dat vanuit deze innerlijke kijk een zekere rust ontstaat. Het is die voeling met wat je bent, ogenblik na ogenblik, wat maakt dat er aanvaarding opbloeit t.o.v. wat is. Jou huidige existentiële verschijning inbegrepen.
Echter de huidige cultuur is er een van oppervlakkigheid, van snel wisselende wetenschappelijke ‘trucjes', van beheersen en gemakkelijkheid. Het zenuwstelsel wordt daarbij voortdurend belast. Het moet immers continu ingezet worden naar verbetering en vermeerdering. Het put zijn eigen gevoeligheid verder uit.
Dezelfde wetmatigheid die we overal in de wereld tegenkomen (yin -yang) beheerst ook dit cultureel fenomeen. Hou dat maar voor ogen. Er komt dus ongetwijfeld – naar onze begrippen – een tegenbeweging. Daarbij zal welvaart inboeten en welzijn weer meer ruimte verkrijgen. Enkel zij die weten wie ze zijn en wat ze belichamen zullen niet ten prooi vallen aan deze verlieservaring. De onmiskenbare feiten, opgelopen vanuit hun innerlijke tocht heeft hun een onverwoestbare vertrouwen geschonken: we zijn Bewustzijn. Het is alles wat er is, godzijdank. Want alles daarbuiten is zo vergankelijk als de pest. Bewustzijnwordt nimmer of te nooit aangetast door compensaties der natuurwetten.
Wie niet kan reflecteren over zijn leven en zijn daden, leeft niet bewust.
* * *
terug
Vrijzinnig humanisme.
Ondanks de algemene opinie dat we over een enorme vrijheid beschikken leven we wel degelijk in een sterk verzuilde maatschappij. Verzuiling slaat hierbij op het gegeven dat opinies en meningen zich sterk hebben afgebakend en zich tot een onwankelbaar en onaantastbaar gegeven hebben ontwikkeld. Verzuiling geeft identiteit, samenhorigheid en een betrekkelijk gevoel van veiligheid. Dat verzuiling tot stand komt lijkt me onoverkomelijk. Het brengt immers een zekere orde in de vrije ruimte van de menselijke geest. Het loopt dan ook door de hele menselijke geschiedenis heen.
Dat het telkens bestreden wordt is evenzeer onoverkomelijk. De onverbiddelijke veranderlijkheid binnen het leven zorgt telkens voor een natuurlijk rottingsproces binnen elke zekerheid die onze denkconstructies lijken te bieden. Tussen deze vastheid van ideeën en het panta rei van Heraclites dwaalt de socratische geest – in ieder mens aanwezig. Er wordt geweten dat er in feiten niets geweten kan worden. Geloofsovertuigingen, standpunten en wetenschappelijke inzichten moeten voortdurend plaats ruimen voor nieuwe opinies en meningen. Hoe verder onze huidige wetenschappers doordringen in de wereld van het kwantum, hoe meer zij geconfronteerd worden met dit gegeven. Wat zij immers onderzoeken blijkt beïnvloed te worden door de eigen aanwezigheid. En daarmee wordt alle inzicht relatief en brengt dit de mens tot aan de rand van een existentiële crisis. Zijn beleving van te bestaan, van iemand te zijn, van iets te betekenen staat of valt immers op het gegeven van zijn ‘aanduidbaarheid'. We noemen dit ook wel eens het ego of de persoonlijkheid. Maar wat valt er aan te duiden binnen eindeloze veranderlijkheid? De uitspraak van Descartes “Ik denk dus ik ben” blijkt daarentegen toch een standvastigheid van persoonlijkheid aan te tonen. Onhoudbaar, zo blijkt. Tevens moet duidelijk gesteld worden dat denken het Zijn niet ontwikkelt. Denken leidt niet tot ons bestaan. Het maakt het bestaan ‘voelbaar'. Dat wat niet tot denken in staat is kan evenzeer bestaan maar heeft daar vanuit het eigen vermogen geen weet van.
