spiegel: Opvoeding en onderwijs

Vooraf Over opvoeding en onderwijs
   
11 Het levenspel.
10 De grote leugen.
9 Afkijken.
8 Mensen op de dool.
7 Van onderwijzer tot Wonderwijzer.
6 Van onder-wijs tot boven-wijs.
5 Sterven van onmacht.
4 Leven vanuit vrijzinnigheid
3 Angst
2 De drang tot globaliseren
1 Liefdevol handelen

Over opvoeding en onderwijs

Betreffende opvoeding en onderwijs is al heel wat inkt gevloeid. Om nog maar te zwijgen van al de vergaderingen, meetings en pedagogische projecten daaromtrent. Maar de vraag die ik zelden gesteld zie luidt: waar ontwikkelt zich het proces van leren? Bij wie grijpt het wezenlijke leren plaats? Staat de pedagogiek en de uitgewerkte methodiek garant voor dat proces of is het iets dat zich binnenin het kind zelf plaatsgrijpt? Men heeft het dan wel over een kindvriendelijke aanpak, een kindgericht onderwijs, een vrije opvoeding,.... maar wat is daarbij de staat van de geest binnenin de lerende zélf? Leert het kind (de mens) tellen, lopen, spreken, redeneren, liefhebben,... vanwege de vernuftige en wetenschappelijke inbreng van pedagogen, psychologen en onderwijsdeskundigen of leert het omdat binnenin de verwonderende kracht van de eigen geest waait?

Terug

Angst

Niets heeft meer invloed op het menselijk handelen dan angst. Angst om financieel niet rond te komen (jobverlies, te klein pensioen), angst opdat de kinderen iets te kort komen, angst voor ontvreemding van bezittingen, angst dat de partner vreemd gaat, angst voor ziekten en aandoeningen, angst om gekwetst te worden in onze 'ikjes' en bovenop angst voor de dood. De rij angsten is eindeloos. De rij hulpverleners voor elk specifieke angst ook.

Maar angst komt niet uit het niets tevoorschijn. Het staat altijd in betrekking tot iets. De angst voor een nucleaire oorlog is afhankelijk van het beeld t.o.v. de mogelijke verwoesting die dat meebrengt. Wie niet weet wat een nucleaire oorlog is kan er ook geen schrik van hebben. Wanneer het beeld sterk in mij leeft dat ik kan verdrinken zodra ik een zwembad induik, zal ik geen zwembad betreden uit angst voor water. Als ik ooit bestolen ben geweest zal ik voorzorgen nemen vanuit een zekere angst voor herhaling.

Vanuit dit feit valt te begrijpen dat een kind, in de periode dat het bewustzijn nog geen impact heeft (- 3 jaar) geen angst kent. Wel schrikt het van onverwachte, storende en irriterende dingen. Het begint dan te wenen. Maar dat is geen uiting van angst, wel van een biologische uiting t.o.v. een bedreiging voor het lichaam.

Zo is er ook de angst voor verandering. Mensen blijven 10 tallen jaren bij elkaar omdat ze het bekende verkiezen boven de onzekerheid van 'loslaten'. Oude patronen - hoe kwetsend ze ook kunnen zijn - worden omklemd. Om die situaties dragelijk te maken wordt dat leven dan rijkelijk overgoten met de saus: hoop. Hoop maakt het huidige moment dragelijk, zo lijkt het althans op het eerste gevoel. "Morgen zal het wel beter worden"; "indien ik volhard zal de inspanning wel beloond worden"; "vroeg of laat komt dit allemaal wel op zijn pootjes terecht". En maar wachten, en maar uitstellen. Voor men het dan goed en wel in de mot krijgt zit men in zijn 3 de leeftijd en dicht bij het eigen levenseinde. Ondertussen echter, stapelen de conflicten en spanningen zich op binnenin het lichaam. De zwakke constituties vallen daarbij eerst door de mand, uiteindelijk gevolgd door al de rest. Dit is biologische wetmatigheid, zeg maar de goddelijkheid van het natuurlijke.

Niet weten boezemt de bewuste mens angst in. Het ongekende van de dag van morgen verdraagt deze mens amper. Het is al gemeengoed geworden dat hij eerst de antwoorden moetkennen vooraleer de vraag op tafel komt te liggen. We hebben voortdurend geleerd op school en van onze ouders dat wie het antwoord niet kent dom en 'onwijs' is. "Wie de vragen niet tijdig beantwoord krijgt zal veel meer zijn best moeten doen", zo klonk het ons rond de oren. Desnoods door het schooljaar over te doen. Straf en beloning was en is nog altijd gericht naar de juiste antwoorden. De vraag zelf lijkt een noodzakelijk ongemak te zijn.

Maar de werkelijkheid waarbinnen we ons moeten staande houden, is onderhevig aan voortdurende verandering. Niets is blijvend. De mens komt en gaat, gedachten verdwijnen even snel als dat ze opkwamen, vrienden verdwijnen voorgoed uit ons leven en het 'zelf' blijkt ook niet zo standvastig te zijn. Geluksgevoel blijkt op elk ogenblik te kunnen overspoeld worden door zwaarmoedigheid - en omgekeerd.

Hardnekkig blijven echter de meeste onder ons op zoek naar standvastigheid binnen hun leven. Politiek, wetenschap en religie houden ons immers voor dat het aards paradijs binnen afzienbare tijd het onze wordt. Daarmee negeren ze wel de ongerichtheid zelf die binnen de natuur ligt; een natuur die vanuit dit menselijk standpunt van haalbare standvastigheid het etiket van brutaal, wreed en meedogenloos opgeplakt wordt.

Sinds we over een sterk bewustzijn beschikken, heeft angst bezit genomen in ons doen en laten. De ongerichtheid en vergankelijkheid die in al het leven besloten ligt is binnen ons weten; binnen ons vizier komen te liggen. Maar wie aan zijn angst voeding geeft zal zijn doen en laten hoe langer hoe meer afstemmen op standvastigheid, zekerheid, materiële zekerheid, stabiliteit, kennis.... . En dit druist tegen elk levensproces in. Leven is bewegen. (Dat is wat de dood ons uiteindelijk komt te vertellen.) Wie niet in conflict wil komen met dit proces, zal het wezen van angst eerst moeten onderzoeken en zijn giftige werking moeten onderkennen. Van daaruit komt het eigen leven weer binnen de stroom zelf te liggen en komen deuren op te staan die voordien gesloten waren.

De reden waarom angst zich zo hardnekkig binnen ons leven standhoudt is dat het zich laat voeden vanuit de illusie. Als ik bang ben van te vallen, bevindt dat gevoel zich op dat ogenblik in een situatie van nog niet gevallen te zijn. Dus ik breng mezelf in een emotionele toestand van angst en onzekerheid terwijl er lichamelijk op dat ogenblik van een valpartij nog geen spraken is. Een heel contradictorische situatie voor de biologische werkelijkheid. Het lichaam wordt nergens geconfronteerd met een valpartij maar moet zich vanuit een aangebrachte gedachte er toch naar richten? Dat is vragen om een inwendig conflict. En als angst-conflicten lang aanslepen leiden ze altijd tot een breuk. Dat weten ondertussen al veel koppels, vermoed ik. Wie uiteindelijk gevallen is, is niet eens bezig met die voorafgaande angst zelf, maar is druk doende vanuit die positie weer op te staan. En het lichaam is al onmiddellijk bezig de opgelopen verwondingen te herstellen. Enkel dát is onmiddellijk en realistisch leven. Het lichaam weet er alles van, het denken kan het enkel maar denken.

