Niets lijkt zo tegenstrijdig als non-dualiteit binnen de psychische hulpverlening in te brengen. En toch is het precies dat wat ik doe. Heel het idee rond de gangbare tak van hulpverlening is dat er iemand is die bij iemand anders één of andere psychische impasse kan helpen oplossen. Zodra dat oplossend idee niet aanwezig is kan er van hulpverlening weinig spraken zijn. En net dat idee dat er iemand zou zijn die bewust hulp verleent, krijgt geen grip meer binnen non-dualiteit. Want non-dualteit staat voor het doorzien dat er nooit iemand is geweest die zijn eigen handelingen heeft veroorzaakt. Om al niet onmiddellijk in de eerste storm van totale verontwaardiging te komen wil ik hier al onmiddellijk aan toevoegen dat die uitspraak niets van onverschilligheid in zich draagt. Er is immers vanuit dit gezichtspunt ook niet iemand die aan het roer staat van zijn eigen onverschilligheid. Dingen zijn zoals ze zijn en gedachten verschijnen zoals ze verschijnen. Maar met de opkomst van ons geheugen en het daarmee aansluitend bewustzijnsgevoel kwamen die vanzelfsprekendheden heel anders te liggen. Al heel vroeg in onze jeugd werd ons ingedramd (bij de ene op een zachtaardige- bij de andere op een brutale wijze), dat er wel iemand binnen die hersenpan is die het roer bedient. Als je braaf was kreeg je een glimlach, een aai over je bol en/of een snoepje. Als je flink je huiswerk maakte en goed oplette wat de meester zei, dan was je een flink meisje en mocht je een jaar hoger. Sedert die tijd werden we onophoudenlijk met dit 'als...dan....' geloof opgezadeld. Of niet soms?!
Ik wil op dit punt aangekomen met mijn hand op het hart meedelen dat het, op de een of andere manier psychisch in de knoei geraken, telkens vanuit dit ingebrand concept van: "Als je dat doet, dan..." voortvloeit. Er is immers geen beter concept aan te reiken aan iemand om hem/haar voortdurend op te zadelen met één of ander schuldgevoel dan het idee inplanten dat er een 'ikje' zou bestaan die het eigen leven stuurt. En precies dát doet dit geloofsconcept.
Ik moet zeggen dat het mijzelf meer dan 20 jaar heeft gekost om die conditionering te doorprikken. Ze was immers zo nauwkeurig én zo veelvuldig aangepraat en ingepompt dat het niet van de ene dag op de andere aan de kant kon worden geschoven. Maar zo vergaat het blijkbaar niet iedereen. Sommigen blijken die ballast veel sneller te kunnen afgooien, vele anderen slagen er dan weer nooit in. Ook daarin blijkt weinig of geen inspraak te zijn. Opgepast voor het mogelijk opkomend schuldgevoel.
Indien ik jou de vraag stel:" Het jij ooit al eens een gedachte zien afkomen?" dan kom je tot de veel betekenende conclusie: Neen!
Er is eenvoudig weg niemand te localiseren die kan zeggen: "kijk daar komt de gedachte aan die ik binnen enkele ogenblikken ga denken", wat tevens zou betekenen: "ik ben de creator van mijn eigen gedachten".
Het blijkt een onmogelijkheid jezelf los te ervaren van de opkomende gedachte zelf. Een gedachte verschijnt, of ze verschijnt niet. Maar ja. Zoals ik hierboven al aangaf, in onze kindertijd werden we voortdurend één richting uitgestuurd: er is een 'jij' die denkt, plant en handelt. En natuurlijk bijkomend: "en zorg daarbij dat dat allemaal past in mijn (bv de ouders) kraam.
Voel je het al een beetje aan? Non-dualisme brengt na al die jaren van maatschappelijke, culturele en ideologische volgzaamheid, een heel ander verhaal. Een verhaal dat ons tot hiertoe nog nooit is verteld. Zonder meer een bedreigende visie voor de huidige ego-wereld. Daar valt niet aan te ontkomen en het wordt hierbij ook niet veroordeeld.
Vooraleer je verder snuistert in bepaalde teksten nog even dit: laat de uitspraken die je niet begrijpt rustig even aan de kant liggen om ze later nog eens op te pikken. Zadel jezelf niet voor de zoveelste keer op met iets in de trant van: "daar ben ik niet slim genoeg voor", of zoiets. Het (nog) niet begrijpen van iets, is een perfect gegeven. Het is even compleet als wél begrijpen. Het is gewoon zo. En wat jij werkelijk bent merkt dat onmiddellijk op. Net zoals je de vogel opmerkt die voorbijvliegt, zonder te ooit te begrijpen waarom hij die vlucht maakt.
Welkom thuis.
Anne had me eerder gemaild om haar frustratie te uiten omtrent een ruzie met haar vriend Karel. De tekst in het rood zijn mijn bemerkingen betreffende wat ze schijft. Op deze manier gaan mails wel eens over en weer...
Zoals altijd is de storm geluwd,wel moeizaam en niet meteen maar toch... Het is een vreemd fenomeen, ruzie met mij , want op een bepaald moment zeg ik zaken( en ik hoor ze mij zeggen ) die ik helemaal niet vind,maar die de spanning wel groter maken! Zoiets als "...en zondag kan mij geen klote schelen,want er zal toch niets veranderen!"( dit wat betreft de verkiezingen dan)
Het is niet onbelangrijk zoals je dit verwoordt. Eigenlijk druk je de essentie van het leven uit: Ik, Anne, ben niet de architecte van de eigen levensloop - de eigen wil, zeg maar. Maar we trappen voortdurend in die val. We zijn er bijna onophoudelijk van overtuigd dat er een 'ik-bron' is die bepaald wat ik zeg, denk, verlang en doe. Bij nader inzien is dat op zijn minst merkwaardig. Want dat houdt in dat er twee ikjes zouden bestaan. Eentje dat netjes bepaalt wat het andere gaat zeggen, doen, denken enz.. Als je zegt: 'ik hoor ze mij zeggen' geef je aan dat je bewust bent van wat dat energetisch stabieler veld (wat Anne wordt genoemd) allemaal uitspookt. Maar je bent ook bewust van dit schrijven van mij, dat de letters een groene kleur hebben (ik antwoordde in het groen), dat het regent wanneer het regent, dat je 's morgens wakker wordt, dat Karel een slechte bui heeft, dat je je regels hebt enz. Dus wat ben je werkelijk? Alleszins niet die verschillende dingen die achter elkaar opkomen, zoals ik ze hierboven opnoemde. Dat zijn slechts verschijningen, tijdelijke en achter elkaar opkomende gebeurtenissen. Ze komen uit het niets op en verdwijnen er met de tijd weer in zonder dat daar een diregerende Anne aan te pas komt. Maar jij blijft moeiteloos bewust van alles wat er verschijnt. Of dat nu prettig aanvoelt of niet, het wordt perfect, direct en moeiteloos onmiddellijk bewust ervaren. Ook het 'ikje' hoort enkel thuis binnen dat wat verschijnt in het bewustzijn. In essentie zijn we dus dat grote Bewustzijn waar alle levensdingetjes in verschijnen: een ruzie, het bijleggen, fiere gevoelens, kwaadheid, angst, ontgoocheling.... En als we op zoek zijn naar de zin van het leven, is dat op zijn beurt iets waarvan we moeiteloos bewust zijn. Het mooie is dat je nooit uit dat 'zijn' kunt uitvallen. Het is wat we werkelijk zijn. Het heeft geen voorkeur of afkeur, het oordeelt niet. Zogezegd kwaad en goed komen er in op maar tasten dit Zijn; dit Bewustzijn nooit aan. Dat kan je direct waarnemen, Anne. De ruzie met Karel heeft niets van jou Bewustzijn ontkracht. Onmiddellijk was je je bewust van de daarop opkomende ergenis - en even later op zijn beurt het opkomend verdriet en de onmacht. Je was er nog helemaal. We zijn nooit ergens anders geweest dan 'Thuis'. Daarom zegt men wel eens in de Tao en het Zen-boeddhisme: als de zoeker tot het punt komt dat hij deze illusie van de 'ik-entiteit' doorziet, hij ook onmiddellijk doorziet dat hij de hele tijd al Dat was waar hij al die tijd op zoek naar was. En dat geeft een zekere vredigheid.
Vanaf dat moment vindt Karel dat ik oerdom ben en dan ga ik alleen maar harder in strijd. Ik word er erg moe van en uiteindelijk wil ik alleen maar slapen om van alle spanning af te zijn (waar je je allemaal perfect bewust van bent, anders kon je het mij niet eens vertellen) , maar ja met iemand als Karel moet je dat niet proberen, hij wil antwoorden. Ik vraag me nadien altijd af, waarom doen we dat; want de waarheid komt er niet meer uit en de sfeer wordt grimmig en vijandig. Laat de waarom-vraag maar rustig voorbijtrekken. Ze komt op, op momenten van vertwijfeling om later weer te verdwijnen - net als alle andere dingen. Vragen komen op, net zoals de zon. En in de wereld van de vermaterialisering komt daar wel eens een reactie op, bijvoorbeeld een antwoord. En al die dingen worden Gekend! Mijn verdriet wordt veroorzaakt door een gevoel van afhankelijkheid ,of de illusie ervan dan toch. Het liefst zou ik hebben dat ik enerzijds ongenaakbaar blijf voor alle lelijke verwijten, en anderzijds zou ik mij liever niet laten verleiden door dat opzwepende negatieve wat mij ook lelijk uit de hoek doet komen. Wanneer je je blijft afvragen hoe het mogelijk is dat je dit allemaal aan mij (of iemand anders) kunt vertellen, is de kans groter dat je het plots allemaal doorhebt. Het brengt trouwens niets positief op,alleen maar een teruggeworpen gevoel , zei het ikje dat ervan overtuigd is dat zij het teruggeworpen gevoel is en nog niet helemaal doorheeft dat zij dat Grote is waar dat gevoel in opkomt . Ik denk trouwens ook dat wanneer je je minder afhankelijk wil opstellen ook het innige dat er tussen twee mensen kan zijn wil vermijden met alle gevolgen vandien: je wordt dan wel vrijer maar schept ook een afstand, bewust ( als zelfverdediging) Nee, nee Anne. Je hebt zelf goed genoeg door dat je niet kunt willen wat je wilt. Je wilt helemaal geen ruzie met Karel, niet? En plots welt die sfeer helemaal op. Pats boem! Als een bepaald gevoel van 'ik-wil' opkomt wordt er van daaruit van alles gedaan (of niet gedaan). Dat is onmiskenbaar. Maar denken dat je kunt willen wat je wilt is een ferme brug te ver. Wat wel telkens gebeurt is het ten tonele voeren van het 'ikje' dat geconditioneerd is om die gebeurtenis te claimen met te zeggen: ik heb dat gedacht. Het ikje komt niet vooraf, maar onmiddellijk achteraf. En zo snel dat het amper kan opgemerkt worden.
Vandaag neem ik me weer eens voor om mijn leven te beteren en mij niet meer zo te laten opzwepen, maar ja morgen steekt de draak haar kop weer op en gaan we het gevecht weer aan! Genoeg geleuterd, ik zal toch mijn best doen, maar weet dat ik die val nog wel tegen kom. Het is het spel en soms wordt er het 'mijn-best-doen' spelletje gespeeld. Meer niet. Het speelt zichzelf en we maken er deel vanuit. Mysterieus, maar comfortabeler eens de mist wat optrekt. In dit alles is geen enkel 'Anne' of 'Luc' nodig.
Hou je goed, kom eens lekker oosters koken, en jawel, er zit iets in mijn hoofd te broeden, maar een concrete brief is er nog niet, wacht maar. Nu is er nog niets, en plots komen de dingen op. Inderdaad we hebben enkel maar te Zijn (te wachten). Kan het simpeler!
terug
3. Over keuzes maken.
Deze bespiegeling die u nu leest kwam tot stand naar aanleiding van een mail van Willy - een vriend vanuit mijn opleiding. Zo zie je maar hoe dingen tot stand komen. Gebeurtenissen zetten aan tot gebeurtenissen. Actie en reactie is een allesdoordringende wetmatigheid, zo blijkt. Zowel binnen de micro-wereld van de atomen als binnen de macro-wereld van de sterrenstelsels vinden we deze wetmatigheid terug.
Wanneer nu dit gegeven eens degelijk onderzocht wordt dan kom je vroeg of laat altijd bij een punt uit waarbij het ganse geloof in: ‘ik ben het zelf die alles bepaalt' , vast komt te zitten. Wanneer er telkens verder afgedaald wordt naar de voorgaande actie bij een gebeurtenis dan blijkt dat je helemaal niet uitkomt bij een ‘ik'. Integendeel, het wordt steeds moeilijker een welbepaald iemand te duiden die het hele zootje heeft opgezet.
Neem nu deze neergeschreven gedachtegangen die u nu aan het lezen bent. Vooraf waren deze gedachten er nog niet. Vooraleer die mail van Willy binnenkwam was er niet in het minst een idee dat deze gedachten zich gingen manifesteren en seconden later zouden neergeschreven worden. Er was vooreerst geen enkel gevoel dat er weldra een opwelling ging opkomen om betreffende die inhoud van die mail iets neer te typen. Ik had dus ook geen enkele weet van de vorm die zich nu op dit ogenblik aan het ontwikkelen is. Waar ik daarentegen wél zeker van ben is dát er iets gebeurt – namelijk het typen.
Maar goed, ik wil verder betreffende die mail. Het is eigenlijk een mail die Willy me doorstuurde van een therapeut die werkt met o.a. NLP-technieken. Dit zijn technieken die erop gericht zijn je gedachten anders te sturen/programmeren, zodat ook je gevoelens een andere wending krijgen. Het is alles behalve mijn intentie die persoon aan te vallen. Maar zijn zienswijze biedt de gelegenheid het non-dualisme verder te verduidelijken. Er wordt dus enkel gebruik gemaakt van een voorhande zijnde idee.
Ergens in dit document komt de volgende alinea voor:
“ Maar alleen goed voelen is niet genoeg. Voor een gelukkig leven heb je nog iets anders nodig, namelijk goede keuzes maken. Kijk, NLP kan niet voorkomen dat er nare dingen in je leven gebeuren. Maar een groot deel van de ellende die mensen zich op de hals halen, wordt veroorzaakt doordat zij zelf de verkeerde keuzes maken. ”
"…doordat zij zelf de verkeerde keuzes maken…" ??
Dat blijkt bij mij aan te slaan. Echter, niet direct op het juiste adres, zoals ze zeggen.
Hieruit blijkt immers dat het geloof, in het zelf kunnen maken van juiste keuzes, als een feit doorgaat. Maar elke persoon die met zichzelf in de knoei zit zal beamen dat juist binnen zijn/haar kindertijd dit geloof in juist handelen, reeds zo dwingend werd aangebracht. Waren die ouders er toen ook niet van overtuigd dat ze juiste keuzes maakten en dat dat ten goede kwam van het eigen kind! Zelfs wie een moord pleegt doet dat vanuit het gevoel dat dat een juiste keuze is. Wie maakt er nu doelbewust verkeerde keuzes? Zelfs al zou je menen dat je expres een verkeerde keuze maakt, het uiteindelijke doel is er voordeel uit te halen. De zogenaamde verkeerde keuze is dus een goed uitgekiende keuze.
Nu wordt in het voorgaande voortdurend gewag gemaakt van keuzes die gemaakt zouden kunnen worden. Laat me daar eens wat meer licht op werpen. Indien er spraken is van keuzes, is er onomstotelijk een geheugen noodzakelijk die die keuzes voor de geest kan houden totdat er een welbepaalde richting wordt uitgegaan. Zonder een geheugen zou er natuurlijk nog steeds van alles gebeuren. Het is niet omdat er geen geheugen actief is dat alle activiteit stilvalt. Wat dan gebeurt zou je als ‘spontane activiteit' kunnen kenmerken. Iets afwegen zou zonder geheugen niet eens kunnen want er wordt niets herinnerd om te kunnen vergelijken. Indien je twee auto's wil vergelijken, zul je van beiden een zeker beeld moeten hebben. Zoniet, geen vergelijking mogelijk. Kinderen bijvoorbeeld laten zich nog niet zo overdadig leiden vanuit hun geheugen. Hun handelingen zijn net als dieren en planten nog veel spontaner.
Niemand zal het bestaan van een geheugen ontkennen. We ervaren die capaciteit immers voortdurend. Maar wie of wat bepaald er dan wat er op welk ogenblik uit dit geheugen wordt opgevist? Wie gaat binnen dit geheugen grasduinen om tot vergelijkingen te kunnen komen? Wie daarbij antwoord: ‘ik natuurlijk', moet dan maar eens op zoek gaan naar die ‘ik'. Vragen als: “Waarom haalt die ik nu precies dát element uit het geheugen en niet iets anders?” en “Hoe komt het ik aan zijn eigen informatie die leidt tot een precieze actie?”, maaien al een heel deel gras vanonder je voeten vandaan.
Met al deze salvo's naar het ‘ikje' wordt het net stilaan gesloten. Vol verwachting kijken we uit naar wat de vragen zullen opleveren. Maar de ontnuchtering is onthutsend als blijkt dat er niets in het net zit. Geen enkel ikje waarvan we zouden kunnen smullen of op de kast zetten valt er uit dit net te vissen. Niets van dat. En hoe dikwijls we onze netten (vragen) ook uitwerpen, altijd bekomen we enkel maar een groot zwart gat, waarin geen enkel ikje rondzwemt.
Zij die lang genoeg op zoek zijn gegaan naar die ware aard van hun ‘ikje', komen uiteindelijk als vanzelf los van de illusie er ééntje te bezitten. Er is helemaal nooit iemand geweest die keuzes maakt, laat staan goede keuzes.
Maar zolang die illusie stand houdt geeft het een veel veiliger gevoel er van overtuigd te blijven dat jij je eigen wereld kunt creëren. Merkwaardig genoeg spoort het gegeven dat je daarbij voortdurend in conflict komt met de zogenaamde anderen die ook hun eigen wereld aan het creëren zijn, amper aan tot het plaatsen van vraagtekens bij die eigen overtuiging.
**
terug
4. Wie zoekt vindt niet.
Zoeken is een gebeuren dat enkel kan plaatsvinden binnen de wereld van veranderlijke materie. Zoeken houdt immers in dat je van het ene naar het andere kunt gaan- zeg maar: 'de zoekende beweging'. . De zoeker kan zich dus enkel maar baseren op de verscheidenheid van verschijnselen. Verscheidenheid is inherent verbonden met leven en dood - vergankelijkheid dus. Bijgevolg kan het zoeken zich enkel maar manifesteren binnen deze 'wereld' van vergankelijkheid. Wie daarom zoekt naar het eeuwige geluksgevoel komt telkens bedrogen uit, want wat je ook zou vinden, het blijft netjes binnen de vergankelijkheid.
Daarom kan het, altijd en onveranderlijk aanwezige Zijn, ook nooit gevonden worden. Het valt de zoeker immers nooit op omdat zijn belevingen zich enkel kunnen oriënteren naar veranderlijkheid..