Het vrijzinnig humanisme herbergt een bijzondere moeilijke positie binnen heel dit gegeven. In feite is het zo natuurlijk dat het van iedereen is en dus door niemand geclaimd kan worden. Wie zou bovendien wat kunnen claimen binnen dit eindeloze veranderlijk komische spel waar we zelf deel van uitmaken? Dát waar dit vrijzinnig gedachtegoed voor staat kan niet tot eigendom gemaakt worden om de simpele reden dat er in feite nooit een eigenaar tot stand komt. Die eigen standvastigheid is een grote illusie. De tand des tijds laat immers geen standvastigheid toe. Dit alles maakt natuurlijk ook dat het humanistisch vrijzinnig perspectief vlot kan binnengehaald worden door gelijk welke sociaal-politieke strekking. En dat zie je de laatste decenia ook gebeuren. Uitspraken omtrent menswaardigheid, gelijkheid, kritische ingesteldheid, vrijheid van meningsuiting, pluralisme e.d. vindt je tegenwoordig binnen elk partijmanifest. De vrijzinnige verliest daardoor aan identiteit. Hij steekt niet langer af tegenover die anderen. Zowel bij links al rechts herkent hij deels zichzelf. En hoewel dit verlies aan identiteit hem/haar zwaar kan vallen, is dit proces van loslaten de natuurlijkheid zelve. Telkens als verzuiling – in welke zin dan ook – optreedt, kan hij niet anders dan aan de boom schudden. Het is een natuurlijke reflex. Maar dit afzetten tegen dogmatisme, strakke structuren en onvrijheid kan enkel maar indien er vooreerst een voldoende eigen beeld aanwezig is van goed en kwaad; gunstig en schadelijk. Waar geen ‘vijand' is kan ook niet gestreden worden. En dit – op moraal en ethiek gebaseerde beeld - vormt wel eens zijn eigen bedreiging. Het draagt de kiem in zich tot eigen verzuiling.
Vanuit dit beperkte bovenstaande onderzoek staat het huidig vrijzinnig humanisme voor een nooit geziene uitdaging: het opgeven van het verlangen naar identiteit zonder afbreuk te doen aan zijn humanistische missie. Het heeft immers geen zin zichzelf op te geven en een andere verzuiling te gaan versterken. Daardoor wordt duidelijk dat hij/zij enkel kan kiezen voor het open landschap tussen alle zuilen in. Maar dat impliceert onmiddellijk dat hij het idee ‘iemand' te zijn moet durven opgeven. Want een ‘iemand' – hoe klein ook – is reeds een vorm van verzuiling. U voelt het al. Ik bewandel hiermee, een voor een rationeel ingestelde geest, een eigenaardig pad. Het is, laat maar zeggen, de Humanistisch Vrijzinnig Oosterse beweging. En wie had ooit gedacht dat juist vanuit het voortschrijdende wetenschappelijk inzicht deze symbiose tussen Oosters en Westers kritisch humanisme tot stand zou komen? Het blijkt een mooie wederzijdse bevruchting te worden.
Dit hele bovenstaande proces vindt je tevens binnen de psychologische hulpverlening en morele dienstverlening. Ook daar duwt elke concept van identiteit (identiteitsverzuiling) deze zoekende mens tot een tegenbeweging. Vanuit mijn ervaring als consulent is duidelijk naar voren gekomen dat elk overdreven geloof in een bestaand ego de mens zichzelf als zuil poneert temidden van de zuil-loze werkelijkheid. En dat is een onhoudbare situatie. Als ook hier geen inzicht tot stand komt in de natuurlijkheid van het biologisch ‘patroon' (waarvan wijzelf met al onze gedachten deel van uitmaken) vermaterialiseert dit proces zich verder tot somatische aandoeningen van zowel het zenuwstelsel als andere organen en lichaamseigen processen. Ook dat is uiteindelijk een natuurlijk proces. Maar het veroorzaakt onnodig psychologische leed.
Daarom lijkt me de morele dienstverlening, verzorgd en ondersteund vanuit het UVV, een heel belangrijke gegeven. Het ondersteunt die open ruimte waarvan eerder sprake. Hun site staat onder de knop ‘Links'. Een bezoekje waard.
* * *
terug
Over minderwaardigheid.
Wanneer je jongeren hun doen en laten beschouwt dan valt het meteen op dat ze onderling voortdurend in een egostrijd zitten. Die strijd wordt niet alleen op psychologisch vlak gevoerd maar ook op materialistisch vlak. Natuurlijk gaat dit ook op voor volwassenen. Alleen de wijze waarop en de middelen verschillen daarbij.