Terug

Globalisering

Globalisering is in feite niets meer dan de toegang krijgen tot technologische en economische processen die voordien nog niet verworven waren. Globalisering maakt dat evolutieprocessen door allerhande gemeenschappen kunnen overgeslagen worden. Maar dit niet ondergaan van het eigen evolutieproces met zijn specifiek biologisch tempo maakt dat die gemeenschap ook wordt opgezadeld met een onverwerkbare hoeveelheid spanning. En dat dat tot geestelijke en maatschappelijke misvormingen kan leiden, zien we in tal van landen die ooit bezet zijn geweest door een ander cultuur.

Tot zelfs binnen een gezin kan het idee van 'iedereen evenveel kansen en rechten' tot heel veel frustratie leiden. Geen enkel individu zal zich gelukkig weten indien hij een tempo wordt opgelegd dat niet het zijne is. Om de kracht niet uit het geheel te halen vraagt dat niet zozeer om een doordachte begeleiding maar veeleer om ruimte en afstand. Maar dan moet je dat 'alleen-staan' als individu (ouder) of als gemeenschap kunnen verdragen. En dat vraagt inzicht in de kracht die daar vanuit gaat. Vrijheid geeft flexibiliteit aan het eigen kunnen.

Terug

Liefdevol handelen

Je moet eens voor het raam gaan staan en een vogel aanschouwen die voorbijvliegt. Handelt die liefdevol? Is vliegen liefdevol handelen? Of is dit gewoon een direct handelen?

Wie zichzelf hierbij ernstig neemt zal beseffen dat die vogel hoog in de lucht zonder enig verlangen tot liefdevol vliegen zijn vlucht vliegt. En blijkbaar stort die niet te pletter vanwege dit ongekende gevoel van liefdevol denken. Hij vliegt en is niet bezig met de vraag: vlieg ik wel liefdevol genoeg? Is deze vogel dan gevoelloos? Neen want hij voelt wel degelijk de lucht stromen en neemt tal van omgevingsfactoren in zich op. Het hoort de andere vogels of merkt beneden de lekkere bessen aan een struik op en past zijn vlucht aan. Zonder dit specifieke 'zorgzaamheidsgevoel' volbrengt het voortdurend zijn tocht en zijn leven.

Maar hoe zit dat nu bij de mens. Want wij verkondigen voortdurend dat liefdevol handelen heel wat problemen uit de wereld zou kunnen helpen. Je moet liefdevol zijn ten overstaan van je medemens. Je moet je kinderen liefhebben en vanuit die liefde grootbrengen.

Al duizenden jaren wordt deze levensethiek verkondigd. Maar de structuren die deze mens -vol van dit liefdesbesef - opstelt, blijken veeleer het tegenovergestelde te bewerkstelligen. In naam van de naastenliefde worden er gewelddadige oorlogen beslecht. In naam van de liefde worden kinderen grootgebracht die dan later in staat van oorlog belanden ten overstaan van eigen lichaam en geest - en niet zelden tegenover de eigen opvoeders. Hoe kan zoiets eigenlijk? Hadden we als ouders niet het beste voor met onze kinderen? We namen onze verantwoordelijkheid toch ten volle op. We waren ten volle bewust van de oprechtheid van onze bedoelingen.

Het is hierbij gemakkelijk gesteld dat ouders de oorzaak vormen van al dat latere leed onder hun kinderen. We blijken zodanig behept met het idee: wie de oorzaak vindt, bezit de oplossing en dan ligt het geluk binnen handbereik. Maar ook al wordt er een gekwetst persoon duidelijk gemaakt dat hij vroeger misbruikt of geslagen werd, psychische onderdrukt en gemanipuleerd, de kwaliteit van de geest van zowel de ouders als hun kind blijft onaangeroerd. Ook al wordt de oorzaak van zijn lijden hem op een serveerblad aangereikt, hij zal -zodra de dagdagelijkse beslommeringen hem weer tegemoet komen - merken dat de eigen gekwelde geest onaangeroerd bleef.

Beland je plots in een andere wereld zodra je verteld wordt dat 'het' genetische bepaald of erfelijk overgedragen is? Via tal van wetenschappelijke technieken wordt aangetoond dat er zoiets bestaat als erfelijke overdracht. En dat kan best troost bieden, maar maakt uiteindelijk de eigen geest krachteloos en gemakzuchtig. En het is juist een krachtige, alerte geest die ons door dit gecompliceerde leven moet navigeren. Geloof in het 'weten' van anderen maakt de geest lui en onbekwaam om de dagelijkse situaties aan te gaan.

Wie aangespoord wordt een schuldige aan te duiden (of oorzaak te benoemen) zadelt de eigen geest op met een zoveelste beeld. Maar een aangenamer beeld creëren dan het vorige, maakt de eigen geest niet soepeler en krachtiger. De geest zal zich hoe langer hoe meer gaan afstemmen op die krachtige emotioneel beladen beelden. Gaat het hierbij niet al te dikwijls om verwennerij van de eigen gevoelswereld? Zodra we ons beter voelen (afleggen schuld, afleggen ziektegevoel) wordt de geest direct opgezadeld met de reden van die beterschap. En die staat wordt dan gekoesterd en verdedigd met alle middelen, alsof zulk een toestand vereeuwigd kan worden. Verwante beelden (vanuit literatuur, therapieën,.) versterken bovendien dat gekoesterde beeld.

Heeft het bij dit alles enige zin zich bewust te worden van de eigen beelden? Velen (waaronder niet weinig therapeuten) zullen hierop bevestigend antwoorden. Bewustwording blijkt het gouden ei te zijn voor deze mens. Een tekort aan bewustzijn wordt als oorzaak aangehaald van al ons lijden.

Maar wie zich bewust wordt van iets heeft uiteindelijk maar één ding gedaan: een nieuw beeld gecreëerd van hoe nu de vork in de steel zit. Hij heeft een nieuw kader weten aan te brengen waar alle andere kaders in passen. Als ik me bewust wordt van mijn eigen gedrag is er enkel maar een 'weten' ontstaan dat dankzij de inbreng van mijn geheugen tot stand komt. Om van dat 'weten' tot 'handelen' te komen moet er uiteindelijk in de totale geestesstructuur een verandering teweeggebracht worden. En dat is een heel ander paar mouwen dan een ander beeld inplanten. Beelden komen en gaan. Iemand beledigt mij en hopla, daar plak ik wel eventjes een beeld op. Want van daaruit ben ik beter voorbereid wanneer ik hem nog eens tegenkom. Als hij wat later zijn winnend lot met me zou delen wordt het beeld netjes vervangen of bijgekleurd. Of mijn baas geeft me promotie. 'Toffe baas!'. En van daaruit blijf ik me natuurlijk uitsloven. Eén verkeerd woord kan een (wereld)beeld van verschil maken. Voor ik het weet is mijn hele leven één aaneenschakeling van beelden, die ik zich vanzelf razendsnel na elkaar afspelen. En zo lijkt het net alsof ik werkelijk leef. Maar het heeft op deze manier veel weg van een cinemavertoning. Of het daarbij een liefdesverhaal is of een griezelverhaal maakt niet uit. Eens je je eigen zaaltje uitstapt, stap je de werkelijkheid binnen. En daar gaat het altijd anders aan toe.