Wie zoekt vindt daarom alleen maar de zoeker.
terug
* *
5. Non-dualiteit en hulpverlening.
De wereld wordt overstelpt door hulpverleners. Mensen die erop gericht zijn hulp te verlenen vindt je in tal van sectoren: ouders, leraren, verplegend personeel, wetenschappers, dokters, medische specialisten, advocaten, politiekers en natuurlijk therapeuten. In feite kan je dit doortrekken tot alle sectoren die er bestaan. Want is de bakker, de beenhouwer, hij die olie, steenkool of één of ander erts uit de aarde haalt, de garagist, de bankbediende ook niet iemand die één of andere hulp aanbiedt - met zowel materiële als psychische gevolgen?
Heel de dienstensector, van begin tot eindproduct is gericht op vragen die het menselijk organisme 'stelt'. Zij helpen bij het inlossen van de vraag via één of ander antwoord. Sommige antwoorden zijn gratis, maar de meeste hebben zich ondertussen gelinkt aan de geldstroom. Antwoorden worden verkocht. Het ene al duurder dan het andere. Hulpverlening is stilaan big business geworden en wordt hoe langer hoe meer met een zekere bedrijfsideologie aangeboden.
Hulpverlening gaat dus veel verder dan dat het woordenboek laat uitschijnen. Want daarin lees je dat het enkel om een medische of sociale vraag zou gaan. Neen. De hulpverlener zit in ieder van ons en komt als vanzelf vanuit onze handelende levenswijze in elke tak tot uiting. Een vragende partij is een zoekende partij. En hij/zij die zoekt zal vinden, zo wordt ons van kinds af aan duidelijk gemaakt. Deze mens blijkt uiteindelijk een zoekend en rusteloos dier te zijn geworden. Sommigen gedragen zich als een beest, sommigen als een huisdier. Sommigen gaan recht door zee, anderen gaan omzichtig te werk. De één zoekt antwoorden via bommen, de ander via goede daden. Maar een zekere rusteloosheid bezitten ze allemaal. Of toch bijna allemaal.
Wie zijn dat in feite, deze hulpverleners, die deze categorie ‘de mens' uitmaken? Waar komt die drive tot hulpverlenen vandaan? En is deze hulpverlener zelf niet iemand die op zoek is naar rust binnenin? De vraag komt uiteindelijk neer op: “wie of wat is deze mens? “ Op deze vraag: hebben zich al ontzettend veel mensen gestort. Een hele resem hulpverleners staan in de rij om je daarbij van antwoord te bedienen. Psychologen, psychiaters, zieners en een enorm arsenaal therapeuten overspoelen dezer dagen de markt, bijgestaan door de vooruitgang binnen de wetenschappen en gestuurd vanuit de vrije markt; vraag en aanbod.
Maar wát wordt uiteindelijk onderzocht door wié? Binnen de kwantumwetenschap, de tak van de wetenschap waar men het reilen en zeilen van de kleinste elementaire deeltjes onderzoekt, is men ook verstrikt geraakt in de dezelfde paradox: de onderzoeker beïnvloedt altijd wat hij onderzoekt. Hij maakt zelf ten allen tijde deel uit van waar hij naar kijkt. Zijn eigen opkomende gedachten beïnvloeden reeds het spel van electronen en protonen. Geen enkele kennis omtrent iets blijkt in essentie enige stabiliteit te kunnen hebben. Alles beïnvloedt alles - onophoudelijk.
Dit gegeven heeft enorme consequenties betreffende het idee aan hulpverlening te kunnen doen. Wat is de hoedanigheid van waaruit deze altijd-veranderende en steeds-beïnvloedde levensvorm tot ideeën en uitspraken komt?? Stelt de hulpverlener zijn inzicht zélf samen? En de cliënt dan? Hoe zit het daarmee? Denkt die ook niet te kunnen willen wat hij wilt? Loopt zowel de hulpverlener als de cliënt al niet heel hun leven lang rond met het idee dat zij over een vrije wil beschikken, waarbij men beweert dat men zijn eigen gedachten en activiteit kan plannen/samenstellen/oproepen?
Binnen 'mijn' consultaties wordt rond dit gegeven niet langer een grote bocht gemaakt. Want juist vanuit het idee en geloof de eigen touwtjes in handen te hebben, is elk - maar dan ook elk - psychologisch conflict ontstaan. Bij sommigen wordt deze ballon in één enkele sessie doorprikt, anderen doen er wat langer over. Niemand heeft de zekerheid om te voorspellen wanneer dit totale inzicht doordringt. Dat is misschien al de eerste belangrijke sleutel: alles komt en gebeurt op zijn tijd.
Deze illusie wordt hier als vanzelf doorprikt. De 'ikjes' hebben het hier natuurlijk niet in hun mars. Zekerheden worden afgenomen en er wordt keihard aangetoond dat elke zekerheid die men denkt te hebben je reinste zelfbedrog is. Dat komt tot uiting zodra de 'ja, maar..' op de proppen komen. Of indien het verhaal van de Gids-therapeut zonder enig diepgaand onderzoek verworpen wordt.
Maar zodra de zaak oplicht, en men na zovele jaren eindelijk wakker wordt, beseft men dat de gezochte diepe vrede nooit in die vorige toestand kon opwellen.
Terug.
* *
Vrijheid voorbij de denker.
Wie dieper durft te kijken dan de oppervlakkige structuren die onze maatschappij en cultuur richting geven, merkt overal een tragische wanorde op. We leven samen op één planeet en toch handelen we voortdurend vanuit achterdocht, haat, onmacht, angst, jaloezie, .. en ga zo maar door. Deze wanorde komt ook tot uiting in de eindeloze zoektocht tot verbetering van zowel het innerlijke als het uiterlijke. Deze mens wordt gekenmerkt door een ongrijpbare innerlijke onrust. En die onrust vindt zijn compensatie in een eindeloze variatie van bedrijvigheid.
Vanaf het moment dat het denken ontstond, kwam de menselijke geest met allerhande oplossingen aandraven, die in de loop der tijd steeds verder geperfectioneerd en aangepast werden. En hoewel hij al zolang zijn denken op het gebeuren loslaat, heeft het hem geen stap dichter gebracht naar innerlijke vrede. Dat is een overduidelijk feit.
Als denker waant hij zich bovendien losstaand van de problemen en conflicten rondom hem. Hij aanschouwt immers de problemen. Hij kan ze benoemen. En er kan pas iets benoemt worden wat op enige afstand staat van de benoemer, niet? Hij werpt tal van structuren op, vaardigt wetten uit, voert controles uit en sanctioneert wie niet volgzaam is. Allemaal in naam van die verlangde vrede en dat geluk. Er wordt ontworpen, gestuurd, bestuurd en aangepast. Hij is er vol van dat hijzelf als denker deze wereld vorm geeft. En dat het denken dingen bewerkstelligt kan niet ontkent worden. Alleen blijkt hoe langer hoe meer dat het een heel onstabiele vorm aan het worden is. En dit op een ogenblik dat zijn denken nog nooit zo spitsvondig en veelzijdig is geweest.
Elke wetenschapper zou hieruit concluderen dat het denken (met zijn denker) dan zélf aan de oorsprong van deze wanorde en onstabiliteit moet liggen. Het verband blijkt immers overduidelijk. Maar de denkende wetenschapper ziet geen brood in het zichzelf onderzoeken. Stel voor dat de conclusie onafwendbaar zou zijn dat de mens – en dus ook hijzelf - als denker oorzaak is van deze ellende. Dat zou aanvoelen als een regelrechte catastrofe. Deze mens zijn hele denkende persoonlijkheid zou verdwijnen in het niets. Neen, dat soort onderzoek is voor zowel deze wetenschapper als de modale burger uit den boze. Liever blijft men naar oplossingen zoeken buiten zichzelf. Men richt zich vol overgave op atomen en quarks, op politiek, op technologie, op de kosmos, op de partner, op drugs, alcohol, geloof,… . En hoe meer hij de eigen ellende ervaart, hoe overtuigender hij de wereld van materie wil beheersen. Daar ligt immers volgens de denker de oplossing. Het zal volgens hem enkel maar een kwestie zijn van gerichter te graven. Een geliefkoosde bezigheid van het denken.
En zo blijft de denker/de zoeker veilig buiten schot. Hij staat boven alle verdenking. Want, zo beweert diezelfde denker: denken brengt de oplossing binnen deze malaise. En de oplosser ga je toch niet teniet doen! Geef toe, het heeft iets weg van een dictatuur.
Op dit punt aangekomen moet duidelijk gesteld worden dat dit denken inderdaad wel degelijk dingen tot stand brengt. Dat wordt hierbij absoluut niet miskend. Dit denken brengt niet alleen technologische snufjes en allerhande praktische dingen voort maar het brengt me ook van punt A naar punt B.
Maar in de evolutie blijkt er iets doorgeschoten te zijn. Het denken heeft ondertussen alles overwoekerd. De denker is prominent aanwezig en durft amper iets aan het toeval over te laten. Bij velen heeft het zelfs de hele slaap overwoekerd. Men piekert zich letterlijk leeg en dood(-moe).
Laten we dit denken met zijn denker eens onder de loep nemen, want er blijkt meer dan een luchtje aan te hangen.
Laten we daarbij het denken en zijn denker niet al te voorbarig veroordelen maar het daarentegen recht in de ogen kijken. Dan komt zijn ware aard vanzelf wel naar boven. Net zoals bij een kind dat om de waarheid heen tracht te lopen je slechts aandachtig recht in de ogen moet kijken opdat alles door de mand valt behalve de waarheid. Liefdevol op de rooster leggen, zou je kunnen stellen.
Niemand zal betwijfelen dat denkprocessen het geheugen nodig hebben. En omgekeerd: opdat het geheugen tot uiting kan komen moeten er denkprocessen gaande zijn. Dit zijn feiten die iedereen eenvoudigweg kan onderzoeken. Van hieruit kan het onderzoek starten. Laten we langzaam verder afdalen – feit per feit, trede na trede.
Laten we eens naar de kwestie ‘geheugen' kijken. Uit wat bestaat het geheugen? Uit iets wat nog komen moet, maar nog niet is – m.a.w. de toekomst? Neen. Dat is onmogelijk. Wat niet geweten wordt heeft absoluut geen plaats binnen het geheugen.
Over het hier en nu, dan? Je snijdt in je vinger en het vlees begint te bloeden. Komt het geheugen zoals we dat hier gebruiken daarbij tussen? Begint het bloeden pas door tussenkomst van de denker en zijn geheugen? Lijkt me een absurde bewering.
Maar dan komt er iets in werking wat we herinnering zouden kunnen noemen: dat we in onze vinger hebben gesneden én dat het bloedde wordt vastgehouden ergens in dit lichaam. Of dat nu de hersenen zijn of de vinger zelf, maakt binnen dit onderzoek niets uit. We constateren enkel wat ervaren wordt.
We merken dat geheugen en denken iets is dat na de feiten tot uiting komt. Je denkt over iets na. Je denkt nooit over iets voor. Denken (en dus ook de denker) betrek iets ouds binnen de feitelijkheid. Midden in het hier en nu speelt zich iets ouds af. Het lichaam, met zijn onmiddellijke aanwezigheid wordt voortdurend opgezadeld met iets dat reeds vervlogen is en geen enkele tastbaarheid meer kent tenzij een zekere emotie. Denk hierbij maar eens aan een vakantiefoto. De vakantie zelf is er niet meer, maar toch werpt het emoties op.
Wat er hier gebeurt is dat het concept ‘tijd' beleefd wordt. Zoals ik het hier stel (en zoals het in zijn puurheid gesteld dient te worden) betekent tijdsgevoel (tijdsbesef) enkel maar: het ogenblikkelijke opzadelen met het ‘toen'. En daar het hier en nu feitelijk en immens krachtig aanwezig is, wordt het ‘toen' steeds gedwongen opnieuw plaats te maken voor het hier en nu. Het gebeurt vanzelf. Net zoals je vanzelf uit je droom ontwaakt om vervolgens met de orde van de dag verder te gaan. Telkens we uit dat ‘toen' (wat in feite niet meer is dan een concept/een idee) getrokken worden door de realiteit, brengt dat onbehagen teweeg. De ene beweging al meer dan de andere, maar altijd is er het gegeven (met soms een gevoel) van afscheid te moeten nemen. Ook al gaat het maar om een concept, een idee, een droom. En die verlieservaring brengt onrust binnen de geest die zich ophoudt aan stabiliteit, zekerheid, standvastigheid. De waarheid wrikt bij wijze van spreken aan die illusie van de geest.
Op de keper beschouwt is het denken op zich geen enkel probleem. Het oude mengt zich af en toe met het nu-ogenblik, maar tast dat nu-ogenblik blijkbaar niet aan. Zelfs op je honderdste verjaardag ervaar je moeiteloos dat wat is. Herinneringen brengen geen schade aan het leven op zich. Dit vermogen hoort bij deze levensvorm en blijkt bovendien mogelijkheden aan te reiken. (Evolutie op zich blijkt daar het bewijs van.)Het probleem moet dus ontstaan bij de denker – hij/zij die zich eigenaar van het denken waant.
Wie is die denker? Krijg je daar vat op met een duidelijk en standvastig antwoord? Een lichaam kun je aanduiden. Maar kun je de denker die zich in dat lichaam waant ook aanduiden? Hersenen kun je aanduiden, maar duidt je dan zo iemand aan als ‘de denker'?
Onderschat deze laatste opmerkingen (bevragingen) niet! Ze voeren jou illusies naar de noodzakelijke afgrond. Wees grondig in dit onderzoek. Jou innerlijke huis staat in brand! Dan ga je toch je hele leven niet verdoen met opscheppen hoe goed je wel kunt blussen.
Neem de vraag ter harte: Wie/wat ben ik? En aanschouw daarbij de ikjes die opdoemen. Dat hebben ze niet graag en lossen zodoende als vanzelf op. Wat overblijft is dat wat je al heel de tijd zocht.
* * *
terug
Jij bent de Wereld.
Kijk naar de tafel, de stoel, de auto die voorbij rijdt, je partner, de wolk aan de hemel, de maan, de zon, de letters op je computerscherm,… Waarin verschijnen die allemaal? Door wie worden die allemaal waargenomen? Door jou natuurlijk. Alles wat er te zien valt wordt op dat ogenblik bewust door jou gezien/gehoord/gevoeld/geroken. Heel de wereld, met al zijn materie, concepten en structuren verschijnt in Jou.
Maar er is nog veel meer waar jij je van bewust bent als het verschijnt. Dat is namelijk heel je innerlijke wereld – wat we de psyche noemen. Gedachten, ideeën, hoop, verlangen enzovoort verschijnen evenzeer binnen jou bewustzijn. Je zou er anders niet eens weet van hebben.
Wat we ervaren als de wereld is heel die impressie van uiterlijke en innerlijke impulsen. Niet meer maar ook niet minder. Al die ervaren prikkels worden op hun beurt beïnvloed door alle andere ideeën, overtuigingen, angsten – kortom alle ervaringen die je tot hiertoe hebt opgedaan. Alles hangt samen. Wat niet ervaren wordt behoort absoluut niet tot jou wereld totdat het verschijnt binnen jou bewustzijn.
Onderbewustzijn e.d. zijn dus niet meer dan concepten. Het is een omschrijving van iets wat niet waargenomen wordt. Het enige wat verschijnt op dat ogenblik is het concept 'onderbewustzijn' - ook al wordt er door psychologen en de gediplomeerde wetenschappers beweerd dat het onderbewustzijn bestaat. Heb jij al ooit je onderbewustzijn waargenomen en er tegelijkertijd niet bewust van geweest? Dat is toch onmogelijk!
Wat er ook verschijnt, het heeft Jou nodig om in te verschijnen. Het ongekende behoort pas tot jou wereld zodra je er bewust van bent. Spreken over het onderbewustzijn/het onbewuste als zijnde bestaande is de realiteit van dat ogenblik geweld aan doen.
Nu zijn al deze zaken die we waarnemen tevens onderhevig aan vergankelijkheid. Zowel de aarde, de bergen, het huis, het tapijt, de hond, Luc, Marijke tot elke verschijnende gedachte, het verdwijnt vroeg of laat allemaal. Niets van wat onze geest waarneemt is blijvend – hoe groot of klein het in zijn verschijning ook is. Blijkbaar werkt er op al die dingen een kracht in die kan aangeduid worden met het woord: vergankelijkheid. Bij levende wezens noemen we dat sterven/doodgaan/overlijden. Materie en zijn levendige vormen komen ergens ‘uit' te voorschijn en verdwijnen ergens ‘in, zo zou je kunnen zeggen. En binnen onze waaktoestand (de momenten dat we wakker zijn en niet slapen) nemen we dit proces moeiteloos en in al zijn variëteit waar. Elke ochtend opnieuw, na een nachtelijke periode van een niet 'werkzaam' bewustzijn, ben jij er steeds weer. Elke ochtend verschijnt de wereld weer aan jou. Ondertussen heeft zich van alles afgespeeld buiten jou weten om. Maar dat tast jou aanwezigheid, jou Zien niet aan!!
Laat dit alsjeblief diep in je doordringen. Besmeur deze feitelijkheid niet met al jou aangeleerde concepten en zijn –daaruit voortvloeiende- verwachtingen. Bemerk het simpele feit dat de hele wereld in Jou verschijnt en niet omgekeerd. Jij verschijnt niet in deze wereld. Er verschijnt inderdaad wel een lichaam en gedachten. Er verschijnen ervaringen als pijn en genot. Maar zoals eerder gezegd, al die dingen komen en gaan; zijn net zo vergankelijkheid als al de rest. Maar blijkbaar is er één ding dat tijdens als die processen onveranderlijk aanwezig is en waarin alles verschijnt: dat ben Jij – met grote ‘J'. Jij bent er al vooraleer al die dingen verschijnen. Het kan niet andersom zijn. Dit onbenoembare ‘Jij' blijkt steeds aanwezig te blijven, ondanks alle vergankelijkheid van de dingen die waargenomen worden. Alles, werkelijk alles, wordt geboren uit die onvergankelijke ‘Ruimte'. En alles gaat er weer in op. Wat er bijgevolg ook verschijnt, het is een uitdrukking van die tijdloze, onvergankelijke Ruimte. Je kan het evengoed Leegt noemen. De menselijke geest noemt het ook wel eens Liefde. Maar dat woord heeft zijn diepreligieuze betekenis verloren. We hebben onszelf met het idee opgezadeld dat Liefde in ons verschijnt, dat wij als menselijke verschijning de Liefde kunnen bezitten en cultiveren. Maar dat is absolute waanzin. Het omgekeerde is een feit: wij verschijnen uit Liefde; uit die Eenheid; uit de onvoorwaardelijke Leegte. We zijn er een wonderbaarlijke uitdrukking van.