Maar waarom vindt men het zo belangrijk voldoende op de voorgrond te staan? Waarom willen we absoluut iets te betekenen hebben en willen we gezien en gewaardeerd worden? Schaamt jouw gezicht, jouw hart, jouw lever, jouw longen, jouw zenuwstelsel zich voor die andere hun biologie? Natuurlijk niet, zult u zeggen. Die kunnen niet denken en vergelijken. En om dat laatste schijnt het allemaal te draaien: vergeleken worden met iemand anders.
Baby's kennen geen minderwaardigheid. En toch verschillen ze allemaal van elkaar. Geen twee baby's zijn identiek. Minderwaardigheid ontpopt zich pas als het zelfbewustzijn begint op te komen. Die twee gaan blijkbaar hand in hand. En in die wereld begint alles steeds krachtiger te draaien rond de ‘ikjes'. Iedereen lijkt daar een persoonlijkheid te hebben waarbij je bovendien een welbepaalde plaats binnen de gemeenschap gaat innemen. Er ontstaat een onderverdeling in goed en slecht, voornaam en onbenullig. En dat is pijnlijk voor die persoonlijkheden die gedomineerd worden door de anderen. Je kan gepest worden, uitgesloten worden, de vuile werkjes toegestopt krijgen of gewoonweg beschouwd worden als minderwaardig.
Maar heeft iemand gekozen voor zijn eigen biologische energetisch functioneren? Heb jij gekozen voor de aanleg om mager of dik te worden? Werd er jou vooreerst de keuze voorgelegd of je introvert of extrovert wou zijn? Neen toch! Je bent wat je bent. Maar binnen de fictieve wereld van de egootjes en de ikjes kun je door de ander te beschimpen blijkbaar opklimmen. En dat levert niet zelden een zekere zelfbevrediging die het biologische lichaam als aangenaam ervaart. Op deze fictieve ladder wordt flink wat gevochten en gewrongen. Soms met de vuisten maar meestal met de ellebogen. Het is een gekke bedoening. Vooreerst wordt men in de illusie van een ‘iemand-zijn' gezogen. Dat brengt bijgevolg een hoop wedijver en spanning teweeg. En vervolgens staat alles in het teken om van die spanning af te geraken.
Dat deze strijd (herovering van die oorspronkelijke Eenheidsrust) die, op hoger niveau ontaard in moord, oorlog en verdrukking, zijn oorsprong kent bij een persoonsillusie wordt door weinigen onderkent. Het idee dat er een persoonlijkheid kan geïdentificeerd worden met wat lichamelijk beleefd wordt is binnen onze cultuur stevig ingelepeld en laat zich niet zomaar ongedaan maken. De ballon kan zichzelf niet doorprikken.
Zodra je echter begint door te hebben dat gelijk welke energiebundel (mens, dier, ding, gedachten,…) niets anders kan doen dan zichzelf ontrollen en potentieel uiten, vervalt elk onderscheid tussen meer en minder waard ook meteen. Dan valt de energie die uit dit verschil tussen jij en ik ontstond, tezamen met de talloze mensonwaardige conflicten die daaruit ontstonden, gewoon weg. Er is immers geen voedingsbodem meer.
Maar dit doorzien vraagt in de eerste plaats een aandachtig en respectvol onderzoek. Geen enkele vooringenomenheid zal je tot bij dit inzicht brengen. Want dat zit je weer onmiddellijk in die 'goed-slecht'-rol.
* * *
terug
Schimmen in het Nu.
Stel je even voor dat er een glas staat op de ene kant van de tafel. Je zegt nu tegen jezelf dat je dit glas binnen enkele ogenblikken zult verplaatsen naar de ander kant. Hebben we hier dan te maken met toekomst? Absoluut niet. Ook al wekken de gedachten beelden op van een ogenblik dat nog moet komen, die beelden zelf hebben het nu nodig om gekend te worden. Ze manifesteren zich enkel in het nu. Er is steeds dit nu indien er iets gekend wordt, ook al heeft het met toekomst of verleden te maken.
Waar kwam bovendien het idee vandaan om dat glas van de ene hoek naar de andere te verplaatsen? Lag dat reeds kant en klaar ergens opgeslagen? Zo ja, wie is het dan die dat dan kan gaan ophalen? Hoe zou die ‘iemand' dan weten wat hij precies moest gaan ophalen? Wie is diegene die vanuit het onbewuste dingen tot het bewuste brengt ? Op deze vragen valt uiteindelijk geen antwoord te geven. Je komt in één groot vacuüm terecht en waar Niets heerst.