Elke beginnende relatie is behept met liefdevol handelen. Maar als dat uiteindelijk sterk verwatert en tot een breuk leidt, kun je jezelf maar eens best afvragen: duik ik zo snel mogelijk een nieuwe vertoning binnen of ga ik me laten beroeren door de realiteit buiten de eigen cinema?

* * *

Terug

 

Leven vanuit vrijzinnigheid

Opvoeden en onderwijzen vallen niet buiten het leven. Het zijn bewegingen die deel uitmaken van dit menselijke bestaan. Maar zodra je over opvoeding of onderwijs wilt praten en het ter discussie stelt, moet je er eerst een concept van maken. Het moet in een welbepaald kader geplaatst worden wil je er over kunnen nadenken of praten. En dat gevormde idee en beeld staat dan voor opvoeding en/of onderwijs. Vanaf dat punt kan je andere ideeën hieromtrent veranderen, wegkegelen of het ene concept vervangen door iets aantrekkelijkers.

Het wel en wee van concepten, geloofsovertuigingen, ideeën e.d. hebben echter iets heel gewelddadigs in zich. In onze uiterlijke wereld komt dat dezer dagen sterk tot uiting in tal van religieuze, ideologische en politieke conflicten. Gehele bevolkingsgroepen worden uitgemoord of lichamelijk gefolterd in naam van ideologieën en opvattingen.

En hoewel onze politieke leiders zich vooral toespitsen om binnen deze visuele wereld orde aan te brengen en daarbij tal van veranderingen aanbrengen via wetten, decreten en bijbehorende controleorganen, wordt de ziel van deze mens er niet rustiger op.

Weinigen staan er bij stil en durven de blik naar binnen richten, maar deze uiterlijke maatschappij weerspiegelt enkel maar onze innerlijke wereld. Dat maakt dat deze mens nooit in vrede zal leven zolang hij in oorlog is met zichzelf.

Maar wat betekent dat dan: ‘in oorlog met zichzelf'? Wel, eigenlijk is dit heel eenvoudig te constateren. Deze aardbewoner beleeft een conflict met het concept dat hij van zichzelf heeft. Hij laat zich drijven op ideeën en waarden die hem aangebracht zijn en die hij nooit ten gronde op waarheid heeft onderzocht. Alle genotsvolle overtuigingen vallen samen tot een zogenaamde sterke persoonlijkheid. De aangereikte beelden en concepten die het eigen groeiend concept ondermijnen bestrijdt hij of keert er de rug naartoe. Het is het zelfde fenomeen als bij een conflict tussen bijvoorbeeld twee religies. Dat zijn telkens conflicten tussen beelden. En dan krijg je uiteindelijk een ‘beeldenstorm'. Tien supporters van Anderlecht bij elkaar geven een sterke gevoelsmatige band. Zet daar slechts één supporter van Club Brugge tussen en je hebt heibel.

De eigen storm tot bedaren brengen kan enkel maar vanuit inzicht in de eigen drijfveren, de eigen overtuigingen en handelingen. Het is een vastberaden onderzoek binnen de spelonken van de eigen zinnen.

We zijn zo angstig tegenover het nu-moment; tegenover wat zich onaangekondigd elk ogenblik openbaart, dat we héél ons hebben en houden vastpinnen op concepten vanuit de opvoeding en het onderwijs. Dat brengt geen eigen-zinnig-heid maar uitstluitend waan-zinnig-heid. De waan van het beeld. De waan van de droom.

Een gelukkige geest is een vrije geest. Dat is een geest die zich niet laat toedekken met de dagelijkse aanstormende concepten en overtuigingen van anderen. Zulk een geest komt vanzelf tot ontplooiing zodra er opgehouden wordt met zoeken naar beter, hoger, meer, liefdevoller enzovoort. Onderzoek daarentegen wat je werkelijk bent. Alle teksten onder de spiegel ‘non-dualiteit' en ook de linken die onder ‘non-dualiteit' staan steunen je bij dit onderzoek.
Opvoeding en onderwijs beginnen dus bij het credo: "Ken Uzelf".

* * *

terug

Sterven van onmacht.

Gisterenavond belde een vriendin me op en vertelde dat de zoon van een goede kennis van haar zelfmoord gepleegd had. Ze was er erg door aangedaan. De vader is er kapot van. Zijn enige zoon, waar hij nog zovele fantastische plannen mee had, was plots niet meer. Zijn zoon - laten we hem David noemen – gaf hem een zekere zin in zijn eigen leven. Nu was die zin verdwenen, tezamen met de zoon. Het boek van de toekomst kent plots enkel nog maar lege bladzijden.

Een niet onbelangrijk gegeven in de actie van David was dat hij gepest werd. Velen jongeren én ouderen plegen zelfmoord omdat ze het zelfgevoel niet meer aankunnen. Men voelt zich niet aanvaard. Men mag niet zijn wie men ten gronde is. Men doet er alles aan om gezien en aanvaard te worden, maar het wordt telkens opnieuw genegeerd. Men doet zijn best op school, werkt zich te pletter, verdient veel geld, …. maar voelt dat de eigenheid geen echte plaats kent. Rusteloos wroet men verder met de enige vraag die het hart dragen kan: hou van mij zoals ik ben, zonder enige voorwaarde of verlangen naar morgen toe! Men wil gewoon Zijn zonder iemand te moeten zijn. Daar deze mens vanaf zijn prille jeugd onophoudelijk te horen krijgt dat hij iemand moet zijn en dat het enkel een kwestie is van goed je best doen, ben je overtuigd geraakt dat je iemand moét zijn. Het hele verdere leven staat dan in het teken van die zogenaamde ‘persoonlijkheid'. Het leven wordt dan één grote strijd om die persoonlijkheid stabiliteit te geven; om die ikjes een ‘thuisgevoel' te bezorgen; om gezien en gehoord te worden.
Maar waar hoort een beeld dan thuis? Hoe kun je aan een beeld beantwoorden? Het hele leven wordt in dienst gesteld van een opgedrongen beeld iets of iemand te zijn. Maar hoelang kun je leven met het najagen van deze illusie? Hoelang verdraagt je eigen biologische ‘Nu-heid' iets fictiefs ergens in de toekomst? En als dat niet langer lukt en er blijkt geen uitweg uit die impasse te zijn. Wat dan?