En ook al begrijp je geen snars van al wat hierboven gezegd wordt; ook al maakt het je kwaad en heb je er totaal geen begrip voor, je valt nooit en op geen enkel moment buiten die Liefde. Het is gewoon onmogelijk. Je bent immers die Liefde. Je komt eruit voort en je wordt er onvoorwaardelijk weer in opgenomen. Als sterren aan de hemel verschijn je om wat later (overdag) schijnbaar te zijn verdwenen. Maar in essentie is de ster nooit weggeweest. Net zo ben Jij er altijd al geweest, ook al kent het soms geen enkele uitdrukking (bijvoorbeeld tijdens je slaap of overdag wanneer de dingen gewoon lopen).
Zodra je herkent dat dit hele spel van geboorte en sterfte verschijnt in Jou en niet omgekeerd, wordt het onoverkomelijk te herkennen wie je werkelijk bent. Dan weet je dat elke beweging van zowel ontstaan als vergaan, verschijnt in Jou. Jij bent die alomtegenwoordigheid van eindeloze Liefde waaruit alles geboren wordt.
Je bent veel meer dan wat je tot hiertoe denkt te zijn. En alles wat je denkt te zijn, ben je niet. Want het denken kan alles niet omvatten. Het is maar een flits aan het firmament..
* * *
terug
Niets denkt.
Denken is energie in beweging. Dat kan je direct nagaan. Elk denken kent een zekere rusteloosheid. De ene gedachte is nog maar verschenen of de andere komt al om de hoek kijken. Het is een illusie te beweren dat je blijvend aan één specifiek ding kunt denken. Het beste om dit te staven is het uit te voeren. Tracht eens gedurende 1 minuut aan iets héél specifieks te denken; dus aan slechts één enkel ding. En let eens op wat er gebeurd. ....
Je zult merken dat andere gedachten in een zekere regelmaat de oorspronkelijke gedachte even verstoren. Soms heel subtiel, maar het gebeurd gewoonweg. Het blijkt gewoon onmogelijk het denken op één punt te richten en daar te houden.
Het is nu heel gemakkelijk om dit gegeven verder als leuk maar onbelangrijk af te doen. Het geeft immers op het eerste zicht niet veel te bieden. Wat hebben we aan deze bedenking? Wat brengt het tenslotte op.
Het waarachtigste antwoord hierop is: inderdaad niets. Het is zoals bij de gedachte zélf. Zodra je de gedachte bij zijn nekvel pakt, er al je aandacht aan geeft en tot op de bodem onderzoekt/volgt, lijkt ze zichzelf op te geven. Ze verdwijnt. Ze lost op en laat niets achter. Een volgende gedachte staat dan al meestal klaar om in die ruimte te duiken.
Maar dit 'Niets' is tevens Alles. Want in die lege ruimte verschijnen blijkbaar alle gedachten. Geen enkele gedachte is identiek, want altijd opnieuw ingekleurd vanuit de huidige situatie. Maar die Leegte is steeds daar, onbeschonden, niet ingekleurd of vervormd door de verschijnende gedachten zelf.
Het moet duidelijk zijn dat die Leegte dus ook alles te bieden heeft. Want net zoals gedachten verschijnen en verdwijnen, doen lichamen, bakstenen, gebouwen, emoties, ervaringen en verder alle fysieke gewaarwordingen dat ook. Dan zijn ze er, en dan weer niet. Een tijdloos spel van komen en gaan vanuit de oorspong van die potentiële Leegte.
Het moge hierbij duidelijk zijn dat het denken zeer beperkt is. Het drukt zich even uit en verwijst tenslotte enkel maar naar Niets, zijn oorsprong. Het is zoals één enkel beeldje van een filmrol. Op zich verwijst het naar niets. Door ze aan elkaar te rijgen geeft het de illusie van continuïteit. Denken lijkt aldus een blijvend bestaan te leiden. Het geheugen maakt dit blijkbaar mogelijk. Maar zelfs dat geheugen blijkt niet continu te zijn. Geheugen en denken verschijnen te gelijkertijd. Denken is geheugen in actie. Geheugen is denken in actie.
Maar het ging me dus om die Leegte. De leegte die soms merkbaar is tussen twee gedachten in. Die Leegte kent dus onbegrensde mogelijkheden. Dat zien we niet alleen als we de ruimte in kijken, maar ook als we de diversiteit op deze aarde aanschouwen. Levensvormen muteren, verdwijnen en worden voor het eerst geboren. En al die opgenoemde dingen kunnen niet anders zijn dan een uitdrukking van die Leegte. Want ze kennen geen enkel eigen bestaan. Het zijn allemaal een soort vertegenwoordigers van die Leegte; van het Niets.
Als denken uit het Niets opborreld, dan is het Niets dat denkt. Dat niemand het gevoel zal hebben Niets te zijn is duidelijk. We zijn immers zelf ook een uitdrukkingsvorm vanuit dit Niets. En die uitdrukkingsvorm wordt wel degelijk beleefd. Verdriet, vreugde, pijn en genot maken deel uit van dit lichamelijke verschijnen. En op de één of andere wonderbaarlijke manier zijn we daar allemaal bewust van. Steeds is er dat bewustzijn van die verschijningsvormen, van die uitdrukkingen van Leegte.
Wat we wezenlijk zijn blijkt een tabala rasa - een lege bladzijde - te zijn: ontvankelijk voor alles zonder ooit iets tot bezit te maken..
Daarom allicht spreekt de onschuld van het kind ons zo aan. Het brengt ons terug in contact met onze ware Niets-aard.
* * *
terug
Satsangs
Het woord ‘satsang' staat voor: samen-zijn-in-waarheid.
Hoewel daarbij het woord ‘waarheid' in eerste instantie onze aandacht trekt, is het binnen het gebeuren van een satsangbijeenkomst enkel te doen om het ‘Zijn'. Wat daarbij duidelijk tot uiting komt is dat er reeds een eerste verwijzing in zit dat er niet naar waarheid kan gegaan worden. Anders zou er een woord gekozen zijn met de betekenis: ‘samen-waarheid-worden' of iets dergelijks. Voor de meeste aanwezigen is dit een totaal nieuw gegeven en bovendien behoorlijk in strijd met hun eigen overtuiging. Want zijn we niet allemaal op een specifieke biologisch/esthetische manier zoekende? Wat maakt dat men zich de moeite getroost om daar aanwezig te zijn? Naar wat wordt er gezocht? Wordt er niet voortdurend verondersteld dat er beweging tot stand moet komen dat ons van punt A naar bevrijdende punt B brengt! Deze veronderstelling blijkt bij nader onderzoek op niets te berusten. Deze illusie voor waar aannemen blijkt de enige oorzaak te zijn van al het menselijk lijden. En dát wordt tijdens satsangs tot in den treuren belicht tot... het zichzelf openbaart.
Een satsang kan je werkelijk raken in het diepste van je wezen! Het kan de herinnering oproepen van je wezenlijke, onvervalste staat van Zijn. Het kan werkelijk het einde betekenen van een last die reeds vanaf de kindertijd op je schouders ligt. Hoe dat dan gebeurt weet niemand, ook de spreker niet. Dit bewust-Zijn kent zijn eigen oorzaak en blijkt niet afhankelijk te zijn van één of andere aanwezige persoonlijkheid. Van een mysterie gesproken.
Deze Oosterse term (satsang) wordt wel eens geassocieerd met ‘verlichting'. En het moge gek klinken, maar dat mag je letterlijk zo opvatten. Het uiteindelijke resultaat is altijd verlichting. Dat dat geen bijzondere staat van verhevenheid is wordt tijdens zulke bijeenkomsten telkens krachtig aangestipt. Tijdens satsangs wordt de menselijke geest door-gelicht. Daarbij worden de dingen die bestaansrecht hebben – die dus werkelijk zijn – beter herkent terwijl de waanvoorstellingen – de spookbeelden - in het Niets verdwijnen. Dat vraagt natuurlijk wel een zuiver licht – een onpersoonlijk licht dat geen verkleuring kent vanuit ideeën, concepten, verwachtingen, aannames en overtuigingen. En wanneer het moment aangebroken is dat deze concepten en illusies geen grip meer uitoefenen op het eigen Zijn, wordt het bestaan veel lichter. Dan zijn de dingen wat ze Zijn. Diegene die beoordeelt en veroordeelt is niet meer. Dan ben je simpelweg Verlicht, zonder dat er nog iemand is die die eer opstrijkt. Er wordt dan nog gewoon ervaren, maar zonder dat er iemand is die ervaart. De ikjes zijn verdampt, vervlogen vanuit de warmte van ver-licht-ing.
* * *
terug
De toekomst is nu.
Kun je eigenlijk wel ooit hard maken dat je er binnen een afzienbare toekomst ook zult zijn? Kijk eens naar de klok op je computer en bedenk eens dat je enkele minuten verder nog steeds voor dit scherm zult zitten. Je zult ongetwijfeld met het gevoel in je lijf zitten dat die toekomstgedachte zeker zal uitkomen en dat er binnen enkele minuten nog steeds dat gevoel zal zijn er te zijn. Maar zijn er dan twee momenten van ‘zijn'? Want je bent er immers van overtuigd dat je er nu bent, maar tevens beweer je dat je er zodadelijk ook zult zijn.
Geen zinnig mens zal vanuit deze redenering besluiten dat er twee zijnen zijn. Er is maar één Zijn. Wat er straks ook zal waargenomen worden, het is gebonden en verbonden aan (jou) Zijn.
Wanneer we dus beweren dat we er zodadelijk ook nog zullen zijn, kan die gedachte alleen maar opkomen vanuit het reeds aanwezige NU-ZIJN. En in dit Nu-zijn komt de gedachte aan straks-zijn alleen maar op. Er is geen straks als het Nu het niet ‘toelaat' dat er aan wordt gedacht. In de nu-waarneming verschijnt de straks-gedachte.
Maar een belangrijke vraag hierbij is: is dan dit lichaam dit Zijn? Zulk een vraag doet wel wat raar aan, hé. We zijn er immers al altijd vanuit gegaan dat dit zo is. Tot hiertoe kwam nog geen enkele andere mogelijkheid ter oren. Er werd enkel maar vanuit gegaan dat er zelf -bewustzijn is.Werden we immers niet voortdurend op onze vingers getikt als we als kind iets mispeuterden. Worden we niet nog steeds op onze vingers getikt als we niet beantwoorden aan maatschappelijke normen en waarden, al dan niet letterlijk/figuurlijk? Voortdurend verschijnt er wel een opdracht om nog iets te worden in de toekomst. Maar waar kan die opdracht met zijn toekomstig beeld dan in verschijnen? Is dat niet enkel binnen dit eigenste ogenblik!
Dit lichaam verandert op energetische gebied voortdurend. Zo kan dit lichaam zijn gehoor verliezen, blind worden, een been kwijt geraken of gedeeltelijk verlamd geraken. Maar heb je dan het Zijn gevoel kwijt? Heb je dan het gevoel in een ander Zijn beland te zijn? Nee toch. Hoewel het lichaam aan verandering onderhevig is, blijft het Zijn ongeschonden. Hoewel het ene ogenblik vervuld wordt door pijn, het andere door genot en dat alles voortdurend afgewisseld met allerhande gedachten, is er iets blijvends dat dat allemaal in zich opneemt. Iets neemt dat allemaal waar. Maar zelfs dit waarnemen zelf verdwijnt met de regelmaat. Tijdens de droomloze slaap zijn er immers geen waarnemingen. Maar s' morgens gaat alles moeiteloos verder vanuit het punt waar enkele uren geleden het waarnemen ‘ophield'. Niets blijkt buiten het Zijn te kunnen vallen.
Een ontzettend belangrijk punt komt te dagen dat dan ook elke toestand een Zijnstoestand is. Geen enkele leugen valt erbuiten. Geen enkel schuldgevoel valt erbuiten. Geen enkele moord valt erbuiten. Geen enkele gewaarwording zoals depressie of minderwaardigheid valt erbuiten. Geen enkele pijn valt erbuiten. Geen enkel lichaam valt erbuiten. Zelfs het niet bestaan valt er onmogeliijk buiten. Ook als er geen enkel bestaansgevoel is (zoals tijdens de droomloze slaap) kan je erbuiten vallen. Om dit laatste beter te begrijpen (visualiseren) moet je eens aan een elektriciteitskabel denken. Je sluit er een mixer op aan en hij werkt dankzij die aanwezige elektriciteit. Trek de mixer uit het stopcontact en alles valt stil. Maar wil dat zeggen dat de elektriciteit weg is? Neen. Want zodra je de mixer terug insteekt werkt het weer feilloos. Sluit er bovendien gelijk welk apparaat op aan en het werkt. En net zo ga je 's morgens weer aan de slag , ook al was je hele ‘ik-gevoel' (mixer-gevoel) uren weg. Iets laat jou wederoptreden gedurende een 80-tal jaren gewoonweg toe. Iets laat toe dat er nu op dit ogenblik een 7 miljard ‘zelfbewustzijnen' zijn. Iets laat ook toe dat dit zelfbewustzijn verdwijnt. Deze voortdurende stromingen van zelfbewustzijnen zien we doorheen alle evoluerende manifestaties (cultureel, technologisch, politiek, economisch,…) die tot stand komen (en verdwijnen). We benoemen dat met het woord ‘evolutie'.
Op deze manier gesteld lijkt het erop dat we in staat zijn bewust te zijn van het verschijnende zelfbewustzijn (het ik-bewustzijn) én tegelijkertijd van het Zijn. Het lijkt erop dat we in staat zijn vanop een afstand die twee toestanden waar te nemen. Dit is echter niet zo. Het is een bijzonder hardnekkige illusie die je nooit of te nimmer vanuit de waarnemer kunt oplossen. Waarnemen kan immers enkel tot stand komen indien je enige afstand hebt van het waargenomene. En wat je waarneemt kun je bijgevolg niet zijn, want er is juist die noodzakelijke afstand tot datgene wat je waarneemt. Jij bent dus noch het Zijn noch de waarnemer. Er is enkel Zijn. De actie van het waarnemen van het Zijn is het Zijn zelf in actie. De actie van het waarnemen van de waarnemer (het ik-bewustzijn) is tevens het Zijn zelf. Er is dus enkel Zijn. Er is dus enkel Is-heid.
Zich in deze verwijzingen en beweringen verdiepen kan het definitieve inzicht doen doorbreken dat je in werkelijkheid niet je lichaam kunt zijn. Dit om de simpele maar eerlijke conclusie dat ieder ook zijn eigen lichaam waarneemt. Zo is dat ook met het eigen oog het het Zien. Wie het eigen oog waarneemt weet één ding heel zeker. Dit is niet het werkelijke oog, maar hoogstens een afspiegeling.
Een randopmerking hierbij is: al deze non-dualistische teksten lijken amper te kunnen worden begrepen. Het lijkt allemaal zo paradoxaal. Ze vinden geen grond waarbij iets kan ontkiemen. Satsangs daarentegen (bijeenkomsten met een persoon waarbij de illusie door-zien werd) kennen een bijzondere kracht omdat de spreker voortdurend wordt tegengehouden door het publiek met de “ja, maar…”-tjes. Er komt een tempo tot stand waarbij iedereen baat heeft. Het is het tempo waarbij het uitgeworpen zaad wortel kan schieten. Als het maar lang genoeg met die vruchtbare bodem in contact kan treden. Geen enkel zaad komt tot ontplooiing indien het maar een paar uur met de grond in contact komt – hoe vruchtbaar die grond ook moge zijn. Bovendien komt het zaad niet tot bloei hoe veel de denker ook inzicht heeft in zowel zaad als grond. Zodra schaduw met licht in contact komt, licht wat steeds aanwezig was plots op. Dan pas kan met de hele puzzel gespeeld worden.
* * *
terug
Leven in het Nu.
Leven in het NU. Het lijkt wel de saaiste situatie waarin je jezelf kunt manoeuvreren. Geen verwachtingen, geen hoop, geen herinneringen die je leven nog langer kleuren. Bovedien blijkt een zorgeloos nu-leven de droom van een kleurrijk ‘morgen' nooit echt te kunnen verdringen. Plannen en verwachtingen blijken aan de lopende band op te rispen. We zijn voortdurend bezig met gisteren en morgen.Waar heeft men het in godsnaam over met dat hier-en-nu-gedoe?!
De vraag is echter: vanuit welk perspectief kan dit worden ontmaskerd? Belicht je dit vraagstuk vanuit een dualistisch denken dan ga je als vanzelf alles indelen op een tijds- en plaatsbarrière. Dan blijft het ogenblikkelijke netjes gevangen tussen gisteren en morgen. Dan ga je met het idee aan de haal dat je via allerhande boeken, oefeningen en methoden binnen afzienbare tijd naar een ‘hier-en-nu' toe kunt gaan. Het is een onderzoek naar: ‘worden, maar nog niet zijn'. Het is een kwestie van tijd en evolutie, dus.
Het lijkt aannemelijk, dit eerste perspectief. Maar hoe lang moeten we nog wachten op die openbaring van geluk dat zich in het NU-moment zou bevinden. Bestsellerauteurs zoals Eckhart Tolle en Thich Nhat Hanh beloven ons de hemel, maar psychische problemen blijken voor steeds meer mensen het dagdagelijkse brood te worden.
Terwijl dit eerste - verreweg het meest verbreidde – dualistische perspectief vooropstelt dat er een beweging nodig is van hier naar daar, zijn er voortdurend personen geweest die er een totaal ander perspectief op na hielden. Deze zogenaamde Wijzen hielden deze zoekende massa steeds voor dat er niets anders is dan ‘dit' moment. En wat je ook verzint naar de toekomst toe, het wordt steeds nú gedacht. Dit tweede perspectief slokt het eerste daarbij gewoon op. Het zoeken naar iets ergens in de toekomst gebeurt immers nu. Het toekomstbeeld projecteert zichzelf nu en nergens anders. Hoe zou je immers bewust kunnen zijn van deze gedachte!
Er zou dus nooit spraken kunnen geweest zijn van een eerste perspectief want nooit of te nimmer geraakt enige gedachte of handeling buiten dit nu-moment. Wat er ook verschijnt, het heeft steeds jou ogenblikkelijke bewustzijn nodig om er weet van te hebben. Het dualistische perspectief blijkt enkel maar een onderdeeltje te vormen van het Eenheids-perspectief.
Maar dit laatste perspectief kent natuurlijk niet zulk een bijval. Wat kun je immers uitwerken en plannen naar morgen toe als die tijds-ruimte niet zou bestaan. Toch heeft het westerse commercialisme zijn weg gevonden naar dit Inzicht. Het is de zoveelste poging om in het bezit te geraken van iets dat je niet blijkt te hebben. Maar bij nader onderzoek blijkt het weer om dat eerste tijdsperspectief te gaan. Tussen de regels door worden er tal van beloften gedaan. “Leef in het NU en je zult vredigheid vinden”, vormt de rode draad in al hun boodschappen. Het enige gevolg is dat al die volgelingen weer opgezadeld worden met een hoopvol beeld naar morgen toe. De ketens worden hoogstens van been gewisseld. Voor velen, met de tijd, een pijnlijke ontnuchtering.