Maar aan al deze processen die plaatsgrijpen kleeft de illusie dat er iemand zou zijn die dat allemaal in de hand heeft en kan sturen. Het grote ‘ik'-verhaal. En ook dat verhaal heb jijzelf niet eens opgebouwd. Maar bewust ben je er allemaal van.
Sta hier eens grondig bij stil en je zult tot de conclusie moeten komen dat de wezenlijke aard van de mens dit kennen is. Je bent niet de kenner of het gekende maar het kennen van zowel de (bedachte) kenner als het gekende. Het vraagt ongetwijfeld enige tijd om die laatste zin helemaal te vatten. Maar het is cruciaal om tot het inzicht te komen dat jouw wezenlijke aard nooit één of andere persoon of gedachte kan zijn. Wat zou die persoon dan wel kunnen zijn? Waaruit zou die bestaan? Wanneer je zou zeggen dat je weet wie je bent, wie is dan diegene die dat weet? Die zogenaamde persoon is niet te vinden of aan te duiden zoals je een stoel of vogel zou kunnen aanduiden. Geen enkele persoon heeft ooit bestaan. Hij heeft waarachtigheid gekregen doordat anderen geconditioneerde geesten het steeds over een jij en een ik hadden. Het is een boek zonder laatste bladzijde. Zolang die droom gevoed wordt en doorgaat, blijft de illusie het gekende. Zo gaat dat tevens met geheugenbeelden over de toekomst die energetisch in stand blijven, maar ook met ideeën die van de ene generatie op de anderen overgaan. Ze zijn zo dominant aanwezig dat ze het hele veld innemen. En zo loopt elke generatie met het hardnekkige geloof rond dat de wereld door persoonlijkheden bestuurd wordt. Het is één grote droom waarin zowel politiekers als wetenschappers een belangrijke rol spelen.
Ook dat wordt gekend, steeds op het ogenblik zelf. Steeds in het Nu. Gisteren en morgen zijn daarbij slechts schimmen die zo nu en dan eens opduiken. Het geloof erin maakt dat ze steeds terugkomen.
* * *
terug
De droom doorzien.
Wie van ons bepaalt op voorhand welke droom er zal verschijnen? En kunnen we bepalen of die aangenaam zal zijn of eerder op een nachtmerrie zal lijken? Iedereen zal het met me eens zijn dat we betreffende die beiden zaken allerminst enige inspraak hebben. Toch worden dromen gekend. Er is het kennen van de dromen. Eigenlijk moet ik zeggen, is er het kennen van wat er in het geheugen nog van overblijft. En we zijn er van overtuigd dat ze een illusie zijn. Er is immers een redelijk lange leegte die tussen de droom en het wakker zijn ligt.
Overdag wordt dit zelfde proces herhaald en gekend. Je wordt 's morgens wakker en daar verschijnt de slaapkamer. In feite wordt daarbij op het eerste ogenblik niets benoemd. Maar enkele milliseconden later plakt het geheugen er een beeld op: “slaapkamer”. Na het naamloze zien verschijnt er dus een benoeming vanuit herkenning. Al snel beseffen we dat onze partner naast ons ligt, het nog vroeg is, we moeten gaan werken enz.. Omdat ons brein voortdurend registreert en het geheugen bestookt met nieuwe, bijkomende gegevens valt ons nog enkel het denken op. Voortdurend staat dat op ‘aan'. Daardoor lijkt het er op dat onze wezenlijke aard het denken zelf is. Ik ben de denker, zo wordt beweerd. Het is de hardnekkigste overtuiging die mensen bezitten. Het gebeurt tijdens de waaktoestand allemaal zo razend snel dat we die illusie - die we bij de droom wél herkennen - hier niet zien. De traagheid van het denken kan die korte perioden tussen twee gedachten in niet opmerken. Wie er zich zou interesseren om eens een poging te wagen en een kijkje te nemen tussen die gedachten door, komt bedrogen uit. Want hij zoekt natuurlijk vanuit het denken. Je kan niet anders. Het ene benoemde beeld overlapt het andere. Net zoals bij een film zien we de verschillende starre beeldjes niet met daartussen het noodzakelijke ‘niet-beeld'. De traagheid van denken maakt er voortdurend één geheel van. Het lijkt allemaal echt te bewegen.