Eén ding moet hierbij heel duidelijk gesteld worden: binnen de werkelijkheid heerst geen enkele schuld. De schuldvraag kan enkel maar opkomen vanuit het opgedrongen beeld iemand te zijn die iets hoort te doen naar de toekomst toe. Dat is niet alleen de pijn waarmee David werd opgezadeld. Dat is ook de pijn waarmee nu alle nabestaanden en vrienden worden mee opgezadeld. “Had ik het kunnen voorkomen?” “Waarom heb ik de signalen niet gezien?” “Had ik maar meer en beter geluisterd naar zijn verdriet”. Vanuit deze na te jagen ‘ik-droom', wordt iedereen slachtoffer vanuit zijn eigen schuldgevoel en herhaalt de geschiedenis zich dag na dag.. En dit terwijl bij nader inzien dit schuldgevoel volledig ten onrecht is. Niemand geeft schuld aan de dood van David. Zowel David als zijn ouders deden tot hiertoe wat hun bestaan hun voorlegde.

Het kernpunt is dat er binnen de werkelijkheid niet een iemand bestaat. Er werd ons voortdurend verteld dat je iemand was - hetzij een belangrijk iemand, hetzij een onbenullig iemand. Maar het leven loopt zijn gang, niet dankzij een sterke of zwakke persoonlijkheid maar ondanks een sterke of zwakke persoonlijkheid. Dat kan niet genoeg benadrukt worden. Bomen, auto's, andere lichamen kan je aanwijzen,… maar je kunt nergens een ‘ik' tegenkomen. Probeer het maar. Het lukt je niet. Je wijst hoogstens naar een lichaam of naar een hoofd. Verder moet je weer teruggrijpen op het beeld dat je je eigen toekent.

Het is dus ook niet echt een steun om tegen deze nabestaanden te vertellen dat ze wél hun best hebben gedaan. Dat geloven ze toch niet. En dat is logisch. Want het geloof dat als je je best doet het allemaal wel goed komt, is bijzonder sterk ingeprent. En wat is uiteindelijk het resultaat van al dat 'je best doen'? De gekoesterde illusie valt aan scherven. De realiteit heeft hem doorprikt, ook al had het ‘ikje' het beste voor met zichzelf en de zoon. In een klap veegt wat Is alles van tafel.

Neen, het heeft absoluut niets te maken met flink je best doen en braaf volgens de normen in het gareel lopen. Al dat nahollen van opgedrongen ideeën, overtuigingen en maatschappelijke moraal put je alleen maar verder uit en brengt de natuurlijke gevoeligheid van het lichaam in gevaar. En je wordt daar ten lange laatste ook opstandig van. En ook daar is niets mis mee. Dat is een heel natuurlijk mechanisme. Zadel het biologische nu-moment op met een beeld van hoe het moet zijn, en je hebt binnen de kortste keren problemen. De werkelijkheid zal vanuit zijn eigenzinnigheid op dat gegeven inspelen, of er nu een sterk 'ik' is of niet.

Maar opstandigheid heeft wel nood aan inzicht. Het is zoals bij het oplossen van een moeilijk vraagstuk. Je geraakt er niet uit en maakt je kwaad. Maar die kwaadheid keert zich tegen zichzelf indien er geen inzicht komt in hoe je het moet oplossen. Eens je kennis hebt van hoe het moet opgelost worden keert de innerlijke rust als vanzelf terug. Ook al is de uitkomst op dat moment nog niet gekend. Er is begrip hoe de vork in de steel zit. De rest volgt dan wel vanzelf.

De teksten onder de knop ‘non-dualisme' zijn een directe aansporing om aan die onwetendheid een einde te stellen. Ze bezitten de energie om je huidige denkbeelden te verbrijzelen en het bestaan te leven vanuit de liefde die uit waarheid opborrelt. Geen enkele fysieke dood kan die Liefde tenietdoen.

* * *

terug

 

Van onder-wijs tot boven-wijs.

We leven in een maatschappij die naast vrijheid ook een hoop zorgen baart. Discriminatie en afgunst onder de vorm van uitsluiting, fysiek geweld, vernedering, uitbuiting en onderwerping vieren hoogtij. Dit komt niet alleen tot uiting in de grote oorlogen tussen staten en hun machthebbers maar ook binnen de kleine samenlevingsvormen van een gezin. Terwijl we allemaal afhankelijk zijn van de totale energie die deze planeet voortbrengt, maken we toch voortdurend onderscheid in wie wat krijgt. Blijkbaar zijn de meesten zo behept met eigenbelang en bezit dat een gelijkmatige verdeling van wat deze aarde ons te bieden heeft niet tot realisatie komt. De technologische vooruitgang die zich sinds de wetenschappelijke ontplooiing systematisch uitbreidde blijkt zijn beloftes van geluk (vooralsnog) niet te kunnen waarmaken. Afhankelijk van de persoon die ze hanteert, brengen ze welvaart en vrede of oorlog en vernieling. De hoedanigheid van de persoon blijkt doorslaggevend te zijn. Zijn frustraties, zijn innerlijke conflicten en angsten, zijn denkbeelden,… kleuren niet alleen zijn eigen belevingen maar tevens heel het maatschappelijk leven. Innerlijke spanningen staan dus niet los van wereldlijke spanningen.

Toch vangen we allemaal vanuit een zekere onschuld ons levensverhaal aan. Als baby, peuter en kleuter staan we immers open voor alles wat op ons afkomt. Er wordt nog zo weinig onderscheid gemaakt tijdens die eerste levensfases. Er is nog die aftastende, onderzoekende, nieuwsgierige blik die de dingen opneemt zonder ze onmiddellijk te labelen met goed of fout. Maar al snel wordt de nog ongeconditioneerde geest getraind. Het duurt niet lang of alles wat op het jonge leven afkomt dient afgewogen en ingedeeld te worden. Deze oorspronkelijke open en nieuwsgierige geest wordt systematisch tot analyse aangezet. Alles krijgt een beoordeling. Alles wordt netjes afgebakend en benoemd. De aanvankelijke ongerichtheid wordt onophoudelijk van antwoorden bediend. Niet dat dit een onnatuurlijk proces zou zijn. Nieuwsgierigheid mondt nu eenmaal uit in vaststellingen en voorlopige conclusies. Maar het blijkt fnuikend te zijn voor de ontwikkeling van de mens indien hij zichzelf overdadig laat sturen vanuit de overtuigingen van anderen. Het voert de eigen geest, die geen specifieke gerichtheid kent maar dingen simpel tot bewustheid voert, tot eenzijdigheid. Het voert je nog enkel over het gekende, voorbereide en platgelopen pad terwijl de onmetelijke en verrassende schoonheid van het landschap aan jou voorbijgaat. En uiteindelijk kruipt die beperktheid diep in de kleren en tast de werking van het biologische lichaam aan.

Dit kind vrijwaren van die beperktheid en eenzijdigheid is een bijzondere opgave voor onderwijzers en opvoeders. Het is het kind een pad opsturen dat zo scherp is als een mes. Het staat immers open om gretig alles op te nemen wat zijn groeiende persoonlijkheid behaagt, maar dreigt er zich ook in te verslikken als die aangeboden kennis niet goed gekauwd wordt. Dat vraagt dus in de eerste plaats een onderzoekende en filosofische ingesteldheid. Dat vraagt de ontwikkeling van een kritische ingesteldheid die niets zo maar aanneemt en niets zo maar verwerpt. Dat vraagt dus uiteindelijk begeleiders en gidsen die zelf de liefde ervaren die enkel opbloeit vanuit een open geest.