Wat voor deze zoekers bovendien het meest frustrerend is, is dat machteloosheid het enige is wat overblijft. Na jarenlange pogingen om aan de huidige maatschappelijk/psychologische malaise te ontsnappen, waarbij hoop alleen maar hand in hand gaat met frustratie en lijden, doemt de nietigheid van je eigen wil op. Het heeft geen enkele belofte waargemaakt. Geen enkele blijvende zekerheid valt je ten deel. Een lege hand is het enige wat je uiteindelijk overhoudt tezamen met een leeggebloede bezieling.
Maar juist dan, op het moment dat geen enkele hoop nog deel van je denken uitmaakt blijkt dat er een opening komt waarbij het Nu-perspectief zich openbaart. Maar vooraleer je in die Liefde valt moet de barrière van elke psychologisch bezit overwonnen worden. Pas dan valt de laatste illusie weg dat vanuit een Hier-en-NU leven alles in orde komt. Zolang die verwachting nog in de geest huist, blijf je geketend aan morgen - en dus verwachtingen.
Vanuit het Eenheidsperspectief is er geen ‘hoe doe je dat dan?' waarmee je aan de haal kunt. Daarom is een boek of gids met de oprechte boodschap dat er geen enkel middel bestaat zo onpopulair voor een Westerse geest. Die laat zich immers uitsluitend drijven vanuit duizend en één concepten, veronderstellingen en beloften. Duizend en één problemen liggen dan ook op zijn weg. En tot op heden gaat hij die vooral uit de weg met een - op technologie gebaseerde - waaier van afleidingen.
* * *
terug
Al altijd was je totaal.
Er is slechts onmiddellijke aanwezigheid. En alles wat je betreffende deze zin wilt en kunt verbeelden blijft op zijn beurt iets dat verschijnt in die nu-aanwezigheid. Ben je boos? – het wordt gekend. Ben je verheugd? – het wordt gekend. Ben je gezond? – het wordt gekend? Ben je depressief? – het wordt gekend. Maak je plannen? – het wordt gekend. (Zelfs het gekende wordt gekend.) Hoe kun jij dat nu allemaal kennen? Het ene na het andere wordt vlotjes gekend zonder ook maar iets te kunnen uitsluiten. Ook het uitsluiten van iets wordt daarbij gekend. Blijkbaar ben je de kennende getuige van wat zich (onaangekondigd) ook maar aandient. Zelfs indien jou kijk op het leven gekleurd is vanuit bijvoorbeeld een desastreuze jeugdervaring, dan nog verschijnen al die bovengenoemde dingen moeiteloos en worden ze onmiddellijk ervaren. Zelfs als je slaapt ben je in staat te ervaren wat zich aandient. Dromen worden gekend. Is dat allemaal niet hoogst verwonderlijk!! In elk moment blijkt het bewijs te liggen dat jij het bent waarin alles verschijnt. Het is dus onvolkomen te zeggen dat je bijvoorbeeld ziek of gezond bent; boos of blij; slim of dom; rijk of arm. Jij bent immers de mogelijkheid tot dit alles. Want na een periode van ziek-voelen zijn kan er gezondheid-voelen optreden. En na een periode van kwaadheid kan zich vreugde manifesteren.
Jezelf vanuit dit perspectief leren zien is natuurlijk niet zo eenvoudig indien zich psychische toestanden langdurig voordoen. Ze lijken dan tijdloos te zijn en wekken de illusie, dat jij nu eenmaal zo bent. De doorstromende gebeurtenissen van het leven lijken gestagneerd te zijn en je voelt je hoe langer hoe meer futloos en bedrukt. (Maar nog steeds wordt dat dan moeiteloos en onmiddellijk gekend.) Door de aanhoudendheid van sommige belevingen lijkt het erop dat we dat werkelijk ook zijn. Je neemt het voor waar aan dat jij het bent die zich niet lekker voelt. Dat dat gevoel er werkelijk is ontken ik hierbij niet. Maar dat je jezelf vereenzelvigt met die toestand is een compleet zinloze veronderstelling en bron voor nog meer lijden. Een vicieuze cirkel.
Maar één idee maakt het ons bijzonder moeilijk om die nu-heid der dingen te accepteren: er is ons ingeprent dat je kunt worden; dat je door je best te doen en door inspanningen te leveren het goede kunt bereiken en het slechte kunt uitbannen. Maar als je datgene bent waarin alles zich moeiteloos afspeelt en vertoont, duidt dat er tevens op dat er nergens iets gebeurt vanuit inspanning. Dingen gebeuren. Punt uit. En jij bent stille getuige van dat alles. Lichamen maken van alles mee en we kleven daar tal van medische termen op. Zo werkt nu eenmaal de denkende geest. Maar ondanks alle materiële toestanden waarin je eigen lichaamsloop zich kan bevinden is er bewustheid omtrent dat alles. Zodra dit perspectief herkent wordt als feitelijkheid, komt de beleving van Liefde en onmetelijke genegenheid tot bloei. Tevens moeiteloos.
* * *
terug
Het ok-zijn van de mens.
Ik stel me regelmatig de vraag waarom de mensen die hier op gesprek komen veronderstellen dat ze ziek zijn. Hun analyses over maatschappij, moraal en ethiek zijn vlijmscherp en telkens ‘to the point'. Stuk voor stuk komen hier intelligente schepsels neerstrijken. Blijkbaar is de conditionering zo hard ingeslepen dat de overtuiging heerst dat het niet goed gaat met hen. Als ik dan vraag wat de ziekte inhoud waarmee ze hier aankomen, komt het eigenlijk nooit verder dan de woorden te herhalen van dokters, specialisten - en tegenwoordig ook nog tal van gezondheidsmagazines en een dagelijkse portie internetsites. Het kan gewoon niet zijn dat hun beleving van ongemak ok is. De specialisten hebben dat via wetenschappelijk onderzoek zogenaamd aangetoond en de statistieken bevestigen dat alleen maar. Wie dezer dagen durft te beweren dat hij gezond is wordt met argusogen bekeken en voor ziek verklaart.
Ik kan Luc Bonneux, een arts-epidemioloog, volkomen volgen als hij destijds in de Standaard stelde: “…De ideale Belg is een angstige neuroot die er niet meer aan mag herinnerd worden dat hij gezonder is dan ooit. Hij overleeft bij de gratie van de preventieve 'gezondheidszorg'. Gezondheid is onze grootste bron van zorgen geworden. De gezonde Belg ontzegt zich alcohol en sigaretten, lijdt honger en beult zich na zijn dagtaak af, van top tot teen ingepakt in zonwerende kleding met garantiemerk. Hij consumeert check-ups, kankerscreening, condooms, verrijkte botersmeersels, verarmde zuivelproducten, meervoudig onverzadigde vetzuren, visolie, rauwkost, cholesterol- en bloeddrukverlagers, aspirine, calcium, profylactische homeopathie, orthomoleculaire doses vitaminen, darmontslakkende diëten en een cursus karma om zijn chakra's aan te vullen. Je zou van minder depressief worden. Gelukkig staat de volgende zorgwekkende epidemie in de stijgers, klaar om ontmaskerd te worden: de epidemie van depressie. Die kan verholpen worden, hoe zou het anders kunnen, door de bezorgde hypochonder op te sporen en hem flinke doses antidepressiva in te lepelen. Die consumptie wordt dan op haar beurt een zorgwekkende epidemie, onderwerp van de volgende gezondheidsenquête. Zo hollen we verder als ratten in een tredmolen achter de illusies van eeuwig geluk, eeuwige gezondheid en eeuwige jeugd. …”
Waar Bonneux ons allicht op wil wijzen is de simpele kosmische waarheid die zichzelf leeft: de dingen zijn wat ze zijn en lopen zoals ze moeten lopen. En als je daarmee niet akkoord gaat, dan is dat nog steeds de waarheid, nl. de waarheid van het-niet-akkoord-gaan.
Wie de mond vol heeft over gelijkberechtigdheid en gelijkgezindheid moet die wijsheid durven doortrekken tot alles, dus ook tot goed en slecht. Als dat gedaan wordt dan komt men slechts tot één enkele conclusie: goed en slecht vallen samen en er is bijgevolg geen enkel onderscheid te herkennen. Maar deze homo sapiens heeft dezer dagen meer weg van een homo neuroticus die van scheet tot vulkaanuitbarsting wel een oordeel en veroordeling klaar heeft liggen. Op één of andere mystieke wijze is hij tot het idee gekomen dat er zo iets zou bestaan als goed en kwaad en dat je daartussen een duidelijke scheidingslijn kunt aanbrengen. Het is dan nog enkel een kwestie van alles aan één kant van die lijn te krijgen. Nergens in de natuur vindt je echter een activiteit die zich laat sturen vanuit zulk een gedachtegoed. Er zijn vulkaanuitbarstingen, microben, er is zon, er is regen, er is dood en vernieling, er is geboorte en opbouw. Tenslotte zijn we enkel uit dit natuurlijk spel voortgekomen! Deel uitmakend van dit proces, ondergaan we ook willens nillens alle facetten ervan. Je zou kunnen zeggen dat we daar helaas weet van hebben; dat we daar spijtig genoeg bewust van zijn. De simpele kei op straat, onderhevig aan autobanden, weer en wind lijkt zijn lot veel gemakkelijker te dragen dan deze intelligente mens. Waar hebben we dat toch aan verdiend?!
Het antwoord blijkt vrij simpel te zijn, doch niet zo acceptabel: ons denken. We lijden onder ons eigen denken. En dat brengt het gevoel teweeg iets te kunnen bewerkstelligen naar morgen toe. Bijvoorbeeld alle goede dingen over de schreef trekken en aan één kant plaatsen van de lijn van goed en kwaad. En wat dan wel goed en kwaad mogen zijn, dat wordt ons vanaf onze geboorte systematisch aangepraat, via ouders, artsen, school en politiek. We trekken aan de zelfde kant van waaruit onze ouders en voorouders trokken, omdat we aanvankelijk zo afhankelijk zijn van hun bescherming – ook wel liefde genoemd.
.De kosmos is ok. Het leven is ok. Jij en ik... we zijn ok. En hier niet mee akkoord gaan is ook ok. We zijn wie we zijn: directheid voorbij goed en kwaad. Niemand valt ook maar één ogenblik uit deze Goddelijke boot.
* * *
terug
Leve de dualiteit.
Alles in het universum is gebaseerd op tegenstelling. En tegenstelling houdt verandering in. Dat blijkt eenvoudig weg uit de vergankelijkheid die zich overal voordoet. Niets blijkt statisch te zijn. Alles wat tot ontwikkeling komt, is tegelijkertijd verbonden met het eigen verval. Leven en dood, zoals de mens dat kent, zijn onderling verbonden en zijn noodzakelijke, in elkaar overgaande tegenpolen. Het ene doet zich nooit voor zonder het andere. Waar dualiteit is, is ook leven. Beiden kennen die noodzakelijke aanwezigheid.
Bovendien hebben we het vermogen ons van deze twee zijnstoestanden bewust te zijn. Via het geheugen komt tevens de mogelijkheid deze complementaire situaties te vergelijken. We zijn als geen andere soort bewust van die twee mogelijke tegenstelling, ook wel polen genoemd. Zo kennen we de dag maar ook de nacht. We kennen vreugde en ook verdriet, geluid en stilte, hard en zacht, oorlog en vrede. Ook binnen de deeltjesfysica stoot men op die tegenstelling: de ene keer vertonen de kleinste kenbare deeltjes zich als energie, de andere keer als object. Net als eenieder is deze onderzoeker zich daarbij bewust van het bestaan van beide toestanden.
Al wie dit verder onderzoekt stoot bovendien op een bijzonder gegeven: beide toestanden kunnen nooit tegelijkertijd gekend worden. Ons denken kan nooit voorbij zijn eigen beperktheid van kennen. Je kunt immers niet op één zelfde moment aan twee dingen denken. De ene gedachte duwt de andere bij wijze van spreken weg. Ons eigen vermogen tot denken duwt ons tegelijkertijd in een zekere afscheiding t.o.v. de samenhangende andere pool. Dat komt omdat denken een statisch iets is. Iets kan maar gedacht worden indien het tot een vastomlijnd beeld komt. Het is dus op zich al een zekere vermaterialisering van energie. Denken is dus één verschijningsvorm binnen de eigen dualiteit. Energie laat zich tijdelijk verschijnen in de vorm van een gedachte. Wie dus denkt via gedachten het geheel te kunnen vatten zit er compleet naast, want de denkactiviteit is een ‘tijdelijke' éénpoligheid. Gedachten zijn in feite niets meer dan energie die zich subtiel toont onder de vorm van vermaterialisering. Gedachten zijn even vergankelijk als alle andere verschijningsvormen. Ze verschijnen plots en verdwijnen even mysterieus als dat ze ontstonden. De andere pool, zijnde de niet materiële kant, laat telkens van zich ‘horen'.
Maar dan kom ik met een bijzonder intrigerende vraag: waar ben jij zodra de verschenen gedachte weer opgaat in zijn tegenpool, zijnde niet-kenbare energie? Ben jij ook verdwenen in het Niets?? Wordt er bij een volgende verschijnende gedachte dan ook een totaal nieuwe persoon tevoorschijn getoverd? Neen, toch! Wie 's morgens wakker wordt, weet dat hij dezelfde ‘persoonlijkheid' is die de dag voordien ging slapen.
Het moge duidelijk zijn dat je wezenlijke aard méér is dan een resem gedachten. Jou bestaan gaat niet verloren op het ogenblik dat een gedachte oplost. Blijkbaar ben jij er steeds indien een volgende gedachte zich aandient. Zo ben jij er ook steeds indien emoties zich aandienen, wat die ook mogen zijn. Blijkbaar ben jij er steeds indien zich gelijk wat aandient. Hoewel een overdadige denken ons in de illusie brengt dat we kunnen kiezen tussen wat zich zou mogen aandienen, blijkt dat in de praktijk totaal anders te zijn. Je denkt te kiezen voor het ene en niet voor het andere, maar in werkelijkheid kies je steeds voor de hele dualiteit. Terwijl je zogezegd kiest voor de ene pool, ben je onmiddellijk ‘eigenaar' van de andere, niet geopenbaarde pool. De standvastigheid van de illusie schuilt erin dat de vermaterialiserende pool het gevoel geeft van te kunnen bezitten. Met die andere ongerichte kant van de verschijningsvorm kan je niets en bijgevolg denk je die links te kunnen laten liggen. Deze dwaasheid ten gronde beseffen en het met heel je hart aanvaarden, betekent het definitieve einde van de illusie die het denken opwerpt. Deze alles doordringende dualiteit erkennen en herkennen maakt je tegelijkertijd vrij van elk psychisch conflict. Want het conflict ontstond op het ogenblik dat je in de mogelijkheid begon te geloven slechts één kant van de kosmische medaille op zak te kunnen steken. Vanaf het ogenblik dat dit hele zootje doorzien wordt, weet je voor altijd dat er nooit keuzes gemaakt worden, maar dat de kosmische beweging enkel wordt ervaren. Zij kiest, jij niet. Een Goddelijke spel.
* * *
terug
Worden wat je al altijd was.
Zodra iets tot bestaanswerkelijk komt, blijkt er slechts één enkele kracht op in te spelen, zijnde vergankelijkheid. Of je nu een simpele baksteen neemt, een meubel, een auto of het hoogste gebouw ter wereld, het is vanaf het eerste moment onderhevig aan slijtage. Geen enkel ding bezit die tijdloze onveranderlijke structuur. Niets maar dan ook niets ontspringt deze kosmische wetmatigheid. Ook de menselijke verschijning met al zijn verwezenlijkingen ontspringt deze dans niet. Relaties verdwijnen, gedachten gaan op in het niets en de fysieke conditie van de jeugdjaren komt nooit meer terug. De werkelijkheid is onverbiddelijk. Het heeft geen boontje voor de mens t.o.v. andere organismen. Hij is even onderhevig aan deze wetmatigheid als de mug of de kleinste microbe.
Dat bepaalde structuren het langer uithouden dan andere is een simpel waarneembaar feit. Een tafel, een huis, een auto gaan langer mee dan het blad aan de boom. De ene mens houdt het langer uit dan de andere. Maar de werkelijkheid knaagt ondanks een schijnbare stabiliteit als een houtworm langzaam in het bestaan der dingen.
Het is ondertussen een wetenschappelijk aanvaard gegeven dat energie omgezet wordt in materie en materie weer in zijn energie opgaat. Een eeuwig proces van twee toestanden die in feite één iets vormen. De stoel, de auto, de mens of gelijk wat gaat wel ten onder aan zijn materiële vorm, maar de energetische capaciteit van die dingen blijft. Het laat alleen die tijdelijke hoedanigheid achter. Vergelijk het met de zee en zijn golven. Golven komen op en gaan weer onder. De zee droogt bij het verdwijnen van al die golven niet op. Vanuit onze zintuigen lijkt het allemaal wel te veranderen en is de ene golf de andere niet. Maar in feite zijn ze slechts een tijdelijke uitdrukking van de altijd aanwezige zee zelf. Zo wordt de mens als het ware uit die stilte van het Zijn gedrukt en krijgt die spanning het etiket van levendigheid opgeplakt. Maar zoals elke golf even nat blijft als de oneindigheid van de zee zelf, blijft elke menselijke verschijning evenveel geladen met de tegenwoordigheid van eindeloze energie. Het terug opgaan in die tegenwoordigheid van vormloze energie is wat hij ervaart als spanning: emotie, lijden, angst, kwaadheid,…. Het is de onoverkomelijke vergankelijkheid van zijn verschijningsvorm als mens en elke weerstand daartegen is gedoemd tot mislukken. En misschien ligt daar wel zijn lijdensweg. Hij koestert de illusie van standvastigheid; de illusie van een standvastige persoonlijkheid – die de mislukking vanaf het eerste ogenblik onlosmakend in zich meedraagt. Want aan de poorten van de fysieke dood moet alles afgegeven worden om terug opgenomen te worden in de tijdloosheid en vormloosheid van Energie. Dit ‘Energieveld' is aan te duiden met onvoorwaardelijke Liefde. En deze Liefde wordt pas gesmaakt wanneer definitief ingezien wordt dat jou wezenlijke aard voorbij de huidige verschijningsvorm ligt. We zijn dit lichaam niet, we zijn die onverwoestbare staat van Liefde. De menselijke verschijning is als een zweetdruppel op het gelaat: wat later lost hij op maar heeft het aangezicht op geen enkel punt aangetast.
En wat dacht je dan van gedachten? Waar is hun standvastigheid? Zijn zij blijvend? Verdwijnt Liefde als gedachten verdwijnen? Of is het eerder zo dat gedachten o.a. een uitdrukking zijn van Liefde? Wel even opmerken dat het hier om dé Liefde gaat en niet een afgeleide van godsdienstige dogma's. Ik doel hier niet op de persoonsgerichte liefde die zo verweven is met hebzucht. Ik heb het over de Liefde van Zijn en niet over de liefde als de ideologische scheiding van goed en kwaad.
Geniet daarentegen van je uitdrukkingsvorm met al zijn deelfacetten, hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Accepteer het als een onoverkomelijke uitdrukking van de oerstaat van Liefde. Wat je ook doet, waar je ook heengaat en wat je ook overkomt, je valt er nooit uit.