Wanneer nu jouw geheugenbeeldjes veel slechte ervaringen vasthouden, dan lijkt het bijzonder echt dat jouw leven een mislukking of een nachtmerrie is. Voortdurend sta je onder spanning van het eigen geloof in de waarachtigheid van je zogenaamde eigen film. Je beleeft een soort tweederangsfilm.
Het is pas als het denken zijn overmacht verliest, dat die altijd aanwezige kennendheid (leegte) terug op het voorplan treedt. Dat zijn juist niet de momenten dat je droomt, maar dat je werkelijk wakker bent buiten elke gedachte om. Het zijn die ogenblikken die als bevrijdend en verlichtend worden ervaren. Tot dat ze weer op hun beurt worden benoemd. Dan begint de film weer opnieuw te draaien. Maar ook die momenten van rust en eenheid zijn op de een of andere manier het geheugen niet vreemd. Dan is er onherroepelijk het inzicht van dat grote onbenoembare stilte tussen alle benoemen in. Die ene keer wakker worden is voldoende om de droom te beseffen. En dan worden alle verdere dromen een veel aangenamere vertoning.
* * *
terug
Willen wat je wilt.
Binnen de Eenheidsfilosofie Avaita Vedanta circuleert er een uitspraak die gaat als volgt: “Je kan wel doen wat je wilt, maar je kan niet willen wat je wilt”. Dat doet mijn velen de wenkbrauwen fronsen. De mens claimt nu eenmaal de heerschappij over de vrije wil. En die heerschappij staat niet ter discussie, zo meent de overgrote meerderheid.
Maar als we het huidige reilen en zeilen van deze mensheid aanschouwen dan wordt het zeer moeilijk om staande te houden dat die vrije wil het verlangen lijkt te kunnen inlossen van alle mensen, nl. vrede en welzijn. Dat gegeven zou al een belletje moeten doen rinkelen. Wat houdt immers die vrije wil dan in, als die niet eens de meest elementaire emotionele/psychische behoefte kan inlossen. Er klopt hoe dan ook iets niet aan het ganse geloof betreffende de vrijheid van ons willen.
Dat er zo iets als een vrije wil beleefd wordt, wordt hierbij niet ontkend. De vraag is alleen, waar halen we toch het idee en het gevoel vandaan dat die vrije wil onder controle zou staan van een ‘mij'? Een wil die welbewust ontworpen wordt is per definitie niet vrij. Vrije wil is dus met zichzelf in tegenspraak.
Dit lijkt akelig nieuws. Alle eer die je aan tal van handelingen had verbonden komen vanuit dit feit op losse schroeven te staan. Heel je ego-gevoel wordt ondermijnd.
In feite loopt het verhaal heel anders. Juist doordat je met het idee werd opgesolferd dat je aan het stuurwiel zit van je eigen leven en over goed en slecht kon heersen wordt jouw leven nu ondermijnd door tal van kleine en grote innerlijke conflicten. Vanuit het idee de eigen biologische weg te kunnen bijsturen, blijf je immers zogezegd sleutelen aan je eigen leven. Je noemt dit dan over de vrijheid beschikken om je eigen leven richting te geven. Het enige wat daarbij gebeurt is dat je je eigen existentiële levensloop in de weg loopt. Je accepteert zijn gang niet. Je wilt je eigen lot in handen nemen, het aanpassen en verbeteren. Zo mogelijk tot in de perfectie. En dat allemaal onder de noemer: vrije wil en vrije keuzes. Je probeert dus te willen wat je wilt. Bovendien zou je van hieruit oeverloos verder kunnen gaan met de vraag: en wie bepaalt dan wat die wil wilt willen? En al zou je daarop een aannemelijk antwoord hebben, dan blijft de vraag wie dat dan op zijn beurt heeft gewild. En ga zo maar lekker door. Je zou heel de evolutie terug in omgekeerde richting bewandelen om ten slotte uit te komen bij de oerknal. En dan nog.
Er wordt veel te weinig beseft dat de psychische lijdende mens niet lijdt vanuit te weinig wil, kennis of sturingsmogelijkheden, maar vanuit de illusie over een wil te kunnen beschikken . Het woord beschikken duidt hier op doelbewuste handelingen.