* * *

terug

Van onder-wijzers naar wonder-wijzers.

Vanaf onze geboorte worden we geconfronteerd met het idee dat er van alles moet opgelost worden. Niet alleen betreffende de wereld rondom ons maar blijkbaar ook betreffende de wereld in ons. Overal blijkt er wel een probleem te zijn – of dat nu een tijdsgebrek, een geldgebrek of een tekort aan gezondheid en vrijheid is maakt daarbij niet uit. De moleculen waaruit we bestaan en hun onderling spel blijken hun werk niet goed te doen. Een gevoel dat ons van jongs af aan ingebrand wordt. Want zitten we dit jonge kind niet constant achter zijn veren dat het niet genoeg opruimt, dat het niet flink eet, dat het niet stipt genoeg is, dat het zijn huiswerk niet op tijd maakt, dat het zonder jas buiten speelt, … . Krijgt dit kind niet voortdurend de boodschap mee dat het nog niet ‘af' is en dat het best gehoorzaamd aan ons grote ‘weten' – onze wijsheid? Er worden dus voortdurend oplossingen aangereikt teneinde alles in goede banen te leiden. Daarmee bedoelt deze volwassene dan meestal: een situatie creëren waarbij hijzelf zo weinig mogelijk van zijn voorgevormde pad moet afwijken. Om deze jongeren klaar te stomen voor de dag van morgen, moeten zij zelf natuurlijk ook kunnen omgaan met problemen waarmee ze geconfronteerd zullen worden. Welke problemen zijn dat dan wel? De opwarming (lees: overbelasting) van de aarde? En wat met de overbelasting van het eigen zenuwstelsel dan? Staan deze maatschappelijk situaties los van onze psychische wereld?
Miljarden jaren heeft deze aarde vanuit het vrije spel der natuur zich ontpopt tot een weelde van creativiteit die we nu kennen. Waarom stellen we niet langer vertrouwen in dit verloop? Als er al een probleem zou zijn, waar zou dat dan liggen? Binnen de natuur of binnen ons eigen denkpatroon? Als de aarde opwarmt, doet ze precies wat ze doen moet. Als de lente aanbreekt doet de natuur precies wat ze doen moet. Als de herfst eraan komt idem. Is de boom in de winter dan minder volmaakt dan in de zomer? En is dan het kind dat een langzamer tempo hanteert dan minderwaardiger dan de buurjongen die hoge toppen scheert binnen één of andere beoordelingsschaal? Worden deze kinderen niet werkelijk in de schaal gelegd, gewikt en gewogen om daarna het etiket opgeplakt te krijgen: 1 ste klasse, 2 de klasse, 3 de klasse enzovoort? Is dat wel vanuit wijsheid omgaan met leven? Is een paardebloem minder leven dan een orchidee? Is een ‘vieze'muis minder leven dan een ‘edel'paard?
De natuur kent blijkbaar zijn eigen wijsheid, wat blijkt uit de lange weg die het heeft afgelegd om tot deze fauna en flora te kunnen komen. Het is onmogelijk dat die wijsheid niet reeds in dit kind zit. Het is er tenslotte een product van. Het komt voort uit dit natuurlijk spel. Deze natuurlijkheid onderschatten maakt dat het dit wonder van wijsheid niet langer zal herkennen. Dan doemen er zogeheten problemen op die naar oplossingen snakken. En zo kom je dan in de armen van het onderwijs terecht waar het ver wonder d-zijn nog amper kans krijgt omdat de geest vooral gericht wordt op uitkomsten en doelstellingen.
Geen wonder dat dit kind opstandig wordt. Tevens een natuurlijke reactie. Het leven zorgt nu eenmaal voor zichzelf. Daar heeft het het wantrouwen van de mens heus niet voor nodig.
Laten we elkaar op dit wonder wijzen. Dan wordt alles vanzelf wonderbaarlijk geschikt en niet langer onder-geschikt.

* * *

terug

 

Mensen op de dool.

Wie de dag van vandaag ontkent dat er met het welzijn van deze mens niets aan de hand is geeft mijn inziens weinig blijk van objectiviteit. Er zijn talloze studies die aangeven dat de gezondheid van onze soort op het spel staat. Ook de realiteit van de gezondheidszorg geeft feitelijk aan dat we een niet zo'n rooskleurige toekomst tegemoet gaan. Steeds meer moet er uitgegeven worden aan studies, projecten, onderzoekingen en medische ondersteuning op het vlak van ons biologisch welzijn. Wie zijn eigen zogenaamde onschuldige 'kwaaltjes' zoals hoofdpijn, slapeloosheid, angst, kwaadheid, stress, allergie, buikpijn, ... ter harte neemt weet dat er iets niet loopt zoals het zou kunnen lopen.

Er worden gigantische bedragen vrijgegeven voor ‘het onder controle houden'. Men wil tot elke prijs dit menselijk avontuur in de hand houden. Het lijkt stilaan meer op een chronische kramptoestand dan op levendigheid.

Ook in de academische wereld wordt men nog steeds verblind door dit idee van controle. Deze controle moet dan voortvloeien vanuit doordacht aangebrachte kennis. Vanuit een steeds meer doorgedreven specialisatie moet vroeg of laat het aardse paradijs terug binnengehaald worden, zo wordt er geloofd. Kennis wordt op een hoogst gevarieerde en aantrekkelijke manier toegediend teneinde de motivatie erin te houden. De informaticatrein loopt op volle toeren en ziet er steeds prachtiger uit. Een gigantische hoeveelheid wetenschappelijke ‘weetjes' staat te wachten om door jou hersenen opgenomen te worden. Het aantal onderzoeken, met bijbehorende aanbevelingen, dat de dag van vandaag loopt is gigantisch en valt amper te overzien. Alleen al in de medische wereld schijnen er per dag een 2000 tal wetenschappelijke artikels te verschijnen. Hoe en wanneer moeten onze artsen en medische deskundigen al deze info doornemen?

Een - volgens mij - bijzonder tragisch gegeven is dat aan de mens zelf nooit de vraag wordt gesteld “Wat wil jij nu echt?”. “Wat vind jij nu echt belangrijk?”. "Wat is de informatie die zich in jou binnenste bevindt?" De meesten onder ons hebben die vraag zelfs nog nooit mogen stellen en onderzoeken. De wijsheid van de eigen existentie werd al zeer vroeg diep in het onbewuste weggeduwd. De stroom van de economie en het kapitalisme kwam immers zeer snel op onze weg te liggen. Wie onder ons kent zijn eigen curriculum? Wie kent zijn eigen legende, zijn eigen wezenlijke drive? Waar zijn die ogenblikken dat je via het eigen onderzoek die tocht mocht aanvatten? In onze scholen? Neen. Daar woedt nog steeds het gegeven dat we zo veel mogelijk moeten opnemen. Opnemen van andermans kennis en doorzicht. De verpakking wordt dan wel steeds aantrekkelijker (computer, internet, TV-documentaires, cd-rom,...) de inhoud is niet de jouwe.