* * *
terug
Wie kiest?
Waarom werd je binnen die specifieke familie geboren? Waarom wordt je verliefd op die specifieke persoon? Waarom kies je voor die welbepaalde studie en job? Waarom die auto en niet die andere? Waarom zaai je gazon i.p.v. alles te betegelen? Waarom stem je zondag voor die ene partij? Waarom kiest je lichaam om zich te ontdoen van welbepaalde virussen en bacteriën terwijl anderen met rust worden gelaten?
Heel simpel. Omdat het zo is. Het is net zoals bij een kind dat begint te lopen, praten of denken. Het kiest daar niet voor. Maar het gebeurt wel. Hoe zou het immers op voorhand kunnen kiezen voor iets dat het nog niet kent; geen notie van heeft? Onze biologische verschijning bundelt blijkbaar bepaalde energieën en daar zijn we getuige van. Het kind is bewust dat er zich een loopproces, een denkproces, een praatproces, een blij-zijn-proces, een plasproces e.d. plaatsvindt. Die belevingen ontgaan hem heus niet. Meer nog, het zal al heel vroeg met het gevoel zitten dat er binnen hem keuzes te maken zijn die zijn wereld aangenamer kunnen maken. Het geheugen heeft immers vanaf het eerste uur tal van gegevens opgeslagen die terug kunnen naar buiten komen. Maar deze gegevens vragen een prikkel van buiten uit om zich te ontladen. Deze hersenen sturen zichzelf niet. Er zou dan immers geen enkel evolutieproces kunnen plaatsvinden – wat nu duidelijk wel het geval is. Geen prikkel, geen actie. Dat is een simpel gegeven binnen de wereld van verschijnselen en hun dualiteit. Op deze manier benaderd, is het duidelijk dat de keuzemogelijkheden die opgeslagen liggen in ons brein afhankelijk zijn van factoren van buiten het brein zelf. Wat stelt de zogezegde kiezer die kiest dan nog voor? Waar bevindt die zich? In de hersenen zelf, in het hele lichaam, erbuiten…? Bovendien kan je om het nog raadselachtiger te maken ook stilstaan bij de opmerking: waarom slaat het brein de ene gegevens wel op en niet die andere? Kun je jezelf die plek geven waar die beslissingen zouden genomen worden. Neen toch.
Zolang deze illusie van ‘ik kies' stand houdt, breng je je eigen biologische gevoeligheid in verdrukking. Want voortdurend wordt je dan geconfronteerd met het gevoel van onmacht ten overstaan van een gecreëerd verlangen. Die waan-zin vraagt dan de nodige energie om dat te verwerken. En da's energie die ten koste gaat van volle deelname aan het feitelijke voorhanden zijnde. Verantwoordelijkheid ten opzichte van het totale leven komt pas tot stand indien de illusie van de kiezer ernstig genomen wordt. Dat vraagt vooreerst een zuiver onderzoek naar de ware aard van dit fenomeen.
* * *
terug
De beweging van het leven.
Nu de verkiezingsstrijd weer gestreden is worden de kampen netjes ingedeeld in verliezers en winnaars. Alles krijgt immers zijn plaats in onze denkwereld. Goed/slecht, blank/zwart, rechts/links/midden, … . De specialisten der statistieken beleven gouden tijden. Daarnaast sorteren we ons afval, benoemen we elke psychologische gril (waarvoor telkens ook een pil), ordenen we onze daden volgens de agenda en laten ons leiden door wetten en ethische codes. Het ziet er allemaal keurig en netjes uit – ‘Brave new world'.
Waartoe al dit indelen, inkaderen en catalogeren ons uiteindelijk zal brengen blijft echter een raadsel. Vandaar allicht dat onze politieke leiders gedwongen worden de ene belofte te vervangen door de andere- of het nu over staatshervormingen, pensioenen, euthanasie of werkgelegenheid gaat. Geen enkel maatschappelijk onderdeel blijft ongemoeid. Zelfs diegene die nog maar net de pampers ontgroeid zijn hebben er geen enkele moeite mee om een bevolking, die gemiddeld het dubbele van hun levenservaring heeft, te vertellen hoe het maatschappelijke plaatje er morgen moet uitzien. Feilloze kennis van dossiers (gegevens van ‘gisteren') blijkt zonder enig verpinken te kunnen worden uitgesmeerd over de toekomst. Welke toekomst vraag ik mij dan wel eens af. Heeft iemand hem al tegengekomen? Kan iemand mij die per Prior toezenden, a.u.b..
Is het niet eerder zo dat we via deze dwangcultuur, met zijn eindeloze stroom wetten en pedagogische bevoogding, de weidsheid van de toekomst verengen tot een verkrampt geboortekanaal waarbij elke toevalligheid of ongeregeldheid met een wetenschappelijke injectie wordt gecorrigeerd? Tja, dan lijkt de toekomst inderdaad te voorspellen. Als ik jou ertoe aanzet elke maand je gazon af te rijden, dan kan ik perfect voorspellen dat er enkel maar gras zal groeien. Zolang je het natuurlijke proces maar tijdig kortwiekt.
Over de wilde weelde van gelukkigheid en innerlijke vredigheid wordt binnen het politieke landschap angstvallig gezwegen. Misschien staat dat te los van beloftes en hoop. Misschien bevindt zich dat reeds hier en nu, is voor iedereen beschikbaar en kan je bijgevolg vandaaruit geen inkomsten claimen. Hebben deze architecten daar (nog) geen kaas van gegeten? Is hun nooit verteld dat elke menselijke manifestatie sowieso gericht is op geluk? En dat deze geluksbeweging automatisch vervat zit in elk energetisch proces? Hebben ze al eens echt geluisterd naar die uitspattingen van wijsheid, die binnen andere culturen wel eens opborrelt? Hebben zij er kennis van dat leven en dood hand in hand gaan en van elkaar afhankelijk zijn? Ik vermoed dat het in Keulen moet donderen bij zulke uitspraken. Immers, één gedachtengoed hebben ze allemaal gemeen: deze wereld is maakbaar. En maakbaarheid genereert hoop en kapitaal, het enige koppel dat feilloos samenblijft. In feite geven deze intellectuele leiders aan dat ze overtuigd zijn dat je voor geluk kunt kiezen door negatieve dingen te verwijderen. Wie de verkiezingscampagnes heeft opgevolgd kan enkel maar concluderen dat we hier te maken moeten hebben met mensen die menen boven het Goddelijke spel zelf te staan. Want wat een beloftes! Wat een voornemens! Dat ondanks al deze maatschappelijke injecties – reeds duizenden politieke jaren lang - de natuurkrachten doodeenvoudig hun eigen gang gaan, blijkt men niet echt te willen zien. We moeten vooral vooruitzien, zo wordt ons verteld. Dat we ondertussen de feitelijkheid van het ecosysteem met zijn plant-, dier- en mensenrijk voor onze voeten vertrappelen, lijken deze supergoden niet echt op te vallen. Hun blik is immers op een zogeheten ‘toekomst' gericht. Hoe lang gaan we nog rondlopen met de illusie dat je iets kunnen beheersen waar je zelf deel van uitmaakt? Het is als beweren dat je jezelf kunt optillen door aan je eigen veters te trekken.
Deze hele planeet haalt zijn beweging uit het verschijnsel polariteit. Het elektromagnetische veld tref je bijgevolg overal aan - tot in de microwereld van atomen en elektronen toe. Elke gedachte, elke emotie, elke beweging haalt de mosterd vanuit dit energetische veld – welke esoterische of wetenschappelijke naam je dat ook geeft. Bijgevolg ontloopt geen enkele politieke beweging zijn tegendeel. Zowel links als rechts zullen blijvend aanwezig zijn, ook al staan ze niet altijd gelijktijdig in de spotlights. Wat zich dus ook manifesteert dezer dagen op het politieke landschap, het is goed en juist omdat het noodgedwongen het natuurlijke energetische proces volgt. Onoverkomelijk en in al zijn afwisseling. Wie dit niet kan aanvaarden moet dringend eens een bezoekje brengen aan de maan of aan Mars. Daar heerst een perfecte politieke stabiliteit. Je zou het kunnen vergelijken met twee kinderen die op een wip zitten die perfect in zijn evenwicht blijft hangen. Daar verdwijnt al gauw elke spat vreugde. Maar wees gerust, al snel zou je de levendigheid en de onvoorspelbaarheid van deze planeet terug opzoeken. Hier valt immers iets te beleven. Hier voel je jezelf, temidden van de onevenwichtigheid der dingen. Hier moet de aandachtigheid vroeg of laat wel terug opbloeien vanuit die natuurlijke Liefde der verschijnselen. En daar hoort blijkbaar ook een politiek spel bij.
Welkom thuis. Koffie of thee?.
* * *
terug
Op de wip van het leven.
Vele mensen zoeken evenwicht in hun leven. Ze zoeken stabiliteit. Ze hebben er veel voor over om aan hun emotionele schommelingen te kunnen ontsnappen. We zijn niet zo zot op al die onverwachte schommelingen des levens. Deze wisselende emoties nu, blijken steeds het gevolg te zijn van allerhande verwachtingen die niet blijken uit te komen. En vergankelijkheid is nu wel het laatste waar deze mens zich wil aan overgeven. Het hoopvolle beeld spat telkens weer uit elkaar. Een tijdje bezit je het en kun je het koesteren. Maar steeds weer komt die onverbiddelijkheid om de hoek kijken. Onverwachts en zonder aanloop. Je hebt geen enkel vooruitzicht definitief op je lauweren te kunnen rusten. En de dood boezemt ons angst in. Daar kijkt geen mens echt naar uit. Vreugde en genot blijken elkaar constant de loef af te steken. Die wispelturigheid binnen het levensgevoel wringt met het verlangen naar liefde van de mens. Verlangen naar wispelturigheid of doelloosheid, daar tekent geen mens voor. Wie verlangt nu naar zoiets? En toch, je moet niet eens een uitzonderlijk hoge kwaliteit hersenenergie bezitten om veranderlijkheid overal te herkennen. Huizen vergaan, planten sterven af, zaden worden bomen en sterrenstof maakt het tot mens, de polen van de aarde wisselen, ijstijden wisselen elkaar af. Gedachten vliegen onophoudelijk door/voor de geest. Eindeloos blijken er cyclussen zich te manifesteren.
Alles blijkt dus vergankelijk. Voortdurend wordt er dus losgelaten. Van wat moeten we dan tekens afstand doen? Wat moeten we dan feitelijk loslaten? De levendigheid van dit wispelturige levensspel? Neen. Dat blijkt gewoon door te gaan, of we nu blij of verdrietig zijn en van wat we ook maar afstand moeten nemen. We hebben geen probleem met die verscheidenheid binnen het leven. Integendeel, ze voedt dit lichaam en verzorgt juist het gevoel te leven. Wat blijft er dan over? Het feit blijkt daar te liggen dat onze verlangde stabiliteit zélf de pijn veroorzaakt van het afscheid moeten nemen. Verlangens (of verwachtingen) blijken keer op keer in relatie te staan met verdriet en psychische pijn. De ene verwachting is al eenvoudiger achter te laten dan de andere. Als naar gewoonte het avondeten vanavond niet plaatsvindt om 17u, kan ik daar best mee leven. Maar bij verwachtingen omtrent relaties, kinderen, financieel bezit of bijvoorbeeld gezondheid blijft er wel degelijk hangen indien ze jou ontglippen. Tenzij ze tijdig ingelost worden, natuurlijk.
Verwachtingen kunnen inderdaad ook uitkomen. Zo zul je maar lotto winnen. Wie weet! Of gewoon volgens afspraak een vriend of vriendin op bezoek krijgen.
Maar – en dit is een belangrijke opmerking – komt de vreugde bij de inlossing van een verwachting niet voort uit het kunnen loslaten van die verwachting op dat ogenblik? Is die tevredenheid niet simpelweg het wegvallen van het gekoesterde beeld? De verwachting kan losgelaten worden. Ze behoeft geen energie meer. Elke reden is immers weggevallen. Je valt op zulke ogenblikken gewoon terug in de werkelijkheid. Er is terug de ‘flow' van Zijn. Het ‘moeten', ‘het zou fijn zijn', ‘ik hoop dat' vallen in één ogenblik weg. Je duikelt terug de levende werkelijkheid in – het: “Laat maar komen, we zien wel”. Op deze wijze gesteld zou vreugde en genot wel eens te maken kunnen hebben met loslaten van opgehouden energie. Het is een vrijkomen van – een bevrijding van iets. Het is dus afhankelijk van spanning. Het volgt erop.
Als ik het bij de aanvang verwees naar een zoverlangde evenwichtigheid binnen het leven, blijkt die evenwichtigheid in contradictie te staan met de noodzakelijke bewegelijkheid tussen spanning en ontspanning. M.a.w. wie op zoek is naar het genot van stabiliteit komt alleen maar onstabiliteit tegen. Vanzelfsprekend. Want ook ontspanning blijkt zich niet los te kunnen maken van spanning. Tussen die twee polen slingert de kosmische werkelijkheid zich als een rivier heen en weer. We zitten op de wip van het leven en kennen beide kanten ervan. En geen mogelijkheid blijkt haalbaar om één kant ervan de hoogte in te houden. En waar is dan de hendel die kiest hoeveel spanning (en dus ook mogelijk ontspanning) er zal opgewekt worden? Nergens! Die is er in werkelijkheid niet. Er is enkel bewustzijn van zowel spanning als ontspanning. Maar geen hendeltje en zijn bediener. Ik zou mij dan immers van heel wat anders bewust zijn, niet?
Met dat gegeven kan je maar best vrede nemen. Al ontspannend op zich.
* * *
terug
Je pense, donc je pense que je suis.
Descartes' uitspraak : ‘Je pense donc je suis.' getuigt niet echt van een diepgaand inzicht.. Want iedereen kan zelf ondervinden dat hij nog steeds is op die momenten dat het denken zich niet roert. De mogelijkheid tot denken bepaalt absoluut niet of je al dan niet bestaat. Zodra je 's morgens wakker wordt weet je immers onmiddellijk dat jij nog steeds dezelfde bent als voorheen. Je wordt niet elke ochtend opnieuw geboren. De droomloze nacht heeft jou niet weggevaagd. Integendeel. Je bent frisser en alerter dan de avond voordien. Je voelt je ‘heler'. Je bent nog steeds, net zoals alle vorige dagen. Ook al beleef je voortdurend veranderende gedachten en wisselende gemoedstoestanden, er is nog steeds die Jij die van dit alles bewust is. Dit Zijnsgevoel wordt nooit aangetast. Het wordt niet minder of meer vanuit wat er beleefd wordt. Feilloos en onberispelijk is het daar. Zowel de diepste depressie als het hoogste genot wordt onmiddellijk gekend. Sta bij dit mysterie maar eens even stil!
Wie is er bovendien bewust van al die gedachtestromen die zich voordoen? Elke gedachte wordt beleefd en gekend. Wil dat niet zeggen dat 'iets' is dat geen enkele van die gedachte wezenlijk kan zijn!! Mocht je in beginsel zelf die gedachte zijn, dan zouden alle andere gedachten niet gekend kunnen worden. Dat zou onmogelijk zijn. Het enige wat overblijft is de conclusie dat Jij datgene moet zijn waarin al die verschillende manifestaties (gedachten, beelden, emoties, zintuiglijke gewaarwordingen) in verschijnen. Met andere woorden, Jij bent Bewustzijn. Jij bent niet die gedachten zelf, ook al geven ze blijk van in een bepaalde zone tot stand te komen. Jij bent dus niet de maker van die gedachten. Jij bent immers dit krachteloze, niet doelgerichte Bewustzijn wat alles kan ontvangen, waarnemen en beleefd worden. Het is als een wit blad papier waarom alles kan geschreven of getekend worden. Of zoals een elektriciteitskabel waarop eender welke toestel (van welke merk ook) kan aangesloten worden. De energie in de kabel is onwetend ten overstaan wat er in het stopcontact kan gestoken worden. Het is machteloos. Het is potentialiteit – ongericht, doelloos en onvoorwaardelijk. Maar als er zich iets op aansluit manifesteert het zich onmiddellijk. Net zoals jou Zijn, wordt ook die potentialiteit van die kabel nooit aangetast of verminderd. Die openheid voor wat zich aandient/manifesteert is waar het woord liefde op duidt - en niet op wát zich manifesteert. Een belangrijk verschil!!.
Wat we dus beleven alszijnde ‘ik', deze persoon, dit ego enzovoort, is een zoveelste verschijning in die Jij die er al altijd was. Dit ik-idee is bijgevolg enkel maar een samengestelde denkvorm, in stand gehouden vanuit een welbepaalde energetische geheugenstabiliteit. En elke situatie die deze stabiliteit bedreigt (en dus vermindert) wordt biologisch ervaren als een bedreiging – met het minderwaardigheidsgevoel als gevolg. Aangezien elke energetisch (denk)veld onderhevig is aan verval en verandering (anders was het geen energetisch veld) komt de persoon die een identificatie aangaat met dit veranderlijke veld voortdurend in de problemen. Hij/zij heeft het idee telkens te mislukken, nooit genoeg te hebben, ervaart voortdurend onrust en spanning en geraakt op den duur uitgeput. Wat hierbij telkens over het hoofd wordt gezien is dat men al heel die tijd Is. Jou wezenlijke staat is Is-heid. Helaas kun je die nooit kennen of in gedachten hebben. Ze is alomtegenwoordige vormloosheid en tijdloosheid. Dit feit voortdurend in de aandacht brengen maakt dat je op een welbepaald ogenblik die ongekendheid aanvaart. Dan leef je met die onafwendbare dualiteit mee, maar laat je niet in zijn web vangen. Dat betekent als mens vrijheid.
Descartes had beter gezegd: « Je suis et apparemment il y a des pensées. »
* * *
terug
Tijd en worden.
Ten volle deelnemen aan het leven is onmogelijk indien je op talrijke momenten een zekere remming voelt binnen jou handelen. Dat zijn die ogenblikken waarop je aan jezelf twijfelt. “Zou ik daar wel naartoe gaan? Moet ik die persoon nu een hand geven of niet? Wat zullen ze denken indien ik mezelf zus of zo kleed? Ben ik wel goed genoeg voor die job?” Zelfs aan je twijfel zou je nog beginnen twijfelen. En zonder dat je er erg in hebt hebben stilaan het overgrote deel van je dagdagelijkse processen betrekking op dit gevoel van onzekerheid. Daar onze relaties zich de dag van vandaag vooral toespitsen op het intact houden van het eigen egobeeld, ontstaat er vanzelf het gevoel van beter of slechter; van minderwaardig en meerwaardig. Alles wordt dezer dagen afgewogen, vergeleken en van etiketten voorzien.
Vanuit deze schijnbare tegengestelden lijkt het er dan ook op dat er een beweging mogelijk is van minderwaardigheid naar meerwaardigheid, van slechter naar beter of van fout naar juist. Ons denken stuurt beelden aan die op een verbeteringsproces gericht zijn. Ze kleuren een ‘morgen' in en construeren talrijke perspectieven. Uiteindelijk draait het uit op een terechtkomen in een eindeloze spanning tussen hoofd en buik, tussen zijn en worden.