Ook binnen de wetenschap (vooral de neurologische) is men tot de vaststelling gekomen dat er niet zoiets bestaat als een handelen uit vrije wil. Elke gedachte – dus ook die van het vrije-wil-idee – blijkt reeds milliseconden te worden vooraf gegaan door een energetische actie. M.a.w. indien je iets bewust denkt te hebben gedaan, blijkt het enkel een rationele respons op een reeds voorafgaande onbewuste ontwikkeling in het eigen ‘biologische' lichaam.
Het lijkt er dus alleen maar op dat de schrijver van dit artikel (LT) dit allemaal bedacht heeft uit zichzelf. Maar dat blijkt niet te kloppen. Deze biologische structuur, met zijn hersenwerking, brengt specifieke dingen voort (gedachten-spierbewegingne-overpeinzingen-correcties…) die reeds voor dat bewuste ogenblik energetisch aanwezig waren. Maar enkel die sterkere energetische processen zoals denken, vingers die tikken op het toetsenbord, maagpijn,…komen ‘zichtbaar' binnen het bewustzijn. Het is dus bijgevolg een illusie te denken dat het leven vanuit de vrije wil zich op dat niveau afspeelt. Het lijkt eerder een onoverkomelijke ervaring; een tot bewustzijn doorgedrongen gevolg.
Velen hebben het idee dat wij veel verder staan dan die culturen die hun eigen wil niet claimden maar toeschreven aan iets onkenbaar groots – wat dat ook mocht inhouden. Of het Goden of één specifieke iemand was maakt hierbij niet zoveel uit. Ze waren duidelijk niet zo benomen met een eigendunk die de wereld zou doen buigen naar de eigen wil. Maar staan wij dan werkelijker op een hoger en eerbiedwaardiger niveau? Dat die situatie tot op de dag van vandaag misbruikt wordt om personen aan zich te onderwerpen en tot slaafse gehoorzaamheid te dwingen is overduidelijk. Je komt het in de meeste godsdiensten tegen. En het manifesteert zich bovendien in alle niveau's. Zo is er bijvoorbeeld het onderwijs en de opvoeding waar het opleggen van de wil schering en inslag is. Rationeel wordt dat dan allemaal met een nette ethische strik gepresenteerd. Maar ook dat heeft niemand bewust gewild.
Het Goddelijke is niet dood vanwege de opkomst van de wetenschap. Het is diep ondergesneeuwd onder een halsstarrige vrije-wil-illusie. En aan die illusie valt niet te ontsnappen door ze te benaderen met nog meer van jouw wilskracht.
Aanschouw de kracht van het leven zelf. Het uit zich op elke plaats, op elk moment en met een onuitputtelijke overgave. Frustraties zijn onoverkomelijk zolang het geloof het geloof heerst in het eigen scheppingsverhaal.
* * *
terug
Kerstmis.
Het verhaal van de geboorte van Jezus is voor een dualistisch georiënteerde cultuur maar op heel beperkte schaal invoelbaar – of moet ik zeggen: begrijpbaar. Het verhaal gaat immers in zijn essentie niet over een welbepaald subliem persoon. Het is het verhaal van verlichting, van bevrijding van de afscheidende (Romeinse) karaktertrek van onze geest. Het is het verhaal over de onbesmette staat van geboorte. Een verlichte geest is een heldere geest zonder streefdoel. Een heldere, open geest is ontvankelijk voor alles – net zoals een boreling, waar ook ter wereld. Het is niet het brein dat van alles bekokstoofd om zoveel mogelijk genot te vergaren, maar de verwonderende openheid voor elk dualistisch verhaal met zijn lichamelijke belevingen. Niets ontbreekt, niets is teveel.
Maar die helderheid zelf kan niet beschreven worden. De dualiteit met al zijn figuranten, flora, emoties daarentegen wel. Maar tussen beschrijven en manipuleren ligt een onoverbrugbare kloof. Pas wanneer het idee opbrandt dat binnen de dualistische vertoning schuld of foutheid zou zitten, wordt die zelfde dualiteit een perfecte afspiegeling van de onvoorwaardelijke essentie – Liefde genaamd. En dan voert verwondering voor dit schouwspel vanzelf tot het Gezochte: de altijd aanwezige ‘Jezus' in jeZelf.
* * *
terug
|