Maar waar komt in dit verhaal het kind zelf aan bod. Waar mag het kind zichzelf nog tegenkomen? Wat het tegenkomt is altijd hetzelfde - maar voortdurend in een ander jasje gestoken – namelijk: het uitgetippeld programma van anderen. Dat kunnen ouders, leerkrachten, vrienden, professoren, onderwijsdeskundigen, werkgevers en/of ministers zijn. Nooit mogen ze het eigen verhaal serieus nemen. Het zijn immers nog maar kinderen, zo is algemeen de mening toegedaan. Ze moeten alles nog aangeleerd krijgen. Ze zijn afhankelijk van onze kennis en levenservaring. Welke kennis en ervaring vraag ik mij dan af? Zonder het te beseffen hebben ze het dan over datgene dat ze zelf hebben overgenomen van hun voorgangers, vanuit hun boeken en encyclopedieën, vanuit hun gevolgde voordrachten en cursussen. Op deze manier ketent de mens zichzelf vast aan het verleden. Hij geeft voortdurend gegevens door zonder het op zijn huidige waarde te onderzoeken. Is het dan verwonderlijk dat hij geen accurate oplossingen vindt voor wat er nu gaande is?! Is het dan verwonderlijk dat deze mens op de dool is?

Is er een oplossing betreffende dit gegeven? Jazeker. De mens terug centraal stellen. Zo simpel is dat.
Hoe doe je dat? Door te vertrouwen op zijn eigen menselijk kracht en vermogens. En dat begint op zijn minst vanaf zijn geboorte. Het is immers zonder meer fnuikend dat de mens steeds een curriculum dient te volgen dat niet het zijne is. Bovendien is het schandalig dat wij als mens zo vaak berispt en gestraft worden telkens als we voor die intrinsieke wijsheid kiezen. Het enige gevolg is dat we niet langer voor die eigen wijsheid kiezen. Ze mocht immers nooit opbloeien. De ruimte en vrijheid ontbraken gewoon.
Waar leidt zulke vrijheid tot eigen curriculum dan toe? Wel, dat weet geen mens. Dat is het hem juist. Het ligt als een natuurlijk gegeven buiten het bereik van 'weten en kennis'. Dat wordt evolutie genoemd. Het vraagt daarentegen vertrouwen in het menselijke biologische vermogen. Het vraagt onvoorwaardelijke liefde voor de natuurlijke wijsheid in alles en iedereen. Het steunt niet op 'gisteren' of 'morgen' maar op de feitelijkheid van het NU-zijn. Groeit het wonder van een kind immers niet in de vrouw haar baarmoeder zonder dat die moeder beschikt over elke menselijke kennis daaromtrent?!
Ik vind deze huidige menselijke koers hoe langer hoe meer ondraaglijk worden en wens mijn verantwoordelijkheid op te nemen. Het is mijn diepe wens mensen – en in het bijzonder kinderen – een ruimte aan te bieden waar niet langer het hoofd moet gebogen worden voor anderen hun angst en onwetendheid. Het is voor deze mensheid een pure noodzaak dat het eigen curriculum op de eerste plaats komt.

In een volgend schijven kom ik met een bijzonder schoolproject op de proppen waarbij de garantie een feit is dat het eigen curriculum centraal staat. Het beantwoordt totaal aan de vraag van het leven zelf en zal ongetwijfeld een bijzondere tocht worden. Maar het is de enige weg die ervoor zorgt het individu de frisheid behoudt om aan de komende omstandigheden het hoofd te bieden. Het is buigen voor waarheid, uit respect voor wat Is. Een betere wereld met gelukkigere bewoners is daarbij niet het doel. Het is een gevolg. Het gevolg van gehoor te geven aan het curriculum van het leven.

* * *

terug

Afkijken.

We zitten tegenwoordig eindeloos op de Internet om allerhande dingen op te zoeken. Het is een uiting van nieuwsgierigheid of een slimme handeling tot het vinden van een oplossing. We lezen boeken en tijdschriften die informatie bevatten die door anderen aangebracht is. Allemaal vormt dit een uiting van een eindeloze creativiteit binnen de geest. Er is tegenwoordig zoveel binnen handbereik dat we het de hele levensweg niet meer op de rug moeten dragen. Kennis is de laatste decennia helemaal anders komen te liggen.

Het is misschien raar uitgedrukt maar dit opzoekgedrag zou je kunnen omschijven als afkijkgedrag. We bekijken immers informatie van anderen en eigenen het ons toe. Alle mogelijke wetenschappelijke weetjes zoals informatie over medicatie, over geschiedenis en wetgeving worden zonder enige moeite gedownload of opgezocht in eindeloze stapels boeken. Het staat allemaal ter beschikking – zo goed als gratis en 24 uur op 24. En op geen enkel gebied is die kennis oorspronkelijk van jou. Ze komt van buiten naar binnen.
Eigenaardig genoeg worden jongeren op school wel op de vingers getikt indien ze reeds datzelfde gedrag (zo eenvoudig mogelijk gebruik maken van de voorhanden informatie) daar ook tonen. Wie informatie opzoekt waar het te vinden is (bij de buurjongen) krijgt een 0, een straf of wordt uitgesloten. Daar wordt er geopperd dat deze vorm van samenwerken anti-leren omhelst en blijkt zou geven van luiheid. En dat allemaal onder het mom van ‘het kind moet het zelf doen'. De harde schijf van hun brein zou zo veel mogelijk moeten bevatten, zo lijkt er te worden beredeneerd. Daarbij worden alle trucs ter motivatie aangewend. Dat kan gaan van speciale lespakketjes, allerhande leerlingvolgsystemen tot alternatieve scholen. Eigenaardig genoeg blijft daarbij de doorsnee leerkracht/ouder verwonderd dat deze jongeren het met zoveel tegenzin opnemen.

Met eindeloos geduld, herhaling en drillen worden deze jonge hersenen gekneed en van kennis voorzien, om dan later te constateren dat in gelijk welk kantoor de rekenmachine voor het grijpen ligt en bij elke tekstdocument de spellingscontrole steevast stand-by staat. Indien we iets vergeten zijn van wat we destijds moesten ‘van buiten' kennen, zoeken we het eenvoudig en snel op. Dát is de realiteit van een veranderende maatschappij. Welke vertegenwoordiger gaat nog zonder rekenmachientje op pad? Welke leraar schrijft zijn rapporten nog volledig met de hand en rekent alles uit met het hoofd? Je moet wel gek zijn! Dan ben je absoluut niet mee met je tijd en gaat heel jou weekend gegarandeerd naar de flikker. Maar je bent wel trouw gebleven aan het aangeleerde credo: je moet het zelf doen. En je hebt het allemaal gedaan zonder gebruik te maken van iemand/iets anders. Proficiat. Hopelijk is je partner ondertussen al niet op vakantie vertrokken.