Als we ons eigen leven overlopen dan zullen we weinig momenten kunnen aanhalen die vrij zijn van dit wordingsproces. Steeds hing er het idee aan vast dat we ons best moesten doen om dit of dat te worden/te bereiken. Zowel onze ouders, de leerkrachten, de werkgever en onze vriendenkring hebben dat beeld gesteund. Nooit was er die ruimte om stil te staan en de oorsprong van dit ‘wordingsidee' diepgaand te onderzoeken. Als in een kudde die op hol geslagen is renden we de richting uit van de massa waar we zelf deel van uitmaakten. En niemand stelde zich de vraag naar het hoe en waarom van de geest en zijn toekomstgerichte denken. En nog steeds merken we diezelfde kuddebeweging op. Op talloze ogenblikken voelen we dan ook een zwaarte binnen het eigen leven. Regelmatig verzinken we in een steeds terugkerende emotioneel kluwen.
Buiten de eerste jaren als baby, is er weinig tijd om te gewoon te mogen Zijn. Alle tijd wordt systematisch gericht op worden. Onze opvoeding en ons onderwijs is louter gericht op iets in de toekomst. Speeltijden, momenten tussen huiswerk en slapengaan en de vrije dagen zijn er dan om te Zijn. Dat zijn niet de momenten waar buikpijn en stress optreedt. Op die ogenblikken is de geest alert en neemt het denken op een heel praktisch wijze deel aan het moment zelf. Het is even niet gericht op morgen maar stort zich volledig op het nu-zijn. En wat daarbij het meest opvalt, is dat het precies die ogenblikken zijn dat van leren echt spraken is. Op die ogenblikken is de geest totaal aanwezig en schept het vreugde in het lichaam. Hoofd en buik werken samen en nemen ten volle deel aan wat zich voordoet. De praktische kant van dualiteit viert dan hoogtij. De spanning van het ‘moeten' ergens in een ‘morgen' is er even niet. En precies dan voel je de stroom van het leven.
* * *
terug
Aberraties.
Ik had van het woord nog nooit gehoord totdat mijn oudste broer zijn kunstwerken onder die naam ging tentoonstellen. Bij nadere beschouwen leent de inhoudelijke betekenis van dit woord zich uitstekend om onze wereldse dualiteit eens nader te belichten.
Aberraties zijn onregelmatigheden die het (onzichtbare) licht vervormen en waardoor dingen tot uiting komen. Een prisma is daarbij een fantastisch voorbeeld. Stuur er een lichtstraal doorheen en zij wordt opgesplitst in tal van kleuren. Het prisma veroorzaakt die aberraties. Voeg daarna al die kleuren terug bij elkaar en alles verdwijnt weer in het ‘niets'. Het lijkt logisch maar het herbergt iets mystieks. Aanvankelijk herbergt het licht alle kleuren en wordt het niet gezien en dus ook niet gekend. Pas als het ergens tegenaan botst komt er een hele wereld tevoorschijn. Pas indien het licht een obstakel tegenkomt bewijst het kunnen zien van dit obstakel het bestaan van dit licht. Het licht geeft daarbij een stukje van zichzelf prijs. Wat we als mens in feite zien is een vertraging binnen die lichtfrequentie. Het belang om dit lichtfenomeen zo te bekijken is het feit dat het een zinvolle verklaring geeft voor het ontstaan van materie. Materie is daarbij een vertraging – hoe tijdelijk van aard ook – van die hoge lichtfrequentie, zeg maar lichtsnelheid. In feite bewijst de materie het bestaan van zijn oorspronkelijkheid - zijnde licht.
Is dit alles interessant om te weten? Voor iemand die inzicht wil hebben betreffende zijn wezenlijke aard is het dat zeer zeker. Bewustzijn gedraagt zich immers precies zoals licht. (En ze zullen ongetwijfeld een en hetzelfde zijn.) De pijn, het verdriet, de traagheid van je lichaam, je conditie, je karakter, je denkprocessen… zijn uitingsvormen die tot stand komen zodra bewustzijn doorheen het menselijke brein dwarrelt. Wat er daarbij gebeurt is dat Bewustzijn in feite een vertraging oploopt – zeg maar vermaterialiseert. En die vertraging wordt herkend. Door wie of wat? Door het Bewustzijn zelf, natuurlijk. Het is zoals bij het prisma. De vertragingen binnen die totale lichttrilling die door het prisma veroorzaakt worden, worden gezien omdat die opsplitsing in kleuren nog steeds omgeven zijn door het totale licht – en dus belicht worden. Eigenlijk is dit het enige wat heel de advaita-leer (non-dualisme) ons vertelt. Alles komt uit Eenheid en gaat terug op in die Eenheid. En alle tussentijdse verschijningen (vertragingen) worden door die Eenheid gekend. Dit wil niets minder zeggen dan dat licht alles belicht wat het zelf voortbrengt. Het maakt daarbij geen enkele keuze. Zowel op de bloem in de wei als op de hondepoep op het voetpad wordt licht geworpen.
De wezenlijke aard der dingen is dus niet het ding zelf maar natuurlijk zijn bron; zijn oorsprong. De wezenlijke aard van zowel de hondepoep als de bloem is Licht!
Maar laat me verder het woord Bewustzijn gebruiken daar dit een betekenisvoller woord vormt voor ons brein – en dus beter belicht kan worden (grapje).
Onze gedachten nu, moeten dus ook uit diezelfde bron opborrelen. Anders zouden ze niet kunnen herkend worden. En iedereen kent zijn gedachten op het ogenblik dat ze zich voordoen. Wat brengt nu deze gedachten tot bestaan? Zoals ik hierboven al uitlegde is elke uitingsvorm een vertraging binnen die tijdloze Eenheid. Dus zijn gedachten een vertraging binnen het Bewustzijn. Ook al kan dat maar uiterst kort en tijdelijk zijn, het blijft een tragere trilling die van daaruit kan worden waargenomen. En wat gebeurt daarbij steeds? Vroeg of laat wordt dat alles weer opgenomen in het eindeloze en tijdloze Bewustzijn.
Het is hierbij een bijzonder ontluisterende oefening de Bijbel eens vanuit dit licht te beschouwen. Je stoot dan op een onthutsende frisheid. Het refereert constant naar Bewustzijn. Toen werd er nog niet over Bewustzijn gesproken maar over het Licht. Het maakt uiteindelijk niet eens iets uit.
De uitspraak: ‘Wees een licht voor jezelf' komt nu op een heel andere manier naar voren, niet? Het doelt eigenlijk te zeggen: ‘Wees bewust van je wezenlijke aard zijnde Bewustzijn en herken van daaruit je verschijningsvorm'. Wie hier even bij stilstaat zou wel eens kunnen ontdekken dat het zinloos is aan onze menselijke fysieke en psychische processen een zekere schuld te koppelen. Elke daad, elke gedachte, elke droom, elk verdriet, elk genot,… kortom alles wat je je maar kunt voorstellen, komt immers uit diezelfde bron. Hoe schadelijk of heilzaam de vertraging ook moge geïnterpreteerd worden, uiteindelijk wordt ze terug Bron. Herken in jou deze Bron en zadel je niet langer op met de schuld van jou verschijning. Elke verschijning, zijnde een aberratie, blijft in wezen de volmaaktheid zelve. Dat is ook zo met het verdriet, de pijn en het lijden dat ervaren wordt. Aanvaarding van dit feit is een deugd. Want dan wordt voor altijd geweten dat jijzelf als bron geen voorkeur hebt voor welke aberratie dan ook. Jij bent die Stilte waarin alles plaatsgrijpt. Wat/wie er ook geboren wordt, het zijn allemaal 'kinderen Gods'.
* *
Voor wie er nog zin in heeft, enkele doordenkertjes:
- Het perfecte licht werpt licht op de aberratie, toont daarbij wat gezien kan worden, zonder ook maar één ogenblik iets van zichzelf prijs te geven. Datgene wat de aberratie aan het licht brengt wordt daarbij nooit belicht. Dat wat de aberratie gekend maakt (het licht) kan zelf nooit gekend worden want licht kan niet worden belicht.
- Dit spel van licht kenmerkt het spel van bewustzijn. Ook bewustzijn laat zichzelf nooit kennen, maar ‘zorgt' ervoor dat alles gekend kan worden. Wat kan dan gekend worden? Alles wat niet het licht zelf is. Licht kan licht niet laten zien. Pas indien de vraag naar wie je eigenlijk bent leidt tot de patstelling dat je jezelf niet kunt kennen stopt het denken. Dan is de zoeker niet langer. Dan ben jij zonder aberratie en het absolute volmaakte. Dan is er licht, maar niet langer die ‘jij'. Indien de interpreteerder sterft, sterft ook elke aberratie.
- Licht heeft geen voorkeur voor een welbepaalde aberratie. Het toont wat zich manifesteert. Niets wordt uitgesloten. Vanuit het licht bekeken bestaat er geen onderscheid tussen een minder of meer interessante aberratie. De onschuld van het licht brengt de schijnbare schuld (=aberratie) aan het licht.
- Denkprocessen zijn de subtiele aberraties binnen Bewustzijn. Ze worden gekend; je bent je ervan bewust. En juist doordat ze gekend worden zijn ze niet het Bewustzijn zelf, maar verschijnen erin. Ook al ervaar je piekeren, het tast jou wezenlijke aard niet aan. Het verschijnt en verdwijnt in jou.
- Alles wat over aberraties kan gezegd worden is op zichzelf een aberratie. Geen objectiviteit zal het kennende ‘jij'-subject eigen zijn. Ken het subject en je kent de aberratie waar je naar kijkt.
* * *
terug
Existentiële machteloosheid.
Kijk eens om u heen. Uw oog valt onmiddellijk op talloze verworvenheden van de mens. Het gordijn, het glas, de kast, de verlichting, het huis, de klok, de computer,… en ga zo maar door. Dat heeft de mens allemaal vervaardigd. Het ligt blijkbaar in zijn mogelijkheden om dit alles te ontwikkelen. Deze voorgaande zin duidt op een belangrijk verband. De mogelijkheid (voorwaarden) zelf moet er zijn wil iets tot ontwikkeling komen. Kun je op voorhand die mogelijkheden kennen? Eigenlijk niet. Zodra een gedachte opkomt (iets gekend wordt) is dát reeds een ontwikkeling – een herkenbaar iets. Het ligt dan reeds binnen het ontwikkelingsstadium. Kennen is dus reeds een uitdrukkingsvorm vanuit het mogelijke. Er is dan al een beeld geconstrueerd.
Wat er vóór de manifestatie van de wereld der dingen ligt wordt nooit gekend. De vraag blijft: waar komen die dan uit? Waar komt een gedachte, een wereld, een droom, een heelal vandaan? En wat voor onze psychische gezondheid allicht een nog belangrijkere onderzoek
is: waar halen die manifestaties hun energie vandaan?
Wij mensen gaan er maar al te gemakkelijk van uit dat wij het zijn die die energie aanboren. Wij hebben immers de overtuiging dat wij het zelf zijn die de dingen in gang zetten. Wij construeren niet alleen huizen, auto's, boeken enzovoort, maar stellen ook nog zelf de gedachten samen die die dingen doen ontstaan, zo menen wij oprecht. Met die overtuiging lopen de meeste mensen hier op aarde rond. Maar nu algemeen geweten is dat we een gevolg zijn van een bijzonder lang evolutieproces kunnen we ook niet anders bekennen dan dat de mens zelf niet de eerste oorzaak der dingen is. Hij is zelf maar een schakeltje en niet de samensteller van de ketting. De schakel kan niet oordelen over de ganse ketting.
Ik vind het daarom bijzonder tragisch dat onze cultuur zo behept is met het idee van goed en kwaad; van beter en slechter. We zien dit in zovele dingen doorschemeren. Politiek, opvoeding, onderwijs, relaties, werk, religies,…. je komt het overal steeds weer tegen. En daartegenover komt dan een hele golf ethische richtlijnen te liggen. Die richtlijnen en wetten met hun verplichtingen brengen ons echter niet dichter bij onze essentie – dat wat we wezenlijk zijn. We leiden daardoor steeds meer een leven dat gekenmerkt wordt vanuit een te hoge spanning binnen dit organisme. Het wordt immers vanuit zijn eigen geest beschuldigd van iets waar het niets kan aan doen. Ons eigen bestaan kan die schuld nooit inlossen en deze onmogelijkheid is de werkelijke oorzaak van zoveel leed (spanning). We zijn misschien wel uniek, maar we zijn het ook in ons lijden.
En omdat ons ‘ik' – dit iemand – dit onpersoonlijk biologische proces niet kan accepteren in zijn onvoorwaardelijke volledigheid, lijdt dit wonderbaarlijke schepsel.
Neen. Ons menszijn ligt niet in het uitoefenen van macht, maar in de acceptatie van onmacht. Diepe vrede ligt in het zien van die waarheid.
* * *
terug
Weeskind.
Elke mens is een uniek wezen. Nooit eerder was iemand precies zoals jij. Nooit zal er iemand geboren worden zoals jij. Waar jij nu staat of zit kan niemand anders staan of zitten op ditzelfde ogenblik. Die levensloop is uniek. Alle geneugten en alle miserie die op de een of andere wijze verbonden zijn met materie of andere (unieke) mensen zijn op hun beurt eigen aan ieders persoon. Dit unieke karakter der dingen danken we aan het dualistische spel waarvan elk lichaam deel uitmaakt. Deze oneindige verscheidenheid op zich toont aan dat er geen goed of slecht plan gehanteerd wordt van bovenuit. De meest gekke en onverwachte wendingen dienen zich voortdurend aan. Niets kent daarbij blijvendheid. Nergens is er die zekerheid ‘ingebouwd'. Deze hele diversiteit scheiden in goed en kwaad is dit fantastische spel trachten te reduceren tot zijn helft om ons dan van die verkeerde zijde te kunnen afwenden. Het betekent dat het geheel niet aanvaard wordt zoals het loopt en dat er moet bijgestuurd worden. Er wordt dan niet begrepen waarom onze partner ons verlaat, ons eigen kind zo opstandig kan zijn, er zoveel ongelijkheid heerst in de wereld enz.. Heel veel facetten van het wereldlijke gebeuren worden dan als zinloos ervaren.
De vraag kan dan gesteld worden waarom deze kosmos überhaupt zinloosheid zou samenstellen? Zou deze oneindige ruimte enig doel hebben met zinloosheid uit te spreiden? Dat zou pas zinloos zijn, niet?
Neen. Bij nader inzien kan er geen enkele zinloosheid aangeduid worden. De wereld en de hele omliggende kosmos ontpopt zich op wonderbaarlijke en unieke wijze. Uit dit spel ontstaan hersenen, zenuwbanen, hormonen en tal van chemische processen. Er worden beelden gevormd, dromen komen op, emoties worden beleefd, gedachten sporen aan tot de meest spitsvondige technieken en noem zo maar op. En allicht… komt er ook wel eens de gedachte op dat dingen zinloos zijn. Ook dat valt niet uit te sluiten. Het zijn feitelijke momenten zoals gelijk welk waargenomen ogenblik.
En wie mag dit totale en zich eindeloos vernieuwende spel aanschouwen zonder ook maar van één facet uitgesloten te worden? Dit ben Jij – met een hoofdletter. Hoewel jouw ‘ikje' (ego) vele dingen uitsluit of tracht te omzeilen worden ze niet uitgesloten uit het Zijn. Er blijkt steeds die onvoorwaardelijkheid te heersen. De deur staat blijkbaar altijd open, hoe de persoonlijk beleefde levensloop er ook moge uitzien.
Mededogen, emancipatie, pluraliteit, wereldburgerschap, vrede, vrijheid….ze beginnen én eindigen vanuit het Zijn.
In wezen ben je dit onschuldige kind, vrij van elke naam of gelijk welk etiket. Doorheen de dualiteit van lichaam en leven komt dit ‘wezen' (aan-wezig-zijn) tot uiting op ieders specifieke ‘lichaamsplaats'. Binnen dualiteit ben je een lichaam, binnen Eenheid ben je een Wees-kind.
* * *
terug
100% Zijn.
Voor veel mensen lijkt het leven één lange poging om geaccepteerd te worden. In talloze gedachten en activiteiten komt dit verlangen om te mogen zijn wie ze zijn dan ook tot uiting. Deze verlangens zijn zonder meer oprecht. Ze staan voor het biologische streven naar evenwichtigheid. Elke vorm van spanning resulteert in een omgekeerde beweging naar ontspanning toe. Zowel de vogel die 's avonds terug vliegt naar zijn nest als ons huis dat met de tijd vervalt zijn daar uitingen van. Kunnen we de vogel, de tafel, het huis en de boom daarbij iets verwijten? Heeft het gras enige schuld indien het groeit en niet steeds even groen ziet? Kun je de aarde beschuldigen dat ze te strenge winters teweegbrengt? Of te veel droogte? En wat te zeggen over het menselijke lichaam? Ga je je hersenen beschuldigen omdat niet alles in het geheugen wordt opgeslagen? Ben je boos op je darmen omdat ze ontstoken zijn? Dit zou toch allemaal idioot zijn, niet? Al deze dingen gebeuren omdat er ‘ruimte' was voor die gebeurtenissen. Precies zoals een filmdoek alle ruimte biedt voor gelijk welke film. Er blijkt bovendien ook alle ruimte te zijn voor het ego – het persoonlijke bewustzijn.
En toch zijn de meeste onder ons behept met het idee dat zijzelf kunnen bijdragen aan een betere wereld. Alsof je voor God zou kunnen spelen en de lopende zaken kunt bijsturen, africhten of veranderen. De enige vreedzame wereld die je tegen het lijf kunt lopen is die binnen jouw eigen existentie, tussen alle (vergankelijke) levensprocessen door. De rest komt dan vanzelf wel. Wie daar goed en lang genoeg rondneust zal vroeg of laat tot de ontdekking komen dat hij/zij al altijd in die buitenwereld zocht wat steeds binnenin aanwezig was/is. Alle gehechtheid aan bezit en concepten staan deze innerlijke tocht eerder in de weg. Die schuif je best even aan de kant. Die vallen nadien wel vanzelf op hun plaats – zonder hond of alarminstallatie.
Maar ja, dan moet je eerst wel de egootjes weten te passeren. Want die zijn juist zo fel gehecht aan het idee van materiële/emotionele/financiële standvastigheid. Wil je die omzeilen dan moet je ze vooreerst bijzonder goed observeren. Je moet ze leren kennen in al hun vermommingen. Zoniet nemen ze jou voortdurend te grazen en blijf je buiten het Zelf ronddwalen. Dan blijf je de ene oplossing na de andere in je rugzak stoppen teneinde ‘ergens' tot rust te komen. Je bent dan op de verkeerde plaats de bewijzen aan het bijeenscharrelen voor jouw geluksbestaan. Waarom wachten tot op het sterfbed om te beseffen dat er niets valt te bezitten? Waarom al dat vechten tegen vergankelijkheid? Wat valt er te bewijzen? Dat je een groot dichter, dictator, democraat, priester, bevrijder, advocaat, ambtenaar, zelfstandige… was?