Maar ik hoor de opmerking al komen. “Die kinderhersentjes moeten geoefend worden in leren. Ze moeten voorbereid worden op deelname aan het maatschappelijk/economisch leven”. Natuurlijk moeten ze daar op voorbereid worden. Maar steeds meer studies bevestigen dat die voorbereiding vooral plaatsvindt tijdens het spel en niet in klassikaal voorbedachte situaties. Ongedwongen spelen met elkaar en daarbij kunnen gissen en missen, uitproberen zonder pedagogische getik op het hoofd of vermanende blikken blijken de beste voorbereiding te zijn, ongeacht leeftijd, geslacht, afkomst of cultuur. En deze volwassenen in de ‘klasfabriek' maar kinderen klaarstomen voor later. En dit terwijl het vanaf het eerste ogenblik over die intrinsieke capaciteit beschikt. Kan het nog simpeler? Kan het nog duidelijker?

Jazeker. De Iederwijsscholen in Nederland, en verder alle scholen die zich stoelen op de inzichten van de bestaande Sudburyscholen bewijzen elke dag opnieuw wat het betekent voor kind, leerkracht en ouders in het eigen individuele leerproces te mogen baden. Lees erover en ga daar maar eens op bezoek. Je komt nooit meer terug als voorheen. De aanwezige energie, speelsheid en leergierigheid drukt dusdanig op je eigen starre leerpatronen dat het inslaat als een bom. Je gelooft het amper en probeert allicht alle redenen aan te halen (die niet eens door jou wezenlijk op waarheid onderzocht zijn) om je ego-overtuiging niet te moeten afschrijven. Je twijfelt en zoekt naar harde bewijzen. Je hebt nog niet helemaal door dat daar, op die plek zelf, het harde bewijs onder je neus werd geduwd: elk kind baadt daar in welzijn. Geluk lijkt daar doodgewoon. Leren is een spontaan proces. Bovendien sta je stomverbaasd wanneer je verteld wordt dat uit onderzoek blijkt dat leerstoornissen - zoals o.a. dyslectie, ADHD en schoolmoeheid daar onbestaande zijn. Buikpijn, hoofdpijn en spijbelen zijn er rariteit. Raar maar waar. Dat ligt allemaal heel anders binnen ons reguliere onderwijs.

Terwijl onze economie zich meer en meer richt op de flexibiliteit van een open marktmechanisme blijft ons onderwijssysteem burgers afleveren die de drive van een flexibele geest niet eens hebben kunnen ondervinden. Voortdurend werden ze wel ergens in het oog gehouden. Steeds was er die verborgen agenda achter al die zogenaamde vrijheid. Nooit was het ten volle hún keuze. Creativiteit en zin in totale, onvervalste verantwoordelijkheid bloeien dan gegarandeerd niet op. En dat schaadt niet alleen de welvaart maar in het bijzonder ook het welzijn. Of hoe een win/win-situatie dreigt af te glijden in een verlies/verlies-situatie.

* * *

terug

 

De grote leugen.

Gelijk welke psychisch onbehagen heeft in belangrijke mate te maken met gevoelens van schuld. Je kan dat ook aanduiden met minderwaardigheid. Praktisch wil dat zeggen dat men ónder de eigen waarde functioneert. De eigen biologisch aanwezige energie komt niet ten volle tot ontplooiing. Vooropgestelde doelen worden niet gehaald en verwachtingen worden niet ingelost. Vroeg of laat zal moeheid en futloosheid zijn intrede doen. Men lijkt geen energie meer te bezitten daar waar het vroeger allemaal ‘vanzelf' ging. Heeft men niet genoeg zijn best gedaan? Niet hard genoeg gewerkt? Niet voldoende verantwoordelijkheid genomen? Een psychologische schuldenlast wordt stilaan ondragelijk. Men lijkt het allemaal niet meer te kunnen (af)lossen. Men komt voor een geestelijk faillissement te staan.
Hoe is men toch tot deze ‘schuldenlast' kunnen komen.

Laat me vooreerst één ding heel duidelijk voorleggen. Je kunt pas depressief of geestelijk ‘ziek' worden indien er binnen jouw biologische bestaan de energie van juistheid aanwezig is. Logischer wijze is die energieke kracht aanwezig als het ‘down'-gevoel opdoemt. Mocht dat immers niet zo zijn, dan kon depressie nooit ervaren worden en was ze voor jou onbestaande. Het zou geen achtergrond hebben waarop het kon verschijnen. Het is als bij een batterij. Als er een minpool is dan mag je er alles voor verwedden dat er ook een pluspool is. Daarom dat depressie geen ziekte kan zijn in de bio-medische zin. Het is daarentegen een bijzondere spiegel. Het weerspiegelt namelijk je ware existentie. Het drukt je op het feit dat er iets niet gezien/herkend wordt. Zulk een geestelijke situatie vormt een onafwendbare aanzet tot inzicht. Het is de eerste beweging terug naar je ware natuur, je eigen wijsheid, je diepste weten. De kans komt aanzetten om je schuld af te lossen. Schuld die jou aangepraat is door een eindeloze inbreng vanuit je omgeving. Vanaf je prille bestaan werd je begeleid onder de vorm van opvoeding en scholing. Ook al besef je dat niet als kind, het zegt onomwonden dat je dan nog niet ‘heel' bent. Er moet nog vanalles gevormd en gekneed worden. Je moet voorbereid worden op iets wat ‘maatschappelijke deelname' wordt genoemd. Wel, ik heb hier heel wat mensen weten langs komen die maatschappelijk perfect waren voorbereid. Waarom zitten ze dan hier bij een psyche-consulent – of hoe je dit beroep ook wil noemen. Kun je je meer beetgenomen voelen dan dat? Dat moet toch aanvoelen alsof je verraden bent. Zovele jaren van volgzaam en trouw voorbereiden en instuderen. Er werd ons zoveel beloofd – als we maar ons best deden. En dat deden we.
En dan dit gat. Een eindeloze leegte is het resultaat. En daar volgzaamheid het enige was wat je aangeleerd werd, wordt de gekende weg trouw gevolgd en blijf je eindeloos snakken naar goedkeuring. Die twijfel van niet genoeg je best gedaan te hebben blijft zich bijzonder hardnekkig manifesteren. En zonder het tijdig in de gaten te hebben ben je leeg. Diep van binnen voel je je verraden maar je kent maar één manier om daar mee om te gaan: de schuld op jou nemen. Want de schuld bij anderen leggen maakt dat je hun goedkeuring wel eens kunt vergeten. Een ondragelijk idee. Dus die schuld opnemen doe je getrouw tot… tot je geest zijn energetische balans verliest. Dan zak je in elkaar of wordt primitief agressief. De orde is weg. Je voelt je verdwaald en verdwaasd. De geest weet zich noch amper op iets te richten. Chaos alom.
En dat allemaal vanuit het voorgehouden beeld dat jij nog moest ‘worden'. Het kon niet anders of je moest wel geloven dat je goedkeuring vanuit je onmiddellijke omgeving de enige weg was die je hoorde te bewandelen. Hun knuffels, hun snoepjes, hun punten en bewonderende woorden waren zo belangrijk om de altijd dreigende eenzaamheid af te wenden. Jou ‘zijnsgevoel' hing totaal af van hun aandacht. Je deed dus meer dan je best. Je hele zenuwstelsel richtte zich op hun goedkeuring en hun ‘liefde'. Hun pedalen kwamen in de plaats van die van jou. En dat allemaal onder het voorwendsel dat je later zelf mag trappen. Maar tegen die tijd dat die belofte zou ingelost worden herken je die eigen pedalen niet meer. Je bent van je eigen verhaal afgestompt. Die eerste levensperiode heb je onmogelijk zicht op het feit dat je de anderen hun gemis aan het inlossen bent en daardoor jezelf totaal op een zijspoor zet. Er is je immers maar één verhaal verteld: volgzaamheid en dienstbaarheid. In die val trap je blindelings. Je treft daarbij geen enkele schuld. Het was onoverkomelijk.

Hoog tijd dus om dat beeld te doorprikken. De lichamelijke toestand van futloosheid dwingt jou om bij dit hele opgespelde verhaal eens stil te staan. Sta daar dan ook bij stil. Neem voor een keer eens jou eigen tijd i.p.v. het ritme te volgen van ‘hen'. Je hele biologie stuurt je aan om je zogezegde belangrijke bezigheden stil te leggen. Je hele lijf vraagt om een ernstige doorlichting betreffende je huidige route. “Is het werkelijk deze weg die je wilt blijven opgaan?”

Wat je uiteindelijk ook doet of volgt om eruit ter geraken, als het maar gericht is op het doorprikken van de mythe dat je als baby of volwassene iets moeten worden. Nergens, maar ook nergens valt er op jou unieke bestaan iets aan te merken. Je bent die bent. Hou alsjeblief op de anderen hun ‘weten' en aanwijzingen zomaar te slikken. Je hebt hun goedkeuring absoluut niet nodig. Meer nog, zolang je die op de voorpagina zet kom je het eigen nieuws nooit tegen. Vertrouw op de wijsheid die steeds met je is en laat je erop drijven. Jou natuurlijke leerschool van gissen en missen loodsen je feilloos doorheen de wereld van materie en denken. Laat het kind in jou terug aan het woord. Het weet bijzonder goed wat het wil. Het vraagt alleen maar oprechte en toegewijde aandacht.

* * *

terug

 

Het levenspel.

Toen ik vandaag in de douche stond, klopte mijn zoon aan en stelde wat vragen over hoe mijn dag was verlopen. Buiten het gutsende water op mijn huid, voelde ik nog meer nattigheid. Inderdaad, mijn fiets – die hij de avond voordien had meegenomen – hebben ze die nacht gestolen. Daar hij weet dat ik de fiets veel gebruik en geen geld heb voor een nieuwe, zat hij tot over zijn nek in het schuldgevoel. Allicht moet zijn verbazing nog groter geweest zijn wanneer hij merkte dat er hier geen spatje kwaadheid opkwam. Hij dacht ongetwijfeld dat hij op zijn donder ging krijgen en voelde zich schuldig. Maar niets daarvan. Twintig minuten later zaten we fijn samen te babbelen aan een chinese rijsttafel voor twee. Misschien dat hij later nieuwsgierig zal terugdenken aan dit moment, wanneer hij zijn eigen kinderen op hun donder geeft voor een ogenschijnlijk mis lopen van de werkelijkheid.

Wat zou de meerwaarde zijn geweest (om het maar eens in onze gebruikelijke taal te zeggen) van enige berispingen naar zijn adres toe? Dat hij het niet meer zou laten gebeuren? Dat het niet meer zou gebeuren? Dat de anderen geen fietsen meer zouden pikken? Waar zou mijn zoon bovendien mijn kwaadheid naar hem moeten plaatsen? Wat in hem moet er gestraft worden of met schuld opgezadeld worden? Waar is die plaats in de hersenen?

Wie voor zichzelf dit onderzoek naar die eigen persoonlijkheid vroeg of laat niet opneemt, verzuurt zijn eigen werkelijkheid. Het hele moment – mijn zoon met zijn verhaal, de gedachten en gevoelens die daarbij opkwamen – verschenen maar op één plaats: hier bij mij. Mijn kwaadheid naar hem toe zou ook slechts op diezelfde plaats verschijnen - geen milimeter buiten mij. Ik zou dus mezelf alleen maar met meer kwaadheid en schuldgevoelens hebben opgezadeld.

Niet dat ik het stelen van fietsen goedkeur. Neen absoluut niet. Maar tegelijkertijd ben ik er niets mee wanneer ik het afkeur. Fietsen pikken gebeurt. En het is net zo'n wonderbaarlijk gegeven binnen de werkelijkheid als het plots verliefd worden of een lumineus idee krijgen. Ze maken allen deel uit van die ene werkelijkheid. Zijn we niet allen geconditioneerd met het idee dat we moeten ingrijpen bij die dingen die we anders hadden gepland? Wij!! De grote verbeteraar van de werkelijkheid!

Waarom beschuldigen we elke boom niet wanneer hij het blad in de herfst laat vallen? We hebben die zuurstof toch broodnodig, niet? Maar neen. Het verhaaltje vertelde enkel maar dat er binnen dit lichaam een verantwoordelijke en wilsbekwaam iemand zou zitten. Niet in de boom. Zelfs niet in de vogel, de hond of het paard. Een boom kiest er niet voor om zijn blad te laten vallen. Maar mijn zoon... die zou volgens de meesten beter moeten weten, niet? En dan denken we dat we die boel moeten bijschaven als het even niet loopt zoals verwacht. Dit is wat men noemt: voorwaardelijke liefde. Wie de fiets van zijn vader niet laat pikken is goed bezig (verantwoorde, respectvol, intelligent, voorzichtig, gekontroleerd...). Wie hem wel laat pikken.... ! Mijn zoon zal zelf getuige zijn van zijn aangepast gedrag wanneer hij de volgende keer mijn fiets gebruikt. En wees gerust, mijn fiets is dan in betere handen dan wanneer daar angst en frustratie wordt gedragen. Wie ben ik om te oordelen over het juist of fout zijn mijn zoon? Als ik hem beschuldig, beschuldig ik de werkelijkheid, zijnde mezelf.

De dag van dit fenomeen ‘Luc' zal er morgen alleszins wat anders uit zien. Er zal meer gestapt worden dan getrapt. Allicht ook weer iets meer autogereden. So what! Ik zal getuige zijn van het wonder dat dit geestes-lichaam mechanisme zich aanpast aan de omstandigheden. En het zal niet beladen zijn met negativiteit, angst of liefdeloosheid naar het andere fenomeen toe, genaamd Jorrit.

Er zal enkel onvoorwaardelijkheid zijn. Liefde en verwondering. En de beleving van dit bijzondere spel genaamd: Leven. En nergens valt er maar een spatje onkunde waar te nemen. Nergens een millimeter foutheid. Dit is de tuin van Eden.

* * *

terug

 

Design by Elsje-S