Als Eenheid wenkt valt dit ‘ik' helemaal door de mand. Wie iets of iemand wil worden loopt voortdurend tegen het Zijn aan. Ga dus op zoek naar wat stabiel is tussen alle onstabiliteit van die zogenaamde eigen levensprocessen. Zoek naar datgene waaruit het lawaai opkomt. Bemerk de aanwezige leegt tussen elk woord, elke gedachte en elke emotie. Dan voel je de veiligheid die tussen alle spanning door steeds aanwezig is. Dan wordt jouw wezenlijke aard moeiteloos herkend.
* * *
terug
Geen wereld zonder jou.
Waarom zien we niet enkel de mooie dingen van het leven? Waarom zien we zowel gelukkige als ongelukkige situaties? Waarom kiest dit organisme niet uitsluitend voor aangename ervaringen? Waarom laat het zoveel emotioneel moeilijke momenten toe? Waarom wordt verworven kennis niet onmiddellijk met de genen doorgegeven naar een volgend leven? Immers, de meest ingewikkelde lichamelijke processen worden wél doorgegeven.
Hoewel we ervan overtuigd zijn dat we keuzes hebben en daar ook uit kiezen, blijken we niet te kunnen kiezen voor die ene mooie en beloftevolle kant van het leven. Er blijkt geen kiezer te zijn maar wel ‘iets' dat niet vies is om zowel het positieve als het negatieve te kunnen ervaren. Dit ‘iets' blijkt zonder enige voorwaarden of voorkeuren steeds daar te zijn. Zijn aard blijkt niet te kunnen bepalen wat wel en wat niet gekend wordt.
Heb je jezelf al eens afgevraagd waarom we dat ‘iets' nooit kunt vinden en kennen? Waarom komen we via de hedendaagse superkennis geen millimeter dichter bij die bron waarin alles verschijnt?
Laat me een tip geven om het onderzoek op een goed spoor te zetten. Er wordt enkel waargenomen indien zich energetisch iets manifesteert. M.a.w. er moet dualiteit zijn (energetisch ‘conflict') wil iets kunnen gezien of benoemd worden. Wat niet beweegt wordt niet gezien. Er gebeurt daar immers letterlijk Niets. (Zelfs de kast waar jij naar kijkt zie je enkel omdat het een energetische manifestatie is. In wezen is de kast één brok beweging. Onze zintuigen zijn te beperkt om dat zonder microscoop waar te nemen.)
De meeste mensen zijn evenwel niet geïnteresseerd in dit onderzoek. Wat levert de ontdekking van Niets hun immers op? Hun wereld is die van vermeerdering of bescherming van bezit en eigendom. Waar ze uiteindelijk slechts de eigenaar van worden is een uitgeput zenuwstelsel.
Voorlopig is het nog een kleine minderheid die ervaart dat er voorbij deze beperkte wereld van verschijnselen iets anders ligt. Maar zij komen wel voor een bijkomend probleem te staan. Zij willen dit ongekende absoluut kennen. Zij hebben dan wel een andere smaak in de mond; het hart ‘vertelt' hen andere dingen, maar ze denken nog steeds in termen van een of andere verplaatsing (tocht) om bij dit verlangde te kunnen komen. Zij willen niet het vele geld of het grote intellect. Zij willen ook niet de beste of de knapste zijn. Zij willen zelfs niet het grote gelijk. Zij willen tot die bron van geluk komen. Ook bij hen is er nog een zekere drang naar bezit. Maar zij gaan tenminste al op zoek. Zij hebben klaarblijkelijk nog die gevoeligheid voor iets dat niet binnen de materiële verworvenheden ligt. Die gevoeligheid is noodzakelijk om tot de ont-dekking te kunnen komen dat er Niets overblijft om gekend te worden. Enkel als het onderzoek degelijk en volhardend gebeurt, zal dit Niets kunnen aanvaard worden als zijnde de evidentie zelf en wordt het overal herkend. Dan omarmt je hele hart het feit dat al het gekende een verwijzing is naar het ongekende. Dan wordt elke beleving van dualiteit gezien in het licht van het onvoorwaardelijke Zijn. Dan wordt geweten dat alles een verwijzing is naar de roerloze conflictloze staat van Zijn. Dan overstijgt het hart de dualiteit, zonder ze te miskennen of ze te willen manipuleren. Dan word je terug een eerste, oorspronkelijke mens. Niets is je daarbij nog langer vreemd. De smaak van Liefde ligt dan voortdurend in de mond. Het woord dat dan gesproken wordt is een ‘hartwoord' en niet langer een ‘hoofdwoord'. Het verwijst direct naar de onuitputtelijke bron.
* * *
terug
Geen weg naar vrijheid.
Mensen hebben er alles voor over om in vrijheid te leven. In wezen is ook alles wat we doen gericht op vrijheid. Niemand slaat ook maar één spijker in de muur met de bedoeling zijn leven onvrijer te maken. Niemand pleegt een overval, straft mensen of vermoordt iemand om zijn leven aan banden te leggen. De gevolgen kunnen natuurlijk wel het omgekeerde bewerkstelligen. Maar de intentie (de drive) waarom iemand doet wat hij doet is altijd gericht op (innerlijke) vrijheid. Zelfs als iemand zou kiezen om de rest van zijn leven in de gevangenis door te brengen doet hij/zij dat vanwege het verlangen tot meer innerlijke vrijheid te komen. Omdat echter de smaak van vrijheid ons niet echt meer in de mond ligt, verwarren we genot heel vaak met vrijheid. Genot is echter onderhevig aan vergankelijkheid en wordt daardoor voor velen een obsessie. En het kan verslavend werken. Seks, drugs, TV, games, technologie, geld, materie,… blijken een bijzondere aantrekkingskracht uit te oefenen op deze gelukszoeker. Deze hele beweging, om via genot toch bij vrijheid uit te komen, is echter een betrachting die bij voorbaat gedoemd is om te mislukken. Genot brengt je nooit bij vrijheid én – en dat is allicht nog de grootste ontnuchtering – vrijheid kun je nooit bemachtigen. Vrijheid kun je nooit vinden. Je kunt er nooit naartoe bewegen en het komt nooit in jouw bezit. En de enige reden daartoe is dat je al vrijheid bent. Al heel de tijd. Je bent zo vrij dat alles je voor de voeten kan vallen – fijne situaties alsook vervelende. Je vrijheid zit hem in Bewustzijn.
Dit zo te stellen klinkt absurd. Iedereen voelt de beperktheden van het lichaam en van de omgeving. Het is echter enkel absurd voor hen die zich blijven identificeren met hun lichaam. Die identificatie is zeer sterk. Reeds heel vroeg in ons leven - toen we nog amper 1 jaar oud waren – werd het doen en laten van ons jonge onwetende lichaam systematisch aan banden gelegd. Waar het lichaam daarvoor nog in volle acceptatie gekoesterd en bemind werd – ook al kakte en boerde je alsof het een lieve lust was - werden steeds meer handelingen en situaties beoordeeld, veroordeeld, afgewezen of bejubeld. Het lichaam kon blijkbaar goede en slechte handelingen veroorzaken. Althans, zo werd het verhaal steeds weer naar voren gebracht. Een tik, een pak slaag, een pak snoep en verder alle afwijzingen en aanmoedigingen deden dit prille opkomende zelfbewustzijn geloven dat het de oorzaak was van die welbepaalde handelingen. Alle omstandigheden waar jouw lichaam bij betrokken was werden immers steeds voorzien van een persoonsnaam of het persoonlijk voornaamwoord ‘jij'. Alles werd voortaan uiterst persoonlijk beschouwd. En bijgevolg kreeg je ook de verantwoordelijkheid aangesmeerd voor al de gevolgen.
Aangezien die zogenaamde slechte handelingen afgewezen werden voelden we dit aan als een afwijzing van onszelf. De biologische reactie is dan steeds: er voor zorgen dat je niet afgewezen wordt. Want afwijzing voelt bijzonder pijnlijk aan. En voor je het goed en wel beseft (als het al ooit tot een besef komt) staat heel jouw functioneren in het teken van niet afgewezen worden. Alles richt zich automatisch op die terugkeer naar de vrijheid die je psychologisch werd ‘afgenomen'. Aangezien er op die jonge leeftijd nog onvoldoende zelfbewustzijn was is het nu onmogelijk om deze eerste ‘uitsluiting' en veroordelingen te bewust te beseffen als persoon. Je persoonlijkheid was toen immers nog niet gevormd. De kwetsbare situatie waarin je je toen bevond, maakte deel uit van vrijheid en totale openheid maar hield ook de mogelijkheid in van gekneed en moralistisch overmand te worden. Je was toen zo machteloos. Je was totaal afhankelijk van je verzorgers (ouders). Je kon het spel niet anders spelen dan gehoorzamen en volgzaam worden. Alles wat je toen al was, was gericht op overleven. En aldus ging je biologische/psychologische mechanisme perfect om met die specifieke ouder-kind relatie.
En daar sta je dan op een gegeven moment als volwassen geworden baby. De wijsheid die je denkt te bezitten zijn tot in hun poriën gekleurd vanuit de eerste moralistische betweterij van de begeleiders. Maar je bent onmogelijk in staat om dat echt te beseffen. Je voelt echter dat er iets niet klopt binnen het huidige verhaal. Geen enkel verhaal, geen enkele wijsgerige stroming of politieke visie blijkt je ook maar 1 millimeter dichter bij die oorspronkelijke vrijheid te brengen. Sommigen vangen vanaf dan een dwangmatige tocht aan op zoek naar de oplossing om dit ‘iets'; dit gevoel van leegte en zinloosheid opgelost te krijgen. Het drama (als ik het zo sterk mag benoemen) is echter dat je zoekt vanuit het aangebrachte concept van goed en slecht. Je hebt geen andere werktuigen. Je bent destijds totaal onwetend en vanuit volle onschuld in de val getrapt van de dualiteit. Je bent geketend aan dingen waarvan je diep vanbinnen voelt dat het niet juist is. Geen enkele sleutel blijkt echter op het slotje te passen.
Zolang echter die oorspronkelijk aangebrachte illusie van dualiteit (goed/slecht; ik/jij; als dit…dan dat) jouw werkelijkheid uitmaakt, zul je eindeloos wroeten om het slotje open te krijgen. Niet dat het erop aankomt om het juiste sleuteltje te vinden. Neen, het inzicht moet zich aandienen dat er nooit een slotje is geweest. Dán houdt het zoeken ook onmiddellijk op. Dan overmand je het ‘weten' dat je geen enkele poging moet ondernemen om tot die innerlijke vredigheid, die vrijheid uitmaakt, te komen. Jouw aanwezigheid blijkt het alomvattende bewijs te zijn van vrijheid zelf. Aanwezig-zijn is vrijheid.
* * *
terug
Gelukkige vanzelfsprekendheid.
Illusies lijken dingen in beweging te kunnen zetten. Zo kun je na een nachtmerrie vol onrust en badend in het zweet wakker worden. Toch was je droom heel die tijd een illusie. Je kan dit natuurlijk ook omdraaien en vermoeden dat er eerst onrust was waardoor je brein zich diende te herschikken, zich van spanning moest ontdoen en het tot een dromen zette. Dagactiviteiten – waaronder denkwerk – scheppen vele vragen die de nacht worden ingezogen en zich daar manifesteren.
Maar zo is er ook de ‘dagillusie'. Dat is het idee dat je iemand moet worden, dat je nog van alles hoort te doen om de dingen tot een goed einde te brengen. En ook deze illusie brengt spanning teweeg. En die spanning gaan we dan weer te lijf met nog meer ideeën en hoopvolle verwachtingen. Maar het lichaam is niet afgestemd op die voortdurende spanningen. Vroeg of laat zal zijn energieveld zich noodgedwongen aanpassen. Die nieuwe toestand noemen we dan een ziekte van het lichaam. Van oorsprong zijn het allemaal gevolgen van psychologisch bedrog. Het verhaal van ergens naartoe te moeten werken, iemand te moeten worden, keuzes te kunnen maken tussen goed en slecht, brengt vooral één gevoel teweeg in deze mens: ik ben nog niet heel; nog niet goed genoeg.
Maar stel jezelf de vraag eens: ‘Hoe komt het dat ik weet wanneer er spanning is?' Is het niet merkwaardig dat je hoe dan ook het verschil kent tussen bijvoorbeeld stress en stressloosheid? Hoe komt het dat iets niet goed aanvoelt? Hoe komt het dat je onderscheid kunt maken tussen die belevingen? Hoe weet jij wat spanning/stress/verdriet is? Wijst dat er niet op dat jouw essentie er vrij van moet zijn? Als ‘iets' weet heeft van verdriet, spanning, geluk,…moet dit ‘iets' er zelf vrij van zijn. Het oog ziet alles maar niet zichzelf. Zo komt deze tekst enkel tevoorschijn omdat de kleur van de achtergrond niet de kleur van de tekst is. De leegte van de achtergrond, de oergrond, de vormloosheid of hoe je het ook verder wilt invullen, komt pas tot uiting indien er iets op/in verschijnt. Wie nu het geheel eens even nader beschouwt bemerkt dat hij/zij datgene is waarin alles verschijnt. Geen enkel leeg blad zoekt specifieke letters en zinnen op. Meer dan 30.000 gedachten per etmaal verschijnen in/aan jou. Geuren, gevoelens, pijnen, emoties en beelden verschijnen in/aan jou. Jij moet blijkbaar nergens heen. De dingen manifesteren zich voortdurend aan jou. Jij doet niets. Alles gebeurt voor jou. Je moet niet eens iets doen om van dat alles getuige te zijn. En misschien komt de drang om dit alles eens grondig te onderzoeken vroeg of laat ook aanwaaien. Misschien overvalt ook jou vroeg of laat de berusting dat alles loopt zoals het moet lopen en dat jij in essentie de getuige bent van dit alles. Heerlijke evidentie.
* * *
terug
Intelligentie.
Wanneer het woord verstand of intelligentie valt dan wordt dat automatisch gelinkt aan het orgaan: de hersenen. Daar blijkt de grote centrale te liggen van waaruit al ons denk- en rekenwerk plaatsgrijpt. Ongetwijfeld heeft het als orgaan in zeer belangrijke mate bijgedragen tot onze overleving als biologische soort. Het vermogen tot ‘onderscheid maken' en gebeurtenissen tot herinnering brengen, zijn gaven die onmisbaar nuttig zijn in het eigen leven én in het voortbestaan van de mensheid. Maar een ieder merkt iedere dag dat dit vermogen veel meer stuurt dan louter praktische dingen. Zijn inbreng houdt niet op bij het kunnen gebruik maken van het openbaar vervoer, om maar iets praktisch te noemen. Neen, talloze situaties op die bus kunnen ergernis opwekken – ook al gaat die bus precies volgens plan naar de juiste plaats. Lawaai, niet doorschuiven, het bruusk stoppen, het gedrag of het uiterlijk van diegene die tegenover ons zit, enzovoort – het zijn allemaal dingen die tot ergernis en ongemakkelijkheid kunnen leiden. Ik noem hier het openbaar vervoer maar emotionele spanningen doen zich op alle maatschappelijk/sociale terreinen voor. Vooral opvoeding en onderwijs worden overmand met emotioneel beladen situaties.
Onze hersenen blijken veel meer te doen dan louter registreren en tot ageren aanzetten. Ze zijn in staat een geloof te creëren dat er iemand is die registreert en handelt. Bijna niemand twijfelt daar aan. Waar halen hersenen die overtuiging dan vandaan? Het antwoord daarop steunt op een heel simpel feit. Hersenen doen precies wat energetisch in hun vermogen ligt, namelijk alles registreren zonder enig onderscheid. Er is nergens een jury aan te duiden die bepaalt dat wat je hoort, ziet, ruikt of voelt al dan niet gehoord, gezien, geroken of bevoeld moet worden. Met andere woorden, hersenen zijn onverschillig, Als een spons zuigen ze alles op, welke kleur het water ook heeft. Het is onbevooroordeeld en doet onvoorwaardelijk zijn werk. Dat maakt natuurlijk dat ze zich ook niet bezig houden met welk verhaaltje zal opgenomen worden en welk niet. Vertel hersenen veelvuldig dat er iemand zit binnen dat lichaam en je hersenen nemen dat netjes over. Dat blijkt nu eenmaal de functie van hersenen te zijn. Als bovendien die zogenaamde iemand altijd in verband gebracht wordt met de handelingen die het lichaam uitvoert dan kunnen de opduikende ongemakken (die inherent zijn aan leven) altijd een schuldig iemand vinden. Uit het niets verschijnt er dan iemand die verantwoordelijk kan gesteld worden voor dit natuurlijk proces.
De natuur is ongenadig. Wie plots een geliefde verliest door ziekte of door een ongeluk weet daarvan mee te spreken. Wie mag overleven en wie niet blijkt niets te maken te hebben met lief, zachtaardig of slim zijn. Indien de illusie van een persoonlijkheidsgeloof meer daadkracht tot overleven bewerkstelligt dan zal het individu dat daar over beschikt meer kans maken tot overlevering dan een ander. Meer weesgegroetjes afdreunen dan een ander zal je niet hoger op de biologische ladder brengen. Simpele biologische logica. Darwin wist dat al. Het grote ‘ik'-verhaal komt dus generatie na generatie steeds meer op de voorgrond te liggen.
Dit genadeloze spel binnen de natuur heeft ervoor gezorgd dat er ter hoogte van de hersenen heel wat energie voorhanden kwam te liggen. Diezelfde persoonlijkheden benoemen dat maar al te graag als intelligentie of slim zijn. Maar kan er sprake zijn van intelligentie wanneer er onevenwichtigheid bestaat binnen het lichaam? Kan een samenleving vredigheid en kracht bevatten wanneer enkelen een dominantie plaats innemen? De ervaring leert ons elke dag opnieuw dat dit niet zo is. De dominantie van ons denken brengt veel technologische vooruitgang teweeg, maar is gedoemd zijn eigen voedingsbodem – zijnde het lichaam met zijn zenuwstelsel – totaal uit te putten. Dominante personen zijn heel vermoeiend. Bekijk het soort beschavingsziekten eens nader en je weet onmiddellijk in welk stadium van de menselijke evolutie we zitten. Als de hoogmoed ten top komt is de val nooit veraf.
Niet echt een leuk vooruitzicht zul je denken. Een persoon die vooruitziet is echter net datgene wat dit hele biologische conflict stuurt. De persoon kan geen oplossing vinden daar juist dit persoonsgeloof het innerlijk spanningsveld voedt. Dit lijkt bijzonder slecht nieuws te zijn. Maar wel enkel voor hen waarbij de illusie van het bestaan van de persoon niet doorzien wordt. Een landschap waar de mist nooit optrekt, brengt geen vruchten voort, hoe veel je ook zaait en hoe grondig je ook bemest. .
Fictieve persoonlijkheden vormen een fictief strijdveld. In geen enkele naam kan er daar gewonnen worden. Maar al dit doenerschap vanuit persoontjes lijkt verdomd zo echt. De rest van het lichaam gaat sowieso helemaal mee in het personenverhaal dat dit opperorgaan (hersenen) bewerkstelligt. Alle organen hebben altijd al samengewerkt met dit hersenorgaan. Gedwee volgen ze de instructies en beoordelingen die het vrij geeft. Als broer en zus zijn ze samen opgegroeid. Tot op een zeker moment gedijde het geheel vanuit een zekere evenwichtigheid. Maar de evolutie blijkt de grijze massa ondertussen heel wat meer energie te hebben toegedicht. Voor deze onevenwichtige verhouding binnen het lichaam gaat dit geheel steeds meer een prijs moeten betalen. Dat kan maar op één manier tot uiting komen: energetisch verval van die andere organen – steeds beginnend bij het zwakste. Het is zelfs niet langer de vraag wanneer dat verval zal toeslaan. We zitten er immers midden in.
Is er dan een uitweg? Alleszins niet binnen de droom van de keuzemaker of de doener. Die ligt ten slotte aan de basis van al die spanningen.
Maar als het ogenblik aanbreekt waarbij je voortdurend tegen de vraag aanloopt wie die persoontjes zijn, kunnen ze wel eens zo fel belicht worden dat van hun bestaan niets blijkt te bestaan. Je wordt dan niemand anders. Je wordt dan enkel terug jezelf, zijnde pure intelligentie in actie.
* * *
terug
Gebukt onder emotie.
De plaats waar de toekomst verzegeld zou moeten worden, blijkt stilaan de plaats te worden waar verval zijn intrede doet. Ik heb het over het onderwijs. Alles is daar gebaseerd op de overtuiging dat de mens een lineair pad beloopt, netjes in opwaartse richting. Dat zie je in de eerste plaats aan het steeds toenemend aantal informatie dat men geacht wordt te kunnen verwerken, en ten tweede aan het steeds op jongere leeftijd inlepelen van welbepaalde kennis. We zijn stilaan slaaf geworden van het idee dat een groeiende welvaartsmarkt ons kan verlossen van de kwalijke kant van het leven. Het geloof in God werd weggekegeld door het geloof in de wetenschap. Het enige wat daarbij gebeurt is dat de wortel die voor onze neus hangt via een zogenaamde agrarische/technologische revolutie groter en aantrekkelijker geworden is. Allicht lijkt hij daardoor dichterbij te hangen. Niets is echter minder waar. We kwijlen en dweilen alleen maar harder. De gezondheidssector blijkt daarbij bijzonder goed te vegeteren op deze vochtige, glibberige bodem.
Wat is er toch aan de hand met dit onderwijs? Ik hoor onze ministers nog fier aanhalen dat we het beste onderwijs hebben van allemaal. Waar wringt dan het schoentje? Wel, het knelt waar het vanaf het begin al niet helemaal goed paste. Men laat zich in alles leiden vanuit emotie. Soms zeer opvallend, soms ook zeer verdoken en onbewust.
Emotie zei U??
Inderdaad. Emotie. Daar we als opgroeiende baby reeds binnen de eerste jaren geconfronteerd worden met zogenaamde goede en slechte handelingen, netjes gecatalogeerd en beloond/verloond door onze liefhebbende omgeving, groeit het breinorgaan uit tot een specialist in het najagen van alles wat ruikt en proeft naar bevrediging. Alles binnen de wereld van dualiteit zoekt zoals een rivier automatisch de weg terug naar zijn oorspronkelijkheid. Tot hiertoe is er nog geen sprake van emotionaliteit. Er heerst voorlopig alleen maar sensitiviteit die het organisme vanuit miljoenen jaren evolutie heeft opgebouwd. Het groeiende zenuwstelsel voorziet het ganse organisme van informatie en laat toe dat de verschillende onderdelen voortdurend op elkaar afgestemd kunnen worden. Het maakt het organisme efficiënt en tot een bijzonder krachtige overlever.
Dit zenuwstelsel (brein; geest) kan dit enkel maar tot stand brengen door open te staan voor alle informatie die binnenkomt. Onvoorwaardelijk worden alle ontvangen prikkels netjes doorgegeven aan de gastheer, zijnde het lichaam. Wil het immers stand kunnen houden binnen de veranderlijkheid van zijn eigen habitat, moet het zowel vriend als vijand ter harte nemen. De samenwerking tussen brein en lichaam zorgt voor de beste staat van leven, met de minste conflicten.
Maar dit brein staat daarbij natuurlijk tevens open voor de prikkels die aangeven dat er iemand binnen dit organisme huist die kan kiezen tussen goed en kwaad. Bovendien zou daar ook nog iets bijhoren, luisterend naar de naam ‘verantwoordelijke'. Je tuimelt letterlijk de wereld binnen van verlangen, hoop en frustratie. Het hele organisme richt zich voortaan naar één kant van de medaille. De prikkels worden vanaf dan niet langer onvoorwaardelijk doorgegeven aan de gastheer. Neen, deze postbode sorteert vooraf zelf wat hij zal doorlaten en wat niet. De inkomende prikkels worden systematisch geïnterpreteerd. Zijn hele interpretatie en kleuring van de werkelijkheid zal voortaan gericht zijn op het in de watten leggen van het ontstane droombeeld. Alle gebeurtenissen zullen voortaan gescand worden en voorzien worden van een etiket: goed/slecht. En wat als goed beleefd wordt krijgt natuurlijk de voorkeur. Hier vindt de geboorte plaats van emoties. Het is het verlangen de oorspronkelijke goedkeuring te herwinnen binnen het leven zelf. Het is de zuigkracht van de oorspronkelijke baby/kindenergie aan het beeld dat tussen hem/haar en de werkelijkheid werd geplaatst. Want enkel de persoonsloze energie staat in verbinding met de kwaliteit van de werkelijkheid. Het leeft vanuit verwondering en intimiteit met zijn omgeving. Het is uiterst gevoelig en zelfstandig. Maar het persoonsbeeld maakt dat verwondering verkleurd is tot bewondering. Men wordt afhankelijkheid en onderwerpt zich aan elke belofte van lichamelijk genot – zelfs tot binnen de eigen fantasie. Gevoeligheid verwordt daarbij tot kwetsbaarheid. Door de gecreëerde argwaan ten overstaan van de dualiteit kent de geest een voortdurende alarmfase, wordt overprikkeld en blust zichzelf ten lange laatste volledig uit. Dan komen de psychosomatische klachten bovendrijven. Het lichaam is vanwege de eenzijdige informatiestroom uit balans geraakt ten overstaan van zijn omgeving. De gast (het brein) heeft zijn gastheer (het lichaam) zodanig op de zenuwen gewerkt dat het ganse organisme eronder begint te leiden. Het boeiende levensspel waarin we oorspronkelijk terecht kwamen verwordt tot een pijnlijke processie. Ons eigen beeld heeft ons uit het aardse paradijs verdreven. Het wordt diep kijken in eigen boezem, het eigen hart terug bevoelen en het oorspronkelijke kinderlied weer beluisteren.
* * *
terug
Zoeker gezocht.
Het is telkens een ‘verwonderlijk' gebeuren wanneer een lichaam vol ik-energie je opzoekt om de slechte ikjes te laten wegsnijden en de goede ikjes een extra aai te laten geven. Men wil hier een doorbraak meemaken, het geluk op een niet te ingewikkelde manier aangeboden krijgen. Oplossingen gevraag, a.u.b.. De persoon wil van iets vanaf maar beseft niet dat het dit persoonsconcept is wat daar niet thuis hoort.
Op zulke verlangens van de bezoeker ga ik gretig in. “Ik ken de oplossing.”, vertel ik hen dan. Het gezicht aan de andere kant van de tafel kan het dan niet direct geloven. “Zo snel? Oftewel is het een kwakzalver oftewel een bijzondere wijze man”, blijken ze dan te overpeinzen.
Dat ‘wijze' gaat er echter al snel vanaf wanneer ik hen opdraag elke dag 10 keer op het linker been te hinken en 10 keer op het rechter been. En dan wacht ik even. Een pijnlijke stilte voor de cliënt volgt. “Dat is het toch niet?” flappen ze er dan wel eens uit. En dan zijn we waar we moeten zijn. Dan kan de confrontatie beginnen. “Hoe weet u dat dit niet zou helpen? Hebt u dat al eens geprobeerd?” vraag ik dan met heel mijn gezicht in een plooi vol verontwaardiging. Neen, dat hebben ze nog nooit geprobeerd. En denk maar niet dat ze het ooit zullen doen. Het lijkt natuurlijk nergens op. Op één been hinken… ben je gek! Wat dan wel duidelijk wordt is dat men met het idee onder de arm loopt dat dingen zin kunnen/moeten hebben. Dingen moeten tot een verbetering leiden, tot een vooruitgang, tot een hoger niveau. Het verwachtingspatroon moet daarbij door feiten ondersteund worden anders geloofd men er niet langer in. En hoe kan in godsnaam dit op je benen hinken bijdragen tot verbetering van de huidige toestand?! Naar een andere gids gaan lijkt dan zinvoller dan ooit. Lijkt! De paradox, zeg maar de illusionaire knoop, zit hem in het geloof dat er in dat lichaam een zingever zou zitten. Zinloos en zinvol hebben steeds het draagvlak nodig van een persoonlijkheid – hier een zingever. Deze zingever zal daarbij nooit geneigd zijn de zin van zichzelf te onderzoeken. Dat lijkt totaal niet aan de orde. Dat moet toch totaal overbodig zijn. Een zingever is per definitie zin- en waardevol vanuit het vermogen zin te geven. Volg je nog?? Ik alvast niet want dit is zo absurd als het maar wezen kan. Nergens zult u hem vinden, deze persoon(lijkheid). De wetenschap komt tot bij de kleinste materie uit. Maar nergens komen ze daarbij bij een ‘ik' uit. Het is als het geloof in een onaantastbare en onbetwistbare God waarbij nergens enige twijfel mag opkomen. Maar geen mens die die God de hand al heeft geschud. En maar achter het diepgewortelde idee van geloof en vooruitgang lopen. Desnoods tot het zenuwstelsel totaal uitgeblust in een chronische verontwaardiging (uit)valt.De zoeker (wat ook een zogenaamde persoonlijkheid is) loopt dus doodsimpel zijn eigen illusies en beloftes achterna.
De zoeker vindt uiteindelijk niets en bemerkt niet langer de behoefte ergens naartoe te moeten gaan. Nergens zo veilig als thuis.
* * *
terug
Over vrijheid en waarheid.
Ik kreeg van de week een foldertje in de bus met daarop een uitspraak van de Dalai Lama.
“In onze strijd voor vrijheid is de waarheid het enige wapen dat wij bezitten.”
Met alle respect voor de Tibetanen en hun geestelijke leider, maar daar wil ik toch een kanttekening bij maken, die naar de dualiteit binnen die uitspraak verwijst.
Je kunt waarheid niet bezitten. Daar is bovendien geen enkele noodzaak aan. Waarheid bezit immers jou. Jouw strijd maakt al van in den beginne deel uit van waarheid. Op elk ogenblik baad je in waarheid, welke gedachten je ook hebt, welke handelingen je ook stelt, van welke afkomst je ook bent. Of ken jij ook maar één ogenblik buiten de waarheid? Laat het me maar weten, dan kom ik onmiddellijk bij jou in de leer. Zijn in niet-waarheid? Wil ik wel eens meemaken ;-). Neen, laten we ernstig blijven. Jij bent een verschijning net als alle andere verschijnselen – voorwerpen, dieren, vrienden, vijanden, gedachten, emoties,…. Bovendien kan je voor vrijheid niet strijden. Het aantal oorlogen met zijn gewonden, zijn ontheemden, zijn vluchtelingen, zijn verminkten en zijn verkrachtingen in naam van de vrijheid blijkt dat duidelijk aan te tonen. Vrijheid kan je immers niet bezitten. Bezit is immers tegengesteld aan vrijheid, niet? Wie strijdt voor iets wil iets beschermen. Voor een huis, een geliefde, een lap grond zou je kunnen strijden. (En dan nog valt de zin daarvan vaak te betwijfelen. Het is ruilhandel, emotiegericht… maar geen vrijheid.) Voor vrijheid of waarheid kan er in wezen niet gestreden worden. Vrijheid kan geen strijd inhouden. Strijd bindt je immers aan datgene waartegen je strijdt. Zelfs wanneer die uiterlijke strijd eventueel gewonnen zou worden, blijf je geketend aan de oorspronkelijke illusie. Je zult de volgende aanleiding vormen die voor anderen een reden vormt om voor te vechten. En dan is jouw strijd voor vrede en vrijheid de bron voor een volgendconflict.
De Dalai Lama doet precies wat hij moet doen, net zoals jij en ik. Waarom dat zo is? Waarheid en vrijheid kiezen niet. Ze zijn. Ze bevatten alles. Ze hebben geen enkel doel voor ogen. Waarom zouden ze! Ze zijn manifest aanwezig. Je moet nergens naartoe als je daar al bent. Je kunt niet één kant van de dualiteit oppoetsen, de andere kant vernietigen en zelf als wereldverbeteraar blijven bestaan. De spanning binnen de dualiteit opheffen zou betekenen dat je jezelf ook opheft. Probeer maar!
* * *
terug
Hier-en-Nu dialogen.
Leg het maar eens uit wat een hier-en-nu dialoog is! Hoe verwoord je iets dat voorbij woorden ligt? Het is zoiets als liefde bedrijven: tijdens dat passioneel moment ga je ook niet liggen uitleggen wat je allemaal aan het doen bent of nog van plan bent te doen. Twee lichamen drijven dan enkel op dat hier-en-nu moment. Je bent totaal aanwezig, maar er is geen ‘ik-weterij'. Er is intensiteit maar geen hoofd doel. Elke uitleg zou afbreuk doen aan het moment zelf.
Je voelt me al op mijn sokken aankomen, er is geen antwoord op de vraag wat dat nu precies is. Hoogst vervelend, ik weet het wel. Heel onze jeugd werd ons immers wijsgemaakt dat wanneer een persoon niets weet dat gelijk staat met dom zijn. Van een plant of een muis wordt nooit gezegd dat ze dom zijn wanneer ze de tafel van drie niet kunnen opzeggen. Een baby krijgt geen berisping omdat hij nog niet weet dat er zoiets bestaat als een toilet – en dus veel hygiënischer is. Maar wij, opgroeiende personen, wij moeten vooral antwoorden vinden. De ouders wilden dat, de schooljuf wilde dat, onze baas wil dat... En tegen dat we op pensioen zijn zou het allemaal uitgeklaard moeten zijn. Waarom wordt er aan die antwoorden zoveel belang (punten, verloning) gehecht? Om daar dan toch ook weer een antwoord op te geven kom je al snel uit bij de tragedie van de mens. Hij verkeert namelijk in de illusie dat hij iets is dat gevormd wordt vanuit de waarneembare wereld. Alsof hij los staat van de wereld buiten hem/haar. Dat kan van materiële vorm zijn, bijvoorbeeld een borstvergroting – om iets eigentijds op te noemen, maar het kan evenzeer om de goedkeuring van je medemens gaan. Maar waarom zoeken we die veiligheid van juiste antwoorden en invullingen (lees dus ook opvullingen: borsten, penissen, bankrekening, dromen, geheugenuitbreiding op de harde schijf van mijn PC, overdadig eten en snoepen...?) Je kan nog dagen doorgaan met het aanvullen van deze lijst – wat op zich al wijst dat ‘vullen' je nergens brengt ;-).
Wie zoekt is iets verloren. Wie zijn bril mist gaat op zoek naar dat ding. En dat wordt al snel een hele obsessie als die niet tijdig wordt gevonden. Want dan lijkt het erop dat je als persoon nergens meer op een veilige en verantwoorde wijze kan komen. Maar, om de vergelijking verder te zetten, wat indien die bril al heel de tijd op zijn neus zat? Dan mag je maar hopen dat je iemand tegenkomt die je wakker schudt door aan te tonen dat hij al op je neus staat.
Wel om terug te komen op de titel: dat is precies wat er kan gebeuren tijdens Hier-en-Nu dialogen. Je wordt daar immers voortdurend gewezen op wat je al helemaal bent. De bril staat op je neus en dat wordt onomwonden gezegd en aangetoond. En het werktuig is – zoals ze het in het Oosten noemen de jnana-yoga: de weg van de logica. En omdat die weg zo consequent wordt belopen door de begeleider van die gesprekken, voelt het voor de ‘ikjes' zeer bedreigend aan. Het zijn immers juist zij die gebaseerd zijn op een aangepraatte illusie. En dan komt er hevig verweer boven want de gids wil jouw masker van je ware gelaat trekken. Het masker is helemaal suggoraat geworden voor de eigenliefde. De meeste willen zich van het masker niet ontdoen omdat ze nooit gehoord hebben dat hun ware gezicht eronder zit. De liefde van de gids voor wat is wordt echter door sommigen toch nog herkend en dan geeft men zich over aan die onvoorwaardelijkheid. Het vraagt veel moed om het vertrouwen te stellen in deze Liefde waarvoor de gids staat. Daarom dat zulk een gids waardeloos is wanneer hij zichzelf (of zij haarzelf) niet eerst hervonden heeft onder zijn (haar) eigen masker. Ook hem heeft het bloed, zweet en tranen gekost vooraleer het masker afviel (de illusie herkend werd). Ook hij was aanvankelijk blind voor het gezochte. Het zijn dan ook vaak niet de jongsten. Wijsheid komt met de jaren, zeggen ze. Blijkbaar.
Helaas worden we allen grootgebracht met het idee dat je liefde moet verdienen! Dat je nog niet goed genoeg bent! Nog te jong! En wat later dan weer te oud! Je bent niet flink als je iets niet opeet, of dingen laat rondslingeren. Wie niet beantwoordt aan de gangbare wetenschappelijke en ethische normen, wordt al gauw gebrandmerkt met één van de honderden etiketten die binnen de opvoedkunde rondcirculeren. Wie wijst er in godsnaam nog op dat je Liefde bent? Dat je dat altijd al was en er nooit zult uitvallen? (Heb je ooit op school lessen gekregen in aandachtigheid? Concentratie, ja daar draaide het allemaal om. Het ene sluit echter het andere uit!)
Maar de ‘persoon' die beweert Liefde te zijn, moet je tevens voldoende wantrouwen. Je moet hem uithoren en bevragen. Onophoudelijk. Want dan pas laten jouw ‘ikje' zich zien en kan de gids ze flink rond de oren kletsen. Wie ze veilig binnenhoudt, zadelt er zichzelf zijn/haar hele leven mee op. En dat kost je hopen energie, die je kwijt bent om de lichamelijke gezondheid in stand te houden. De rugzak die je noodgedwongen tijdens de jeugdjaren moest vullen om te overleven, moet vroeg of laat afgelegd worden. Dát is wakker worden! Dát is volwassen worden. Want Liefde is je thuis, je voedsel, je wezenlijke aard. Nergens hoef je naartoe. Dat is je enkel aangepraat. En het enige dat je daarvan kan overtuigen is Liefde zelf.
* * *
terug